De eenvoud des harten is een gave der wijzen; iedereen verstaat het begrip eenvoud anders. Maar niet voor niets zegt het woord: slechts de waarachtige wijze durft eenvoudig te zijn.

Eenvoud is geen simpliciteit of domheid, het is hetzelfde als de waarachtigheid der geestelijke adeldom.

Slechts de aangeleerde kennis verdraagt geen eenvoud, omdat zij dikwijls de innerlijke onwetendheid van de mens bedekt.

Daarom: hij, die eerstehands kennis bezit, durft eenvoudig te zijn, omdat hij geen sier van node heeft om adeldom of kennis te suggereren. Eenvoud komt nooit van buitenaf, maar altijd van binnenuit. Het ontsluiten van de geestelijke diepten in zichzelf verandert de mens, maar dan moet hij natuurlijk wel innerlijke waarde bezitten.

Als de Katharen zeiden: « De Diepe Vrede kome over u », dan was dat een bede voor innerlijke harmonie. Uit innerlijke harmonie komen natuurlijk alle edele gaven te voorschijn, maar deze harmonie is juist het moeilijkste te bereiken.

Iedere alchemist werd allereerst bepaald bij de harmonie van het ego, daarna tussen ego en ziel en tenslotte tussen ziel en geest.

Alle alchemisten waarschuwen ervoor, dat zonder inspanning niets te bereiken is. De adeldom van de eenvoud komt natuurlijk uit een harmonie tussen ego en ziel. Maar de eenvoud wordt verdiept door de aanraking tussen ziel en geest.

De geest benadert de eenvoudige van hart en dat heeft niets te maken met ontwikkeling, uiterlijke positie of type. Een, voor het oog eenvoudig mens, kan zeer gecompliceerd zijn als wezen.

Weerstand tegen de geest, innerlijke tegenstrijdigheid weer-houden het hart van de eenvoud. Men kan zelf nagaan dat deze eenvoud en zelfs de innerlijke harmonie het ene type gemakkelijker bereiken dan het andere.

Intellectuele kennis is vaak ballast, hoewel er mensen zijn die zelfs deze ballast kunnen afwerpen en tot eenvoud komen, terwijl niet-intellectuele typen dikwijls geremd worden door hun slaafse afhankelijkheid.

Het denken maakt de mens vrij, in het denken huizen God en de duivel, in het geestelijke denken ligt de Geest of God, dit zijn uitspraken van wijzen.

Zichzelf geestelijk ontwikkelen, een innerlijke diepte en het blootleggen van de kern der spiritualiteit zijn een ieder gegeven, die bereid is zich daarvoor moeite te getroosten. De disharmonie tussen goed en kwaad, negatief en positief, maakt de mens tot een gecompliceerd wezen. Men is dan niet slechts verwardt door de gedragingen van anderen, maar tevens door die van zichzelf.

Het bezig zijn met de spirituele dingen kan op velerlei manieren worden opgevat. Vele manieren veranderen het hart niet, zij vullen slechts het hoofd. De richting des harten veranderen is slechts mogelijk wanneer het hart zich overgeeft aan ziel en geest, in alle eenvoud, zonder bedenkingen, eenvoudig omdat het een hartewens is.

Het heilige begeren van het hart verandert ieder mens. Iemand verandert nooit door aangeleerde lessen, maar altijd door de wens van zijn hart. Alle andere levenshoudingen, die van buitenaf komen, zijn tijdelijk en opgelegd. Er zijn typen, die zich gaarne een houding aanmeten, dat is hun aard, maar er zijn anderen, die zich nooit een houding kunnen aanmeten, omdat dit tegen hun aard ingaat. De laatsten zijn in wezen reeds eenvoudig, d.w.z. levende vanuit hun hart en dit kan zowel in slechte zin, als in goede zin zijn, afhankelijk van de staat des harten.

De edele eenvoud blijft bestaan door alle beproevingen en omstandigheden heen. Zij is nooit weg te wissen door uiterlijke weelde of uiterlijke gewichtigheid, integendeel, zij verandert weelde in rijkdom, terwille van de anderen en gewichtigheid in dienstbaarheid aan anderen.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene