9b - onder de schaduw van de levensboom

We menen dat we in een tijd van vooruitgang en ohtwikkeling leven, omdat de wetenschap zo veel ontdekkingen doet en ons verstand zich zo ruimschoots ontplooien kan. 

Het is eigenlijk een vermetele opmerking wanneer ik zeg: wij gaan hoe langer hoe meer achteruit.  Wat de wetenschap ontdekt moesten we eigenlijk innerlijk weten. 

Vanaf de tijd dat aan het einde van de 17de eeuw de Verlichting onder leiding van groten zoals Spinoza, Descartes, Leibnitz, Hume,  zijn intrede deed in Europa om het menselijke verstand een vooraanstaande rol te laten spelen in de ontwikkeling, moesten andere waarden het ontgelden en één van die waarden is de VERBEELDING. 

Voorheen was de Verbeelding een erkende en wijd verbreide gave van de ziel waardoor mystici hun medemensen iets vertelden over een abstracte wereld. 

Met de intrede van het intellect werd de wereld der verbeelding teruggewezen naar het subjectieve, het al te persoonlijke en de misleidende fantasie. 

Dit werd het begin van een geestelijke armoede waaronder de westerse wereld steeds intensiever gaat lijden en het werd de oorzaak van ons hartelijk welkom voor alle oosterse leringen die zulk een ruime plaats openlaten voor de verbeelding van de wijzen. 

Uit het land van de vergeten verbeelding stamt de beeltenis van de Levensboom. 

Wijzen uit alle volkeren, en uit al hun gelederen spreken over een soort Levensboom die in het midden van de wereld staat en die drie gebieden bestrijkt: 

1.  zijn wortels in de onderwereld - 

2.  zijn zetel in de aarde - 

3.  en zijn kroon in de hemel. 

Het beeld van de Levensboom komt langzaam weer in de herinnering van de mens terug nadat het eerst veruiterlijkt werd, en in allerlei volksgebruiken werd bezongen: Kerstfeest, sterven, huwelijken, ceremonieën. 

Men kan geen volk bedenken dat deze Levensboom niet heeft gekend. 

Haar symboliek gaat tot ver voor de christelijke jaartelling en toi op de dag van vandaag vereren we de boom in de Kerstboom. 

Er zijn overal heilige bomen terug te vinden en het is wel zeker dat de oudste herinnering van de boom en zijn wonderbaarlijke macht bestaat in de tweeëenheid: boom en slang. 

De slang heeft net zo'n dubbele betekenis gekregen als de boom: dood en leven; wijsheid en vernietiging. 

Er zijn oude afbeeldingen van de slang met een mensenhoofd en van levensbomen die de zetel zijn van de goden. 

De slang geldt als de boodschapper van de goden, de boom geldt als de zetel. 

De kosmische boom die door zon en maan wordt bekroond en waarlangs de zielen op moeten klimmen tot de goden is wel de meest verbreide vorm; daarna verandert de boom in het kruis; of in het tau-teken; of in het runenteken. 

Een beschrijving van de Boom des Levens vinden we o,a. in het Openbaringen-boek: hoofdst. 22 : 1 , 2. : 

"In het midden van hare straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht." 

In het Boek Henoch wordt de Levensboom nog anders beschreven: 

"...... en in het midden de Boom des Levens waar de Heer rust als Hij het Paradijs binnengaat en hij is wonderbaarlijk van uiterlijk, schoner en geuriger dan elke bestaande schepping, en van alle zijden stralend als in goud en purper, en vurig van aanzien, en hij bedekt het gehele paradijs."

In de bijbelvertalingen komen we ook tegen: " ...... twee levensbomen of levensgeboomte - in het meervoud. (Boaz en Jachim) 

Historisch is terug te vinden wanneer de mensheid van de ene levensboom twee bomen maakte: de bomen van yin en yang of van kwaad en goed. 

Voorheen was er slechts sprake van één Boom. 

In de christelijke overlevringen is nu sprake van twee bomen: des levens en der kennis; het heeft te maken met een tijdsfase: er is een tijd geweest dat de mens ZELF de Boom des Levens moest omhoogklimmen en toen de herinnering daaraan vervluchtigde spleet deze boom zich in tweeën en moest hij via de Kennis gaan: de ervaring vav kwaad en goed. 

Er zijn afbeeldingen te over die hiervan getuigen. 

Er zijn ook berichten te over van de intuïtieve wijsheid der ouden die uitsluitend uit de Verbeelding getuigden die toen het enige geloofwaardige ervaringsweten was. 

Nadien kreeg je de filosofie van het empirische denken: het aan den lijve ondervinden. 

Toen verloor de mens eveneens het contact met de etherische gebieden en dus ook met de sfeer van bomen en planten. 

Het "lezen in het Boek van de natuur" slaat voornamelijk op dit schouwen in de etherische sfeer, die de zielesfeer of de sfeer van de Verbeelding wordt genoemd: de tussensfeer. 

Dat de verbeelding iets levends en werkelijks is wordt bewezen doordat het "imaginaire beeld terugkeert door het beschouwende denken." 


Men kan zichzelf voortdurend terugplaatsen in de tussensfeer. 

De basis van de spirituele ervaring ligt in de verbeelding.

Het beeldende Vermogen is een gave van de ziel. 

De Levensboom behoort tot de sfeer van de Verbeelding, hij wordt geschouwd door de zieners van de ziel, zodra dogma en traditie, wetmatigheid en empirisch denken zijn intrede doet wordt de Verbeelding verbrijzeld, de mens wordt armer. 

Hij moet het doen met stoffelijke feiten. 

Hij beschouwt de boom als een stoffelijke vorm, beeldt hem uit naar de natuur; in werkelijkheid is het beeld van de Levensboom genomen uit de macro- en microkosmische wereld en wij herkennen hem in de bouw van elk schepsel en elke schepping: de aardas, de stengel, de stam, de ruggegraat. 

De levensboom is de etherische stam die de drie werelden: hel, aarde en hemel verbindt. 

Deze drie werelden vinden we terug in elk schepsel. 

Langs de stam van de levensboom kan elk schepsel dalen in de hel, vertoeven op aarde en klimmen naar de hemel. 

Deze overeenkomstige bouw van de schepsels verbindt hen met elkander. 

De bekroning van de individuele levensboom vertelt van de gezondheid, de waardigheid en de adeldom van de levensboom: 

bloem, kroon, kop, hoofd; het aureool is kenmerkend. 

De zetel van de boom bevindt zich rond de navel; de zonnevlecht, de verbintenis tussen hemel en aarde of hel en aarde; in de zonnevlecht (Hara) wordt het evenwicht van de boom geregeld. 


Het Paradijs ligt tussen het wezenlijke en het onwezenlijke, zegt Henoch, dat wordt op aarde, in de mens, beslist. 

Het onwezenlijke (de verbeelding) kan het wezenlijke (de aarde) vertellen van de hemel. Het centrum - de punt - is het begin van alles. 

In de oervorm werd de Levensboom uitgebeeld als een vierkant (basis), met een cirkel (hemel). later werd het een vierkant met een zuil en een bol; weer later kwamen er heilige zuilen. 

De boom werd een berg, de berg werd een paal; totempaal; nam men die weg, stierf het volk (indianen). 

De overlevering - als herinnering aan het heilige - was EENS de levensader van een volk; toen de verbeelding werd teruggedreven nam het intellect en de feitelijkheid, de materie, de plaats van de verbeelding en het heilige in. 

Zonder verbeelding GEEN overdracht. 


In de bijbel staat, Rom. " Het geloof ligt in het gehoor..... 

en Henoch zegt: .... en het gehoor ligt in het vlees..... 

De uiterlijke vorm moet LEREN luisteren naar de Verheelding; het etherische moet het vlees (het aardse) doordringen. 


De 1 als de loodlijn was het begin dat uit het centrum voortkwam. 

En het centrum is geest, punt, cirkel, rond, eeuwigheid. 

De Boom staat in het centrum: geest. 

De omgekeerde Boom is nog ouder als de normale afbeelding: wortels in de hemel, de innerlijke ZETEL op de aarde. 

Dat is de Boom van de Verlichting.  Zijn verbeelding verlichtte hem. 


De Levensboom heeft vele representanten in het plantenrijk: Boddi, vijge, Yggdrasil, cypres, eik, enz. 

In sprookjes speelt de boom dikwijls een belangrijke rol. 

Bomen kunnen zegen OF onheil brengen. 

De boom MOET met de wortels naar boven gaan groeien zegt de oudste esoterie. 

Maar haar zetel blijft gelijk: centrum, tussensfeer, ziel, aarde (hemel en hel). 


Vanuit de oudheid komen we dan in onze moderne zo verlichte tijd en we zien dat er een heimwee en een terugblikken is naar het verloren gegane weten: 


PSYCHOLOGIE- PLANTEN - ETHERISCH 

In de psychologie laat men mens en kind een boom tekenen en daaruit ontleedt men zijn karakter. 

Alle heiligen, tot en met Maria, Jozer en Jezus, kwamen in aanraking met een heilige Boom (vijgeboom in Egypte) 

De mens moet met behulp van zijn ziel en diens Verbeelding opklimmen naar de top van de boom die in het rijk der goden uitkomt, maar dan is hij er nog niet, zoals het Egyptische Dodenboek zegt, hij moet verder, opgaan in het Niets of de Volheid, het Pleroma. 


De Grieken en Romeinen behingen hun heilige bomen met linten en geschenken, wij doen het straks met de Kerstboom en we raken steeds verder van huis. 

Maar de wetenschap heeft een deel van de sluier opgelicht en de vergeten waarheid herontdekt: de relatie MENS EN BOOM OF PLANT. 

Wat alle oude wijzen en voor-christelijke mensen wisten: de plant of de boom dient de mens. 

De verbintenis van de vier rijken berust op stralingswetten.  Proefnemingen hebben vastgesteld dat de stralingszenders van de mens liggen in de buurt van de solar plexis (zonnevlecht). 

Men heeft dit bewezen met het afschermen van de zone tussen de zevende en de 12de rib. 

Een pendel reageert niet meer als deze zone door een folie die tegen magnetische velden afschermt wordt bedekt. 

De zonnevlecht is dus een sterke magnetische stralingszender. Wanneer we denken aan het zo belangrijke centrum van de mens (Hara) dan verstaan we dat dit centrum evenwichtig en sterk moet zijn wil er van ons een goede en machtige straling uitgaan; op deze straling reageren de planten. 

De magnetische trillingen die van een hand uitgaan worden gevoed vanuit de zone rond de zonnevlecht. De kwaliteit van ons eigen magnetisme is in verhouding tot de kwaliteit van de zonnevlecht. 

Om evenwichtiger en gezonder te worden zo redeneert de kruidkundige die ook verstand heeft van electro-magnetische wetten, moet de mens voedsel tot zich nemen dat zijn stralingskracht versterkt. 

Alle planten, kruiden, voedingsmiddelen zijn naar hun straling te meten, uit deze straling kan men opmaken in hoeverre zij de mens ten goede komen. 

Voeding heeft uitsluitend te maken met een biologisch evenwicht; 

vanuit de voeding kan men zichzelf biologisch versterken, verdichten, vernietigen. 

Dit berust niet uitsluitend op de chemische wetten maar tevens op de stralingswetten. 

Het "gelijk trekt gelijk" aan heeft betrekking op plant, mens, dier en mineraal. 

Wat de ene geneest kan de ander ziek maken, een stelling die berust op de stralingwetten van het individu; de ene plant harmonieert met de mens, de andere disharmonieert; stralingsharmonie. 

De bekende proef waarbij men planten magnetiseert en zij uitzonderlijk gaan bloeien berust op het optrekken van de sappen - via het magnetisme - maar men forceert het biologische groeiproces. 

Enorme vruchten zijn het gevolg van strallngsvoorwaarden in de omgeving. Dat wil echter NIET zeggen dat de plant natuurlijk normaal is. Via stralingen kan men de plant vernietigen (sappen omlaag werken) dan wel forceren méér vrucht of bloem te geven dan hij biologisch kan.  (door kunstlicht is men sneller vermoeid) 

Elke plant en elke boom heeft zijn eigen stralings-eenheid waarop ieder mens verschillend reageert. 

Deze stralings-eenheid bepaalt het wezen, het karakter, de schoonheid of adeldom van de boom. 

Precies zoals bij de mens en de edelsteen. 

De bloem verkrijgt zijn karakter door de stralings-eenheid die hem omringt. 

Een lelie bezit een totaal andere stralings-eenheid als een papaver b.v. 

Dat men in de volksmond en de overleveringen de lelie verbindt met reinheid heert niet uitsluitend te maken met de kleur, maar vooral met de stralings-eenheid die een zeer hoog trillingsgehalte bezit. 

Kleur wordt immers ook bepaald door een stralings-eenheid. 

De transfiguratie of de geestelijke omzetting van de mens voltrekt zich VIA stralings (trillings) verandering. 

Wat er van uitgaat kan prettig of onprettig zijn. 

Daar ieder mens echter vanuit zijn eigen trillings-eenheid oordeelt en reageert, kan vrijwel geen mens beoordelen wat innerlijke adeldom is of wat onaardse schoonheid is. 

De trillings-eenheid van de edelstenen - volgens metingen - bepaalt hun schoonheid door verzadiging, harmonie en trillingsfrequentie van kleur en hardheid. 

Een onderlinge harmonie die zelden op aarde gevonden wordt. 


Bepalde soorten bomen hebben een bijzondere invloed op de mens, afhankelijk van zijn eigen stralings-eenheid. 

Edele bomen hebben een verheffende stralingswerkzaamheid; 

papaver, morfine, medeslepend - zeer lage frequentie. 

Cypres, eik, vijgenboom symbolische bomen zij werden, onbewust, aanbeden omdat hun stralingskracht de mensen verhieven. 

" Er zijn geen ziekten, slechts zieke mensen." 

Omgeving, stralingskracht, omgaan met stralings-verheffende mensen bevordert het verdrijven van ziekten. 

Men kan zijn eigen stralings-frequentie vernietigen, verlagen of verhogen. 

Elke gedachte is daartoe in staat.  

Concentratie werkt aan de individuele stralings-eenheid. (ten goede dan wel ten kwade) 

Verbintenissen worden gevormd door stralings-overeenkomsten. 

(meesters, vrienden, enz.) 

Ook stralingstegengestelden kunnen activerend werken. 

Zwak uitstralende mensen zullen zich onwillekeurig vastklemmen aan sterk uitstralende mensen. 

Instinctief zoekt de mens zichzelf te versterken. 

Ook in de plantenwereld. Bomen golden als stralingsopladers. 

Er zijn planten die zich in de omgeving van bepaalde mensen niet prettig gevoelen, ziek worden, sterven.  Kwestie van stralingswetten. 


Het is bekend dat de religieuze extase of de satori dermate helend werkt dat wonden, pijnen zeer snel genezen. 

Alles begint in de geestelijke wereld, daalt dan af in de etherische wereld en wordt tenslotte vorm; elke vorm is een gedachte geweest. 

Wanneer de mens zich de tijd zou gunnen zich zijn verbeelding over te geven (meditatie, ooncontratie), zou hij beter in het Boek der Natuur kunnen lezen en ontdekken dat alle scheppingen en schepsels via stralingswetten, magnetische wetten op elkander zijn ingesteld. 

De mens behoort een edele boom te eerbiedigen, doet hij dat niet dan bewijst hijzelf onedeler te zijn dan de boom, plant, dier. 

Voeding kan ons stralingsveld verstoren evenals gedachten dat kunnen. Handelingen zijn concrete gedachten. De storing heeft daarvoor reeds plaatsgevonden. 

De boom met zijn wortels in de hemel heeft zijn ZETEL verplaatst naar het hart; de voeding moet zich dan in het denken bevindenr. 

Het gevallen Paradijs bevindt zich rond de navelstreek, het herstelde paradijs bevindt zich tegen de kruin. 

Vanuit deze symboliek vereerde men in de oudheid planten en bomen met hemelwortels, het denken reinigt, verheft de tussensfeer. 

Het oude wezen (hun voedingsbodem) sterft en de hemelplant onttrekt dan zijn leven uit de hemelen. 

Als men zegt dat de berk een boom van de liefde is,  is dit te constateren uit de stralingswetten, in werkelijkheid is de berk een boom die stimulerend werkt op water-typen omdat hijzelf zoveel water omzet. 

Astrologische verbintenissen zijn er ook. 

Edeler verbintenissen zijn de stralings-bindingen die uitsluitend berusten op het ineigen wezen van mens, boom en plant. 

Men heeft instinctieve, natuurlijke toegenegenheden EN psychische toegenegenheden. 

Het meest harmonisch natuurlijk, dat dus tegen de etherische wereld aanligt, trekt harmonisch natuurlijke, etherisch verfijnde mensen aan. 

Men ziet zich dat overal voltrekken. Het gelijke trekt het gelijke.


Psychisch kan de mens binnen de natuur slechts tot aan zijn uiterste fysieke mogelijkheden gaan, een smaragd worden, daartoe moet hij het beeldende vermogen bezitten, arbeiden met de Verbeelding van de ziel. 

Opmetingen bewijzen dat het zenuwstelsel een middelaar is van stralingsvelden. 

Het zenuwstelsel staat nauw in binding met de zonnevlecht. 

En het geeft zijn ervaringen direct door aan de vijf belangrijkste organen: lever, hart, longen, milt, nieren. 

Onze sympathieën en antipathieën ontstaan overeenkomstig`onze ineigen instelling, de stralings-eenheid die wij bezitten. 

En deze verandert slechts door geestelijke inwerking.  

Biologisch kan hij versterkt dan wel verzwakt worden, maar zijn stralings-adeldom verkrijgt hij door geestelijke arbeid. 

Men kan zo bouwen aan een levensboom wiens ZETEL rond de navel (tussen borst en navel) ligt, "in het Paradijs waar de Heer rust als hij er ingaat." 

Zodra de Heer rust aan de voet van onze Levensboom dient de natuur ons, zoals de paradijselijke natuur Adam en Eva dienden. 

Verheffen wij dit paradijs opnieuw tot in de volmaakte geestelijkheid dan is de gevallen natuur opgeheven en de oorspronkelijke sfeer hersteld. 


Mogen we denken aan deze lichtende verten wanneer wij weldra het feest des Lichts herdenken.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene