20 - De hoofdzonde : de jaloezie in verhouding tot de Mercurius-mens — Tweelingen en Maagd

Omvat mij tijdens de eenzaamheid van Uw Pad, O Licht !


Voorbereiding

Niet de vraag die mijn mond vermag te vormen, O Licht — zal de weg vinden tot de oneindige hoogte van het Absolute Zijn, waarin de beweging der eeuwige Harmonie geboren wordt!

Niet de emotionele beroering van mijn rusteloos hart, dat zich slechts vermag tegeven in egocentrische overgave — vindt de trilling van uw positieve Vuur-ether, O Licht!

Niet de inspanning van mijn zelfbewuste denken, dat zich vermoeit om de misvormde weerkaatsing van uw Volmaaktheid bekend te maken, vindt de oplossing van uw Harteklop, O Licht!

Maar de openheid van het gemoed — door belangeloze overgave — En de openheid van het verborgen denken, dat zich in de spelonken van mijn hoofd bevindt — leggen de aloude weg bloot, die slechts de eenzame vermag te bewandelen.

Omvat mij — in deze eenzaamheid van uw Pad — met uw warmte van uw Vuur, O Licht! met de koestering van uw Materia, O Licht! met de trillingen van uw Lucht, O Licht! met de reinheid van uw Water, O Licht! En met de essentie van uw etherische levenskracht, O Licht der Lichten!

Opdat ik de sprong tot het Absolute Zijn, vanuit de landen van het niet-zijn, wage, O Levenskracht!

Omvat mij tijdens de eenzaamheid van uw Pad, O Licht!

Wanneer een mens een spiritueel pad wil bewandelen, begint hij met een revolte. In het begin weet de mens niet of hij zulk een pad betreden wil: alles wat hij doet is instinctief, hij reageert uit een aversie tegen zijn huidige levensnormen en geloofsgewoonten.

Daarom begint hij met een verbreking en tot op dat moment zal hij zich niet bewust geweest zijn van een bepaalde innerlijke belemmering, maar in dit eerste beslissende moment bemerkt hij, dat hij eigenlijk niet is zoals hij zichzelf had voorgesteld.

In deze beginnende revolte is de Marsmens meedogenloos doorzettend, hij houdt noch rekening met zichzelf, noch met anderen. De Venusmens wil wel doorbreken, maar hij zoekt een compromis, een eindeloos geschipper is het gevolg. Maar allen geraken in de revolterende beweging en moeten daaruit hun consequenties trekken.

De gedachte aan een doorbraak of een vlucht gaat de gehele mens langzaam maar zeker in beslag nemen, totdat de handeling volgt en de gedachte wegebt. Vanuit het denken wordt de hele mens beïnvloed, doch de eerste impuls komt uit het hart, die zijn wens te kennen geeft aan het denken, waarop dan de rest van de zinnen volgt.

Zo gaat het ook met het betreden van een spirituele weg.

Het begint met een hunkering naar waarachtige spiritualiteit, onderwijl gaan de oude gewoonten verder, totdat het denken tegen het oude leven in opstand komt en dan duurt het nog enige tijd voordat de beslissende stap is volvoerd.

De Venustypen verraden dikwijls hun hart, zij beletten dit zijn impulsen door te geven aan het hoofd. De Marstypen reageren op het hoofd en volgen de instructies van het denken, dat onder Mercurius staat. Mercurius moet wachten op Venus, Mars moet wachten op Mercurius.

In de praktijk wordt bewezen, dat ieder mens eigenlijk een eenheid vormt van de zeven gaven der zeven planeten; zo hij de impuls van slechts één van hen volgt, wordt hij het slachtoffer van een hoofdzonde. In eenheid verkrijgt men het beste resultaat, vooral op spiritueel gebied.

De eenheid van de zeven innerlijke planeten noopt de mens tot een volmaakte handeling. De mens is helaas een verbrokenheid en daarom kost het hem moeite om zulk een eenheid te verkrijgen. 

Er is altijd één planeet, die bij hem de wet voorschrijft en om deze dwang te doorbreken, moet hij attent zijn op zijn hoofdzonden. 

Het is onmogelijk die noodzakelijke eenheid te voltrekken, wanneer de mens ondergeschikt is aan één heerser onder de planeten. Bovendien is men niet vrij, wanneer men  zulk een overheersing ondergaat, men is de gevangene van zijn individuele duivel of Satanaël. De kandidaat bewandelt een spiritueel Pad altijd met zijn metgezel, Satanaël, en zo is hij nooit alleen.

Wanneer de kandidaat dit Pad gaat met God, is hij reeds verder gevorderd op deze weg. God is de Metgezel van de kandidaat, zodra Satanaël terugtreedt, niet eerder.

Het is niet zo dat de spiritualiteit een gevecht betekent tussen God en Satanaël, zoals sommige religies beweren.

God strijdt niet!  Satan staat op tegen God, omdat hij jaloers is op de positie van Adamas, maar God bevecht hem niet!

Welk een dwaasheid om te menen dat God zijn krachten zou gaan meten met een gevallen entiteit. 

Zoiets komt slechts op in het brein van de dualistische mens, die zelf aarzelt tussen God en Satanaël. De essentie van deze typisch menselijke strijd vindt men terug in de Mercuriustypen.

Mercurius wordt gezien als de boodschapper van Zon en staat, astronomisch gezien ook het dichtste bij de Zon.

Mercurius is een zeer verheven planeet in zijn spirituele aanzicht, maar zoals de volksmond leert: « Hoe groter geest, hoe groter beest », is ook de hoofdzonde van Mercurius dikwijls bestiaal in zijn uitingen.

Iemand, die direct onder of naast de leider staat, speelt altijd met de idee dat hij straks deze leider zal opvolgen, zoals eveneens de situaties in het leven aantonen. 

Zo ook met Mercurius. Omdat hij met het licht van de Zon tot de mensen komt, vereenzelvigt hij zich met de Zon en is jaloers op diens uitstraling, zijn licht en kracht. Hij geeft de mens de gedachte van: Niets voor niets en zet hem aan tot handelen, tot transacties. De jaloezie is beweeglijk, een pijl die afgeschoten, opgevangen en opnieuw afgeschoten wordt. Mercurius wordt beheerst door ijverzucht, omdat hij naar iets streeft, naar het volkomen Licht, zoals de Zon dit bezit. Hij is echter één van de meest in zichzelf tegengestelde planeten, want geen van de andere hemellichamen hebben twee zulke scherp tegengestelde kanten.

Daarom  spreekt men van een hoge en een lage Mercurius.

Met Mars en Venus is dit enigszins anders. Men kan spreken over een hogere Mars en dan wordt dit Michaël, die de draak bestrijdt en een hogere Venus en dan wordt deze de tot overgave bereide liefde, maar wanneer men van de hoge Mercurius gaat spreken, bedoelt men: de Lichtboodschapper.

Mercurius draagt dan werkelijk iets van het goddelijke in zich.

Een boodschapper bezit een boodschap, een teken, een herinnering van de afzender. Vandaar dat de beide Mercurius-typen: de Tweeling en de Maagd, volkomen elkanders tegengestelden zijn, hoewel zij beiden door Mercurius overheerst worden. De Tweeling kent de jaloezie als hoofdzonde en de Maagd kent de ijverzucht als hoofdzonde en in deze beide woorden ligt dat subtiele verschil van de beide Mercurius-werkingen.

De Tweelingtypen zijn doorlopend bezig, omdat zij zonder ophouden streven naar iets beters, naar iets hogers, naar meer aanzien, maar altijd naar iets dat in hun ogen waardevoller is.

Hierin ziet men Mercurius die jaloers is op de Zon, hij zal alles op alles zetten om meer licht te verkrijgen en als dit niet lukt, zal hij zichzelf en anderen voorspelen, dat hij dat reeds bezit. 

De ingeboren jaloezie jaagt hem op om te trachten meer te bereiken dan hij wellicht kan. Hij wordt over zijn eigen mogelijkheden heengejaagd en dit leidt tot frustraties en tot een komediespel, waarin deze mens zichzelf spiegelt, omdat zijn bitterheid en teleurstelling hem onevenwichtig maken.

Onder hen vindt men veel onevenwichtigen, de twee sterk geprononceerde zijden van Mercurius strijden om de voorrang.

Ook hierin ligt de jaloezie. 

Daarom is er die rusteloosheid, zodra de ene kant iets bereikt, moet de andere zijde dit zien te overtroeven. De beide kinderen van de Tweeling liggen voortdurend overhoop en dat is nu het lot van de Tweelingmens: òf hij is jaloers, afgunstig op het spirituele, in het algemeen, òf hij is jaloers op zijn medemens, die meer bereikt dan hijzelf.

Het vuur van de jaloezie verbrandt hem, omdat het hem niet met rust laat. Uit deze jaloezie is hij tot alles in staat en de intense pogingen om te bereiken wat hij wil, brengen hem dikwijls tot een instorting.

Anders is dit met de Maagdtypen. Hun jaloezie uit zich volkomen anders, omdat hun innerlijke stabiliteit nooit toegeeft aan de pijlen van het jaloezie-vuur. Hij slaat om naar het tegengestelde en verziekt zichzelf door opzouten, mokken, wrok en afwijzendheid. Hij uit zijn jaloezie in een dikwijls overdreven, precieuze ijverzucht, hij doet zijn oogkleppen voor, opdat hij het verblindende licht van de zon niet ziet en negeert zijn weten daaromtrent, maar ijvert zonder ophouden om zijn zucht naar innerlijke opgang te realiseren.

Daar waar de Tweelingtypen hun doel der vooruitgang kunnen missen, omdat zij steeds weer afgeleid worden door nieuwe methoden, nieuwe doelen, nieuwe mogelijkheden, daar zet de Maagdmens altijd door wat hij eenmaal is begonnen.

Hier is de Boodschapper te herkennen, hij is belast met een opdracht, een arbeid en dit zal hij uitvoeren. Hij is zich bewust van zijn positie. Deze instelling schenkt een zekere meerwaardigheid, waardoor hij ongemoeid zijn beoogde doel kan volgen.

Jaloezie is destructief, ijverzucht is beperkend; een jaloers mens gaat over lijken om zijn doel te bereiken; een ijverzuchtig mens gaat over zijn eigen lijk om zijn onwrikbare doel te realiseren. 

In de Tweelingtypen is de jaloezie naar buiten gericht, als een verzengende vlam slaat zij door de mens heen en treft iedereen om zich heen.

In de Maagdtypen is zij naar binnen gericht, zij holt uit en vreet zijn slachtoffer op.

Ook deze hoofdzonde behoeft geen afschuw op te wekken, want zij is even slecht of even goed als de anderen. Iedere hoofdzonde is een verkracht goddelijk licht. Iedere demon bezat eens de kracht van een godheid.

Er is maar één Licht, één Kracht, één Volmaaktheid.

Het denken van de mens zet deze Kracht om in hoofdzonde, al naar de geaardheid van zijn type. Zowel de Tweeling, als hij onderling d.w.z. innerlijk, harmonie heeft, als de Maagd, als zij haar afgunst op zichzelf opgeeft, kunnen de arbeid van Boodschapper verrichten, zoals Mercurius opgedragen is.

De Tweeling moet behouden wat hij heeft en niet zien naar anderen en de Maagd moet afgeven wat zij heeft en niet afwijzend staan tegenover anderen. Bij beiden speelt de afgunst de rol van de beschermer van hun angst.

De Tweeling-mens is altijd beangst dat hij het niet redt, omdat de anderen hem belagen, hem vóór zijn, hem zijn kansen ontnemen, vandaar zijn wantrouwen.

De Maagd-mens geeft zijn bezit niet af, omdat hij dit te kostbaar vindt voor die anderen en bang is dat zij Het bezoedelen, vandaar dat hij dat meerwaardigheidsgevoel bezit.

Uit het besef van het kostbare innerlijke bezit, kan iets waardevols groeien. Tussen zichzelf afpeigeren, vergooien, vernietigen en zichzelf pijnigen, omlaagtrappen en afsluiten ligt die grens tussen de beide Mercurius-aanzichten.

Mercuriustypen zijn mensen van de rede, ofwel zij praten, ofwel zij praten beslist niet, maar zijn doordacht. De instinctieve jaloezie is als een orkaan, maar de mercuriaanse jaloezie is als een geraffineerde stormloop, altijd schietend op de zwakke plekken.

Ook hier is de angst wederom de oorzaak van de overgave aan de hoofdzonde. De angst is de duivel der tijdelijke natuur en daarom baart zij de zeven hoofdzonden. Indien deze angst er niet zou zijn, zou iedere planetaire hoofdzonde wegvallen en hun individuele opdracht zou openlijk uitgevoerd worden.

Want iedere planeet en daarom ieder planetair type zou gehoor moeten geven aan de hogere opdracht van de zeven geesten.

Mars moet de heilige daad realiseren;

Venus moet de liefde in het hart opwekken;

Mercurius moet de heldere belangeloze Rede uitdragen.

Zo zullen hun typen dit eveneens moeten realiseren en dan doet het er niet toe of men een Tweeling- dan wel een Maagdtype is.

De denkende Rede en de uitdragende Rede zijn beiden onontbeerlijk, zij behoren bij elkander.

De spirituele mens heeft de taak voor zijn ziel het pad te effenen, maar dit zal hij altijd doen op zijn specifieke manier, op de wijze die de zodiakale overheersing hem ingeeft.

De zodiak bepaalt zijn karakter, zijn bloedserfenis bepaalt zijn uiterlijke gedragingen of gewoonten, maar die uitgesproken zodiakale neigingen worden bepaald door zijn type en deze zijn altijd te herkennen. Wanneer deze neigingen omgezet zouden kunnen worden in de planetaire taak des hemels, dan zouden zij de bloedserfenis overschaduwen en de mens een hulp kunnen zijn.

Een liefdevol hart (Venus), een heilige moed (Mars) en een wijze rede (Mercurius) zijn, zo niet bewijzen van, dan altijd voorbereidingen voor een zielevervolmaking.

Een liefdevol hart kent geen wellust, een heilige moed kent niet de bezetenheid van de drift en een wijze rede kent noch onredelijkheid, noch redeloosheid, die zo kenmerkend zijn in de jaloezie. Achter deze drie werken des hemels staat dan ook niet het ego, maar altijd de kernkracht des hemels: de Geestzon, God!

God kent geen angst, daarom strijdt hij nooit tegen Satanaël, noch kent hij de zucht tot overwinnen of de wellust tot onderwerpen. Men strijdt nooit uit moed, maar altijd uit onbewuste angst of instinctieve angst en ook eerzucht baseert zich op angst.

Hij, die zijn hoofdzonde bestrijdt, vreest hem, hij, die zijn hoofdzonde ontloopt, vreest hem eveneens, en hij, die zijn hoofdzonde maskeert, vreest hem ook. Maar hij, die zijn hoofdzonde onderkent, hem erkent en hem dan de deur wijst, omdat hij hem niet meer wil accepteren als levensbeschermer, hij kiest de juiste weg!

Men kan zijn harte-poort sluiten, ook zijn denken kan men afgrendelen. 

Zijn deze beide immuun voor de listen van de hoofdzonde, dan komt de mens vrij!

Iedereen is in staat zulk een handeling te verrichten, als men maar bewust hunkert en bewust wil, omdat men gekozen heeft tussen stof en geest.

Iedereen, die gekozen heeft, neemt de middelen te baat, die hem verder kunnen helpen, slechts de hypocriet wijst hen af.

De kern van de spiritualiteit ligt altijd in die onberedeneerde, ingeboren interesse, die voortkomt uit dat Oerweten en die niet te doven is door beletselen, door falen en door dogma's.

Uit deze ziele-interesse krijgt men de kracht tot de voortgang op dit smalle Pad en daarom gelooft deze door de ziel gedragen mens in de overwinning, in het Aurora en niemand kan hem dit geloof ontnemen!

Dit geloof overwint zijn angst en daarmede sterft ook de hoofdzonde. Dan ligt de Thuisweg probleemloos voor hem, overgoten door de Geestzon.


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene