24 - De hoofdzonde: de gierigheid in verhouding tot de saturnus-mens — steenbok en waterman

Wie geen ongemak verdragen kan, wordt niet voor grote dingen opgeroepen.


Voorbereiding

Leid mij in het Vuur van Uw Smidse, O Vuur der vuren — en beproef mij in de hitte van Uw Aurora dat het tijdelijke aangrijpt als een brand.

In de slagen die mijn hoogmoedige wil zullen onderwerpen — stijgt mijn ziel op tot het Licht der Herinnering, en wacht totdat de pijn wegtrekt uit het Ik der natuur.

Mijn ziel ligt geborgen in de Dageraad hoewel mijn Ik de nacht gevoeld als een smart — en de rust zal pas in mij wederkeren wanneer het duister is gevlucht voor de Volle Dag van Uw blijvende Aanwezigheid.

Tot aan dat ogenblik verberg ik mij in de Herinnering aan Uw Eeuwigheid, Vader — Terwijl de slagen tot lering mijn Ik treffen als een genade.

Bewaak deze Herinnering, Eeuwige !

Put kracht uit deze gedachten:

Wees nimmer bevreesd voor de ogenblikken — zo zingt de stem van het eeuwigdurende.

Het is vanzelfsprekend dat de spiritueel strevende mens boven zijn belemmeringen wil uitstijgen. Hij zoekt de volmaaktheid weder te vinden en zo is hij altijd geneigd het licht, de meest onaardse manifestatie die hij kent, te zoeken, te aanbidden en te verafgoden.

Uit God geboren, is de innerlijke mens een wezen des Lichts en zo treft men overal op aarde de religies des Licht aan, vormgevingen van de innerlijke oerherinnering van de mensen.

Het bekende esoterische woord: « Demon est Deus Inversus », wordt op aarde tot een realistische waarheid, evenals het in de mens gestalte heeft gevonden. 

De val van Lucifer, die als een lichtende komeet neerschoot in de chaos, werd vergezeld van de splitsing in demon en Deus. Vanaf dat ogenblik werd het wezen dat « uit God geboren was », twee-in-een: demon en Deus.

En zijn omgeving, het natuurrijk werd door die gespletenheid geïnfecteerd, waardoor de schaduw- en de lichtzijde werden vereenzelvigd met kwaad en goed, demon en Deus.

Dit zou alles een filosofische theorie blijven, wanneer in de mens niet aantoonbaar en bemerkbaar deze twee manifestaties aanwezig waren. Men herkent hen in de menselijke deugden en ondeugden, in de hoofdzonden en de oerdeugden.

Het verschil ligt slechts in een onaardse of een oorspronkelijke tegenwoordigheid, waarbij deugd en ondeugd tot de natuur behoren en in werkelijkheid noch absoluut kwaad, noch absoluut goed zijn, terwijl de hoofdzonde en de oerdeugd onder de normaal natuurlijke uitdrukking liggen, dan wel boven de zichtbaar natuurlijke uitdrukking uitstijgen.

Lucifer, de zoon des Lichts, kent naast de twee natuur-manifestaties, het waarlijke Demon en Deus. Deze twee eigenschappen van de Lichtzoon komen geprononceerd naar buiten in de Saturnusmens.

Saturnus is de legenden en de historie ingegaan als de Tijd, de God van de beperkingen, Kronos.  Kronos, die iedereen binnen zijn ommuring van de tijd wil gevangen houden en vrijheidsstrijders met zijn zwaard het zwijgen oplegt.

De Griekse mythe stelt dit duidelijk voor in de strijd van Saturnus en Uranus, nadat Saturnus zijn vader Uranus, de eeuwigheid, die geen beperkingen kent, overwonnen had, was de wereld en de mensheid onderworpen aan de beperkingen van de tijd.

Tijd is onwerkelijk, zij bestaat niet, zeggen sommige wetenschapsmensen. Inderdaad. De mens is in een bepaalde levensperiode aan deze Tijd onderworpen, maar in werkelijkheid bestaat zij niet en is Uranus onze heerser.

Hierbij is het wellicht interessant te vermelden, dat er een oude tekening bestaat, waarop Uranus wordt voorgesteld als de planeet waar de god der mensheid woont.

Het wederom verbonden worden met Uranus, is gelijk aan het doorbreken van de begrenzing van Saturnus. Saturnus wordt vergeleken met Satan. Hij is de poortwachter van de Tempel des Konings; hij staat in Salomo's voorportaal; hij bewaart de sleutels van het Heiligdom.

Deze woorden uit de geheime Leer moeten de spirituele mens bewijzen, dat satan in werkelijkheid niemand anders dan: Demon est Deus inversus, is. En het woord Demon betekende oorspronkelijk: engel. Elke Zoon des lichts is zijn eigen Demon of Satan en in deze Satan of Saturnus woont de hoofdzonde.

Saturnus is niet slechts een planeet, die een bepaald zodiakaal type overheerst, maar hij is in werkelijkheid een demon, een gevallen engel, zoals iedere planeet een demon geworden is.

Saturnus echter neemt een sleutelpositie in, waarvan de belangrijkheid te herkennen is in de beide Saturnustypen: de Steenbok- en de Watermanmens.

De laatste wordt, in spirituele zin, overheerst door Uranus, hij zou dus aangetrokken worden tot de vrijheid van de eeuwigheid en zich willen ontdoen van de Tijd. Doch Uranus, gelijk de mythe zegt, werd overwonnen door Saturnus.

De zuiver spirituele Watermanmens bezit in zichzelf de onbegrensde inspiratie van het mysterierijk der planeten.

Hij stelt zich teweer tegen de begrenzing en daarom zal hij een liefhebber zijn van de vrijheid in velerlei aspecten, van krachten die ongebonden zijn, de zee, de luchten, de winden.

De Steenbokmens is hieraan tegenovergesteld; hij is de precieuze uitvoerder van de saturnale gaven: organisatorisch, plichtsgevoelig, beperkt en vooral onderhevig aan sterke ups en downs, anders gezegd aan de inwerkingen van Demon en Deus.  Hij verdraagt geen onordelijkheid, onbeperktheid, onzekerheid en onverantwoordelijkheid. Saturnus nam de heerschappij van Uranus over, de saturnale Steenbokmens wil altijd graag ordenen, als 't ware de ongebondenheid binden.

De hoofdzonde, die bij Saturnus past is de Gierigheid.

Gierigheid in de zin van omheinen, vastleggen, beperken, of aan de Tijd ondergeschikt maken. De grootste moeilijkheid voor de Steenbokmens is zich los te maken van zijn zelfdiscipline, zijn waarlijke dan wel ingebeelde verplichtingen of verantwoordelijkheid.

De Watermanmens heeft daar minder moeite mee, hij schouwt als 't ware over de beperkingen heen en voor hem is de fluistering van de overwonnen Uranus nog steeds als een stimulans. Hij wil altijd voorwaarts gaan, omdat hij weet dat de tijd en dus de beperking illusionair zijn.

Uranus schenkt een onaards idealisme, dat in de ogen van de aardse mens soms irreëel lijkt. Saturnus schenkt realiteitszin, alles wordt slechts verkregen door harde arbeid.

Vandaar dat de Steenbokmens en de Watermanmens volkomen elkaars tegengestelde zijn. Zij bezitten beiden het gevoel voor formaliteiten en de hang naar culturele beschaving of uiterlijk vernis, maar hun verlangens uiten zich volkomen anders.

De Steenbokmens hangt aan uiterlijke zekerheid, alles moet goed geordend zijn. De Watermanmens is niet zozeer geïnteresseerd in materiële zekerheid, als wel in een morele of spirituele onkreukbaarheid. Dit hangt af van de innerlijke ontwikkeling van de betreffende mens.

De Watermanmens kan gemakkelijk over de materiële beletselen en gebreken heenzien; de Steenbokmens heeft daar moeite mee, hij wil altijd uiterlijke orde, voordat hij kan beginnen aan een innerlijke orde. Daarom kan men in allerlei organisaties altijd rekenen op de trouw van de Steenbokmens, terwijl de trouw van de Watermanmens zich slechts uitstrekt over mogelijk aanwezige innerlijke waarden.

Beiden bezitten echter de volharding van Saturnus, een volharding in het geloven in de eeuwigheid of het onophoudelijk herstellen van de stoffelijke zekerheid.

De alchemische zinnebeeldige omzetting van Saturnus in Christus is terug te vinden in de saturnale mens, als een dienende eigenschap, waardoor men hoopt op een geestelijke verheffing: de Steenbokmens; en een negeren van het minderwaardige 'lood' of het onvolmaakte onaardse en het wegdromen in spirituele of ideële beelden: de Watermanmens.

Saturnus sterkt zijn typen door een bewust aanwezige ervaringsherinnering. Ervaringen zijn voor deze mensen zeer belangrijk, het is hun vaste grond, hun saturnale aarde. 

Zij baseren zich daarop: goede zowel als slechte ervaringen worden nauwelijks vergeten. Door de saturnale instraling worden deze in hun herinnering verankerd, zij zijn gierig op deze ervaringen.

Zelfs de luchtige Waterman stemt hierin overeen met de Steenbok, als type van de ijzige luchten bevriest hij deze ervaringen en tekent daarmede zijn verdere levensgang.

Levenservaringen zijn leringen, maar leringen moeten worden verwerkt om verleden tijd te worden, zij moeten niet worden verzameld. Voor de Saturnusmens is er geen verleden, geen heden en geen toekomst, alles beweegt zich binnen een ring en keert steeds weer terug, slechts de spirituele Uranus kan deze ring voor Saturnus doen springen, zo hij zijn macht weder zou ontvangen.

Uranus is een innerlijke kracht, een geestelijke macht.

Zoals bij alle mensentypen is het altijd de geestelijke kracht die de doorbraak bewerkstelligt. Een doorbraak van de Tijd of de belemmering. Satan bezit de sleutels van het heiligdom en dat wil niets anders zeggen, dan dat voor de Zoon des Lichts de toegang tot het Heilige der Heiligen gaat via Satan of Demon.

Het afstand doen of het onthecht zijn, is een moeilijke opgave voor de Saturnusmens, omdat hij over zijn eigen schaduw moet springen. Hij is degene, die altijd geconfronteerd wordt met de Tempelwachter, in zijn schat van ervaringen, in zijn gehechtheid daaraan, in zijn hang naar zekerheid en in zijn vrees voor het onbekende en onzekere en zijn verkapte minderwaardigheidsgevoel.

Niemand wordt heviger, directer en veelvuldiger met Satan of de inwonende Demon geconfronteerd dan de Saturnusmens en daarom verzwaart hij dikwijls zijn levensomstandigheden of deze worden verzwaard, dit is afhankelijk van zijn eigen reacties.

Hoe intensiever hij zijn gehechtheid uit, des te zwaarder maakt hij het voor zichzelf en hoe intensiever hij tracht zijn demon te overwinnen, des te zwaarder zullen zijn levensopgaven worden.

De Watermanmens zal ervan uitgaan, dat alles illusie is en zich er overheen zetten, dat is zijn kracht; de Steenbokmens zal echter plichtsgetrouw trachten elke moeilijkheid uit de weg te ruimen, omdat het hem zwaar valt zich af te wenden of er overheen te zien. Voor hun medemensen zijn beiden echter goede kameraden: men vindt bij hen steun, hetzij in uiterlijke levensomstandigheden, hetzij in geestelijke gezichtspunten.

De Watermanmens bewaart in zich, mystiek gesproken, de harde ervaring dat hij eens overwonnen werd door de Tijd, door het beperkte. Vandaar dat hij zichzelf zelden en dan slechts in noodzakelijke omstandigheden, wegschenkt, overgeeft.

Hierin herkent men opnieuw de gierigheid, het niet willen wegschenken van zichzelf.

De Steenbokmens uit dit op een volkomen andere wijze: hij bezit de oerherinnering dat hij alles overwinnen kan, wanneer hij zichzelf wegschenkt aan de Tijd en daarom is hij zo dikwijls arbeidzaam, zich wegschenkend aan zijn werken, hetzij ten goede, hetzij ten kwade.

Hoewel beide typen dus tegengesteld lijken, bezitten zij beiden de gave van Saturnus: de standvastigheid. Een standvastigheid, die voor velen van hun medemensen een balsem kan zijn in woelige tijden.

Beide aanzichten van de standvastigheid kunnen zegenend werken. Het optimisme van de Waterman, mits hij zich niet laat ringeloren door de uiterlijke onvolmaaktheden en tegenstrijdigheden, die hem altijd ergeren, omdat zij hem eraan herinneren, dat hij in de Tijd is neergedoken of gebonden; of de uiterlijke standvastigheid, dat coûte que coûte verder arbeiden, zonder zich te laten weerhouden door zware omstandigheden.

Beide typen kunnen van elkander leren.

Het Uranus- of spirituele aanzicht is voor hen een noodzakelijke aanwezigheid om de beperkingen te overwinnen.

In de, juist voor hen zo wijsgerige woorden: Demon est Deus inversus, ligt die machtige overtuiging van de tijdelijkheid van de deugden en de ondeugden. De ondeugd is beslist geen satan, noch de deugd een God. Niemand is goed, ook niet één!

De Lichtzoon is Deus òf Demon.

De gespletenheid van de Lichtzoon is zijn zwakheid, maar ook kan deze zijn kracht worden. De natuurlijke gepredisponeerdheid speelt daarbij geen rol. 

Het is niet belangrijk welk zodiakaal type men is. Men krijgt slechts bepaalde begaafdheden mede, maar deze doen niets af of toe aan het werkelijke: Deus òf Demon zijn. Een spiritueel mens zijn, betekent altijd Demon omzetten in Deus en nooit ondeugden overdekken met deugden, dat is een onmogelijkheid. Men kan de nacht niet laten verlichten door de dag, zij hebben beide hun taak.

De ondeugd bezit evenzeer leringen als de deugd. Ondeugden kaatsen hun echo's in het leven van de mens terug, zoals de deugden hun resultaten in het leven etsen.

Niets blijft zonder reactie. Deze reacties ordenen het leven van de mens, hij voegt zich naar hen, hij sorteert hen en maakt daaruit de balans op.

Met de Demon is het echter anders gesteld. Hij bewaakt het heilige der heiligen en hij tracht van tijd tot tijd dit heiligdom te betreden; dan wordt zijn denken satanisch, opgezweept door de gevoelens. Dan heeft Satan zich een toegang verschaft tot de Tempel, hij heeft zich dan meer gepermitteerd dan hem toegewezen is, hij tracht de eeuwigheid te ontkrachten.

Legende en werkelijkheid ontmoeten hier elkander,

Ieder bewust levend mens, spiritueel ernstig trachtend de Demon te vervangen door Deus, weet wanneer Demon het altaar der goden ontheiligd. Alle vormen der oerzonden zijn een bewijs van deze ontheiliging.

De onbewuste Lichtzoon bereikt nooit het voorportaal, waar Satan de sleutels van de tempel in handen houdt, slechts de bewust, spirituele Lichtzoon dringt daarin door. Daarom zal hij ook andere levensomstandigheden kennen, diepere emoties, diepzinniger gedachten en vooral innerlijke overwegingen.

Niemand is goed, ook niet één!

Omdat het goede niet op zichzelf kan bestaan: het heeft het kwade nodig om zichzelf te bewijzen. Zoals de val van Lucifer de aanwezigheid van zowel Demon als Deus bewezen heeft.

De Lichtzoon is zich nadien bewust geworden van het « Demon est Deus inversus ». Maar de weg terug is altijd moeilijker dan de val in de chaos, omdat men zich nu bewust is van de Demon en zijn valstrikken en het goddelijke gevat werd in het lood van Saturnus. Het goud werd in zwart gevat en om dit goud van het zwart te ontdoen, moet men de arbeidsmethode leren.

Zonder inspanning wordt niets bereikt, dat beseft de Saturnusmens heel goed, maar dit gebonden zijn aan de tijdelijke inspanning, kan zo irritant zijn voor hem die gewend is een Lichtzoon te zijn! Dat is de reactie van de door de geest geïnspireerde mens. Het krachtig goddelijke zet hem aan tot het overwinnen van de barricaden, maar hij vergeet zijn gebondenheid, die een realiteit geworden is.

Hij behoeft zich daar niet blind op te staren, noch het te overschatten, maar hij moet het ook niet onderschatten, want dat zou lijden tot extremiteiten en  « de aardse mens kan het Koninkrijk Gods niet binnengaan ».

Saturnus kan het rijk der eeuwigheid niet ingaan, hij is slechts de wachter, zoals het ego van de mens de wachter is tussen het aardse en het onaardse.

Herken deze wachter en benader hem op de juiste wijze. 

Leer het wachtwoord, dat de mens vanuit het Hof van de Vader is overgedragen, opnieuw uit te spreken en Saturnus-Satan zal hem de sleutels tot de innerlijke Tempel in deemoed overgeven.

Er is geen schonere realiteit dan de verborgen werkelijkheid, die God in de mens achterliet.


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene