3 - de Energie

De derde edele gave is de Energie, het vuur van Mars, een onvermoeibaar uithoudingsvermogen, als tegenstelling tot de drift (hoofdzonde van Mars), die als een vuurpijl omhoogschiet, maar direct daarna weer dooft.

Energie in zijn edele vorm, is een gestadige, warm brandende levenskracht, waaruit de edele mens onophoudelijk putten kan.

Het is een geestelijke levenskracht, die onafhankelijk is van lichaamsenergie of krachtige gezondheid. Deze energie komt voort uit het vertrouwen en de moed van de ziel en hij is niet te verzwakken door teleurstellingen. Iedere teleurstelling is een emotie van het ik. De ziel is niet teleur te stellen, want zij verwacht niets, zij hoopt slechts. Dat is het verschil tussen het ego en de ziel: het ego verwacht velerlei dingen, de ziel hoopt slechts op één resultaat. Zij weet dat zij dit resultaat in deze materie nooit zal verkrijgen, daarom is zij nimmer teleurgesteld, zo de omstandigheden andere resultaten laten zien, dan zij gehoopt had.

Haar hoop wordt gevoed uit haar ziele-energie en wordt nimmer met een materie verbonden. Zo ontstaat de energie, die nimmer uitgeput raakt, omdat haar bron zich buiten de natuur bevindt.

Uit deze energie gelukt het de mens om steeds te schenken, zonder uitgeput te geraken, hij wordt steeds opnieuw bijgeladen.

De aandacht en de onderkenning zijn twee gaven, die belevendigd worden door deze ziele-energie. Zonder de laatste, zijn de eerste twee schijnvormen, die altijd tijdelijk zijn en die de mens vermoeien, vervelen en overbelasten.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene