De keel van de mens is het doorvoerkanaal voor de zeven demonen, en/of voor de zeven goden.

Het hart is de innerlijke middelaar, de verborgen bestuurder.

De keel is de uiterlijke middelaar en zo de vertolker van hetgeen men uit wil dragen.  Impulsief spreken is altijd het onbezorgd zichzelf uitstallen tegenover de buitenwereld. Niemand is duidelijker te herkennen in zijn innerlijke bewogenheden dan de impulsieve mens. Zijn voordeel is zijn onbewuste oprechtheid.

De bedachtzame en daardoor meer bewuste mens is nooit impulsief, zelden oprecht en meestal doorlopend op zijn hoede; in hem blijft de eigenliefde verborgen, terwijl bij de impulsieve mens deze onbeschaamd naar buiten treedt.

De impulsieve mens kent dikwijls weinig afgunst, omdat deze de directe ontmaskering haat.  Impulsieve mensen kennen de snelle ademhaling tussen begeerte en zijn en missen de tijd om de vergiftiging der jaloezie te laten doorwerken. Hun afgunst is kort van duur, treedt direct naar buiten en revancheert zich door een handeling, die meestal later betreurd wordt.

Intuïtieve mensen schamen zich voor hun verborgen eigenliefde, die soms aanleiding wordt tot afgunst. Gewetensvolle mensen snijden de afgunst direct de pas af.

Het ego kan niet vechten tegen het ego, noch kan het zichzelf heiligen, maar het kan zichzelf wel adelen door zich te zuiveren van ziekelijke aandoeningen. 

Ongeduld is een tijdelijk verschijnsel, onvriendelijkheid eveneens. Afgunst is blijvend en gaat met de mens mede van de wieg tot het graf. De baby inhaleert de trillingen van de afgunst bij zijn eerste levenskreet.

Afgunst is ook bij de dieren bekend, evenals bij de planten.

De demonische invloed der onheilige zevengeest doortrekt de gehele natuur en daarom is jaloezie een vaak niet herkende zonde, waarvan men zich bewust moet worden.

Ergens onbewust van zijn is een reden tot vergeving, maar de verhoogde eigenliefde, die de afgunst oproept, is onvergeeflijk. Afgunst kan soms worden vergeven, maar haar veroorzaker wordt verfoeid en dat is hetzelfde.

Onbewust leven is een spiritueel mens onwaardig. Hem wordt deze onbewustheid aangerekend, indien hij voldoende kennis bezit.  Geen zoekende mens leeft onbewust, hij zal hoogstens wel eens vermoeid geraken van het zich bewust zijn.

Daarom kan rustig worden verondersteld, dat ieder zoekend mens de afgunst een halt toeroept, zodra deze de kop opsteekt.

Let vooral op de woorden die men spreekt!  De afgunst dwingt hem hen de vrije loop te laten, zodra zijn bloed daardoor vergiftigd is.

Roddel is altijd een poging om een medemens te vernietigen.

Waarom?  Uit eigenliefde.

Mannen uiten hun afgunst anders dan vrouwen: zij streven naar een betere positie dan hun medemens, vrouwen uiten hun afgunst door roddel.

Mercurius, als de god van de handel, is een zeer afgunstige demon geworden. De handel floreert van de afgunst.

Het verlagen van Mercurius tot een god van de handel, bewijst dat de maatschappij leeft uit de onheiligheid en de heiligheid verafschuwt, omdat daarin de eigenliefde wordt uitgeschakeld.

Alle vormen van menselijke liefde, van vaderlandsliefde tot en met beroepsliefde worden vergezeld door de afgunst. Anders kunnen zij niet bestaan in deze sfeer van onheiligheid.

Breek daarom het gif van de afgunst af in het bloed en dat is mogelijk door attent te zijn op de gemoedsbewegingen, de motieven van de mens. 

Men moet iedere impuls om deze eigenliefde te bevredigen aan zich voorbij laten gaan, de gedachten niet voeden, de emoties door zich heen laten trekken zonder het denken door hen te laten inspireren.

Afgunst heeft behoefte aan verbintenissen, zij zoekt contact met het gemoed, met het denken, met de wil en tenslotte met de woorden en daden van de mens. Zodra de afgunst ontkracht wordt, zullen de andere demonen of oerzonden iets van hun intensiteit verliezen, waardoor de grond tot heiliging al reeds enigszins wordt toebereid.

De waarachtige spiritualiteit behoedt de kandidaat  voor elke door hem verafschuwde aandoening en dus ook voor de afgunst.

Hij, die spiritueel is, spant zich in zijn ziel een waardige gevangenis te geven en hij zal het moment verbeiden waarop hem de sleutel tot Bevrijding wordt overgedragen uit handen van Saturnus of Satanaël, die knielt voor zijn herboren Heer!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene