Voorbereiding

Leg uw denken neder in de stilte van de saturnale afwezigheid — en laat de trillingen des Lichts binnen.

Gebed

Kom tot mij, Heer der onbegrensde lichten — gij, tot wien ik mij wenden kan in de momenten van uitzichtloosheid —

Kom tot mij, Heer der genade en der vrede — gij, tot wie ik mij wenden kan als de strijd mij verscheurt —

Kom tot mij, Heer der vijf elementen gij, tot wie ik mij wenden kan als mijn wereld ineenstort.

Kom tot mij, Heer van de Dans der Vreugde, gij tot wie ik mij wenden kan as droefenis mij bespot.

Kom tot mij, Vader-Moeder der onsterfelijken gij, wiens kandelaber brandt in mijn vergeten heiligdommen.
kom tot mij en voer mij binnen in uw Wijsheid — indien mijn ziel u waardig is, Heer der Zielen!

Amen

Verberg u i de devote hunkering en versterk geloof — hoop en moed.

Saturnus-stralingen beproeven de mens op zijn spiritualiteit.

Bij ieder mens is Saturnus de drempel, waar hij overheen moet stappen. Hetzelfde zegt Hermes-Tresmegistos: Saturnus vormt het lot.

Het lot ligt niet buiten de mens, het ligt in hem. Indien de mens van het materiële leven wil overgaan tot het spirituele leven, dan moet hij het lot, Saturnus, overwinnen. Dit lot is een erfenis uit het verleden, het ligt verankerd in zijn microkosmische erfenis, en het bepaalt zijn bewustzijnsgraad en zijn zwaarste obstakel.

Het lot is echter aanwezig om het te overwinnen, niets is onoverwinnelijk!

De Hermetische leringen zeggen, dat de materie waarin men kristalliseert 's mensen lot vormt. Men kan in een spirituele, zowel als in een materiële vorm kristalliseren. Daar waar men stilstaat, daar ligt de drempel voor de mens.

Men vindt bij de mensen onderling allerlei stadia van bewustzijn, de één blijft steken in de grove materiële bevrediging, de ander in eerzucht, weer een ander in filosofie. Dit is een bewijs dat de Saturnus van die mens zich op dat niveau bevindt, als een wachter, die het wachtwoord wil vernemen, alvorens hij de zoeker doorlaat.

Saturnus houdt de mens vast in een bepaald stadium en het is slechts na een individuele inspanning, dat zulk een stadium doorbroken kan worden. Een te lang oponthoud in bepaalde spirituele stadia, verwekt de heilige ziekten, zoals de ouden zeggen. Dit zijn alle vormen van abnormale sensitiviteit, epilepsie, magie, occulte gaven. De mens ligt vast in zulk een gave en hij kan daaraan niet ontsnappen, hetzij hij zichzelf een enorme inspanning getroost.

In al deze verschijnselen ziet Hermes het werk van een individuele Saturnus. Er is de mens een halt toegeroepen, omdat hij voor een volgende stap niet voldoende bewustzijn, kennis of inzicht bezat. Zodra men begrensd wordt door een idee, zodra men meent alles wel te weten, of men denkt voldoende spiritualiteit te bezitten, heeft men kennis gemaakt met zijn individuele Saturnus, de ingeschapen Saturnus, die de micros medekreeg.

Om deze Satan te overwinnen, heeft men kwaliteiten medegekregen en men werd in een bepaalde situatie geplaatst, om daarmede deze specifieke Satan te trotseren. Zo de mens zich echter van deze wetenschap afkeert, overwint Saturnus-Satan hem en wordt hij gekristalliseerd in zijn eigen denken.

In de astrologie leert men dat Saturnus de tegenstelling vormt van de Zon. Saturnus trekt tot zich, absorbeert zijn eigen kracht, totdat hij een keiharde materie wordt; de Zon straalt uit, schenkt.

Saturnus vormt in het menselijke leven het noodlot (Nemesis), omdat zijn absorberende kracht de stilstand en de verharding brengt. Men kan op allerlei wijzen kristalliseren, de hoogste kristallisatie-vorm is de subtiel religieuze uitdrukking, waarbij men zichzelf verliest in een abstracte spiritualiteit, zonder daarbij interesse te tonen voor de veelheid der andere opvattingen.

De enige mogelijkheid tot doorbraak van zulk een saturnale belemmering, is altijd licht- of zonnekracht, ziele-kracht, zegt Hermes. Indien een mens zich afsluit voor spirituele onderwerpen, of hij meent dat zijn bewustzijn niet meer in staat is spirituele waarden in te drinken, dan staat hij voor zijn wachter.

Geeft hij toe aan het neen van deze wachter en keert hij terug op zijn schreden, dan verstart hij in zijn type, in zijn denken, zijn levensgewoonten. Zodra hij echter wederom vooruit wil, stuit hij nogmaals op deze wachter, die hij overwinnen moet om één schrede voorwaarts te kunnen doen. Zonder moeiten komt niemand verder. Dat is vanzelfsprekend, ook in spiritueel opzicht.

Komt de mensheid voor haar wachter te staan, dan kan zij twee dingen doen: Òf berusten in haar lot en afwachten welke rampspoeden over haar hoofd worden uitgestort, òf door inzicht en wijsheid de wachter overwinnen. Dit is afhankelijk van het aantal mensen dat een hoger of verlicht bewustzijn bezit; zij zullen de minder bedeelden mede moeten trekken. 

Individueel is men gebonden aan het persoonlijke bewustzijn.

Het ego, als geconcentreerde denkkracht, als convergerende werkzaamheid, is zuiver saturnaal. Saturnus is de belemmering van en in het ego. In de ziel zelf liggen geen beletselen, maar haar tegenpool: het ego werpt de barricaden op.

Het ego is het lood, het Saturnus-materiaal, de ziel is het goud, het Zonne-materiaal. Hieruit volgt logischerwijze, dat het ego (het lood) ver-assen moet, wil het goud volmaakt worden. Indien de mens echter weigert om zijn wachter te passeren, elke keer opnieuw, totdat hij de achtste sfeer of de achtste dag heeft bereikt, is er geen sprake van een ver-assing van dit lood, of dit ego.

Het is dus altijd onjuist om te blijven staan bij een idee, bij een overtuiging of een gedachte. Het denken moet verder, het moet zich een weg banen door middel van Intuïtie en Ge-weten en onder de bescherming van de ziel. Het denken is saturnaal, dan wel verlicht door de Zon, het kan nooit beide zijn.

Zich vastklampen aan een herinnering, aan een verleden, aan gebeurtenissen, is een saturnale werkzaamheid. De ziel, geleid door het licht, denkt altijd vooruit, het projecteert naar buiten.

De heilige ziekten zijn een bewijs van het zoekende ego, dat zich vastklemt aan een vorm in één der astrale gebieden.

Het ego zoekt altijd de vorm, de ziel zoekt het vormloze, omdat zij geen angst bezit om de stoffelijke zekerheid te verliezen. Zij zoekt geen bevestiging in welke vorm dan ook, omdat de ziele-zintuigen ook zonder vorm een materialisatie herkennen kunnen.

De ziel wil niets zien in de stoffelijke betekenis van het woord, omdat zij dit niet nodig heeft! Iedereen, die zintuigelijke bewijzen zoekt, bewijst daarmede dat zijn ego bevrediging verlangt en dat hij dus saturnaal arbeidt.

Het ego zegt: « Ik wil zo graag iets in handen hebben » , het wil concrete vormen.  Zijn alle concreties niet stoffelijk? Ook de astrale vormen, die de stoffelijke zintuigen beroeren?

Men moet zich boven elke stoffelijke vorm verheffen, wil men Saturnus overwonnen hebben.  

Zoals de archaïsche Yoga zegt: « Al bezit men alle gaven, dat wil niet zeggen dan men Shiva kent! » 

Alle gaven blijven binnen de begrenzing van Saturnus; Satan belevendigt het instinct tot zelfbehoud. Zelfbehoud in het spirituele en in het materiële zijn. Om echter tot zelf-overwinning te komen, moet men eerst een Satan-Saturnus bezitten.

Ieder mens, die een belemmering bezit, ligt gevangen binnen de Saturnus-macht en dus kan hij zich op een fundamenteel zijn afzetten.

Iemand, die zich afgeremd gevoelt in zijn denken en zoeken, kan overheerst worden door twee emoties.

Ten eerste: door de irritatie van het halt van zijn individuele Saturnus en ten tweede: doordat hij zich innerlijk gedwongen gevoelt verder te gaan. Bij irritatie geeft hij de strijd op, bij het verlangen tot voortgang getroost hij zichzelf een offer.

Men kan zichzelf dus hierin herkennen.

Wanneer Hermes Tresmegistos Saturnus het individuele noodlot noemt, dan doelt hij op dat fundamentele noodlot van het ego, dat zichzelf verliezen moet en dit niet wil. Hieruit ontstaan de heilige ziekten, waarover in de bijbel o.a. wordt gezegd: en Jezus joeg de duivelen uit. Deze heilige ziekten zijn een toevluchtsoord van het, tot aan de rand van zijn kunnen, geforceerde ego, zoals alle dogmatische religies toevluchtsoorden zijn voor het ik.

Het ik zoekt een plaats waar het zich voor zijn wachter kan verbergen en zich zelfs kan inbeelden dat deze wachter er niet is.

Het ego is doorlopend op de vlucht voor zijn spiegelbeeld.

Zonder spiegel kan het zich inbeelden dat het niet bestaat. Zich verliezen in filosofie is een panische vlucht voor de consequenties van een zelfoverwinning. Angst voor het noodlot, of voor Satan-Saturnus, voor de dood in al zijn aanzichten, schept velerlei religieuze genoegdoeningen. Zodra een religie het ego zijn zekerheid teruggeeft, kan zij rekenen op zijn trouw.

Deze onvermurwbare wachter jaagt velen in doodsangst in de armen van een droombeeld, onverschillig op welk niveau.

Zelfbedrog is de toevlucht voor de laffen en de lauwen. De wereld is vol met methoden tot zelfbedrog.

Bij de neurotische ziekten is het zelfbewustzijn geschokt, het saturnale gevoelen is gestoord, hoewel er nog geen voldoende ziele-beleven aanwezig is. Daardoor verkrijgt men dikwijls abnormale sensitiviteit, een vorm van ziekelijke bevrediging voor het ik, omdat dit ik geen basis vindt om zich daarop af te zetten.

Zelfbewustzijn hangt samen met het ik: indien het ik wordt geboeid door een onderwerp, gevoelt de mens zich op zulk een moment beter, dan wel zelfbewuster of vreugdevoller.

Het ik is de kern van alle stoornissen, ook van de heilige ziekten, waardoor allerlei predikers zijn opgestaan in verleden en heden. De oorzaak van alle tegenstand is het ego en zijn fundamentele angst, de saturnale kernkracht.

Indien het ik werkelijk wil en verlangt, is het in staat ziekten en vermoeidheid, angst en egocentriciteit te overwinnen. Het ik moet werkelijk aangeraakt worden door de trilling van de ziel.

Ik en ziel zijn tegengestelden, maar om tot resultaat te komen moet het ik in de aanvang medewerken. Is het ik niet geïnteresseerd, dan ontvangt de mens geen energie om welke berg ook te beklimmen.

Saturnus en Zon zijn tegenstanders, ego en ziel zijn tegenstanders en zij kunnen zich verenigen ten koste van het ik. Dit is een ingeboren weten van iedere Lichtzoon, vandaar dat hij doorlopend op zoek is naar een toevluchtsoord. Zodra de mens zich afkeert van de spiritualiteit of wanneer hij genoegen neemt met imitatie en geciteerde teksten, kan dit een teken zijn, dat het individuele opname-vermogen voldaan is. Maar dat wil niet zeggen dat hij niet verder zou kunnen! Zijn ego wil echter niet verder, het werkt niet meer mede en is niet meer geïnteresseerd, omdat het de consequenties te dichtbij zag komen!

Gevolg: het vlucht in de imitatie of de herhaling.

De wet van zeven is de wet van herhaling, indien daar niet de wet van acht, of de achtste sfeer, zoals Hermes zegt, op volgt.

Hermes was de boodschapper van de Acht, de middelaar tussen het Allerhoogste en de zevenvoudige wereld. Men vergelijkt hem in de Egyptische mysteriën met de Zon, zoals men Shiva met de Zon vergelijkt. Zij vormen de middelaar in het veld van de acht, de Heer boven het licht en duister der zevenvoudige sfeer.

Een mens, die zich gebonden gevoelt aan zijn lichaam, gaat lijden onder angsten voor ziekten, aan depressies, aan waan-voorstellingen, aan extreme gewoonten, ook hierin werkt Saturnus-Satan. Neurotische mensen zijn voortdurend met zichzelf bezig, hun zorg is hun lichaam en hun ik. Zij zijn gevangen in de ring van Saturnus en slechts een krachtige doorbraak, door middel van een ziele-impuls, redt hen uit zulk een gevangenis. In de psycho-therapie probeert men het met arbeid.

Het denken moet bezig zijn, opdat het niet overheerst zal worden door Saturnus-Satan, de schepper van de angst. Het enige afdoende medicijn is de inspiratie, in al zijn vormen.

Spirituele inspiratie is echter absoluut genezend en zelfs zodanig helpend, dat de mens doorbreekt tot een nieuw stadium.

De vlucht in de individuele eenzaamheid is ook een vorm van saturnale angst, het ego vlucht voor de aanraking met de ontgoocheling. Zou het ego zijn angst kunnen overgeven aan de zon der ziel, dan zou de hoogste tegenstelling ineenvloeien en daardoor het boven en het beneden verbonden worden.

Het spreekwoord zegt: « Wat het hoofd niet wil, komt het hart niet binnen en omgekeerd. » 

Het hart is de open poort, maar als het hoofd, waar het ik zetelt, zich toegesloten wil houden, verhardt het hart zich. Indien het hart echter hartstochtelijk bezeten is door een denkbeeld, kan het hoofd meegesleept worden, zo niet, dan zoekt het hart zijn bevrediging in dromen. Hart en hoofd worden daardoor gescheiden, ziel en ego blijven ver van elkaar verwijderd.

De bezieling voor de spiritualiteit begint in het hart, maar de bestendiging ligt in het hoofd. Het hoofd alleen brengt saturnale verstarring, het hart alleen brengt emotionele vervoering. Hart en hoofd samen doen de ziel mede in het hoofd-heiligdom opwekken, waardoor Saturnus-Satan in het denken wordt overwonnen. Op dat moment zal de mens het einde van alle belemmering, van alle ziekten en van alle verstening en inzichtloosheid kennen.

Om Saturnus-Satan te overwinnen heeft men hart en ziel nodig, heeft men zijn ingeboren goud nodig, het Licht der eeuwigheid.

Zolang Saturnus-Satan de mens regeert, blijft hij prooi van ziekten, angsten en lauwheid. Zodra het ik van de mens, zijn Satan, zegt: « En nu is het afgelopen met mijn spel, nu laat  ik de ziel de strijder zijn, is het afgelopen met het getob! »

Helaas, indien dit een hart-impuls is en deze het hoofd niet bereikt, is het een tijdelijke toestand! Een herhaling van deze impulsen kunnen echter het denken infiltreren, zodat het gezuiverd zal worden en is het denken ritmisch verbonden met zijn hart-verlangen, dan vormt men de eenheid, die de Zon reflecteert, dus die uitstraalt, inplaats van absorbeert.

Zoek het Licht dat de mens genezen kan van de saturnale angst, opdat men vooruit zal komen op een Pad tot de Hoogten!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene