7 - de Geestzon

Zij vinden hun gouden bekroning in de zevende gave van de Geestzon, de gave van het Evenwicht.

Dit is een beweging en een rust, in tegenstelling tot de hoofdzonde, die slechts een arrogante ik-centrale rust is. De stromen gaan op- en neer, via de hart-hoofd uitwisseling en zij verenigen zich in de kruin, in het pinealis-chakrum. Daar vormen zij tezamen die koninklijke kroon, waarover al de ouden zongen.  Niemand draagt zulk een kroon dan hij, die de zes gaven uitdraagt en aan de geest opdraagt. Hij wordt door de wijze Saturnus, de poortwachter, door de Poort gevoerd.

Paracelsus leert, dat bij al deze gaven een medicijn, gewonnen uit de planten- en mineralen-tincturen, behoort.

Iemand, die door zijn ziekteverschijnselen bewijst, gebrek te hebben aan bepaalde planeet-vibraties, moet zulk een tinctuur voorgeschreven worden. Het is natuurlijk een geneeswijze, die de mens in harmonie brengt met de natuur! Maar dat zijn alle geneeswijzen. De acupunctuur beoogt hetzelfde, de kruidentherapie en de homeopathie evenzo.

De geneeswijze van de zeven Arcana staat echter dichter bij de bron. Iedere ziekte is disharmonie en het is noodzaak om de patiënt in een zo groot mogelijke harmonie terug te brengen.

Disharmonie, die door de ziel niet meer verdragen wordt, ontketent ziekte, want in werkelijkheid lijdt ieder mens natuurlijk aan disharmonische toestanden. Zo men echter gezond blijft, kan de mens de disharmonie nog beheersen, herstellen.

Daarom behoort elk ziekbed een lering voor de kandidaat te bevatten, een aanwijzing dat hij ergens de plank misslaat!

De serieuze, waarlijk oplettende kandidaat kan zijn eigen arts zijn, mits hij zich verdiepen wil in de Arcana, de verborgen heilmiddelen, die de Geest in de natuur heeft neergelegd.

De serieuze kandidaat kan eveneens de edele gaven in zichzelf opwekken, door oplettend te zijn, oplettend op zijn ziel, luisteren naar zijn ziel, luisteren naar de Intuïtie, reageren op het Geweten.

Iemand, die niet principieel, gewetensvol is, verraadt zijn edele gaven, vervalt daardoor automatisch in de greep van de hoofdzonden. 

En dan behoeft hij zich niet vertwijfeld af te vragen: « Waarom lukt mij de bewandeling van het Pad niet? Waarom ben ik zo zwak, zo slecht? »

Want er is maar één antwoord en meestal kent hij dit zelf reeds: hij is niet principieel, negeert of Intuïtie of het Geweten. Hij lijdt aan de ziekte van het elastieken geweten, de ziekte der laffen en der schijnspirituelen.

Een ding is zeker, hij, die principieel, intuïtief en gewetensvol de waarheid van de universele leringen volgt, hij ervaart de overwinning! 

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene