Voorbereiding

Ontspan u en ontledig u van alle natuurgebonden belemmeringen

Gebed

In het Land des Levens hangt de Harmonie als een bezielende ademtocht tussen de toppen van de levensbomen en reikt naar de vruchten der wijsheid.

Wandelende in het land der eeuwige klaarten vindt mijn hart het ritme uit de herinneringen van het verleden weer —

en mijn hoofd verzadigt zich aan de tonen van de trillingen der harmonie, die als rust schenkende kleuren de weerstand uit mijn hersenen weg doen vloeien.

De kennis, die ik eens bezeten heb in het land der schimmen wordt tot een holle klank, die leeg weerkaatst in de onbegrensheid der eeuwigheid.

De vruchten van wijsheid openen zich voor mijn ziele-oog en hun hart is als een heldere dauwdruppel, waarin de waarheid zijn eigen beeld herkent.

O Zang des Levens, die als een melodie der goden aan mijn gemoed klopt — hoe begeer ik de oorsprong van uw muziek te kennen —

want daar waar de oorsprong is — is eenheid — en daar waar de eenheid beweegt in stilte is het Begin waarin het Einde zijn tekening bewaart.

Amen

Herinner u de spreuk van deze les dagelijks — praktizeer daardoor de Stilte en koncentreer uw innerlijke Kracht.

Intensiveer uw innerlijke Stilte en verdiep u daarna in bijgaande astrosophische tekst.

Betracht ene ogenblik stilte na lezing en wissel — indien u met meerderen bent — zo nodig van gedachten.

Streef niet! De weg wordt volbracht door wijsheid.

De Zon, als belevendiger van het zodiakale type, als levensbrenger van ieder natuurlijk schepsel, wordt bij gestaan door de Maan als levens-openbaarster.

De spirituele mens reageert op de Zon - Maan verbintenis door zijn natuurlijke levensopenbaring, terwijl zijn spirituele uitingen gedragen zouden moeten zijn door de mysterieplaneten.

Achter de zichtbare Zon bevindt zich de onzichtbare Geestzon, die zijn stralingen tot de mysterieplaneten zendt. Deze Geestzon is een astraal-etherische krachtbron, waaruit het alchemische, de hemelse zouttrilling, de kosmos instraalt.

De zodiakaal beheerste mens, en dat is altijd de tijdelijke, natuurgebonden mens, is niet in staat dit hemelse zout op te vangen, omdat zijn gehele wezen vervuld is van of gevuld is met de zonnetrillingen van deze natuur.

De Zon, als de positieve vuurkracht, maakt binding met de negatieve, ontvankelijke kracht van de aardeplaneet, die gecentraliseerd ligt in de elementen water en aarde.

Men noemt de mens positief gericht, wanneer hij zich krachtig, vastberaden en vooral actief en vurig uit. Daarin ligt meestal een drijven van de levensdrift der persoonlijkheid in besloten.

Men kan, als negatief mens, hetgeen zo dikwijls een bedenkelijke bijklank bezit, echter ook positief gericht zijn. Een negatief mensentype is in waarheid een ontvankelijk mensentype en dat kan natuurlijk ontaarden in een te grote ontvankelijkheid, waardoor deze mens afhankelijk wordt van anderen.

In deze wereld echter is men zeer gesteld op positieve mensen, terwijl in werkelijkheid de spirituele mens allereerst negatief, ontvankelijk moet zijn, wil hij de ware positiviteit kunnen uitdragen.  Het waterelement, als het ontvankelijke element, wordt genegeerd, zoals het hartdenken en de emoties of gevoelens graag worden genegeerd.

Er moet in ieder mens een evenwicht gelegd worden tussen Zon en Maan en de verharde egocentrische mens, bezeten door een natuurlijke 'power', moet niet menen dat hij een uitverkoren plaats zou innemen. Ja, wel in de scheef getrokken maatschappij, in het eenzijdig gerichte denken van de zich wilskrachtig doorzettende mens. Maar in werkelijkheid is zowel de te afhankelijke, ontvankelijke mens, als de te doorzettende self-made mens foutief ingesteld!

Wanneer een mens spiritueel ontwaakt, dan krijgt hij direct moeilijkheden met zijn eigen positieve, dan wel negatieve gerichtheid. De positieve, doorbijtende mens forceert zichzelf een toegang in de spiritualiteit, probeert dat althans en in iedere groepering waar natuurgebonden gedacht wordt, heeft hij succes.

De negatief ingestelde mens benadert de spiritualiteit met al zijn ondoordachte ontvankelijkheid en tracht succes te oogsten via verbeelding of mediumschap.

De positieve mens, die zijn wil gebruikt, miskent de negatieve, mystieke mens, maar deze mystiek ingestelde mens miskent eveneens de harde, nuchtere doorzetter.

Hierin ziet men wederom de strijd, de tegengesteldheid der twee natuurkrachten: negatief en positief. Zij trekken elkander aan, doch in diepste wezen miskennen zij elkander, hoewel zij elkaar nodig hebben! Deze spanning tussen beide tegengestelden, vormt een veld, een krachtveld.

Binnen een spirituele groep is daarom de verhouding tussen de negatieve en de positieve kracht van belang, zolang zulk een groep aardgebonden spiritualiteit brengt. 

Spiritistische groeperingen vormen een negatief ontvankelijk veld, waarbinnen de entiteiten der doden zich kunnen declareren. Occulte groeperingen, beoefenaars van de geconcentreerde wilskracht, bouwen een positief veld op, waarbinnen het vuur van deze natuur loeit.

En dan zijn er nog de occult-spiritistische, mediamieke groeperingen, waarbinnen de positief geaarde vuurkracht gebruik maakt van de negatieve ontvankelijkheid, die in diverse mensen aanwezig is.

Wilskrachtig occult zijn die mensen, die van hun zonne-levensdrift gebruik maken, om zich een, al dan niet spirituele, positie te veroveren. Mediamiek spiritistisch zijn die mensen, die zich via hun, door zichzelf geroemde, mediamieke gaven tot een spiritueel aanzien willen verheffen.

En nu is het gevaarlijke, dat in ieder mens één van deze beide werkingen aanwezig is. Ieder mens is dan wel overwegend positief, dan wel overwegend negatief geaard en deze predispositie maakt hem geschikt, of voor de ene, of voor de andere spirituele richting.

De water- en vuurtypen dragen deze uitgesproken kenmerken zeer geaccentueerd, terwijl de lucht- en aardetypen een openheid bezitten voor het vuur, dan wel het waterelement.

Daarom zegt de alchemist, en men moet dat vanuit een spiritueel standpunt bezien: de mens moet worden tot het zout, het hemelse zout, dat al de vier elementen bevat: koud en warm, droog en nat.

In de spirituele kandidaat moeten in gelijke mate aanwezig zijn: de warmte van het vuur, de vochtigheid van het reinigende water, de koude van de alles opnemende, maar ook wederom alles afgevende lucht en de droogte van de sterke, vaste aarde.

Zodra de mens zich laat voortdrijven door zijn natuurgebonden geaardheid, is hij reeds uit zijn evenwicht, want geen enkele mens bezit de volkomenheid van de vier natuurlijke elementen, om maar niet te spreken van de vier hemelse elementen of de vier heilige spijzen.

De viervoudige Hemelse Spijze is het zout, waarin de basis ligt voor de omzetting, zodra de ontvankelijke ziel zich daarover ontfermt. Om zichzelf te veranderen, te laten veranderen, in  dit hemelse zout, zal men toch eerst tot kennis moeten komen van het evenwicht der natuur. Niet op intellectuele wijze, want dat is snel uitgelegd, maar op intuïtieve wijze.

Men moet intuïtief aanvoelen, dat het innerlijke evenwicht-in-de-mens-zelf niet aanwezig is! En dit evenwicht herstelt men niet door zich, met inzet van zijn gehele geaardheid, te storten op een spirituele leer, of een spirituele voeding.

Neen!

Men zal zulk een leer moeten absorberen via de vier elementen in de mens en dat wil zeggen, dat men erop gericht moet zijn, dat men en ontvankelijk is en wilskrachtig en vastbesloten, sterk en onbegrensd, ruim.

Men bemerkt dat hier sprake is van een dubbele tegengestelde polariteit, die in zichzelf het evenwicht moet vinden.

Dit evenwicht noemt men nu het basisvierkant.

Het fundament van de spirituele Bouw.

Wanneer de kabbalist het getal vier het getal noemt, waarlangs alle krachten van de Geest en de goddelijke Essenties vloeien, dan heeft hij gelijk. Want zodra de natuurgeboren mens erin geslaagt is evenwicht te verkrijgen tussen de vier gesteldheden: warm - koud, nat - droog, is hij gereed om in contact te komen met de geestelijke trilling uit de geestelijke zon, die dan in hem de ziel aanraakt.

Op hetzelfde moment verandert zulk een mens in het Hemelse zout, waarin een vijfde, onbekend element vervat ligt en nu heeft de samenvloeiing plaats tussen ziel (water) en zout, terwijl het vuur, de essentie van het Licht, hen zegent, heiligt, verlost, optrekt in de Goddelijke Velden. Geen enkele spirituele kandidaat kan of mag minachtend denken of spreken over de gaven, eigenschappen, die hij niet kent of bezit en dat zijn altijd die gaven, die hij, omdat hij onevenwichtig is, verloren heeft. Het kenmerk van de hoogmoedige mens is, dat hij prat gaat op de eigen onevenwichtigheid en dat betekent in deze wereld altijd: een uitblinker zijn.

Scherpe intellectuelen zijn altijd positief gerichten, al kan hun uiterlijk bedrieglijk ingetogen zijn.

Grote mystici zijn altijd negatief gerichten en hun activiteit is nooit een vuurkracht, maar altijd een hartstocht, een hartaandoening.

Nu zal ieder mens, al naar zijn geaardheid, moeite hebben om die eigenschappen van het zout te realiseren, of te accepteren, die in tegenspraak zijn met zijn gewone geaardheid.

De positief gerichte vurige mens ergert zich aan de negatieve ontvankelijkheid van een ander. De sterke, onverzettelijke aarde-mens is de luchthartige, vluchtige luchtmens een doorn in het oog. Niettemin, en dat moet men wel goed begrijpen, vindt de omzetting, de wedergeboorte, plaats in en door de overgave van de persoonlijkheid, het wezen dat vol onevenwichtige tegen-strijdigheden zit.

De worsteling op het Pad is dikwijls niets anders dan een gevecht tussen de tegengestelden, tussen de vier eigenschappen, die tot een harmonie moeten komen, wil de basis tot het Pad gelegd zijn.

Daarom is zieleworsteling onbestaanbaar!

Zij, die de ziele-overschaduwing kennen, weten, dat juist iedere strijd ophoudt, wanneer de ziel de leiding heeft. Hij, die worstelt, is de persoonlijkheid, dat disharmonische, niettemin arrogante wezen, dat prat gaat op de eigen onevenwichtigheid.

Zo men zijn  type wil overgeven en daarmede de essentie van zijn persoonlijkheid aantast, zal men in zichzelf moeten nagaan in hoeverre men positief, dan wel negatief gericht is, in de juiste betekenis van het woord.

Herkent men dit, dan is het mogelijk de aan de mens tegengestelde gerichtheid naderbij te brengen via de lucht, of de soepelheid, de beweeglijkheid van de lucht en daarna te bestendigen in de mens, via de aarde of de duurzaamheid.

Er moet echter wel, om disharmonie te voorkomen, een uitwisseling zijn tussen de vier eigenschappen.

De inactiviteit van het ontvankelijke water moet zich laten belevendigen door de positieve vuurkracht van de mens zelf (inplaats van door anderen) en de onverzettelijkheid van de aarde moet de beweeglijkheid van de lucht kunnen ontmoeten. Deze moeten leren samengaan als aarde en hemel, gelijk water en vuur moeten leren samengaan.

De alchemische leringen zijn alle gericht op de vereniging van de tegengestelden en deze tegenstellingen stijgen ver uit boven de tegengestelde geaardheid van een man en een vrouw. In beiden is de in-eigen onevenwichtigheid aanwezig en juist deze onevenwichtigheid zoekt zijn tegenhanger.

Een mens, die spiritueel zoekt, wordt daartoe gedreven door zijn onvolmaaktheid van het zout. Hij zoekt de juiste persoonlijkheid te worden. 

Doet hij dit aards, egocentrisch, dan beijvert hij zichzelf altijd in het uitblinken in onevenwichtigheid, hij wordt een 'streber' naar eigen eer. Is hij echter waarlijk spiritueel ingesteld, dan zoekt hij naar de wet van harmonie en die verkrijgt hij door zich aaneen te voegen met de tegengestelden, d.w.z. door hetgeen hem ontbreekt in zichzelf aan te vullen en zijn tekortkomingen niet te compenseren via een ander schepsel.

Dat is de oplossing van deze verbroken natuur!

Tegengestelde wezens trekken elkander aan, omdat zij onbewust elkander aanvullen, niettemin vormen zij tezamen een spanningsveld, dat niet altijd even verdraaglijk blijkt te zijn! Omdat ieder van deze beide mensen in zichzelf disharmonisch is en hun samengaan altijd een tijdelijke oplossing, een schijnharmonie is.

Zon en Maan zijn elkanders tegengestelden, als vertegenwoordigers van het vuur en van het water. Zij hebben geen verbintenis met elkander, ontmoeten elkander niet, heersen slechts wanneer een van beiden afwezig is, maar hun gezamenlijke arbeid brengt vruchten voort, via de lucht of de kosmos en in de aarde.

Er is een samenwerking tussen de vier elementen in de kosmos, niettemin hebben zij allen hun eigen plaats en zoeken zij geen geforceerde oplossing. Twee elementen kunnen nooit tezamen één plaats vullen, zij bestaan naast elkander en werken harmonisch samen, zo het evenwicht beogende dat binnen de kosmos van node is.

De Maan, als de ontvankelijk planeet, weerkaatst de Zon, doordat zij zijn licht ontvangt; zo moet het hart, zichzelf bewarende, het denken weerkaatsen, niet zelfstandig handelende in een op-welling. Maar de werkzaamheid, wil deze vrucht voortbrengen, moet geleid worden door de onbegrensdheid van het denken, zodat vereniging en egocentriciteit vermeden worden en dan zal het hart trouw moeten zijn, gelijk de aarde, de schoot van het heelal, die wacht op de vrucht, die in haar ontkiemt. Zo werken direct samen: vuur en lucht, aarde en water.

De aarde en het water wachten op de aanraking van vuur en lucht.

Dit is de samenstelling van het heelal, waarbinnen de etherische, electromagnetische wind voortgedreven wordt om de aarde en het water te omvatten.

Om  zichzelf te helpen moet men trachten niet het vuur en de lucht tegen elkander op te zetten, noch de aarde en het water in disharmonie te brengen. Vuur en lucht, komende uit de ene bron, het hoofd, richten zich in gelijke kracht op de aarde en het water, het hart; terwijl dit hart moet trachten niet als een woelige zee, als een bruisende stroom de standvastigheid van de aarde te vernietigen.

Iedere kandidaat, die aan zichzelf arbeiden wil, is in staat het evenwicht van de bekroning te bereiken, mits hij de moeite neemt om zichzelf te onderzoeken en zich niet laat voortdrijven door een overmacht van een of enkele van zijn elementen.

Het zodiakale type van de mens bepaalt welk element hem beheerst; de Zon draagt zijn levenstrilling via dit element aan hem over, door hem heen.

Men kan echter, zich in zichzelf verdiepende, direct weten of men positief, dan wel negatief geaard is. Men behoeft zijn instelling tot de spirituele kennis maar te observeren om te herkennen hoe men geaard is. Men neemt de spirituele kennis altijd op via het hoofd, positief geaard, of via het hart, negatief geaard.

De negatief ingestelde mens verstaat dikwijls de woorden van de positief ingestelde mens niet, maar dat wil niet zeggen, dat een van beiden ongelijk heeft: zij moeten echter beide iets naar elkander toe neigen, via de gematigdheid, de standvastigheid van het hart (aarde-element) en de soepelheid, de medebeweging van het hoofd (lucht-element).

Onbegrip tussen mensen wordt altijd veroorzaakt door de onevenwichtigheid van de elementen onderling. Men zal zien, dat wanneer de positieve mens moeite gaat doen om zijn vurige denkkracht te temperen, neer te laten dalen langs de verdelende luchtstromen, dat dan de weerstrevende negatieve mens ontvankelijker, bereikbaarder wordt en zijn woelige waterige weerstand tot rust komt.

De negatief ingestelde mens echter zal bemerken, dat als hij ophoudt met zo onlogisch en in vervoering door te spreken, maar rustig, kort, nuchter, afgeremd door de aarde, de denkmens benadert, deze luisteren zal.

En wat men nu proberen wil met zijn medemensen, om harmonie te verkrijgen, zal men allereerst moeten proberen in zichzelf.

Dat is het allermoeilijkste.

Maar dat is juist de opdracht van de kandidaat, want hij , die deze basis van het heelal in zichzelf gelegd heeft, heeft geen enkele moeite om zijn medemensen te bereiken. De levenshouding is werkelijk van belang op het Pad der zieleverlossing, want levenshouding is het visitekaartje aan de wereld, waarin men getuigen wil!

Levenshouding wordt vanzelfsprekend geboren uit het innerlijk en juist uit dat vierkant, waarop men zich baseren moet.

Het is zo gemakkelijk om te zeggen: « Ik ben nu eenmaal zo! » 

Het is een antwoord van de minste weerstand-zoekende mens, van de luchtmens, het type dat doorlopend op de vlucht is voor de disharmonie in het eigen zelf, omdat het te gemakzuchtig, te vluchtig is aangelegd.

Zoek de tegenstelling om zich daarmede te verenigen!

Dat is de oplossing!

Dat is het ontmoeten van de demonen, die neder moeten knielen in de harmonie.

Dat is het Eerste Uur van Bouw!

Het Vierkant leggen.

Wanneer men de natuur kent, dan weet men, dat ook in de natuur, in haar oervorm, het getal vier de basis van alles vormt.

De eenheid tussen het mensenrijk, het dierenrijk, het plantenrijk en het mineralenrijk bij voorbeeld, is een vorm van hoogste harmonie, die evenwel heden niet meer bekend is.

In de paradijselijke toestand, in de Dertiende Aeon van de Pistis Sophia, is de eenheid van deze vier vertegenwoordigers der Oernatuur wederom hersteld. Men herinnert zich maar wat er over het Paradijs verteld wordt: alles leefde in harmonie tezamen, de tegengestelden hoedden elkander, vonden elkander.

De levensboom, die in het midden van dat Paradijs staat, leeft deze niet uit: warmte — de zon (het vuur), koude — de lucht, droogte — de aarde, vocht — het water?

Zou het dan ook niet zo moeten zijn, dat de Levensboom van de mens groeien moet via deze vier eigenschappen?

En als dat zo is, zoudt men dan niet in het Paradijs zijn, in die magnetische sfeer, waar de tegenstromen de mens geen kwaad meer kunnen berokkenen, het magnetische Niet-Zijn, waarbinnen ook de aarde-planeet bescherming vindt?

Zouden, in die toestand, de woorden van Henoch: « En de Heer ging binnen aan de voet van de Levensboom », niet op de mens, op zijn ziel, van betrekking zijn?

Mens en ziel, levenshouding en zielegroei hangen nauw met elkander samen! Maar het is wel zo, dat als de mens daadwerkelijk het Pad betreedt, hij zich steeds minder misstappen kan veroorloven, want zulke misstappen breken hem op, maken hem lichamelijk en geestelijk ziek.

Dat kan men in en aan zichzelf bemerken. Men kan zichzelf testen of men werkelijk spiritueel iets verricht. Men zal zijn zijwegen, de onbeheersdheid van één van zijn elementen dan diep betreuren.

Men kan dan niet meer langs zijn misstappen heenlopen, alsof zij de mens niets meer doen. Neen, omdat men weet het evenwicht te moeten bereiken, maken de bewijzen van de eigen oneven-wichtigheid de mens ziek. En zulk een reactie kan de mens wederom aansporen tot verder gaan, mits men zichzelf niet, in arrogantie, stort in de overheersing van één van zijn elementen.

Of men wordt dan oppervlakkig, luchtig, gelijk de onbezielde lucht, of men wordt keihard, halsstarrig, gelijk de bevroren aarde, of men wordt verzengend, vernietigend, gelijk het door de winden opgezweepte vuur, of men wordt verbolgen, zijn giftige gevoelens verbergend, monsters herbergend, gelijk de wateren, waarin de zon niet vermag door te dringen.

Is men echter een spiritueel mens, die het werkelijk meent met zijn hunkering, dan trekt men, door zijn misstap te compenseren door een tegenstelling, (een verbreking van de misstap, een heling van de misstap), het evenwicht wederom  in zichzelf terug.

Zo vermijdt de kandidaat giftigheid, lichtloosheid en al die reacties, waarbinnen de zieleroep wordt gesmoord.

Met deze aanwijzingen, waarmede een ieder zijn voordeel kan doen, hopen wij de kandidaat enigszins verder geholpen te hebben bij zijn oriëntering. Wij verstrekken de kandidaat de oriëntatie en daarmede moet hijzelf het land van zijn wezen doorreizen..

Eén ding staat onomstotelijk vast: hij, die bewijst dat hij waarlijk de Geest boven de stof stelt, hij wordt verder geleid!

Houdt deze woorden in gedachten!

Want hetgeen uit god, uit de Geest is, zal nimmer door God, de Geest, verlaten worden.

In God, de Geest, is de warmte van het Liefdevuur en de trouw van de wachtende aarde en het begrijpen van de medebewegende lucht en het reine, ontvangende en uitzendende verlangen van het water. God, de Geest, het Atoom van het Universum Is Harmonie en meer dan het fundament van Bouw, Hij is het Bouwwerk zelve en dit is uit Hem en in Hem.

Dit Atoom, waarvan de ziel van de mens een mini-atoompje vormt, is het voorbeeld en zijn Bezieler en zijn Redder, want het enige Leven dat de mens waarlijk behoeft komt uit Hem voort!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene