Voorbereiding

Ontspan u en ontledig u van alle natuurgebonden belemmeringen.

Gebed

In het Licht van uw Schijnsel, O Geestzon daal ik neder in de afgrond van het labyrinth — verborgen in de diepten van mijn wezen.

Laat de gouden gloed van uw etherische Vuurkracht mijn hoofd omvangen houden, wanneer de spookgedaanten der duisternis mij trachten te omvangen —

laat de warmte van uw Land der Harmonie mijn hart koesteren, opdat het levend blijve als de schaduwen der liefdelozen verkilling brengen.

Niets is er dat mij zal kunnen beroven van de Herinnering aan Uw Levensbron, O Onbegrensde, zo de resonantie van het Lied van Bouw blijft vibreren in mijn gemoed.

De hunkering mijner ziel vormt het begin waarop de onvernietigbare Eenheid met Uw Geest gefundeerd wordt —

Moge deze Eenheid, Geest des Lichts, mij begeleiden als een Zekerheid, wanneer ik afdaal in de grenzenloze diepte van het labyrinth der waarheid —

opdat het zwaard der prea-Herinnering het monster der zwarte wateren doorsteke en mij herscheppe in het Reine Water des Levens dat zijn bronnen opent voor Uw Vuur der Vernieuwing.

Herschep mijn verdeeldheid in de Eenheid van den Beginne, O Levenskracht der Openbaring!

Amen

Herinner u deze gedachte (spreuk van deze lezing) dagelijks — praktizeer daardoor de Stilte en koncentreer uw Innerlijke Kracht. Intensiveer uw Innerlijke Stilte en verdiep u daarna in bijgaande astrosophische tekst. Betracht een ogenblik Stilte na lezing en wissel — indien u met meerderen bent, zo nodig van gedachten.

Bewaard « de les van Harmonie » — innerlijk en uiterlijk — en u zult voortgang vinden op het Pad!

De levenstrilling komt als een electromagnetische aanraking vanuit de Zon. Deze Zon, een samenbundeling van electromagnetische levenskracht, belevendigt de zodiakale typen.

De natuurlijke levenstrilling, komende vanuit de zon, zet elk van de twaalf mensentypen aan tot een bepaalde levensuitdrukking.

Elk type wordt gekenmerkt door één fundamentele drift, die aangewakkerd wordt door de levenstrilling. Aan deze drift zijn alle andere neigingen ondergeschikt gemaakt, zij dienen alle deze basisopenbaring.

In de mens, heel diep verborgen in het eigen zelf, zetelt de Minotaurus, het fundamentele monster, waaraan alle andere trawanten gehoorzamen.

Men zal verstaan dat zelfkennis, om dit monster te ontdekken, een eerste vereiste is.

Iedere kandidaat op het Pad van Verwerkelijking zal zijn eigen Labyrint moeten betreden om de Minotaurus te ontmoeten.

Deze wordt gevoed door de levenstrilling, die door de trawanten van ieder mens (zijn egocentrische handelingen), uitgedragen en geïnhaleerd wordt. Men inhaleert levenstrilling via hart en denken en draagt deze uit via wil en handeling. Dit betreft de levensuitdrukking in de zichtbare vorm.

Abstract gezien nemen hart en denken de scheppende functie van de wil en de daad over, terwijl etherisch het bewustzijn en het bloed de levenstrilling inhaleren. De uiterlijke mens toont zichzelf door zijn wil en zijn handelingsleven, de innerlijke mens bewijst zichzelf door het hart en het denken.

Vanzelfsprekend gaat, zo alles juist functioneert, de uiterlijke mens de innerlijke mens uitdrukken in de stof. In de meeste gevallen echter leeft de innerlijke mens verborgen achter de handelingen van de uiterlijke mens.

Deze twee wezens zijn dikwijls van elkander gescheiden, ja, soms zelfs tegengesteld, waardoor allerlei disharmonische situaties ontstaan, in het lichaam, in het leven.

De Minotaurus in het labyrint van de mens is als een vampier, die alle levenstrilling opzuigt en daardoor zichzelf versterkt.

Levenstrilling, die eigenlijk aangewend zou moeten worden om de persoonlijkheidsmens tot Inzicht en Inkeer te brengen.

De parasiet, die de mens voortdurend van zijn moed, zijn energie, zijn wilskracht en zijn verlangen berooft, is deze Minotaurus.

Wanneer men in het dagelijkse leven waarlijk een ander mens wil worden, een verandering in zichzelf wil aanbrengen, dan behoort men af te dalen in de spelonken, een moeilijke onderneming. 

Elk type zet de zonne-levenstrilling nl. direct om in een bepaalde uitdrukking, die zich in hem verschuilt en dikwijls volkomen vervormd naar buiten komt. De bijverschijnselen, de velerlei trawanten van de leeuwenkracht, storten zich op de geconcentreerde levenstrilling en versplinteren deze, drukken er tevens hun eigen stempel op.

De vele horoscopische aspecten, astrologisch uitgedrukt, zijn slechts minimale invloeden, die het fundamentele beeld van elk type bedekken, maskeren. De ascendant is één van deze bedekkingen, die een grote rol speelt.

De ascendant, het zodiakale teken, dat zich op het geboorte-uur boven de horizon verheft, plaatst zich namelijk, jong en energiek in de zonnekracht en trekt veel van de levenstrilling aan. Achter deze jonge, levensbegerige ascendant, verbergt zich echter de vol levensenergie zijnde zodiakale heerser, die zich nooit laat overheersen door de ascendant.

De ascendant is de bedrieger, de schijnvorm, die de waarheid gaat bedekken. Een mens kan zich nooit achter de trillingen van zijn zodiakale ascendant of diens planeet verbergen. Diep in hemzelf leeft altijd de Zon, de levenstrilling, die via zijn zodiakale heerser tot hem komt.

Een natuurgeboren type, dat niet direct aan zijn zodiakale teken te herkennen is, heeft een prima masker van zijn ascendant meegekregen!

De gehele noodorde is, door de voortgezette zondeval, een schijntoestand geworden, waarbinnen de mens zichzelf en elke demon zijn medetrawanten bedriegt.

Iedere zodiakale demon, iedere planeet loeit van begeerte, van levensdrift. Er is geen enkele demon, die een wet der ziel, of een goddelijke Wet nastreeft. Alle zijn op het eigenbelang uit. Vandaar de gruwelijke leugen. Zelfs in de astrologie komt uit, dat de mens niet is, die hij zegt te zijn!

De ascendant en tevens de andere zodiakale invloeden dragen slechts de leugen uit. Zij allen bedriegen de Zon, als een karikatuur van de ziel, die haar God bedroog, waarvan zij de levenskracht ontvangen. Ieder mens is een vat vol leugen en tegenstrijdigheden, van bedrog en huichelarij.

Waarlijk, een labyrint vol donkere gangen, waar zich aan het einde de Minotaurus bevindt.

Wil men binnengaan, dan zal men de Draad van Ariadne stevig in zijn handen moeten houden. Men zal de herinnering aan de electromagnetische trilling des Geestes, die de ziel beroerde, levend moeten houden, zo men wil slagen in zijn opdracht.

Verliest men die herinnering en begeeft men zich in het labyrint, dan komt men om, men verdwaalt, de Minotaurus verslindt de mens! D.w.z. de ziel wordt door zijn eigen persoonlijke labyrint op een dwaalspoor geleid en tenslotte door zijn individuele Minotaurus verslonden.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene