Voorbereiding

Niet de vraag die mijn mond vermag te vormen, O Licht — zal de weg vinden tot de oneindige hoogte van het Absolute Zijn, waarin de beweging der eeuwige Harmonie geboren wordt!

Niet de emotionele beroering van mijn rusteloos hart, dat zich slechts vermag tegeven in egocentrische overgave — vindt de trilling van uw positieve Vuur-ether, O Licht!

Niet de inspanning van mijn zelfbewuste denken, dat zich vermoeit om de misvormde weerkaatsing van uw Volmaaktheid bekend te maken, vindt de oplossing van uw Harteklop, O Licht!

Maar de openheid van het gemoed — door belangeloze overgave — En de openheid van het verborgen denken, dat zich in de spelonken van mijn hoofd bevindt — leggen de aloude weg bloot, die slechts de eenzame vermag te bewandelen.

Omvat mij — in deze eenzaamheid van uw Pad — met uw warmte van uw Vuur, O Licht! met de koestering van uw Materia, O Licht! met de trillingen van uw Lucht, O Licht! met de reinheid van uw Water, O Licht! En met de essentie van uw etherische levenskracht, O Licht der Lichten!

Opdat ik de sprong tot het Absolute Zijn, vanuit de landen van het niet-zijn, wage, O Levenskracht!

Omvat mij tijdens de eenzaamheid van uw Pad, O Licht!

Wanneer een mens een spiritueel pad wil bewandelen, begint hij met een revolte. In het begin weet de mens niet of hij zulk een pad betreden wil: alles wat hij doet is instinctief, hij reageert uit een aversie tegen zijn huidige levensnormen en geloofsgewoonten.

Daarom begint hij met een verbreking en tot op dat moment zal hij zich niet bewust geweest zijn van een bepaalde innerlijke belemmering, maar in dit eerste beslissende moment bemerkt hij, dat hij eigenlijk niet is zoals hij zichzelf had voorgesteld.

In deze beginnende revolte is de Marsmens meedogenloos doorzettend, hij houdt noch rekening met zichzelf, noch met anderen. De Venusmens wil wel doorbreken, maar hij zoekt een compromis, een eindeloos geschipper is het gevolg. Maar allen geraken in de revolterende beweging en moeten daaruit hun consequenties trekken.

De gedachte aan een doorbraak of een vlucht gaat de gehele mens langzaam maar zeker in beslag nemen, totdat de handeling volgt en de gedachte wegebt. Vanuit het denken wordt de hele mens beïnvloed, doch de eerste impuls komt uit het hart, die zijn wens te kennen geeft aan het denken, waarop dan de rest van de zinnen volgt.

Zo gaat het ook met het betreden van een spirituele weg.

Het begint met een hunkering naar waarachtige spiritualiteit, onderwijl gaan de oude gewoonten verder, totdat het denken tegen het oude leven in opstand komt en dan duurt het nog enige tijd voordat de beslissende stap is volvoerd.

De Venustypen verraden dikwijls hun hart, zij beletten dit zijn impulsen door te geven aan het hoofd. De Marstypen reageren op het hoofd en volgen de instructies van het denken, dat onder Mercurius staat. Mercurius moet wachten op Venus, Mars moet wachten op Mercurius.

In de praktijk wordt bewezen, dat ieder mens eigenlijk een eenheid vormt van de zeven gaven der zeven planeten; zo hij de impuls van slechts één van hen volgt, wordt hij het slachtoffer van een hoofdzonde. In eenheid verkrijgt men het beste resultaat, vooral op spiritueel gebied.

De eenheid van de zeven innerlijke planeten noopt de mens tot een volmaakte handeling. De mens is helaas een verbrokenheid en daarom kost het hem moeite om zulk een eenheid te verkrijgen. 

Er is altijd één planeet, die bij hem de wet voorschrijft en om deze dwang te doorbreken, moet hij attent zijn op zijn hoofdzonden. 

Het is onmogelijk die noodzakelijke eenheid te voltrekken, wanneer de mens ondergeschikt is aan één heerser onder de planeten. Bovendien is men niet vrij, wanneer men  zulk een overheersing ondergaat, men is de gevangene van zijn individuele duivel of Satanaël. De kandidaat bewandelt een spiritueel Pad altijd met zijn metgezel, Satanaël, en zo is hij nooit alleen.

Wanneer de kandidaat dit Pad gaat met God, is hij reeds verder gevorderd op deze weg. God is de Metgezel van de kandidaat, zodra Satanaël terugtreedt, niet eerder.

Het is niet zo dat de spiritualiteit een gevecht betekent tussen God en Satanaël, zoals sommige religies beweren.

God strijdt niet!  Satan staat op tegen God, omdat hij jaloers is op de positie van Adamas, maar God bevecht hem niet!

Welk een dwaasheid om te menen dat God zijn krachten zou gaan meten met een gevallen entiteit. 

Zoiets komt slechts op in het brein van de dualistische mens, die zelf aarzelt tussen God en Satanaël. De essentie van deze typisch menselijke strijd vindt men terug in de Mercuriustypen.

Mercurius wordt gezien als de boodschapper van Zon en staat, astronomisch gezien ook het dichtste bij de Zon.

Mercurius is een zeer verheven planeet in zijn spirituele aanzicht, maar zoals de volksmond leert: « Hoe groter geest, hoe groter beest », is ook de hoofdzonde van Mercurius dikwijls bestiaal in zijn uitingen.

Iemand, die direct onder of naast de leider staat, speelt altijd met de idee dat hij straks deze leider zal opvolgen, zoals eveneens de situaties in het leven aantonen. 

Zo ook met Mercurius. Omdat hij met het licht van de Zon tot de mensen komt, vereenzelvigt hij zich met de Zon en is jaloers op diens uitstraling, zijn licht en kracht. Hij geeft de mens de gedachte van: Niets voor niets en zet hem aan tot handelen, tot transacties. De jaloezie is beweeglijk, een pijl die afgeschoten, opgevangen en opnieuw afgeschoten wordt. Mercurius wordt beheerst door ijverzucht, omdat hij naar iets streeft, naar het volkomen Licht, zoals de Zon dit bezit. Hij is echter één van de meest in zichzelf tegengestelde planeten, want geen van de andere hemellichamen hebben twee zulke scherp tegengestelde kanten.

Daarom  spreekt men van een hoge en een lage Mercurius.

Met Mars en Venus is dit enigszins anders. Men kan spreken over een hogere Mars en dan wordt dit Michaël, die de draak bestrijdt en een hogere Venus en dan wordt deze de tot overgave bereide liefde, maar wanneer men van de hoge Mercurius gaat spreken, bedoelt men: de Lichtboodschapper.

Mercurius draagt dan werkelijk iets van het goddelijke in zich.

Een boodschapper bezit een boodschap, een teken, een herinnering van de afzender. Vandaar dat de beide Mercurius-typen: de Tweeling en de Maagd, volkomen elkanders tegengestelden zijn, hoewel zij beiden door Mercurius overheerst worden. De Tweeling kent de jaloezie als hoofdzonde en de Maagd kent de ijverzucht als hoofdzonde en in deze beide woorden ligt dat subtiele verschil van de beide Mercurius-werkingen.

De Tweelingtypen zijn doorlopend bezig, omdat zij zonder ophouden streven naar iets beters, naar iets hogers, naar meer aanzien, maar altijd naar iets dat in hun ogen waardevoller is.

Hierin ziet men Mercurius die jaloers is op de Zon, hij zal alles op alles zetten om meer licht te verkrijgen en als dit niet lukt, zal hij zichzelf en anderen voorspelen, dat hij dat reeds bezit. 

De ingeboren jaloezie jaagt hem op om te trachten meer te bereiken dan hij wellicht kan. Hij wordt over zijn eigen mogelijkheden heengejaagd en dit leidt tot frustraties en tot een komediespel, waarin deze mens zichzelf spiegelt, omdat zijn bitterheid en teleurstelling hem onevenwichtig maken.

Onder hen vindt men veel onevenwichtigen, de twee sterk geprononceerde zijden van Mercurius strijden om de voorrang.

Ook hierin ligt de jaloezie. 

Daarom is er die rusteloosheid, zodra de ene kant iets bereikt, moet de andere zijde dit zien te overtroeven. De beide kinderen van de Tweeling liggen voortdurend overhoop en dat is nu het lot van de Tweelingmens: òf hij is jaloers, afgunstig op het spirituele, in het algemeen, òf hij is jaloers op zijn medemens, die meer bereikt dan hijzelf.

Het vuur van de jaloezie verbrandt hem, omdat het hem niet met rust laat. Uit deze jaloezie is hij tot alles in staat en de intense pogingen om te bereiken wat hij wil, brengen hem dikwijls tot een instorting.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene