6 - de Concentratie

De zesde gave is de macht van de Concentratie, de eigenschap van de verheven Saturnus.

Dit is de innerlijke versterking, het opnemen en naar binnen brengen. In degeneratieve vorm herkent men dit in de zonde van de gierigheid. Dit vermogen der concentratie wordt echter aangewend om de andere gaven te verrijken, te intensiveren.

Concentratie is een eenpuntig gericht zijn op een doel, een spirituele waarde, om daarmede de innerlijke kracht te versterken.

Concentratie is de bescherming van de koninklijke mens.

Iemand, die zich niet kan concentreren, laat zijn innerlijke waarden verloren gaan, hij vermorst hen, omdat hij niet in staat is ze door zijn eigen innerlijke kracht te behouden.

Concentratie is de gave van de innerlijk rijke mens, van hem, die geboeid wordt door de spiritualiteit. In de materie is concentratie een vermogen van de wil. Iemand met een sterke wil kan zich op alle mogelijke doeleinden concentreren, zelfs al interesseren zij hem niet.

Indien de mens een prooi is van de hoofdzonden, ontaardt de concentratie in een genotzuchtige bezetenheid en wordt gierigheid, drift naar macht, voortkomende uit innerlijke onmacht. Zoals de mens beheerst kan worden door de hoofdzonden, zo zal hij echter eveneens beheerst kunnen worden door de edele gaven.

De zes genoemde gaven staan tegenover elkander als hart- en hoofdaanrakingen, zij gaan dikwijls twee aan twee.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene