8b - Apollonius van Tyana, wonderdoener of rebel

Het is heden de tijd waarin men nostalgisch terugdenkt aan wijzen, wonderdoeners en rebellen; over Jezus doen er allerlei verhalen de ronde en omdat de mens verlangt naar een held kan menige mysterieuze leider uit oude tijden de leeggevallen plaats innemen. 

Aan de ene kant vernietigt men autoritaire leiders; aan de andere kant zoekt men naarstig naar een plaatsvervanger. 

Apollonius van Tyana was in zijn tijd één der grootste religieuze en morele leiders; hij leefde ongelukkigerwijze net in de tijd dat de kerkvaders de wereld voorbereidden op hun versie van het Jezusverhaal en zoals u weet is dit verhaal mede tot stand gekomen via de breinen en handen van dronken monniken. (6000 Jaar en een boek - G.S.Wegener - Bosch en Keuning) 

Apollonius werd geboren in het 1 in Tyana, in Cappodicea. 

Hij leefde in de Pisces-era, de era van de gehoorzaamheid, de dienstbaarheid en de onderdanigheid. De tijd waarin autoritaire voorgangers aanbeden werden. 

Zoals in onze Aquarius-era, de ene helft van de mensheid breekt met de Pisces-tendens en de andere helft moeite heeft daarvan los te komen. 

Daarbij kwam nog dat de Pisces-invloeden geen eenheid brachten, maar juist verdeeldheid; de religieuze macht van Rome maakte zeer juist gebruik van deze tendens, die rond het jaar 1 op zijn top stond; toonaangevende religieuze wereldmachten zijn precies op de hoogte van de kosmische constellaties en maken er intelligent gebruik van. 

Het moment om de mensheid te injecteren met een romantisch, mystiek en op de fantasie werkend verhaal was zeer juist gekozen. 

2000 jaar geleden vestigde zich het historisch, orthodoxe christendom, terwijl tegelijkertijd de gnostieke broederschappen, die zich baseerden op de Kennis van de Lichtzonen, die over geheel de aarde verspreid waren. 

Deze gnostieken kregen meer en meer macht. Hun leiders waren veelal sobere, slechts voor hun overtuiging levende figuren, wars van pronk en praal. 

Zij appelleerden de mensheid aan het verloren Rijk der Lichtzonen en in menigeen vlamde de oerherinnering op, zodat het hoog tijd werd deze opkomende macht een halt toe te roepen. 

Deze gnostieke broederschappen bestonden, geheel naar de aard van de Pisces-era, in allerlei kleine gemeenschappen. 

Vele van deze gemeenschappen werden door Apollonius bezocht en zijn reizen namen dermate omvangrijke vormen aan dat zijn biografen, geheel naar de aard van de materiële mens zich afvragen waar hij de financiën daarvoor vandaan haalde. 

Apollonius had nl. zijn rijkdom weggeschonken. 

Niemand weet tot welke gemeenschap Apollonius behoorde; integendeel hij schijnt met vrijwel alle gnostieke gemeenschappen goede relaties te hebben onderhouden en na zijn komst leek hun innerlijke kracht nog versterkt. 

Wat men ook over hem vertelt, hij was verre van een hoogmoedige of pralende leider, maar iemand die zich als taak gesteld had mensen en groepen die de gnosis of kennis des harten in ere hielden, te ondersteunen met zijn kennis en zijn innerlijke kracht. 

De kerkvaders ontdekten weldra dat Apollonius de bezieler was van al die verspreide groeperingen, vandaar dat zij zijn naam ontluisterden, zijn macht kleineerden en zijn daden 'duivels' noemden. 

Daar hij, historisch bezien, in de tijd van Jezus leefde, is het begrijpelijk dat, indien de naam van Apollonius als een wonderbare mare door de wereld zou gaan, de Jezusfiguur der kerkvaders op de achtergrond zou verdwijnen. 

Hetzelfde spel werd gespeeld met de veelomstreden figuur van Simon Magus (geloof niet wat in de Bijbel staat), hij wordt beschouwd als de Verlosser van de Samaritanen. 

Historici weten dat naast de pralende godsdiensten vele sobere sekten bestonden, waaronder o.a. de Ebionieten (hetgeen de armoedigen betekent), die familie van Jezus waren en een streng principiële leer volgden, bovendien vegetarisch leefden. 

Alle gnostieke zijn vegetariërs geweest, ook Apollonius. 

Dezelfde manipulaties zijn, zoals u weet uitgevoerd met betrekking tot de Mathras-leringen. Alle overleveringen, alle overtuigingen die teruggevoerd konden worden tot de opzienbarende legende van de Lichtzonen en de indaling van de Zonen van de Zon of een Zoon van de Zon werden stelselmatig uitgeroeid. 

Op handige wijze werd op een fundament van deze alom geaccepteerde overtuiging, het verhaal van de historische Jezus gebouwd; zoals kerken en kathedralen verrezen op heiligdommen van gnostieke groeperingen; Druïden, Mithras, Zonnetempels, Manicheëen, Priscillianen, enz. 

Men maakt altijd gebruik van de bezieling die in het volk leeft en buigt deze om. 

De gesneden godenbeelden, die de aardse mensheid in de Taurus- en de Ariës-era gediend hadden (kalf en lam) vielen weg. Een nieuwe era brak zich baan en de splitsende werkingen van Pisces sloegen de mens alles uit handen. 

Zo kwam er, net als heden, een leegte. Men zocht een nieuwe beeltenis, een zichtbare god, die men zou kunnen aanbidden, zoals de  zonen der duisternis altijd doen. 

En de kerkvaders wilde hen deze verstrekken. 

Apollonius sprak, net als Jezus, over de ene, universele, onzichtbare God. Hij verwierp alle beeltenissen. Wierp hen terug op zichzelf, plaatste hen voor een autonomie. 

Een zware opdracht in de Pisces-era. Men zocht naar een voorganger die zij konden vereren; maar ook dat wilde Apollonius niet, evenmin als Jezus. Geen van beiden wilde een kerk, een organisatie. Niettemin stelden beiden zich als opdracht een universeel godsbegrip, de aloude gnosis, te herbelevendigen; iets dat de organisatorische machten, beslist niet wilden. 

Men kan uit de historie opmaken dat ten tijde van de activiteit van Apollonius twee machten tegenover elkander staan: uiterlijke macht, wereldheerschappij en zuiver gnostieke of zonne-religie die de Lichtzonen tot bewustworden van hun afkomst brengt. 

Apollonius begon met zijn taak reeds op 15-jarige leeftijd, geheel in overeenstemming met de roeping van een Zoon des Lichts, die niet af te meten is naar volwassenheid of tijd; oud of jong bestaat niet binnen zulk een roeping. 

De ziel heeft haar eigen wetten, zij heeft tevens haar eigen volwassenheids-maatstaven, die buiten ons leeftijdsbegrip ligt. 

Een Lichtzoon kan zich in zijn vroegste jeugd reeds bewust zijn van zijn 'vreemdelingschap'. 

De merkwaardige verhalen die de kerkvaders de wereld inzonden omtrent hun Jezusfiguur, werden geëvenaard door de verhalen van de volgelingen van Apollonius, omtrent hun meester. 

Weldra ontwikkelden zich verhitte en geraffineerde discussies rond de beide figuren; de leiders van de kerkelijke machten verwaardigden zich de volgelingen van Apollonius uit te dagen tot een woordenstrijd. 

In de rechtszalen, op de openbare pleinen, in de straten en aan de hoven van keizers en koningen. 

De beide Lichtzonen, de ene grootgebracht bij de broederschap van de Essenen, de andere in de tempel van Aesclepios lieten dit alles aan zich voorbijgaan. 

Zij verrichten hun z.g. wonderen, die niets anders waren dan de magische werkingen van het geloofsweten, zoals die heden nog voorkomen. 

Apollonius betrad de oude tempels en hun gemeenschappen in Egypte, India, Tibet, Syrië, Arabië, Turkije en Griekenland. 

Wat hij daarbinnen deed weet zelfs zijn dienaar Darius niet, die altijd aan de poorten bleef wachten. Apollonius zweeg. 

Van Jezus wordt verteld dat hij Egypte, India, Tibet, Turkije en Griekenland tussen zijn dertiende en dertigste jaar bezocht; ook hiervan weet men weinig. 

In onze tijd zal deze opvatting niet zoveel opzien meer baren, want de feiten in deze landen spreken voor zichzelf. Maar het is vanzelfsprekend TEGEN de zienswijze van de kerkvaders! 


ZWIJGZAAMHEID 

Het is vrijwel algemeen bekend dat Apollonius zich gedurende 5 jaren aan het gebod van de stilte hield. 

Hij zeide: "Het wapen van de tong is het machtigste wapen ter wereld; Indien dit wapen zijn kracht verliest over de mens, kan deze mens pas met goed gevolg over dat wapen zegevieren." 

Dit gebod van de stilte heeft natuurlijk een doel. Het bewaren of concentreren en het reinigen van de gedachten, zodat, na verloop van tijd de woorden rein, sterk en oprecht zullen zijn. 

Hetgeen men heden zo dikwijls onder het gebod van de stilte verstaat is in geen verhouding tot hetgeen Apollonius eronder verstond. 

Stilte is concentratie, activiteit, denkintensiteit, verbinding leggen  tussen het innerlijk en het denken. 

Op een gegeven moment, zo kan men stellen, is men zo vol van kracht dat men explodeert en deze z.g. explosie moet dan zuiver spiritueel zijn. 

Dat Apollonius deze innerlijke kracht in zichzelf voelde opklimmen bewijzen wel zijn woorden, herhaald door de historicus: Er zijn momenten geweest dat hij tot zichzelf zei: "Wees geduldig mijn hart en wees stil mijn tong." 

De tong wordt door ons maar al te veel misbruikt. Het is een giftig en verraderlijk wapen, zowel tegen onszelf als tegen anderen. 

Temidden van zijn belagers staande, overstroomd met leugens, aanvallen en verwijten, hield hij zich strikt aan dit gebod, dat ook door de Pythagoreëers werd geëerd, evenals tijdens de inwijding van Eleusis werd gehandhaafd. 

Het strottehoofd, gebruikt voor de stem, verliest zijn kracht indien de woorden der mensen waardeloos, leugenachtig of kwaadaardig zijn. Men verzwakt zichzelf aldus. Dat wisten alle gnostieken. 

Door de tong niet aan te wenden ter verdediging van zichzelf, tot zelfhandhaving, tot twijfelachtige doelstellingen bestendigt men de innerlijke Kracht in zichzelf. 

Apollonius wenste slechts die krachtcentra te bezoeken die waarlijk werkzaam waren, zegt de historicus; d.w.z. die beschikten over die bovenaardse etherische trilling, bekend als de kracht van de Lichtzonen. 

Een vibratie die men NU NOG herkent in o.a. de oude tempels van Mithras, op de Druïdenplaatsen, op de Katharenburchten, overal waar Lichtzonen werkzaam zijn geweest, al is het eeuwen her, blijft die trilling aanwezig, niettegenstaande de kathedralen die erop werden gezet. Deze trilling is, zoals men heden weet niet op te heffen door welk bouwwerk ook! Men moet slechts de mens, en vooral de Lichtzoon zien weg te houden van zulke plaatsen. 

De heden nog bekende plaatsen, waarvan de geestelijk bewuste mensen WETEN dat zij nog vanuit de etherische sferen worden belevendigd, werden destijds alle door Apollonius bezocht. 

Delphi - typisch levend; Paestum in Italië - eveneens treffend; De Daphnische Apollo-tempel in Antiöchië; een tempel in Tzigatzé in India, zeer oud; een oude Tempel in Arabië en verder was hij op Kreta en aan de kust van Frankrijk op St.Honorat. 


SAÏS 

Van de lezing over Atlantis herinneren sommigen onder u zich wellicht dat ik gesproken heb over de eerste tempel van Saïs in Egypte, die stamde uit Atlantis. 

Deze tempel zou gebouwd zijn door de god Thot, die een zoon zou zijn geweest van een Atlantisch priester en de dochter van de koning van Atlantis: Chronos. 

De bewijzen die daarover zijn gevonden, zouden liggen in het museum van St.Petersburg. 

Rond die tempel van Saïs had zich een Egyptische gemeenschap van Essenen gevormd, en deze waren één van de belangrijkste trefpunten van Apollonius en vermoedelijk eveneens van Jezus, de Esseen. 

De Essenen waren niet, zoals men dikwijls meent, een uitsluitend Joodse sekte, maar een wereldverbreide broederschap. 

Hun leringen stemmen overeen met die van de: Boeddhisten, Brahmanen, Pythagoreeërs, de Therapeuten, de Manicheeën en de Paulicianen. 

Zij allen betraden hun gebedsplaatsen, zowel de uiterlijke als de innerlijke met dezelfde bede op de lippen: "MAAK, O GOD, DAT IK WEINIG BEZIT EN AAN NlETS BEHOEFTE GEVOEL!"  (onthechting - armoede - antimaterie - soberheid) 

De behoefte aan bezit, comfort, luxe, is altijd beschouwd als één van de grootste beletselen voor de geestelijke rijkdommen. 

Het gaat vooral om dat 'aan niets behoefte gevoelen', laat staan ernaar streven, erop gericht zijn, het leven lang. 

De terugslag ìn onze Aquarius-era hiervan, bewijst de juistheid van hun gedachtengang. 

Niet nijpende armoede, maar het 'onthecht zijn'. 

Een typerende reactie van Apollonius was, dat hij in zijn gesprekken met filosofen en aardse groten hen allen aanraadde, indien zij behoefte gevoelden aan gemak, comfort en bezit, zij eraan moesten toegeven. 

Volg de wens des harten des te eerder staat men voor de eigen realiteit. Des te eerder ook ontdekt men de betrekkelijkheid ervan. 

Hij legde NIEMAND zijn levenshouding op, integendeel raadde velen deze af. 

Maar wel riep hij eens uit: "Wilt gij u mijn volgelingen noemen terwijl u vlees eet en wijn drinkt en geniet van alles wat deze wereld biedt? Niemand is mijn volgeling dan hij, die leeft als ik." 

En dat waren er slechts zeer weinigen! 

Zelf zei hij: "Ik léér niets, maar ik wéét toch. Alles wat aangeleerd wordt, is de moeite van het leren niet waard!" 

Het verborgene lezen, het verborgene ontdekken, daartoe behoeft men geen studie te volgen; Cursussen tot God, terminologieën aanleren, talen leren, alles heeft zijn nut met betrekking tot de verhoudingen binnen de uiterlijke wereld; de INNERLIJKE wereld onderwijst degenen die uit het innerlijk denken en handelen, ANDERS. 


GESCHRIFTEN 

Er is een tijd geweest dat zijn geschriften bewaard werden in de privé-musea van zijn voorname volgelingen. 

Keizer Hadrianus o.a. (117-138) stelde enkele hiervan tentoon. 

Keizer Alexander (222-235) plaatste vier beelden in zijn 'atrium' (huisaltaar): één van Jezus, één van Orpheus, één van Abraham en één van Apollonius. 

Keizer Arelian (270-275) wijdde hem een tempel. 

In de 13de eeuw moeten er in Konstantinopel nog bronzen deuren zijn geweest, gewijd aan zijn leven, zij werden door de latere christenen vernield. 

Apollonius was een machtige concurrent voor de kerkvaders, maar hij trad niet zozeer in het openbaar op als wel trad hij in contact met de kleinere gemeenschappen. 

Hij zelf zei daarover: "Ik kan slechts contact opnemen met hen die het innerlijke leven leven, want deze gaan bij het aanbreken van de dag de tegenwoordigheid der goden binnen, waarna zij de middag besteden aan het ontvangen der leringen der heiligheid; zij wijden hun leven niet, tot aan de namiddag, aan stoffelijke zaken. 

Ook in Spanje heeft hij zijn sporen achtergelaten, hij bezocht een tempel die gelegen was op de steile rots van Gades, waar later Cadiz zou ontstaan. 

Van deze rots wordt gezegd dat hij een overblijfsel zou zijn van het vasteland van Atlantis. 

De daar in de oudheid bestaande 'tempel of grot der Ingewijden' was eveneens een inwijdingsplaats uit de oudheid, (zonne-religies van Atlantis) 

Troje en Mycene werden ook met een bezoek vereerd, merkwaardigerwijze ook plaatsen die binding hebben gehad met Atlantis. 

Mycene, de Leeuwenpoort met zijn inscriptie: over de Egyptische Zoon Thot - zoon van Atlantisch priester en de dochter van koning Chronos. 


TROJE 

De vaas die Schliemann ontdekte die lemen scherven bevatten met de inscripties: Van de koning Chronos van Atlantis en een zilverkleurige plaat van onbekende legering met de inscripties: deze behoort van de tempel met de doorschijnende muren. 

Er blijkt een verband te bestaan tussen alle gewijde plaatsen die Apollonius bezocht: Saïs in Egypte, Gadiz in Spanje, eiland St-Honorat (zeer oud overblijfsel), Paestum, Troje, Mycene, Kreta, India en Tibet. 

De Griekse Archipel, van Kreta weet men het zeker onderhield verbindingen met het oude Atlantis. 

Hij werd opgevoed in de tempel van Aesclepios. De heiligdommen van Aesclepios op Kos zijn van een zeer merkwaardige trilling, zij waren plaatsen van wonderbaarlijke genezingen. 

Op Kreta werd een oud brandpunt van de Orphische mysteriën bezocht. 


UITSPRAAK 

Een oude Egyptische priester zei eens tot Apollonius: "Waarom moeten de Egyptische leringen vernieuwd worden?" 

Apollonius bemerkte echter de macht die de oeroude waarheid in Egypte aan het ombuigen was. 

In India was hij gedurende lange tijd bij enige Hindoe-gemeenschappen, één der oudste leringen ter wereld. 

Al hun oude boeken zorgvuldig bewaard in vrijwel onbekende schuilplaatsen vertellen over de Lichtzonen, de goden, de kennis des hemels. 

Apollonius is verdwenen in de schaduw van het kerkelijke christendom en gedoodverfd als een zwartmagiër, een duivelse heiden. 

Zijn naam Apollonius betekent: De weg van volmaaktheid, en de toevoeging Tyana maakt deze weg tot: een weg van profetie, visioen, heiligheid en toebereiding. 

Moge hij, ook nu nog, ons tot voorbeeld zijn.

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene