Zo is het ook met de verdraagzaamheid: zij komt voort uit een innerlijke harmonie en tevens uit een begrip voor anderen.

Hij, die zichzelf niet kent, begrijpt tevens zijn medemensen niet.

Hoe meer directe kennis, Gnosis, de mens verkrijgt, des te verdraagzamer wordt hij, niet afhankelijk en slaafs, maar begrijpend. De kern ligt altijd bij de individuele innerlijke spirituele adeldom; iedereen bewijst zich vanuit zijn innerlijke staat. Datgene waarover hij praat, datgene wat hem boeit, is het resultaat van zijn innerlijke staat.

Men kan elkaar nooit veranderen in betere mensen, de mens is een vrij wezen en iedereen is vrij om zich geestelijk te ontplooien of niet. Degenen, die innerlijk doende zijn met geestelijke dingen veranderen als mens, dat is bewijsbaar.

Maar ook zij, die uiterlijk schone woorden spreken, maar innerlijk met onwaardige dingen bezig zijn, veranderen zichzelf.

Juist de vrije spirituele ontwikkeling voert de mens tot aan zijn ware zelf. Men kan dat om zich heen zien, in een groep, in de naasten; dogmatische bewegingen remmen de ontwikkeling.

Men kan de geest nooit dwingen om tot de mens te komen, maar men moet zichzelf wel waardig maken om die geest te kunnen ontvangen Als hij komt. Men maakt het huis in orde voordat de gast komt, zo maakt men ook zichzelf harmonisch en rein of eenvoudig om de geest te kunnen ontvangen.

Innerlijke rust maakt verdraagzaam, maar innerlijke rust is het gevolg van een inspanning, nooit van een zich mede laten drijven op de golven van de levenszee. Het is een bekend feit, dat degenen die innerlijk waarlijk met het geestelijke doende zijn, beproefd worden. Dan trekken de kwade krachten tegen hen op.

Men kan dat in alle literatuur der wijzen lezen.

Kwade krachten zijn direct aanwezig, zodra ergens het Licht gaat stralen. Zodra het de pelgrim gelukt iets van de innerlijke Vrede te verkrijgen, komen de kwade krachten om hem te tarten en men bewijst zich nooit tijdens rustige omstandigheden, maar altijd tijdens kwade omstandigheden. Dan moet de mens bewijzen of zijn innerlijke Meer der Heerlijkheid niet te verstoren is, dan wordt zijn verdraagzaamheid beproefd.

Kan hij de kwade krachten dragen en hen afvoeren via zijn eigen rustige innerlijke meer? Zoals in de symboliek het hert water drinkt en daarna de draak verslaat, door middel van zijn innerlijke kracht uit de reinheid der wateren, zo kan de mens zich verheffen boven het kwade en het laten wegdrijven. Elke beroering maakt zijn innerlijke meer troebel.

Niemand, die enigszins spiritueel arbeidt, mag echter veronderstellen, hoezeer hij dat ook hoopt, dat hij met rust gelaten zal worden, dat de kwade krachten hem voorbijgaan!

Integendeel!

Het gaat er slechts om hoe hij uit hun aanval te voorschijn komt, dat is het moeilijkste: innerlijk ledig blijven, niettegenstaande het gif van de kwade krachten het innerlijke meer tracht te bezoedelen. Dan moet men werkelijk innerlijk intensief bezig zijn, hard arbeiden, zich inspannen om rein en rustig te blijven, zodat de geest in kan blijven dalen.

De ware Zoekers vormen een groep die verondersteld wordt geestelijk actief te zijn. En dat houdt in: door innerlijke bezinning en inkeer ledig worden van de strijd der tegengestelden, zich vullen met het geestelijke en daarna dit bewijzen, door als een veranderd, dus geestelijk edel mens, de kwade krachten af te voeren. Niet te vluchten voor deze machten, maar hen te neutraliseren in de eigen innerlijke Vrede.

Is er ooit één wijze, of één legendarische held op de vlucht gegaan?  Integendeel!  Zij blijven allen sterk staan in de aanval of tegenover de draak.

Vlucht is zwakte, een teken van onrijpheid en onbegrip.

De eenvoud en de verdraagzaamheid tonen daarbij nooit hun schittering.

Zodra men slaagt of bezig is te slagen met zijn spirituele inspanningen, staat de kwade kracht naast hem. Hij behoeft  niet in de mens te zijn, noch behoeft deze hem te vrezen, maar men moet zich ervan bewust zijn dat hij naast de pelgrim gaat en hem bespringt op het moment dat hij het het minste verwacht.

Hoe zou men Judas kunnen loochenen, hij is aanwezig, zodra men een Jezus aan het worden is.

De Vrede van Bethlehem komt niet van buiten, hij komt van binnenuit, maar hij gaat een beschermende mantel om de pelgrim uitbreiden, zodra hij dag en nacht bezig is zichzelf innerlijk voor te bereiden op de ontvangst van de geest.

Zoals de alchemist zegt: reiniging van het ego, reiniging van de ziel en de reiniging van het denken, de graal ledig maken.

Dit proces kan tegelijkertijd plaatsvinden, mits ego en ziel bereid zijn mede te werken. En deze beide zijn gebonden aan het hart, aan de hunkering des harten, die de plaats in het leven bepaalt.

De ware Zoeker moet zich daarom dagelijks van iedere onreinheid ontdoen, zodat de reinheid stabiel zal blijven, zodat de Vrede van Bethlehem in kan dalen en de Ster zijn adeldom zal verkondigen.

Met deze tekenen van de Geest kan Herodes, die hem zoekt te doden, hem geen kwaad berokkenen, omdat hij de innerlijke Schat veilig zal stellen in de aarde, zoals de alchemist zegt, waar geen profaan oog haar kan ontheiligen.

Moge hij, als edele aarde, deze Schat veilig doen groeien tot aan het moment, waarop de Steen der Wijzen vrijgegeven kan worden.

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene