De kandidaat moet ook het tegendeel van de voornoemde levensdriften leren kennen:

  • De Ram moet leren: zowel de ziel als de medemens wilsvrijheid te gunnen.
  • De Stier moet leren: zichzelf los te maken van iedere bezitsvorm.
  • De Tweeling moet leren: principieel één richting te kiezen.
  • De Kreeft moet leren: zichzelf te geven zonder voorbehoud.
  • De Leeuw moet leren: zichzelf te vernederen.
  • De Maagd moet leren: zichzelf open te stellen voor andere inzichten.
  • De Weegschaal moet leren: de harmonie te zoeken in het eigen zelf.
  • De Schorpioen moet leren: doorzetting te verkrijgen over de zelfvernietiging heen.
  • De Boogschutter moet leren: zijn theorie te concretiseren.
  • De Steenbok moet leren: alle houvast los te laten en zelfstandig te worden.
  • De Waterman moet leren: te dienen door mede-leven.
  • De Vissen moeten leren: zichzelf te beschermen door de rede.

En nu is het zo, dat in ieder mens deze laatste twaalf kwaliteiten aanwezig moeten zijn, maar dringt men door tot de Minotaurus, dan komen de verdere gaven vanzelf op de kandidaat toe.

De electromagnetische trilling van de Geest bewerkt, dat de serieuze kandidaat telkens weer voor zijn fundamentele drift wordt geplaatst.

Dat is een voorrecht, een steun, die slechts de serieuze kandidaten ontvangen. Er wordt bemoeienis met hen gehouden!

Het kan irriterend voor de mens zijn, men kan steeds opnieuw het gevoel hebben, dat men teruggeworpen wordt op zichzelf en dat men moeizaam wederom opkrabbelt: maar het is een voorrecht.

Dat is de zweepslag des Vaders, om het in Bijbeltaal uit te drukken!

Iedere kandidaat zal steeds opnieuw en steeds op verfijndere wijze in situaties geplaatst worden, waarbij hij beproefd wordt in zijn levensdrift. Zo er waarlijk een hoge electromagnetische trilling in de mens werkt, wordt men van boven naar beneden open-gespleten.

Het labyrint wordt blootgelegd en men staat van aangezicht tot aangezicht met de Minotaurus.

Daarbij kan noch de astrologie de mens van dienst zijn, noch de vermomming in de schijn-spiritualiteit. De bliksemflits vanuit de Andere Natuurorde gaat de kandidaat opensplijten, of hij wil of niet. Is zijn tegenstand blijvend, dan komen er ziekten, allerlei vormen van uitvluchten. Geeft hij zijn tegenstand op, dan worden de bliksemflitsen des Geestes een machtige hulp, die hem in een oogwenk veranderen. Hij behoeft zelfs niet op zijn hoede te zijn voor zijn onbewuste zucht naar eigenbelang of zelfhandhaving.

De electromagnetische trilling, die zijn ziel tot leven wekt, vaagt de trillingen der natuur weg en neemt hun plaats in. 

Zolang de kandidaat geen levende ziel bezit, d.w.z. niet beschikt over enige electromagnetische kracht uit de goddelijke kosmos, is zijn strijd tegen de levensdrift zinloos, zelfs af te raden. Het ik vecht tegen het ik!

De kandidaat moet zich laten leiden en attent zijn op wat er geschiedt in hem, met hem, aan hem! Hij moet zich niet laten voortjagen door de fundamentele levensdrift, want men wordt verslonden en men zal weldra, om met de Pistis Sophia te spreken: « een demon zijn, die alleen is in de lucht. »

Wanneer men alleen in de lucht is, is de verlorenheid over de mens gekomen, want de binding met de Geest is hem ontnomen.

Dat risico lopen de mensen allen, wanneer zij de Minotaurus blijven voeden met maagdelijke d.w.z. nog niet omgezette levenstrilling.

Moge men daarom het land van de leugen ontvluchten, om het land der waarheid binnen te gaan en zijn vrees uitbannen! Want het is de vrees voor de waarheid, die de zelfhandhaving in de mens aanwakkert.

Bewaar de Draad van Ariadne en niets kan de mens geschieden in het labyrint en tegenover de Minotaurus.

Moge de kandidaat de moed vinden om de drempel tot zelfkennis te passeren!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene