Deze fundamentele uitdrukkingen van de twaalf zodiakale typen, zetten elke kandidaat, die nog uit deze natuur leeft, aan tot allerlei handelingen, die deze natuurdrift kunnen bevredigen.

Alle bijverschijnselen, zoals jaloezie, haat, begeerte en zelfs de goede eigenschappen van iedere mens, worden ondergeschikt gemaakt aan de fundamentele drift. Deze drift behoeft niet absoluut slecht, d.w.z. anderen benadelend te zijn (hoewel om het doel te bereiken menigeen niet op de medemens let), maar deze geconcretiseerde levensdrift zuigt wel de levenssappen uit de ziel.

Alle bovengenoemde driften staan direct tussen de ziel en de mens, en de ziel en de geest.

Om tot neutralisatie te komen van deze fundamentele demon, moet de kandidaat het tegendeel trachten uit te dragen, trachten te stimuleren. Vanzelfsprekend gebeurt dit direct wanneer de ziel levend wordt. De kandidaat berokkent zichzelf dan smart door het handhaven van zijn fundamentele natuurdrift.

Men moet zich niet forceren tot verkrampte pogingen om zichzelf te verbeteren, maar wel attent zijn op de individuele weg. Is de ziel ontwaakt, levend, dan kost het de mens in het geheel geen moeite om zijn belemmeringen op te ruimen.

Maar de persoonlijkheid moet inzien waarom het hem niet lukt mede te bewegen op die zieleweg en tenslotte onder te gaan.

Omdat hij zichzelf handhaaft via de fundamentele levensdrift.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene