2 - Zon als stimulans voor het prototype der natuur

Bewaar de zang des levens in uw geheugen en leer daaruit de les van harmonie.


Voorbereiding

Ontspan u en ontledig u van alle natuurgebonden belemmeringen.

Gebed

In het Licht van uw Schijnsel, O Geestzon daal ik neder in de afgrond van het labyrinth — verborgen in de diepten van mijn wezen.

Laat de gouden gloed van uw etherische Vuurkracht mijn hoofd omvangen houden, wanneer de spookgedaanten der duisternis mij trachten te omvangen —

laat de warmte van uw Land der Harmonie mijn hart koesteren, opdat het levend blijve als de schaduwen der liefdelozen verkilling brengen.

Niets is er dat mij zal kunnen beroven van de Herinnering aan Uw Levensbron, O Onbegrensde, zo de resonantie van het Lied van Bouw blijft vibreren in mijn gemoed.

De hunkering mijner ziel vormt het begin waarop de onvernietigbare Eenheid met Uw Geest gefundeerd wordt —

Moge deze Eenheid, Geest des Lichts, mij begeleiden als een Zekerheid, wanneer ik afdaal in de grenzenloze diepte van het labyrinth der waarheid —

opdat het zwaard der prea-Herinnering het monster der zwarte wateren doorsteke en mij herscheppe in het Reine Water des Levens dat zijn bronnen opent voor Uw Vuur der Vernieuwing.

Herschep mijn verdeeldheid in de Eenheid van den Beginne, O Levenskracht der Openbaring!

Amen

Herinner u deze gedachte (spreuk van deze lezing) dagelijks — praktizeer daardoor de Stilte en koncentreer uw Innerlijke Kracht. Intensiveer uw Innerlijke Stilte en verdiep u daarna in bijgaande astrosophische tekst. Betracht een ogenblik Stilte na lezing en wissel — indien u met meerderen bent, zo nodig van gedachten.

Bewaard « de les van Harmonie » — innerlijk en uiterlijk — en u zult voortgang vinden op het Pad!

De levenstrilling komt als een electromagnetische aanraking vanuit de Zon. Deze Zon, een samenbundeling van electromagnetische levenskracht, belevendigt de zodiakale typen.

De natuurlijke levenstrilling, komende vanuit de zon, zet elk van de twaalf mensentypen aan tot een bepaalde levensuitdrukking.

Elk type wordt gekenmerkt door één fundamentele drift, die aangewakkerd wordt door de levenstrilling. Aan deze drift zijn alle andere neigingen ondergeschikt gemaakt, zij dienen alle deze basisopenbaring.

In de mens, heel diep verborgen in het eigen zelf, zetelt de Minotaurus, het fundamentele monster, waaraan alle andere trawanten gehoorzamen.

Men zal verstaan dat zelfkennis, om dit monster te ontdekken, een eerste vereiste is.

Iedere kandidaat op het Pad van Verwerkelijking zal zijn eigen Labyrint moeten betreden om de Minotaurus te ontmoeten.

Deze wordt gevoed door de levenstrilling, die door de trawanten van ieder mens (zijn egocentrische handelingen), uitgedragen en geïnhaleerd wordt. Men inhaleert levenstrilling via hart en denken en draagt deze uit via wil en handeling. Dit betreft de levensuitdrukking in de zichtbare vorm.

Abstract gezien nemen hart en denken de scheppende functie van de wil en de daad over, terwijl etherisch het bewustzijn en het bloed de levenstrilling inhaleren. De uiterlijke mens toont zichzelf door zijn wil en zijn handelingsleven, de innerlijke mens bewijst zichzelf door het hart en het denken.

Vanzelfsprekend gaat, zo alles juist functioneert, de uiterlijke mens de innerlijke mens uitdrukken in de stof. In de meeste gevallen echter leeft de innerlijke mens verborgen achter de handelingen van de uiterlijke mens.

Deze twee wezens zijn dikwijls van elkander gescheiden, ja, soms zelfs tegengesteld, waardoor allerlei disharmonische situaties ontstaan, in het lichaam, in het leven.

De Minotaurus in het labyrint van de mens is als een vampier, die alle levenstrilling opzuigt en daardoor zichzelf versterkt.

Levenstrilling, die eigenlijk aangewend zou moeten worden om de persoonlijkheidsmens tot Inzicht en Inkeer te brengen.

De parasiet, die de mens voortdurend van zijn moed, zijn energie, zijn wilskracht en zijn verlangen berooft, is deze Minotaurus.

Wanneer men in het dagelijkse leven waarlijk een ander mens wil worden, een verandering in zichzelf wil aanbrengen, dan behoort men af te dalen in de spelonken, een moeilijke onderneming. 

Elk type zet de zonne-levenstrilling nl. direct om in een bepaalde uitdrukking, die zich in hem verschuilt en dikwijls volkomen vervormd naar buiten komt. De bijverschijnselen, de velerlei trawanten van de leeuwenkracht, storten zich op de geconcentreerde levenstrilling en versplinteren deze, drukken er tevens hun eigen stempel op.

De vele horoscopische aspecten, astrologisch uitgedrukt, zijn slechts minimale invloeden, die het fundamentele beeld van elk type bedekken, maskeren. De ascendant is één van deze bedekkingen, die een grote rol speelt.

De ascendant, het zodiakale teken, dat zich op het geboorte-uur boven de horizon verheft, plaatst zich namelijk, jong en energiek in de zonnekracht en trekt veel van de levenstrilling aan. Achter deze jonge, levensbegerige ascendant, verbergt zich echter de vol levensenergie zijnde zodiakale heerser, die zich nooit laat overheersen door de ascendant.

De ascendant is de bedrieger, de schijnvorm, die de waarheid gaat bedekken. Een mens kan zich nooit achter de trillingen van zijn zodiakale ascendant of diens planeet verbergen. Diep in hemzelf leeft altijd de Zon, de levenstrilling, die via zijn zodiakale heerser tot hem komt.

Een natuurgeboren type, dat niet direct aan zijn zodiakale teken te herkennen is, heeft een prima masker van zijn ascendant meegekregen!

De gehele noodorde is, door de voortgezette zondeval, een schijntoestand geworden, waarbinnen de mens zichzelf en elke demon zijn medetrawanten bedriegt.

Iedere zodiakale demon, iedere planeet loeit van begeerte, van levensdrift. Er is geen enkele demon, die een wet der ziel, of een goddelijke Wet nastreeft. Alle zijn op het eigenbelang uit. Vandaar de gruwelijke leugen. Zelfs in de astrologie komt uit, dat de mens niet is, die hij zegt te zijn!

De ascendant en tevens de andere zodiakale invloeden dragen slechts de leugen uit. Zij allen bedriegen de Zon, als een karikatuur van de ziel, die haar God bedroog, waarvan zij de levenskracht ontvangen. Ieder mens is een vat vol leugen en tegenstrijdigheden, van bedrog en huichelarij.

Waarlijk, een labyrint vol donkere gangen, waar zich aan het einde de Minotaurus bevindt.

Wil men binnengaan, dan zal men de Draad van Ariadne stevig in zijn handen moeten houden. Men zal de herinnering aan de electromagnetische trilling des Geestes, die de ziel beroerde, levend moeten houden, zo men wil slagen in zijn opdracht.

Verliest men die herinnering en begeeft men zich in het labyrint, dan komt men om, men verdwaalt, de Minotaurus verslindt de mens! D.w.z. de ziel wordt door zijn eigen persoonlijke labyrint op een dwaalspoor geleid en tenslotte door zijn individuele Minotaurus verslonden.

De Zon beweegt het water van het organisme en brengt zo het natuurlijke leven in de mens. Men leeft dus via alle onderdelen van zijn wezen, hoewel, medisch gezien, het hart het levensbeginsel is.

Het hart, als machtig absorptie-element, drinkt het waterprincipe van de levenstrilling in, het denken neemt tegelijkertijd het vuurprincipe van de levenstrilling op.

Iemand, die slechts met het denken leeft, is eenzijdig, onjuist gedisponeerd naar deze natuur en zij, die uitsluitend door het hart leven, eveneens. Beide mensentypen zijn onevenwichtig.

Het natuurlijke evenwicht ligt in de absorptie van de gehele levenstrilling.

In het overdragen van de zonne-levenstrilling speelt mede de Maan een belangrijke rol. De Maan is een afhankelijke planeet, zoals alle andere planeten afhankelijk zijn van de Zon, maar zij weerkaatst het negatieve element van de levenstrilling.

In deze noodorde is niets positief en negatief in zichzelve.

Het kenteken van de zondeval is, dat positief en negatief gescheiden werden. Het negatieve of waterige element trekt altijd het positieve of vuurelement aan, indien zij dit zou afstoten dan betekent dat disharmonie.

In waarheid zijn de tegengestelden een en dezelfde.

De oorzaak van alle problematiek is gelegen in het feit, dat water en vuur, als negatief en positief, elkander afstoten. Dat is de val.

De noodorde-wet dwingt het mannelijk en vrouwelijk principe tot elkander, omdat anders de schepping uiteen zou vallen, op zou houden. Deze noodorde-wet is echter een geforceerde oplossing, ontstaan door de zondeval.. In de chemie en de natuurkunde trekken negatief en positief elkander aan en houden elkaar in evenwicht.

Het levensprincipe is gebaseerd op de hunkering, de absorptie, het dringende vragen van het negatieve principe.

De goddelijke Schepping kent die hunkering niet, want zij is niet in zichzelf gespleten. De roep, uitgaande van het water, of negatieve element, is een noodwetmatige oplossing. Zoals de Roep van de ziel de enige oplossing, de enige voorwaarde is om de Geest tot zich te brengen.

De natuurlijke levenstrilling vermag, door stimulering van de fundamentele zodiakale drift, de roep der ziel te smoren. Daarom moet men die levenstrilling onderkennen in zijn eigen fundamentele uitdrukkingsvorm. Ontneemt men de individuele Minotaurus zijn voedsel, dan zal hij sterven en het labyrint wordt blootgelegd en opgelost. Dan staat er geen belemmering meer tussen de ziel en haar Geest.

Om de kandidaat enig houvast te geven, willen wij hem graag voorleggen op welke wijze de levenstrilling zich in ieder type uitdrukt.

Wij stippen slechts de fundamentele uitdrukkingswijze aan, waardoor de levensdrift ieder type beheerst. Wij laten het aan de kandidaat zelf over om deze Minotaurus op te sporen, te ontmaskeren en dan de hongerdood te doen sterven.

De levenstrilling handhaaft zich: 

In de Ram door: wilsoverheersing.

In de Stier door: zekerheid zoeken.

In de Tweeling door: het twee Heren dienen.

In de Kreeft door: vlucht in het eigen zelf.

In de Leeuw door: handhaving van schijn-koninklijkheid.

In de Maagd door: zelfbegrenzing.

In de Weegschaal door: eenheid zoeken.

In de Schorpioen door: zelfvernietiging (depressie).

In de Boogschutter door: theoretiseren.

In de Steenbok door: onzelfstandigheid.

In de Waterman door:  autoritaire hoogmoed.

In de Vissen door: negatieve zelfovergave (mediumschap)

Deze fundamentele uitdrukkingen van de twaalf zodiakale typen, zetten elke kandidaat, die nog uit deze natuur leeft, aan tot allerlei handelingen, die deze natuurdrift kunnen bevredigen.

Alle bijverschijnselen, zoals jaloezie, haat, begeerte en zelfs de goede eigenschappen van iedere mens, worden ondergeschikt gemaakt aan de fundamentele drift. Deze drift behoeft niet absoluut slecht, d.w.z. anderen benadelend te zijn (hoewel om het doel te bereiken menigeen niet op de medemens let), maar deze geconcretiseerde levensdrift zuigt wel de levenssappen uit de ziel.

Alle bovengenoemde driften staan direct tussen de ziel en de mens, en de ziel en de geest.

Om tot neutralisatie te komen van deze fundamentele demon, moet de kandidaat het tegendeel trachten uit te dragen, trachten te stimuleren. Vanzelfsprekend gebeurt dit direct wanneer de ziel levend wordt. De kandidaat berokkent zichzelf dan smart door het handhaven van zijn fundamentele natuurdrift.

Men moet zich niet forceren tot verkrampte pogingen om zichzelf te verbeteren, maar wel attent zijn op de individuele weg. Is de ziel ontwaakt, levend, dan kost het de mens in het geheel geen moeite om zijn belemmeringen op te ruimen.

Maar de persoonlijkheid moet inzien waarom het hem niet lukt mede te bewegen op die zieleweg en tenslotte onder te gaan.

Omdat hij zichzelf handhaaft via de fundamentele levensdrift.

De kandidaat moet ook het tegendeel van de voornoemde levensdriften leren kennen:

  • De Ram moet leren: zowel de ziel als de medemens wilsvrijheid te gunnen.
  • De Stier moet leren: zichzelf los te maken van iedere bezitsvorm.
  • De Tweeling moet leren: principieel één richting te kiezen.
  • De Kreeft moet leren: zichzelf te geven zonder voorbehoud.
  • De Leeuw moet leren: zichzelf te vernederen.
  • De Maagd moet leren: zichzelf open te stellen voor andere inzichten.
  • De Weegschaal moet leren: de harmonie te zoeken in het eigen zelf.
  • De Schorpioen moet leren: doorzetting te verkrijgen over de zelfvernietiging heen.
  • De Boogschutter moet leren: zijn theorie te concretiseren.
  • De Steenbok moet leren: alle houvast los te laten en zelfstandig te worden.
  • De Waterman moet leren: te dienen door mede-leven.
  • De Vissen moeten leren: zichzelf te beschermen door de rede.

En nu is het zo, dat in ieder mens deze laatste twaalf kwaliteiten aanwezig moeten zijn, maar dringt men door tot de Minotaurus, dan komen de verdere gaven vanzelf op de kandidaat toe.

De electromagnetische trilling van de Geest bewerkt, dat de serieuze kandidaat telkens weer voor zijn fundamentele drift wordt geplaatst.

Dat is een voorrecht, een steun, die slechts de serieuze kandidaten ontvangen. Er wordt bemoeienis met hen gehouden!

Het kan irriterend voor de mens zijn, men kan steeds opnieuw het gevoel hebben, dat men teruggeworpen wordt op zichzelf en dat men moeizaam wederom opkrabbelt: maar het is een voorrecht.

Dat is de zweepslag des Vaders, om het in Bijbeltaal uit te drukken!

Iedere kandidaat zal steeds opnieuw en steeds op verfijndere wijze in situaties geplaatst worden, waarbij hij beproefd wordt in zijn levensdrift. Zo er waarlijk een hoge electromagnetische trilling in de mens werkt, wordt men van boven naar beneden open-gespleten.

Het labyrint wordt blootgelegd en men staat van aangezicht tot aangezicht met de Minotaurus.

Daarbij kan noch de astrologie de mens van dienst zijn, noch de vermomming in de schijn-spiritualiteit. De bliksemflits vanuit de Andere Natuurorde gaat de kandidaat opensplijten, of hij wil of niet. Is zijn tegenstand blijvend, dan komen er ziekten, allerlei vormen van uitvluchten. Geeft hij zijn tegenstand op, dan worden de bliksemflitsen des Geestes een machtige hulp, die hem in een oogwenk veranderen. Hij behoeft zelfs niet op zijn hoede te zijn voor zijn onbewuste zucht naar eigenbelang of zelfhandhaving.

De electromagnetische trilling, die zijn ziel tot leven wekt, vaagt de trillingen der natuur weg en neemt hun plaats in. 

Zolang de kandidaat geen levende ziel bezit, d.w.z. niet beschikt over enige electromagnetische kracht uit de goddelijke kosmos, is zijn strijd tegen de levensdrift zinloos, zelfs af te raden. Het ik vecht tegen het ik!

De kandidaat moet zich laten leiden en attent zijn op wat er geschiedt in hem, met hem, aan hem! Hij moet zich niet laten voortjagen door de fundamentele levensdrift, want men wordt verslonden en men zal weldra, om met de Pistis Sophia te spreken: « een demon zijn, die alleen is in de lucht. »

Wanneer men alleen in de lucht is, is de verlorenheid over de mens gekomen, want de binding met de Geest is hem ontnomen.

Dat risico lopen de mensen allen, wanneer zij de Minotaurus blijven voeden met maagdelijke d.w.z. nog niet omgezette levenstrilling.

Moge men daarom het land van de leugen ontvluchten, om het land der waarheid binnen te gaan en zijn vrees uitbannen! Want het is de vrees voor de waarheid, die de zelfhandhaving in de mens aanwakkert.

Bewaar de Draad van Ariadne en niets kan de mens geschieden in het labyrint en tegenover de Minotaurus.

Moge de kandidaat de moed vinden om de drempel tot zelfkennis te passeren!


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene