Voorbereiding

Aan de horizon van mijn denken licht het visioen der Vrijheid — als een beeld waarnaar mijn ziel onophoudelijk zucht.

Zolang waarheid en leugen elkander echter bestrijden in mijn gemoed herken ik de levenslichten der Vrijheid nog niet.

Zolang het ego zich verheugen blijft in het visioen der vrijheidsmacht versta ik de zieleklanken der Vrijheid nog niet.

Dan is vrijheid een waan die mij redt uit ’t bestaan van ’s werelds baan.

Wanneer de vlammen spelen om het visioen der Vrijheid op het Altaar van uw Dienst, ben ik eindlijk Thuis, Heer!

De geur der lotus stijgt op van het Altaar uwer Dienst, Heer !

Het is wellicht voor de zelfgenoegzame mens onmogelijk te accepteren, dat hij het slachtoffer zou zijn van zijn hoofdzonde, zijn cosmische structuur, zijn karakter, zijn ingeboren bloedsdriften. Naast de ingeëtste typeringen, waaronder de hoofdzonde valt, bezit ieder mens eveneens vrijmakende gaven, d.w.z. drijfveren, die hem van het cosmische stempel, zijn karakter, zijn merktekens kunnen bevrijden.

Deze gaven  komen echter uit de ziel. Een werkzame ziel zal dus meer voor deze mens kunnen doen dan een slapende ziel, die zich willoos laat medevoeren door de persoonlijkheid.

De fatalistische levensopvatting, die voor sommige religieuze groeperingen en voor sommige volkeren zo kenmerkend is, sluit de vernieuwingsmogelijkheid van een zielewerking uit.

Karma, reïncarnatie, horoscopie, lot, al deze begrippen vallen weg zodra de ziel in staat is de leiding in het menselijke leven in handen te nemen. Men kan uit een cosmische tekening het menselijke lot vrijwel zeker aflezen, indien de ziel niet ingrijpt.

De mens is het product van een verleden, gegoten in een vorm, waarin de cosmische trillingen hun kenteken hebben gedrukt.

Een opeenvolging van hernieuwde vormgevingen, maakten hen tot vat vol herinneringen, indrukken, ervaringen, kenmerken. Deze stelling berust niet op geloof, men kan haar heel simpel waarnemen.

In de vormgeving van het zelf van de mens, zijn ik, neemt de Maan een belangrijke positie in, zij is de onontbeerlijke compagnon van de aarde bij de arbeid van de groei, de vormgeving, hoewel haar impulsen destructief zijn voor de ziel.

Zoals bekend, is de Maan een stervende planeet, d.w.z. de fohatkracht, de bezielende trilling is bezig zich uit de Maan terug te trekken, doch daarom is haar straling niettemin uiterst vruchtbaar voor de aarde en voor het emotionele ik van de mens.

Haar stervende kracht draagt een element mede, waarin zielloze mensen, (daarmede bedoelen we tevens occult gerichte mensen, die zich op wil en emotie, op intellectuele scholing en hoogmoed baseren) fantastisch gedijen.

Iemand, die zeer sterk aardgebonden is, leeft op de Maankracht.

Op de graven der doden groeien het gras en de planten welig, de afgewerkte trillingen voeden het levenssap, hoewel tegelijkertijd lijkengif dodelijk kan zijn.

Hierin vindt men de twee tegengestelde werkingen van de Maan en daarom zullen zij, die onder haar straling geboren werden in zichzelf tegengesteld zijn, groeiend, vergarend, optastend en tegelijkertijd dikwijls destructief, vergiftigend. De Maan werkt aantrekkend en afstotend, zoals de wateren der aarde bewijzen en daarom is het Maantype zo dikwijls tegen zichzelf, hoewel hij aan de andere kant zichzelf koestert.

Niemand is meer gemaskerd dan de Maanmens, die vrijwel doorlopend een rol speelt en zichzelf verschuilt achter zijn image, dikwijls onvindbaar voor anderen en soms zelfs onvindbaar voor zichzelf. De Maan bewaakt de aarde en tegelijkertijd zuigt zij haar uit, onttrekt zij het levenssap om zichzelf daarmede te voeden.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene