18 - De hoofdzonde : de drift in verhouding tot de marsmens — Ram en Schorpioen

De Diepe Vrede van Bethlehem inspireert mij!


Voorbereiding

Ik heb U gezocht — mijn gehele leven lang — en Gij kwaamt niet in woorden en leringen maar in de tedere troost van mijn gewonde hart.

Gij kwaamt niet door wetten of door gewoonten — Gij kwaamt in de schoot van mijn Verbeelding als een lentewind waarop al mijn bedenkingen heenvloden.

Licht! Onmetelijke kracht in een onbegrensd universum! Schepper van mijn krachten — Schepper van mijn gaven! Schepper van mijn Leven! Kom tot mij in deze Stilte die mij omhult als het kleed der Ontvangenis;

Lom tot mij in dit ogenblik waarin ik U herken als mijn Levensbron. Kom tot mij, Vader-Moeder mijner ziel! Kom tot mij en schenk mij Uw Inzicht!

O Vreugde mijns levens! Hoop! Metgezel in kwellende duisternis! Licht van ontelbare zonnen — laat mij verder reizen in de glans van Uw aanwezigheid!

Wanneer een mens werkelijk spiritueel is, is zijn leven uitsluitend gericht op spirituele doeleinden. Zodra dit het geval is, wordt deze mens minder geketend aan de invloeden van sterren en planeten.

Het gevleugelde woord: De sterren heersen wel, maar dwingen niet is uitsluitend op deze mens van toepassing. Voor alle anderen is de cosmische invloed der sterren een dwang.

Ontsnapping aan de ring van Saturnus is slechts mogelijk wanneer het door de cosmische invloeden mede gevormde ego zijn initiatief uit handen geeft aan de ziel. Om misvatting te voorkomen benadrukken wij nog even onze idee, dat de ziel niet  het lagere zelf is, zoals sommige groeperingen menen, noch is de geest het hogere zelf.

De ziel is het inwonende goddelijke beginsel, dat allereerst levend werkzaam kan zijn in de Hogere Verbeelding, door middel van de impressies van het Oeratoom, of de Oerherinnering.

Oeratoom en ziel staan direct met elkaar in verbinding. Het ziele-atoom, in goddelijke zin gesproken, is als het oeratoom, de oer-herinnering komt uit dit atoom voort.

De astrologie meent dat de Maan de ziel beheerst, maar de oerziel wordt door niets beheerst, dan door God zelve.

De verbeelding, die door de Maan wordt geïnspireerd is niet de goddelijke ziel, die beweegt op de fluistering van de oer-herinnering. Deze lagere ziel is gelijk aan het geconcentreerde centrum der emoties in de mens.

De goddelijke ziel bevindt zich bij zijn volledige manifestatie in het hoofd, als eenheid tussen het hart en het hoofd. De geest waarover wij spreken, is tot aan deze volkomen contemplatie van de ziel uitwonend. Wij memoreren dit even om onze opvatting tegenover de klassieke astrologie duidelijk te maken, die de geest in de mens projecteert, terwijl wij zeggen: zolang de mens nog ondergeschikt is aan de zichtbare zon- en maanwerkingen, bezit hij de Universele, Goddelijke Geest, die hem boven deze beperking verheft, niet.  Zou hij deze Geest wel bezitten, dan was een astrosofische beschouwing voor hem van geen belang, want hij kent zijn beperkingen en zijn verlossings-mogelijkheden.

Want wat is er merkwaardiger, dan dat hij die zijn verlossings- mogelijkheden kent, deze niet zou benutten?

En toch is dit het geval.

Er is dus een witte vlek in de verbintenis, intellectueel en emotioneel en vooral in de zielebinding, tussen God, de Vader, en de mens! Die witte vlek noemt men soms wil, soms ego.

Wij prefereren de aanduiding: hoofdzonde, daar de witte vlek bewijst, dat ieder mens, spiritueel of niet, goedwillend dan wel kwaadwillend, onherroepelijk geboeid ligt aan zijn hoofdzonde.

In die hoofdzonde vindt men alle belemmeringen terug: ego, luiheid, hoogmoed, wil en hoe de verdere benamingen mogen zijn. Zou men zijn hoofdzonde herkend hebben, dan wil dat nog niet zeggen, dat de mens daarom tegen die hoofdzonde zou gaan strijden of zich van hem zou losmaken.

In de mens leven zoveel impulsen, dat het moeilijk is om de fatale hoofdzonde in zichzelf te herkennen, denkt men wellicht.

Een nauwgezet zelfonderzoek zal de mens niettemin op zijn spoor zetten.  Maar wat dan?

Wat gebeurt er daarna?

Niets is moeilijker dan de individuele hoofdzonde aan te grijpen, want zijn wortels zitten diep in het bloed verankerd.

Als men zegt: de mens moet Saturnus-Satan in zichzelf vernietigen, dan is hierin de hoofdzonde inbegrepen, want zijn Satanaël-Saturnus heeft voor hem het gezicht van de hoofdzonde.

Iedere hoofdzonde en de bijpassende planeet liggen gevangen binnen de ring van Satanaël-Saturnus.

Om een dieper inzicht te verkrijgen in de werking van de eigen hoofdzonde zal men deze stuk voor stuk in verband moeten brengen met het type van de mens. 

De normale astrologische ordening volgende, zullen we dan beginnen met het Marstype, zoals deze herkend kan worden in de Ram en de Schorpioen-geborenen.

Mars schept de hoofdzonde: de drift.

Drift is een vuurwerking; bij de Ram uit hij zich in instinctieve impulsiviteit, bij de Schorpioen wordt hij tot een kolkende heetwaterbron, nooit aflatende, voortdurend bruisende.

De eerste werking is hevig, maar ebt weg; de tweede werking is brandend en vreet door.

De Ram-drift is wondend, brekend, zichtbaar ruïneus; de Schorpioen-drift is ondermijnend, verzengend, steeds opnieuw de oude bedding uitgravend, zoals het waterelement doet.

Het Ramtype vergeet snel; het Schorpioentype vergeet niet gauw, alles ligt opgetast in het verzengende spoor, dat zijn drift heeft gekozen.

Men moet deze hoofdzonde niet vergelijken met die geëmotioneerde en agressieve uitbarstingen van de onevenwichtige mensen. Deze drift is veel fundamenteler.

De oppervlakkig driftige mens is dikwijls van zijn drift te genezen door een zelfdiscipline of een psychologische behandeling. 

Maar de drift als hoofdzonde is door geen enkele psychiater, noch door de wil te beteugelen. Hij is een microcosmische belemmering, die men heeft te overwinnen, alvorens de mens op een eventueel spirituele weg verder kan gaan!

Elke hoofdzonde is om te zetten in een edele eigenschap, zoals de omzetting de basis vormt voor de herschepping.

« Niets wordt vernietigd », zo zeiden de druïden, « God vernietigt niet, Hij herschept ».

Eigenlijk is de uitdrukking vernietigen met betrekking tot de eigen hoofdzonde fout, wij bedoelen ermede: hij moet ondergaan in die edele gave, waarmede de Koninklijke mens is uitgerust.

Het ego kan eveneens niet vernietigd worden, dan zou de tot God terugkerende mens immers geen instrument meer hebben voor zijn terugkeer.

Het Endura is een wegsterven in God, een overgave van het oude aan het nieuwe. Zo is het met ieder mensentype.

De mens is geboren onder een bepaalde sterrenkracht, om via juist deze cosmische impuls het type over te geven. Lukt het niet deze keer, in dit leven, met dit type, dan zal de kandidaat het opnieuw moeten proberen, via een andere straling in een volgend leven.

Iedere zodiakale gevangenis bezit een deur, iedere aeon bezit een poort. De ene aeon is beslist niet gevaarlijker of belemmerender dan de andere, geen type is spiritueler, of beter dan de andere.

Zolang Satanaël-Saturnus overheerst, zijn al de twaalf typen gevangenen en heerst over hen dezelfde wet.

Men kan ook niet de positieve eigenschappen van de planeet-geborene afwegen tegen de negatieve eigenschappen. Dit zou een ijdel bewegen zijn tussen de twee tegengestelden: goed en kwaad.

Men zegt b.v. van het Marstype, dat hij moedig is en men noemt dit een positieve eigenschap.

In werkelijkheid is het Marstype laf, maar overwint dit door zijn uiterlijke moed. Hij overschreeuwt door zijn daden de mogelijk innerlijke fluistering, die aan zijn geweten appelleert.

Dat is een specifieke uiting van de drift of de toorn. De drift verhult andere dingen, die de mens niet wil erkennen. Door veel kabaal overstemt men datgene wat men vergeten wil!

Druk bezig zijn, door een alles overheersende drift, met bepaalde zaken, doet andere dingen, die wellicht belangrijker, maar voor de ego-mens vervelender zijn, op de achtergrond verdwijnen.

De hoofdzonde is voor ieder mens zijn specifieke masker.

Soms maakt dit op de buitenwereld een prettige indruk, als de goede eigenschappen van deze maskerade op de voorgrond treden, zoals in dit geval: de moed. Soms maakt het een antipathieke indruk, als de kwade eigenschappen op de voorgrond treden, zoals bijv. hier de agressie en de lichtgeraaktheid.

Een ander aanzicht van de hoofdzonde: de drift, is de sexualiteit, de drift tot begeren.

Begeerte is het Schorpioenen-gezicht van de drift. Deze kan zich uitdrukken in sexualiteit, maar eveneens in weten, in hebben, in de nooit aflatende drift van het water om zijn eigen bedding te bepalen. Niettemin zijn de Mars-geborenen de mensen, die de 'daad' moeten stellen en zo zij dit tot op heden via hun drift doen, zullen zij toch op een gegeven moment die daad moeten herscheppen in een kracht, een edele moed, die niets te verbergen heeft, noch de eigen lafheid, noch de eigenliefde of de eigen begeerte. Daarom is het altijd zo goed zichzelf af te vragen: Waarom doe ik dit of dat?

Waarom ben ik zo moedig, zo weetgierig?

Waarom word ik zo gepassioneerd voortgedreven naar een bepaald doel?

In dit verband is de zesde Tarotkaart van belang: de beslissing.

In dit beslissende moment staat de kandidaat stil, hetgeen betekent, dat hij niet door één van de hoofdzonden wordt gestimuleerd. Men moet stilstaan om een keuze te doen, deze stilstand is een innerlijke werkzaamheid, maar een uiterlijke stilte, naar de natuur. Er bestaat geen stilstand zonder beweging.  Zolang de mens niet één is in zichzelf, een samensmelting van de Adamas-Hevah, kent hij geen stilstand.

Hij mag geen stilstand, in de oppervlakkige betekenis van het woord, kennen, omdat dit een dood zou betekenen. Binnen de saturnale begrenzing betekent dood een her-indaling in de stof, een oplossing in de atomen en een weder-samenvoeging.

In de goddelijke wijsheid is dood als zodanig onbekend, er is slechts een doorlopend voortbestaan. De mens staat nooit stil in zijn ontwikkeling: Of hij graaft zich dieper in de materie, dan wel hij verheft zich daaruit.

Het Marstype forceert deze wet-der-beweging door zijn eigen ongebreidelde drift.

De Marsmensen, zoals het lente-geborenen betaamt, wil de aardkorst doorbreken en zet zich daar volkomen achter. Daarom gelukt hem veel, maar ten koste van andere belangen: medemensen, gezondheid, oude realisaties.

De Schorpioen-mens beoogt hetzelfde, maar doet het anders: hij herhaalt, hij hamert tot in den treure op hetzelfde aambeeld, totdat hij zijn zin krijgt.

Zo gaat het in het horizontale leven, zo zal het ook gaan in het spirituele leven. Ieder mens richt de kracht van zijn hoofdzonde op het door hem te bereiken doel.

Natuurlijk zal iedereen iets van deze drift in zichzelf herkennen, omdat men de invloeden van alle planeten ondergaat, maar op het kritieke moment blijft de wezenlijkste drijfveer van alle over: de individuele hoofdzonde.

Wanneer de mens bijv. zichzelf zeer ernstig voorneemt om eindelijk zijn keuze te doen, wordt hij op hetzelfde moment tegenover zijn hoofdzonde geplaatst. 

Maar dan moet hij waarlijk serieus zijn! Onbevangen en ongemaskerd staande tegenover zijn eigen maskeradepakje. Het is onjuist, dat iemand niet zou weten, waar zijn grote belemmering zit. Hij wil het niet weten, een onwetendheid, die vrijwel altijd voortkomt uit de dwang van zijn hoofdzonde. Om de kandidaat twaalf voorbeelden te geven, die hij bij zichzelf kan controleren:

De Ram-geborenen willen niet weten, hun moed verbergt deze lafheid.

De Stier-geborenen vermijden het weten, hun verlangen naar soliditeit verbiedt hen dit.

De Tweeling-geborenen hebben geen tijd voor een zelfonderzoek, hun interesse is te vluchtig.

De Kreeft-geborenen willen het wel weten, om zichzelf in hun onvolkomenheid te kunnen spiegelen

De Leeuw-geborenen zien kans om nog trots te zijn op hun gebreken, een mens is maar een mens.

De Maagd-geborenen sluiten zich op in hun onmacht, en verwijst daarom de arbeid naar anderen.

De Weegschaal-geborenen schuwen lelijkheid en moeiten en daarom negeren zij een zelfonderzoek.

De Schorpioen-geborenen interesseren zich in een zelfonderzoek, omdat zij begeren te weten, maar dit blijft bij begeerte.

De Boogschutter-geborenen zijn zozeer gericht op hetgeen eens komen moet, dat hij de eerste bepalingen tot zelfonderzoek vergeet.

De Steenbok-geborenen vinden het hun plicht te doen, wat hen wordt voorgehouden en daarom onderzoeken zij zichzelf formeel, niet intuïtief.

De Waterman-geborenen juichen alle spirituele streven toe, maar eigenlijk menen zij dat zij het reeds goed doen! Waartoe dan nog meer moeiten?

De Vissen-geborenen vinden een zelfonderzoek juist, maar willen dit door iets of iemand bij hen laten doen!

Er zijn dus een paar typen die beslist wel tot een serieus zelfonderzoek komen, maar onder leiding van hun hoofdzonde.

En de uitkomst is dan altijd het tegendeel van het beoogde.

Iemand, die zijn keuze wil doen, d.w.z. voor de beslissing staat, moet objectief tegenover zichzelf staan De uitkomst zal dan nooit zijn een zelfbeklag, een zelfvergiffenis of een zelfbestudering, maar altijd een daad tot herschepping.  In deze daad tot herscheppen kan men Mars herkennen als hij door de Geestzon wordt beschenen. 

De lente van het Nieuwe Leven zet hem aan tot een Daad.

Hij, die zijn beslissing genomen heeft en dit bewijst, krijgt de hulp van de zeven planeten in hun spirituele aanzicht, zoals de Adam-mens hulp krijgt van Adamas.

In zulk een moment is er geen sprake meer van een onderscheid tussen de typen, want dan wordt de mens zeven-in-één, een regenboog, die het goddelijke reine wit uitstraalt.

Dan kan men niet meer zeggen: « De mens blijft strijden met zijn medemens! », want zijn medemens draagt ook het stralende wit en is daarom als hijzelf.

Naar deze Eenheid streeft en verlangt de kandidaat, het is misschien nog veraf, maar het is realiseerbaar, zolang er een God bestaat, die deze Harmonie vertegenwoordigt.

Wanneer men als spiritueel mens, in een God gelooft, hoe men Deze ook noemen mag, moet men geloven in deze realisatie der harmonie.

De mens beschaamt zijn geloof, maar God zal de mens nooit beschamen!  En uit God komt zulk een Harmonie voort, niet uit mensen, die zonder God wandelen.

Daarom rest de pelgrim maar één wens: Moge de diepe Godsvrede van Bethlehem spoedig indalen, opdat een Veld van Bethlehem zich spreiden zal daar waar hij gaat.


1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene