4 - de Vreugde

De vierde edele gave is de Vreugde, een genade van de hogere Venus.

De materiële mens ondervindt vreugde, wanneer hij bevredigd wordt, wanneer zijn ego, zijn zinnen, zijn hart of denken bevrediging ondergaan. Hieruit komt die vernietigende hoofdzonde, de wellust, voort. De edele vreugde is echter een vorm van bevrijding, zoals een kind bevrijd kan oplachen.

Vreugde is ongrijpbaar, het is een emotie die het hart beroert, maar die in zijn adeldom tevens een uiting van de ziel wordt.

Extase, als een uiting van vreugde, geeft de sensatie van een bevrijding, een zinnenbevrijding. In de extase laat de mens zijn zinnen onbeheerst hun gang gaan. De edele vreugde is echter een innerlijke gewaarwording, een verborgen blijdschap, waarbij de ziel ondergaat hoe er een rijk voor hem ontsloten wordt. De vreugde van de koninklijke mens is de herontdekking van zijn zielezintuigen, zijn innerlijke zintuigen.

Zoals de materiële mens in de uiterlijke extase zijn zinnen de vrije teugel laat, zo ervaart de koninklijke mens hoe zijn innerlijke zinnen onbelemmerd op zoek gaan naar een innerlijke wereld.

Deze vreugde is tegelijkertijd naar buiten en naar binnen gericht.

« Deze verheven vreugde », zo zegt de Boeddha, « bevrijdt de mens van de zonde der wellust », hij heft dus zijn hoofdzonde op.

Een mens, die vervuld wordt van een innerlijke vreugde, zoekt nimmer naar de uiterlijke twee-voudigheid, omdat hij de vreugde van de hoogste, innerlijke twee-voudigheid, de geest — ziele-eenheid, heeft her-ontdekt.

De rijkdom van deze vierde gave schenkt de wijze de kracht om alleen en eenzaam te zijn, een situatie, die slechts voor enkelen is weggelegd.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene