14 - De goddelijke inspiratie

De eerste kennis is verborgen in ieder individu, daarom moet de pelgrim een opgravingswerk in zichzelf verrichten onder leiding van de Geest.


Voorbereiding

Stilte is om u — Stilte is in u — De Diepe Vrede van Bethlehem omhult u met zijn aanwezigheid. Luister naar deze Stilte!

Gebed

Neem mijn gehoor op in de luisterende aandacht van de lotus-ziel, zodat Uw Bliksem kan nederdalen als een zwaard dat de hoogmoed klieft.

Laat mij mijzelf vergeten, slechts dienende in de hereniging, tot de bodem onder Uwe voeten, Heer waarop Gij Uw Dans de herschepping viert.

Léér mij luisteren naar het ritme Uwer Dans, en stervende in U de Wet wedervindende die de Vrijheid mij oplegt als herkenningsteken des Vaders.

Deze Wet zal mij geleiden langs de verten van Uw hemelen, gelijk de vogel naar het zuiden vlucht onfeilbaar zijn doel bereikend.

Geef mijn vleugelen de kracht tot de Reis naar het Goede Einde, Heer!, waar de vuurvogel de dauw drinkt uit de kelk mijner lotus-ziel.

Amen

Ga onder in de stilte en beluister hetgeen vanuit Intuïtie en Geweten tot u komt. …

Hij die deze arbeid nalaat zal de Bron der Waarheid, der Gerechtigheid, der Wijsheid en der Liefde nimmer ontdekken.

De Geest des Lichts verlaat zijn Zonen nooit! Met Zijn Hulp bereikt u de Schatkamer waarin uw heiliging besloten licht.

De grootste wens van de spirituele mens is door te dringen in de zielesfeer, in het veld van openbaringen, waardoor hem alle geheimen in de schepping en in hemzelf zullen worden ontsloten.

Er zijn twee drijfveren: zalig worden of verlost worden uit deze noodsituatie en het verkrijgen van een eerstehands weten.

Egocentrische spiritualisten zoeken de zaligmaking, de verheerlijking; anderen zoeken de verlossing van hun ziel, omwille van de ziel.

De egocentrisch gerichten zeggen: waarom zou men zich druk maken om de ziel, wat heb ik te maken met een zondeval uit een oerverleden?

Er zijn slechts enkele spiritualisten die werkelijk de spiritualiteit zoeken omwille van de ziel zelf. Bij vrijwel de meeste mensen is spiritualiteit vermengd met eigenbelang. Men verwacht iets van het geestelijke leven: hetzij openbaringen, hetzij geluk, hetzij die zogenaamde zaligheid. 

Het is bijna onmogelijk de mens te leren een spirituele levenshouding na te volgen omwille van de geest zelf.

Men verlangt een uitzicht, beloften, realisaties.

Inderdaad geeft het geestelijke leven een voldoening schenkende realisatie, maar anders dan de egocentrisch gerichte spiritualist meent.

Men verkrijgt een inwijding.

Waarin?

In de geheimenissen der Goddelijkheid.

Waar zijn die te vinden?

In het innerlijk van de mens.

Hoe zijn die te vinden?

Door het luisteren naar de intuïtie en het strikt navolgen van de stem van het Ge-weten, waardoor de serieuze mens inspiratie ontvangt. Inspiratie is het scheppen uit niets, een goddelijke gave. Er zijn gradaties van inspiratie, maar iedere inspiratie die de mens dwingt tot een daad, een levenshouding, een schepping of realisatie, is een afschaduwing van het goddelijke. Een inspiratie schenkt de mens een openbaring.

Een inspiratie is niet concreet, ongrijpbaar voor de buitenstaanders, slechts kenbaar voor de bezitter zelf en herkenbaar voor de geïnspireerde medemensen. Iedere geïnspireerde daad, hetzij woord, hetzij vorm, hetzij arbeid, draagt een levende trilling over, waardoor medemensen kunnen worden geroerd.

De intuïtie en het Ge-weten zijn een overblijfsel uit het voor-aardse bestaan der mensen en zij zijn gescheiden door de indaling in de stof. intuïtie en Ge-weten zijn in werkelijkheid één.

intuïtie is het ontvangende waterprincipe, Ge-weten is het indalende vuurprincipe en de Inspiratie is het kind van beiden.

Geïnspireerde mensen lijken voor de medemens vaak moeilijk in de omgang, omdat zij zich strikt houden aan een bepaalde lijn, een geïnspireerd beeld, dat hen als een openbaring is verschenen en waarvan zij nimmer afwijken. Hun Intuïtie vertelt dat dit beeld juist is en hun Ge-weten belet hen ervan af te wijken.

Men kan begrijpen dat er ontelbare nuanceringen te zien zijn in dit voorbeeld, al naar de klaarheid van Intuïtie en Geweten en het spirituele bewustzijn van de betreffende mens.

De historie werd opgetekend door geïnspireerde mensen, die een overdracht kregen in verhouding tot hun bewustzijn.

Uit Intuïtie en Ge-weten kan zelfs een kwaadwillige inspiratie geboren worden, wanneer intuïtie zich verbindt met het ego of het zwarte vuur en het Ge-weten beladen is met een schuldcomplex.

Dan kan, zuiver en alleen uit angst, een moedwillig vernietigende inspiratie-daad ontstaan. geïnspireerde mensen zijn, of de mensheid helpend in allerlei toonaarden, of zij zijn destructief, een tussenweg is er niet. De geïnspireerde mens is of ijskoud, bezien vanuit het spirituele, of hij is kokend heet. Lauw is hij nooit!  

De Inspiratie verandert hem altijd in een tegenstander, dan wel een medewerker. Een massa is nooit geïnspireerd, zij is slechts geïnduceerd.

Om tot een innerlijke wijding te komen, moet de mens vervuld worden door Inspiratie. Een Inspiratie kan ontstaan uit een overdracht, waardoor Intuïtie en Ge-weten beroerd worden en uit hen ontstaat dan de individuele Inspiratie, die blijvend tot een bezit wordt. Slechts de geïnspireerde kan de vonk van inspiratie overdragen. Aan de hand van een dogma kan men nooit een vonk overdragen, die Intuïtie en Ge-weten verenigt tot de schepping van de Inspiratie. Integendeel, dogma's geven veelal wrijving tussen Intuïtie en Ge-weten, waardoor de Inspiratie achterwege blijft.

Alle geboorte begint met de vereniging water en vuur, Intuïtie en Ge-weten, waarna lucht, aarde en ether de vrucht tot volle wasdom brengen. De vereniging water en vuur is het begin van een herschepping en niet het einde, zoals zovelen menen.

De Intuïtie ontneemt de mens elke schaduw van de angst en het Ge-weten sterkt de moed en de volharding. De Inspiratie is een vonk van de etherische trillingen, onaards.

Zodra echter de mens een Inspiratie ontvangt, snelt het luchtelement hem tegemoet, om hem mentaal te helpen en snelt het aarde-element hem tegemoet om deze inspiratie te vormen, terwijl de in de inspiratie aanwezige etherische trilling het onaardse of goddelijke element uitdraagt.

Wij spreken nu slechts van een spirituele Inspiratie.

Alle vormen van inspiratie werken echter met deze vijf elementen: water, vuur, aarde, lucht en ether.

De Inspiratie is als een bliksemflits, zij schokt de bezitter en hij dwingt hem om iets te realiseren, in welke vorm dan ook.

Uit een Inspiratie herkent men de spirituele ontwikkeling van een mens. Het oer-geloof van de mens, gekomen uit zijn Intuïtie en zijn Ge-weten, is een Inspiratievorm. Zodra de mens zulk een oer-geloof bezit, wijst hij ieder dogma af, omdat de Inspiratie niet te begrenzen is in een dogma. Maar deze leidt de mens wel in een bepaalde richting, tot een bepaalde daad, langs een bepaalde weg.

Wanneer Frederik van Eeden zegt: « Ik wil de koninklijke mensen samenvoegen », dan meent hij altijd de mensen, die geïnspireerd worden door de Geest.  En hoe de mens deze Inspiratie uitdraagt is van geen belang, er zijn talloze manieren om deze te realiseren.

Inspiratie is een vorm van Inwijding, de mens wordt binnengeleid in een openbaring en het is opmerkelijk, dat zijn inspiratie altijd in overeenstemming is met zijn bewustzijn, dat op zijn beurt weer geleid wordt door de Intuïtie en het Ge-weten.

Een geïnspireerd mens volgt een aanwijzing, waarop zijn verstand en zijn hart naderhand kan zeggen: « Nou, nou, hoe kom ik daaraan? » 

Let wel, wij hebben het over een bewust volgen van een aanwijzing en niet over het onbewust en mediamiek imiteren van een onbegrepen overdracht. Men herkent de realisatie als de zijne, maar men bemerkt dat er een grens is gepasseerd, die men, zodra de Inspiratie wijkt, nooit kan forceren.

Een Ingewijde, in de heilige betekenis van het woord, is een doorlopend geïnspireerde, een bewust ontvangende, bewust wetende en bewust uitdragende mens.

Hij 'wandelt met God', omdat hij de antenne Gods, die uit de vereniging water-vuur bestaat, bezit. Wanneer de Vonk des Geestes of de bezieling op de kandidaat overslaat, dan kan deze gedoofd worden in het koude water, verbrand worden door het helse vuur, begraven worden in de versteende aarde of vervluchtigd worden door de luchten. Slechts de op dat moment openstaande Intuïtie, als een aanzicht van het reine water en de diepe, onwankelbare concentratie of het Ge-weten, als een aanzicht van het vuur, nemen de Vonk der Inspiratie aan.

Men luistert dan niet slechts met het gehoor, maar men luistert vooral met de Intuïtie en men oordeelt met het Ge-weten.

Men selecteert terwijl men luistert. Zo ontvangt men eveneens een Inspiratie, men luistert ernaar, zij komt binnen via het gehoor, het rechteroor, om met de Katharen te spreken.

Maar Intuïtie en Ge-weten moeten beide wakende zijn om de Inspiratie aan te nemen en uit te dragen. Zij moeten beide in beweging komen, tot elkander gaan en zich verenigen in een vreugde, een herkenning, een omarming.

Nooit is de mens zo harmonisch, zo bezield, zo één in zichzelf als wanneer hij arbeidt onder de Inspiratie. Iemand kan zich ziek, zwak, ongelukkig gevoelen, zodra hij geïnspireerd wordt, valt alles van hem af.  Deze water-vuur vereniging is een genezende balsem, want zodra men deze kan overdragen op een medemens, vindt deze eveneens genezing, geluk, harmonie, bezieling.

Iemand, die nimmer bezield kan zijn, is doodgelopen in de disharmonie van de vier elementen. Intuïtie en Ge-weten verenigen zich slechts op het moment, waarop de mens een ogenblik van harmonie kent. Hij moet innerlijk rustig, vredig, maar zeker niet lauw zijn.

De kwade tegenpool van de Inspiratie is de bezetenheid. Bezetenheid zaait vernietiging, destructie om zich heen.

Deze bezetenheid ontstaat wanneer de mens, of door het losgeslagen Ge-weten, of door de ontaarde Intuïtie wordt opgejaagd. Er is nooit een eenheid in Ge-weten en Intuïtie bij de kwade bezetenheid.

De Intuïtie der oerherinnering zet niet aan tot exaltatie en daardoor tot vernietiging. Het Oer-Ge-weten zet nooit aan tot fanatisme en kwaadwillige overheersing van de naaste en zo tot verbreking. 

De Inspiratie, die voortkomt uit de zuivere Intuïtie en het voor-wereldse Ge-weten, brengt altijd constructieve daden voort. Zodra het aanzet tot reiniging of afbraak, geeft het tegelijkertijd iets in handen tot opbouw.

Zij beeldt daardoor de Dans van Siva uit. Het wijst de mens nooit terug in het duister of de uitzichtloosheid. De water en vuur eenheid is altijd een beweging, een afbraak en een bouw.

Men kan geïnspireerd worden tot een totale innerlijke reorganisatie, maar daar staat altijd een zekerheid tegenover.

De Inspiratie wijst de mens nooit naar het ledige niets, maar altijd tot de overrompelende volheid, hoewel hij op dat moment uiterlijk niets lijkt te bezitten.

Men kan, de Inspiratie volgende, alles verliezen en tegelijkertijd alles winnen. Op aanwijzing van een Inspiratie springt men in het, voor het ego, volledige duister, om daarna te ontdekken dat het duister gevolgd wordt door een verblindend Aurora.

Zo moet het nu zijn met een geïnspireerde naar de Geest.

Op het moment dat deze Inspiratie hem bezielt, danst hij de Siva-dans, hij geeft zijn vonk weg en hij ontvangt een antwoord.

Men kan b.v. een geïnspireerd gesprek voeren met een vriend, beiden spreken geïnspireerd, totaal bezield van eenzelfde beeltenis en tezamen dansen zij zo de Siva-dans, waardoor er een geëlektrificeerde sfeer ontstaat, een trillingsveld waardoor mede-aanwezigen de vonk tot inspiratie zouden kunnen ontvangen.

Dit is maar een simpel voorbeeld.

Men kan zelfs hierop het Christuswoord van toepassing brengen: « Daar waar twee of drie aanwezig zijn in Mijn Naam, ben Ik in hun midden. » 

Aanwezig zijn in Zijn Naam wil net zoveel zeggen als: de dans van Siva dansen, vuur en water verenigen, scheppen uit de hoogste aanzichten van negatief en positief in de mens zelf en dan komt Christus, de Hoogste Inspiratie in hun midden.

Men kan alle mogelijke heilige teksten lezen zonder dat Christus in het midden is. Christus is een geboorte uit water en vuur.

Zo men geïnspireerd is zonder dat Christus daarop verschijnt, is zijn pendant aanwezig: Lucifer, zijn broeder.

Men kan bezeten zijn door een destructieve idee en zo opgezweept worden door een hels vuur, dat men op dat moment schept: vernietigend vuur, Lucifer, de hoogmoed, die meent meer te kunnen dan God. Ook zulk een geëlektrificeerde sfeer kan de aanwezige ondergaan, veelal als een innerlijke ontluistering, waarvan hij ziek wordt.

De elementen water en vuur zijn beide toonaangevend in opbouw en afbraak. De intuïtieve mens, indien hij oprecht en puur is, is liefdevol, helpend, zijn medemensen begeleidend met zijn medeleven. De gewetensvolle mens is, indien hij oprecht en puur is, eerlijk, moedig, doorzettend, onoverwinnelijk. Vullen deze eigenschappen in een mens elkander aan, dan ontstaat er een ideaal mens en wordt hij dan nog bezield door de Geest, dan is hij de spirituele inspirator zelf, een Boodschapper, die de Vonk overdraagt, een Prometheus.

Zulk een taak is niet slechts weggelegd voor uitverkorenen en dogmatische voorgangers, zoals de menigte meent, maar deze taak is weggelegd voor de individuele zoeker, die zich bezield gevoelt door de inspiratie van Prometheus.

En in dit opzicht is het niet belangrijk of men dan een water-, een vuur-, een aarde- dan wel een luchttype is. Als men de belemmeringen, die tussen die Intuïtie en dat Ge-weten staan, maar uit de weg ruimt. Want één ding is zeker: tot een innerlijke schepping moet het komen!

Hij, die deze innerlijke schepping kent, brengt uit zichzelf een vrucht voort en daarmede is hij geworden tot het scheppende Individuum, het Atoom, de ondeelbare eenheid, waaruit het Leven voortkomt.

Intuïtie en Ge-weten moeten worden blootgelegd en dit kan slechts door doorzicht in het eigen zelf, bezinning en voortdurende herziening. « Want de Hemel », zo zeiden de ouden, « helpt slechts die mens die zichzelf helpt! » 


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene