11 - De zwijgende leer

Hetgeen van de aarde is, keert terug tot de aarde en hetgeen het Leven des Hemels bezit, herneemt zijn vlucht naar de Hemelse Hoogten.


Voorbereiding

Ban alle beroering uit uw gedachten — richt u op het onbegrensde niet-zijn — en laat u opnemen in het Niets, waardoor de volheid des Geestes u vervullen kan.

Gebed

Door de leringen in Uw School waarbinnen de tegenstellingen elkander opvolgen en de spiegel der Waarheid het zelf gaat reflecteren — heb ik geleerd te aanvaarden hetgeen het ego wondt —

en mijn denken kan de rust binnengaan niettegenstaande mijn ogen verblind worden door de schittering der leugen!

Heer, uw Wezen is als een oase van Wijsheid, een oneindig Zijn, waarin de ziel haar Kennis en Dromen wedervindt.

Behoedt mij voor het ondergaan in de doolhof der imitatie, Heer, waar de saturnale geest edelstenen bouwt uit de vergankelijke materie.

Herinner mij aan de leringen in Uw School, verlicht hen opdat ik ze schouwe zodra het duister der nachtelijke begrenzingen zich over mijn weten legt —

Zo zal de Terugweg verhelderd worden, God, door de tekenen Uwer aanwezigheid — en mij voeten zullen het pad vinden waarin de eeuwigheid haar afdruk achterliet. Eens zal ik uw Aangezicht wederzien, Vader!

Amen

Trek u in uzelf terug en verenig u met de bron.

Besef dan uw verbondenheid met de Hemelen en herneem uw vlucht!

Moge de bijgaande astrosophische tekst u leren hetgeen van de aarde is tot de aarde terug te brengen en hetgeen van de hemel is daaraan te onttrekken opdat de hemelen naderbij zullen komen.

Wanneer de kandidaat de astrosofie in zijn leven wil tillen, dan doet hij dit slechts om toegang te vinden tot de zwijgende leer.

Er worden ontelbare verschillende leringen overgedragen via woorden. In de oudheid echter droeg men een leer over via geschreven, omschreven denkbeelden. 

De hedendaagse taal staat vaak ver van de oorspronkelijke idee af, waardoor er misverstanden ontstaan. Men kan omtrent één woord verschillende gedachtenbeelden en uitleggingen weven.

In de oudste tijden was dit onmogelijk, daar beeld en omschrijving de kern-eigenschap of het kernidee raakten.

Dit is o.a. te herkennen in de astrologische aanduidingen der sterrenbeelden. Zoals men weet is de astrologie, in een enigszins andere vorm, een wijsheid, die van voor de grote zondvloed tot de mensheid gekomen is. De priesters waren degenen, die de geschreven taal gebruikten om de spirituele ideeën over te dragen.

Doch deze geschreven taal verborg achter zijn hiëroglyfen de zwijgende leer. De benamingen der sterrenbeelden zijn niet van toepassing op de uiterlijke vorm van het beeld, maar op hun innerlijke werkingen. Daarom zeggen wij dikwijls: observeer het dier, het teken van het sterrenbeeld en men vindt het karakter en ook de geestelijke belemmeringen van de mens.

Astrosofie is daarom geen lering van een zieleverlossing, maar een onderricht in het effenen van een Pad voor de ziel. De ziel zelf moet dit bewandelen en daarbij helpt geen uiterlijk onderricht. De ziel verbindt zich altijd met de zwijgende leer.

Wanneer dus de oudste symbolieken worden gebruikt, zullen misverstanden in de denkbeelden naar de achtergrond verdwijnen. Wanneer wij het b.v. hebben over het sterrenbeeld: de Stier, dan ziet men het dier voor zich en, min of meer, kent men zijn gedragingen. De mens moet eraan wennen om zich te vereenzelvigen met het beeld, dat het kernwoord oproept.

In de vroege oudheid was dit hetzelfde met de naam Gods.

Toen deze naam gepopulariseerd werd, vermeedt men de goddelijke naam uit te spreken en duidde men God slechts aan door de onuitsprekelijke.

Astrosofie is, zo zegt men, de verborgen wijsheid achter de sterren. Om hierin door te dringen moet men daarom de oudste aanduidingen kennen, de heilige, of priesterlijke symbolieken.

Een symbool, een priesterwoord was er altijd op gericht de mens tot denken aan te zetten. Ontneemt men de mens zijn denkmogelijkheid, dan wordt hij afhankelijk van het denkbeeld van derden, een individueel gedachtenbeeld, dat mogelijk niet overeenkomt met het denken van de ontvanger.

Individualiteit, zowel als afhankelijkheid begint bij het denken van de mens. Het individuele denken moet zich bewegen langs die beelden, die de meest wijdse verten of de diepste Gnosis achter zich verbergen. Daarom is het moderniseren van de Bijbeltaal een farce! Slechts de allereerste, meest directe weergave heeft waarde voor hen, die de zwijgende leer zoeken.

Er is een taal, die aangewend wordt om veel te spreken en niets te zeggen, dat is een emotionele en intellectuele uitlaatklep voor het ego. Er is ook een taal, die slechts weinige woorden omvat, die echter alle een explosie van kernkracht in zich omdragen. Dit is de geheime taal, een taal, die slechts gebruikt kan worden van ziel tot ziel of van priester tot geestverwant.

Zij, die een spirituele weg bewandelen, moeten daarom leren een eigen taal te scheppen, een innerlijke taal. Het ego drukt zich uit, maar de ziel wil zich eveneens uitdrukken, zo zij aanwezig is althans. Voor deze ziel is de ego-taal armelijk, zij bereikt daarmede haar naaste niet, omdat er tal van misverstanden ontstaan, want ego- en zieledenkbeelden worden in de gewone taal hopeloos verward. Zegt men niet, dat met het populariseren van de innerlijke taal, de verborgen weg voor goed gesloten werd? Het denken vindt geen toegang meer in de verborgen zwijgende taal van de geest.

Zo is het met de astrosofie en de astrologie.

De astrologie is de uiterlijke, gepopulariseerde ego-taal van de astrosofie, de zwijgende leer der priesters.

Via de astrologie is de mens gebonden aan allerlei zodiakale, ego-dominerende invloeden en deze roepen allerlei hiërogliefen en berekeningen op in het egodenken. Vandaar dat de astrologie vol is met ingewikkelde berekeningen, waarvan de uitkomst slechts het gecompliceerde ego is, waarmede men zich dan bezig gaat houden.

Astrosofie is het onderkennen van de invloeden van het wereldei: de kracht achter de zodiak is de energie, die op de schaal van het wereldei drukt en het beweegt. Via de sterrenbeelden, de twaalf poorten, zegt Henoch, komt die verborgen kracht in de wereld en in de mens.

De opgave voor de spirituele mens is, om aan de uiterlijke sterrenkracht, de astrologie, te ontsnappen, om binding te krijgen met de kernkracht achter de sterren: de astrosofie. Omdat de mens een natuurgebonden wezen is, ontvangt hij deze verborgen kernkracht misvormd door zijn heersende sterrenbeelden.

Het is begrijpelijk, dat de bevrijding van de sterrenkracht geschieden moet via zijn poorten en d.w.z. via een mede-bewegende stroom.

De twaalf poorten of sterrenbeelden kunnen een hermetische afsluiting betekenen, indien men tegenstand opwekt, maar zij kunnen eveneens een opening zijn, een opheffing. En deze opheffing geschiedt altijd via de verborgen kracht achter de poorten.

De twaalf poorten worden beheerst door zeven bewakers. 

Hij, die het wachtwoord der bewakers kent, vindt doorgang. En daarom is het zo waar wat Paracelsus zegt: er zijn eigenlijk Zeven Omzettingen.

De benamingen der planeten behoren eveneens tot de zwijgende leer. In de mythologie benadert men hun kernkrachten.

Uit het herkennen van de zwijgende leer moet de kandidaat  leren: zich nooit uit het evenwicht te laten brengen door een vloeiende, schoon schijnende en machtige woordenstroom.

Er zijn zoveel woorden, maar slechts enkele diepe gedachten.

Zolang de spreker, het is van geen belang wie hij is, zijn toehoorder zo dicht mogelijk bij de diepte van een idee brengt, heeft hij recht van spreken. Wanneer de toehoorder in het zicht van de Idee is gebracht, laat de overdrager hem los, de ontvanger moet nu zelf de Idee uitdiepen. Dit heet: individuele, autonome spiritualiteit.

Er is slechts één Idee, er zijn alleen verschillende wegen, omdat deze met het bewustzijn van de explorerende samenhangen.

En iedere weg is individueel.

De weg, de vrijheid, begint buiten de mens, in de Goddelijke Idee en dan beweegt hij zich via het innerlijk en het zoeken van de mens wederom naar de Verlossing buiten de stof.

De astrosofie bevindt zich buiten de mens, maar haar trillingen bevinden zich in de mens en roepen in hem weerstanden of inzichten op, waardoor de mens zich buiten zichzelf kan begeven, zowel in degenererende als in regenererende zin.

Indien de mens vervuld wordt van een Idee, zal hij zijn best doen om deze Idee te begrijpen, hij wil deze concretiseren, waardoor hij de Idee noodzakelijkerwijs gaat verlagen, aan gaat passen aan de begrensde begrippen en zo sterft de wijdsheid van de oorspronkelijke gedachte. Spiritueel gesproken wordt het Goddelijke op deze manier aan het tijdelijke onderworpen, opdat de mens, het ego, zich daarvan meester kan maken.

Wel, zo is de lichtende Terugweg toegesloten geworden en zo stierf het onuitsprekelijke beeld Gods.

Wij schrijven hierover, omdat wij bemerken dat men nog al te dikwijls de astrologie met de astrosofie verwisselt. Men behoeft geen astrologie te bestuderen om de astrosofie te onderkennen.

Maar men moet wel een weten bezitten omtrent de kernwerkingen van de natuur, omtrent de wisselwerking tussen Schepper en schepsel. Onwetendheid is een beletsel, evenals een te grote kennis een beletsel kan worden. Ook hier geldt de harmonie van de gulden middenweg.

Iedere spirituele mens zal zich graag een Idee willen vormen omtrent zijn nederdaling in deze begrensde zevenvoudige natuur en alles willen weten omtrent zijn ontsnapping daaraan, mits zijn ziel hem voortjaagt tot weten. Indien men wordt aangetrokken tot de 'zwijgende leer', komt men automatisch terecht in de betekenis van de stilte en de concentratie. Door de eeuwen heen zijn de Scholen-der-Stilte erop uit geweest een doorbraak te bewerken van de uiterlijkheid naar de innerlijkheid. De meeste van deze pogingen faalden, omdat de Stilte, zoals Paracelsus zo prachtig zegt: een fase is in het zevenvoudige verlossingsproces.

De Stilte komt pas na de kennis en het zwijgen van het Ik en het zich verheffen tot de onbegrensde verten van het Denken.

Zie hier het sterven van de uiterlijke leer en het binnengaan in de innerlijke, zwijgende leer. Gaat men daarbinnen, dan wordt de volkomen, tweevoudige Stilte een bad van Bethesda en geen geforceerde plichtsbetrachting.

Men is dan stil, men is één met de verborgenheid, men volgt de zwijgende Leer, men ziet met innerlijke ogen en men ontkleedt de woorden der mensen om hun ware aard te herkennen.

In de astrologie kan men via het intellect doordringen, maar men vindt niets dan ledigheid, begrensde kennis, ommuring, de wurgende greep van het: « tot hiertoe en niet verder ».

De astrosofie ontsluit verten, mits men de weg der Poorten gaat. Als wij b.v. schrijven over de zeven Gaven als edele verwerkelijkingen, dan moet de aanduiding van elke gave voor de kandidaat tot een edelsteen met vele facetten worden.

De Aandacht b.v. bezit oneindig veel aanzichten. Maar iedere schakering kan zich op een hoger plan verleggen aan de hand van het denken en het bewustzijn van de bestudeerder. Alles hangt ervan af hoe de pelgrim deze Aandacht benadert, van waaruit hij haar benadert.

Men kan de Aandacht in begrensde zin realiseren, maar haar spirituele verborgenheid totaal negeren. Zich aan de uiterlijke wetten houden is een kwestie van training. Ieder mens kan zulk een training volgen. Astrologie leren is een training, een herhaalde oefening.

Astrosofie kan men niet aanleren, dit is een kwestie van doordringen door middel van een innerlijk aanwezige kerntrilling.

Deze kerntrilling bezit iedere zielvolle mens, hij moet deze slechts doen ontwaken!

Hoe?

Door nooit op te houden met zoeken naar de zwijgende leer.

Dit doet de kandidaat echter nooit door zich her- en derwaarts te spoeden, op zoek naar uiterlijke leringen. Dit doet hij altijd door zich innerlijk onbeweeglijk te houden en zijn bezielde denken alles te laten aftasten, waarmede hij in aanraking komt.

Op deze zwijgende leer baseren zich veel oosterse symbolieken, zoals de Mandala's. In eenzaamheid en stilte verdiept het denken van de pelgrim zich via de Mandala.

Een luie, afhankelijke en gemakzuchtige pelgrim zal dit nooit doen: de beeltenis zegt hem niets, zijn denken is afhankelijk, beweegt zich langs voorgeschreven aanduidingen. Deze beeltenissen zijn een uitvloeisel van het verloren gaan van de verborgen taal. Observeren, innerlijk verwerken en daarna handelen, dat is de methode van de spiritueel actieve mens.

Luisteren en onderwijl met het beeldende vermogen zien, dat is de methode om een verborgen leer te benaderen.

Een ontvanger, hetzij toeschouwer, hetzij toehoorder, is innerlijk nooit passief, altijd actief! Hij stelt zijn beeldende vermogen in werking, als een actief element van de mysterie-planeet Neptunus. Het beeldende vermogen van de ziele-geïnspireerde mens richt zich altijd op het spirituele leven.

Hij, die zijn beeldende vermogen misbruikt om zich een decadent denkleven te scheppen, zal moeite hebben om de Hoge Verbeelding van de ziel te bemachtigen. Voor iedere spirituele kandidaat geldt: het beeldende vermogen zuiver, gezond en evenwichtig te houden.

Via deze Hoge Verbeelding ontvangt de kandidaat 'de zwijgende leer' en deze is de eerste aanraking met het innerlijke Pad.

intuïtie kent de weg naar de Hoge Verbeelding en het Geweten kan deze Verbeelding zuiveren of zuiver houden.  De astrosofie is een concentratie van kernkracht, waardoor men de Hoge Verbeelding tracht op te wekken. Hoe meer men zich beweegt in de sfeer van deze Hoge Verbeelding, des te gemakkelijker zal het vallen om de twaalf deuren van de toegangswegen tot het Absolute te ontsluiten.

Daarom is het innerlijk verrijkend, wanneer de kandidaat de Edele Gaven één voor één in zijn Hoge Verbeelding opneemt en hen aan alle zijden beschouwt, aftast. Kent men zulk een gave eenmaal, zijn zij een innerlijk bezit geworden, dan is het uitdragen daarvan slechts een automatische handeling.

Hierdoor valt de worsteling weg, waar zovelen steeds over spreken. Die strijd tussen uiterlijk en innerlijk. Men kan uiterlijk en innerlijk niet vermengen, noch hen samen dienen. Zij moeten gescheiden worden en dit geschiedt door het principiële leven, op basis van intuïtie en Geweten.

Het is dus vanzelfsprekend dat een strijd wegvalt. 

Hij, die, geïnspireerd door de Hoge Verbeelding, het dagelijkse leven leeft, wordt een edel mens, maar tevens een bezield mens.

Zonder bezieling (in de spirituele betekenis) is er geen geestelijke activiteit, noch enig geestelijk leven mogelijk.

Wij hopen dat de mogelijkheden, die zich achter deze woorden openen, de Hoge Verbeelding van de pelgrim zal activeren, bezielen, opdat zo de ziel als kernkracht in hem levend zal blijven!


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene