Voorbereiding

De diepe vrede van Bethlehem werd uitgezongen door hen, die leden, en wordt beleden door hen (die) worstelen op het Pad naar Golgotha.

Als een eenzame wandelaar gaat de pelgrim door een wereld die hem vreemd geworden is — de koude van het onbegrip omkleedt hem.

Op zoek naar de Diepe Vrede neem hij de weg door ’t strijdperk waarin de onwetenden sneuvelen doch zijn Ster verlaat hem niet !

Hongerend naar ’t Levens-manna verdraagt hij de wonden der steniging en weigert het brood der dommen daar slechts de geest zijn honger stilt.

De Diepe Vrede van Bethlehem wordt slechts het deel van hen die niet schuwen de moeiten — die niet vrezen de Wet en wiens moet glanst door tranen.


Put kracht uit deze gedachte:

De Diepe Vrede van Bethlehem inspirere mij, Heer !

Hij die deze gedachte doorlopend vasthoudt in zijn denken, vernieuwt zichzelf.

Ieder spiritueel mens probeert zich via zijn kwaliteiten en gaven te uiten in zijn idealen. Dit gebeurt in de stof, maar ook in het spirituele vlak.

De mensen zijn duidelijk te onderscheiden in spiritualisten en materialisten, idealisten en realisten. Dit is echter een onderscheid, dat door de maatstaf der mensen tot stand is gekomen.

Realisten zijn veelal materialisten, althans hun inslag is materialistischer dan bij de idealisten. Realiteit vindt men in de stof, zo meent de aardse, weinig spirituele mens.

De spirituele mens meent echter, dat de realiteit zich in de geest bevindt en dat de stof de irrealiteit toont. Wanneer idealisten en realisten met elkander in discussie treden, zal er zelden een punt van overeenkomst zijn.

Vanzelfsprekend is er een verschil tussen spiritueel idealisme en stoffelijk idealisme. Men kan zijn ideaal stellen in geld en goed, maar wij spreken hier slechts over de meest pure vorm van idealisme, dat zich altijd projecteert in een onaards belang, of in een belangeloos doel.

Een mens met een werkende ziel zal altijd geneigd zijn zijn interesse te schenken aan deze vorm van idealisme, omdat zijn bloed doortrokken is van ziele-vibraties, die het ego niet aanspreken.  

Men kan door een ideaal worden bezield en zulk een bezieling is vrij van fanatisme, dat medemensen dodelijk kan wonden.

De geest wekt de ziel op tot de ontmoeting met de Geest. 

Zolang de ziel dit nog niet heeft gerealiseerd, blijft deze ontmoeting voor hem een spiritueel ideaal. Het pure, belangeloze ideaal leeft als een gedachtenbeeld in zijn voorvechter en is niet realistisch voor te stellen aan de medemensen, want het abstracte ideaal raakt het spirituele veld. Idealisten kunnen de grens tussen stof en onstoffelijkheid gemakkelijker overschrijden dan de realistische, materialistische mensen. De materialistische realist roept direct tot de gevoelige idealist: « Dat kan niet! »

Inderdaad, voor hem is het onmogelijk, daar zijn gedachten zich niet kunnen verplaatsen over de grens van het realisme, of grofstoffelijke zijn heen. In dit verband is het interessant te bemerken hoe dit idealisme en deze hunkering naar grensoverschrijding leven in de twee Jupiter-mensen: de Boogschutter en de Vissen.

De Vissen worden in de moderne astrologie onder Neptunus geplaatst, doch hier is het net zo als bij de Aquariusmens: indien de Vissen de aardse neigingen hebben overwonnen, komt Neptunus hen te hulp, voor die tijd zijn zij gebonden aan Jupiter.

Jupiter schenkt deze mensen die verbondenheid met hun medemensen, ieder echter op een andere wijze.

De Boogschutter wil doceren, theoretiseren, onderwijzen en beleren. De Vissen willen bijstaan, van dienst zijn, zichzelf ondergeschikt maken. In deze beide zodiakale typen herkent men duidelijk de zinnebeeldige wijsheid uit de Griekse mythologie, waarin Zeus een rol speelt.

Zeus, ofwel Jupiter, was de heerser onder de goden, hij regeerde over allen en trof elk kwaad door het vreselijke geweld van zijn vernietigende bliksem. Hij heette wijsheid te bezitten, maar zijn wijsheid was de wijsheid van de natuur, die uitroeit hetgeen ziek en misvormd is en het kwaad straft volgens de wet van oorzaak en gevolg. Zeus volgde de harde, meedogenloze, maar rechtvaardige wet van de natuur.

Er was echter één macht, die over hem regeerde en deze heette de Moiren: het noodlot, of het toegewezen levenslot. Aan haar was Zeus of Jupiter onderworpen.

De Moiren zijn de drie schikgodinnen: Clotho, de spinster - Lachesis, de lotbeschikster en Atropos, de onafwendbare, de dochters van de nacht of van Zeus en Themis. De verheven, almachtige godinnen van het eeuwige noodlot, die met scepters in de hand al het geschapene, het goden- en mensdom beheersen.

En nu is het frappant dat de beide Jupitertypen: Boogschutter en Vissen, deze zijden van de planeet duidelijk tonen.

De Boogschutter is de heerser, de docent, de overheerser van alle andere goden, die het noodlot tart en met zijn bliksem straft.

De Vissen tonen de verborgen zijde van Jupiter: zijn angst voor de Moiren, de macht aan wie hij onderworpen is en die hem straft als hij zijn eigen boekje te buiten gaat. In vriendschappen vullen de Sagittarius- en de Piscesmensen elkander aan, omdat zij deze twee zijden van Jupiter vertegenwoordigen en samen dus één geheel vormen.

Dit is natuurlijk bij alle typen, die de twee zijden van één planeet vertegenwoordigen zo, maar hier is het duidelijker geprononceerd, omdat Jupiter een overheersende kracht is, zowel in meerwaardigheid als in minderwaardigheid. De twee typen van een planeet kunnen elkander echter niet uit de cosmische ban verlossen. Integendeel. Aanvulling schenkt tevredenheid.

De Boogschutter tart zijn verborgen angsten, de Vissen gaan gebukt onder hun vrees en zorg. De eerste bezit die onstuitbare drang tot groei en uitbreiding, de tweede uit deze drang op een verborgen wijze: door meditatieve instelling.

Alles wat de Boogschutter verbergt, is de Vissen!

Beiden streven naar uitbreiding in spirituele zin (sprekend over de spirituele mens), maar de eerste tracht dit door realisatie in de stof en de tweede door een realisatie in het onstoffelijke gebied te doen.

De harde, meedogenloze bliksemende kracht van Jupiter is in werkelijkheid de verborgen vrees voor de Moiren. Door zijn vernietigende optreden tegen het kwaad tracht hij de Moiren te ontlopen, het lot, het zijn, dat in de sterren geschreven zou staan.

Door de Moiren, het fatum, de door de goddelijke zieners verkondigde wil van het noodlot, achtervolgd, hebben beide Jupitertypen de neiging om te vervallen in de hoofdzonde van Jupiter: de gulzigheid.

Gulzigheid in het bezitten van licht; gulzigheid in het straffen van het kwaad; gulzigheid als tegenwicht tegenover de klap, die de Moiren mogelijk zouden kunnen toebrengen.

« Als ik dit alles bezit, of dit alles weet, of dit alles realiseer….., zullen de Moiren mij mogelijk met rust laten ». Dat is de drijfveer achter Jupiter. Mythisch gezien is dit logisch, want volgens de mythen is Jupiter, Zeus, de enige die het noodlot van zijn broeders ontsprongen is. Deze gevaarlijke ontsnapping met behulp van Gaia, de aarde, tekent het leven van Jupiter en ook van zijn typen.

Daarom is er een hechte verbintenis tussen de aarde en Jupiter-Zeus: zij zijn door eenzelfde angst met elkander verbonden geworden. Hieruit vloeit die astrologische verklaring voort, dat Jupiter de wijsheid van de natuur beoogt uit te dragen. Zij zijn gehouden door de natuur heen tot hogere wijsheid te komen.

De Boogschutter tracht dit door realisatie in de stof. De Vissen tracht dit door ervaring of weten te verkrijgen in de onstoffelijke gebieden van deze aarde, maar beiden haken naar weten om hierdoor wellicht de Moiren te ontkomen.

Ook hier dus weer als basis van alle belemmering: de angst.

De gulzigheid, als hoofdzonde van Jupiter, handhaaft zich door de vrees. Wanneer ziel en geest elkander moeten ontmoeten in het goddelijke trillingsveld, dan moet allereerst de angst worden uitgedaan. In de Pistis Sophia kan men nalezen, hoe zij, de Sophia, steeds opnieuw de prooi wordt van die angst (soms verborgen, soms duidelijk zichtbaar) en hoe zij dan maar één oplossing kent: het Licht aanroepen.

Het Licht der Lichten, groter dan welk cosmische licht dan ook, is in staat iedere belemmerende kracht te verjagen. Dit weten ligt besloten in de ziel. Ook de Jupitermens weet dit en daarom tracht hij, op zijn eigen wijze, dit Licht te bemachtigen om de Moiren te overwinnen.

Zoals de Leeuwmens koninklijk en stralend de stof negeert en zo deze tracht op te heffen, zo vecht de Boogschuttermens tegen die stof en tracht hem door zijn vernietigende bliksem te pulveriseren en zo tracht de Vissenmens aan deze stof te ontkomen door het onzichtbare gebied te verkennen. Maar dit is de oplossing niet!

Strijd en ontvluchting, ontkenning en bedekking, grijpen de oorzaak niet aan. Elk mens, die zich niet overgeeft aan het Licht der Lichten, is op de vlucht voor zichzelf, voor zijn eigen, individuele fatum. Daarom zijn vele spiritueel zoekende mensen zo intens gespannen, zo onevenwichtig. Zij worden voortgejaagd, zij drijven zichzelf voort tot aan de muur, waarop hun verzenen kapot geslagen worden, waartegen hun harde hoofd barst en waardoor hun hart verbitterd uiteengereten wordt.

Bij ieder belemmering ziet men wederom hoe de mens moet omkeren, terugkeren tot daar waar hij besloot te vluchten. Hij moet zijn verborgen reden onderkennen, zijn masker afwerpen en datgene wat hij ontvlucht tegemoet treden. Dat is de oplossing.

Op het moment dat men besluit stil te staan, stil te zijn en datgene dat men vreest, bewust of onbewust (hoewel men zich daar altijd van bewust kan worden) tegen te treden, valt de angst weg, mits men tegelijkertijd dat inwonende licht der ziel bundelt en uit dit kernpunt het grote Licht der Lichten aanroept.

Elke spirituele zoeker en bewust het Pad bewandelende mens, kan de heiligende werkzaamheid hiervan bevestigen. Maar zolang men rondraast op zoek naar een tegenkracht, grijpend naar een bekend wapen of de consequenties ontvlucht en verstoppertje speelt met zichzelf, is die stabiele, altijd aanwezige vlam van het Licht der Lichten niet in staat zijn woning in het stoffelijke individu te verlichten. Een flakkerende kaars geeft nauwelijks licht en zij werkt verontrustend, nooit verstillend.

Daar waar de Boogschuttermens rondraast met zijn bliksem, daar drinkt de Vissenmens alles in, als een soort boetedoening.

Doch beiden beogen hetzelfde, beiden worden verbonden door dezelfde drijfveer en beiden kunnen zichzelf tot slachtoffer maken door hun teveel aan uitstraling of absorptie. Dit teveel in een kenmerk van hun hoofdzonde. Uit een instinctieve drang trachten zij daarom door een afgeven deze overmaat wederom te nivelleren.

Daarom wil de Boogschutter beleren, doceren, zijn wijsheid doorlopend uitdragen en de Vissen wil behulpzaam zijn, dienen, mede lijden met zijn medemensen.

Iedereen is instinctief bezig zijn fouten te bestrijden, zijn tekort te verdoezelen en zijn belemmeringen te ontkennen.

Dat is de aard van de mens.

Aan deze problematiek zou een einde kunnen komen, wanneer die simpele leefregel van de Pistis Sophia beleden werd.

Niet in een exaltatieve overgave, niet als een dogmatische handeling of als theorie, maar als een innerlijke realisatie.

Het ideaal dat de spirituele mens voorstaat zou hij waarachtig kunnen realiseren door een realisatie in een zielehandeling.

Velen zullen zeggen: "De ziel is niet reëel!"

Maar niets is juist reëler dan de ziel! Dat moet de spirituele mens toch verstaan. Dat wat men in zijn handen heeft, die vorm en die materie, die zijn niet reëel, die vallen eens uiteen. Maar hetgeen de mens innerlijk bezit en waarmede hij zo vaak een gevaarlijk spel speelt, dat is de realiteit. De werkelijkheid van de gevallen Lichtzoon!

Wanneer men daaraan twijfelt, zal men een moeilijke levensgang hebben, heen en weer geslingerd worden tussen op- en neergang, prooi van de aanvallen der tegenstanders, die hem juist dit heilige kleinood willen ontnemen. Het is deze nietige vlam, die in staat is die onoverkomelijke drempel op de Weg-Omhoog weg te ruimen.

Maar dan moet men allereerst deze drempel zien, zijn plaats onderkennen en bereid zijn, onder de leiding van de vlam, er overheen te stappen.

Dat is het punt in ieder mens: de drempel herkennen, zijn plaats centraliseren en zich overgeven aan de vlam. Deze drie stadia zijn niet van elkander te scheiden. Hierin moet men elkander helpen, niet door getheoretiseer, doch door elkander te bewijzen dat een realisatie mogelijk is.

Alle verwerkelijking is zaak van het individu, maar het proces tot die verwerkelijking kan verlicht worden door hulp van vrienden, medestanders, zielsbewusten. Het bewijs van zulk een realisatie ligt altijd in de mens zelf, in zijn levenspraktijk.

De ziel, zo zij werkzaam is, leidt hem langs en over de obstakels heen en geeft hem eveneens raad in moeilijke situaties. Het is slechts noodzaak om te luisteren, stil te worden voor God, zoals de dogmatische Christen juist zegt.

Stil worden voor God is niets anders dan de innerlijke vlam tegemoet te komen, zoals men zijn beletsel, zijn inwonende Lucifer of Satanaël tegemoet moet gaan.

Satanaël ontmoet men met de vlam der ziel gewapend, niet met een vernietigende bliksem, want wie dit zwaard opneemt, zal door het zwaard vergaan, maar met de Vlam van de ziel.

Er is een groot verschil tussen de bliksem Gods en de bliksem van Jupiter-Zeus. God vormt zijn bliksem uit het Licht der Lichten, dat leven schenkt aan de steen; Jupiter vormt zijn bliksem uit het vuur dezer natuur, dat vernietigt en verbrandt.

Daarom meent Jupiter soms dat hij God is, omdat hij gered is van Saturnus en de macht in handen kreeg. Maar ook zijn macht is tijdelijk! 

Leest er de mythe maar op na!

Jupiter is gebonden aan de tijd, aan de toegemeten uitbreiding der natuur. God is onmeetbaar en decreteert heel de natuur Zijn wetten, ook aan de Moiren, de kracht achter Jupiter.

Voor allen is er slechts één oplossing en daarover zouden wij lang kunnen praten en breed kunnen filosoferen, maar de gevallen Lichtzoon moet allereerst zich bewust worden van de kleine, intens grote kracht van zijn ziel, alvorens hij de ziel kan begrijpen.

Hij moet zich van zijn ziel bewust worden en zou hij dat zijn, dan zou hij ermede werken en de resultaten zouden niet op zich laten wachten! Dan zijn woorden waarlijk overbodig en kunnen gelijken zich hullen in eenzelfde zielestraling, die heiligt en helpt en bemoedigt.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene