7a - de waarheid rond heksenvervolgingen

Wanneer men de geschiedenis van de heksen induikt, dan wordt men getroffen door de beschamende en ziekelijke gedragingen van menig ontwikkeld mens! 

Onderschat de heksenvervolgingen niet, want zij leven hier en daar voort onder de bedekking van haat, jaloezie, fanatisme, en bijgeloof. 

Voor alles blijkt dat de angst de toonaangevende factor geweest is en zal zijn. 

In een tijd waarin de heksen opnieuw de belangstelling trekken, komt eveneens het gevaar voor bijgeloof en misdadige kwaadaardigheid boven. 

Beschuldigingen van hekserij, toverij, zwarte magie e.d. zijn immers door de beschuldigden nooit te weerleggen? 

We kunnen die zwarte bladzijden uit de geschiedenis niet eenvoudig afdoen met de betiteling: massawaan en verdwazing; er is veel meer aan de hand. 

De oorzaak van de kettervervolgingen en de heksenvervolgingen die daar direct uit ontstonden ligt in de religieuze, zowel als in de persoonlijke haat en de angst voor machtsverlies, onheil en natuurlijk voor de gestalte van de duivel en satan, die door de religieuze machthebbers als een angstaanjagend dreigement werd gebruikt. 

Overal waar een religieuze organisatie zich handhaaft met behulp van angst en dreigementen kan men een zelfde soort hysterie verwachten ZELFS in onze tijd. 

Er zijn zelfs processen uit Duitsland en België bekend tegen z.g. heksen en heksenmeesters die gelukkigerwijze door nuchtere rechters werden ontzenuwd. 

In de boekwinkels komen weer boeken over heksen en menigeen, die niet door een nuchter en VOORAL autonoom denken wordt geleid, bovendien sensitief is kan door de suggestieve teksten worden overheerst. 

Literatuur nam in de gruwelijke heksenvervolgingstijden een vooraanstaande plaats in: voor- en tegenstanders schreven hun denkbeelden op en wat het daglicht zag is eenvoudig: ontstellend. 

Waarbij de tegenstanders van de heksenjagers eenvoudig zelf verbrand, dan wel gefolterd werden tot zij zeiden wat de beulen wilden. 


HISTORIE 

Tegen het einde van de 16de eeuw beginnen de heksenvervolgingen en vinden hun hoogtepunt in de 17de eeuw, waarna tegen het einde van de 18de eeuw het nuchtere verstand weer de overhand kreeg. 

Het merkwaardige is dat de z.g. magiërs, die allerlei magische banvloeken uitspraken, elementalen opriepen en voor toverdranken en zalven zorgden nooit belaagd werden. 

Zij assisteerden aan de hoven, men vond hen onder de priesters en het waren altijd wetenschappelijk geschoolde mannen. 

Één van de magische oproepen wordt verteld door Benevenuto Cellini, één van de bekende Italiaanse kunstenaars: Het speelt zich af in 1533 in de ruïnen van het Colloseum, er zijn geesten van doden aanwezig, de magiër beheerst zijn geesten niet meer, waarna Cellini standvastig moet blijven. 

Oproep gaat zoals Eliphas Levi e.a. hem beschrijven. 

Deze "magiërs" hadden grote macht en de haat keert zich niet tegen hen. 


De HEKSENHAMER in 1486 in Keulen gedrukt, door de encycliek uitgegeven is het meest huiveringwekkende boek van de wereldliteratuur. 

Daarop baseerden zich alle heksenjagers, ook de protestantse. 

Er verscheen herdruk op herdruk in diverse talen en tot in 1939 toe. 

Het is doortrokken van een ziekelijke vrouwenhaat en een angst voor machtsverlies van de encycliek. 

Vrouwenhaat is één van de drijfveren die geestelijken tot heksenjagers maakten, haat uit bitterheid tegen hun abnormale levensregels! 

Daarom is elke tegennatuurlijke levenshouding, opgelegd of ingegeven door religieuze machthebbers de kiem voor gevaarlijke abnormaliteiten, die slachtoffers kunnen eisen. 

De inquisitie, die de ketters vervolgde, waarbij geestelijken genoten van de kwellingen die zij hun slachtoffers aandeden, vindt een vervolg in de hekseninquisitie, waarbij de geestelijkheid hetzelfde gedrag demonstreert, katholieke zowel als protestantse geestelijkheid: luthers, calvinistische, d.w.z. fanatieke geloofsbelijders. 

Frappant is dat bij alle meer vrije stromingen deze haatdragendheid afneemt: tolerantie van mens tegenover mens kan pas bloeien, wanneer de mens zelf zonder druk leeft. 

Haat, jaloezie, in hun afschuwwekkende en geraffineerde vormen, sexuele abnormaliteiten, vooral bij jonge meisjes, (die tot een z.g. kuise levenshouding gedwongen worden) werden en worden de oorzaak tot tragedies, die geen einde lijken te nemen en waarvan de intellectuele geestelijken profiteren. 

Visioenen, z.g. geestverschijningen (maagd van Orleans), door autosuggestie, ontberingen, abnormaliteiten werden aanleiding om mensen onschuldig wreed te pijnigen en te doden. 

De verbeeldingskracht kan van de mens een duivel dan wel een heilige maken. 

Hysterie, ziektebeelden die de artsen wel onderkenden, maar veelal onder doodsbedreiging niet DURFDEN onderkennen bracht duizenden op de brandstapel. 

Burenruzies, afgunst, tegenslagen brachten onschuldigen in de gevangenis en vrijwel zeker op de pijnbank, waarop hen andere namen werden ontfutseld en tenslotte de dood; het volk werd geïmponeerd door de angst, het geweld, de straffen en de woorden en bedreigingen van zijn voorgangers. 

Typerend is dat de massa, als geheel NOOIT zelfstandig tot een uitzinnig gedrag komt maar altijd geleid moet worden door een begaafd leider. 

De heksenjagers waren intelligent, hun tegenstanders eveneens. 

Het volk ligt tussen hen in, gekweld door angst en moedig in het helpen van onschuldig bedreigden. 

Voorbeelden van lafheid zijn er eveneens. 

Maar altijd is het gedrag van de sterke enkeling doorslaggevend, ALTIJD. De enkeling begon en de enkeling beëindigde dit geweld. 

De enkeling die een andere enkeling inspireert. 


In de Heksenhamer stonden o.a. deze duivelse regels: 

...." De vrome non is verdacht, omdat de duivel zo eerzuchtig is juist zulke heilige maagden te willen verleiden. Maar vanzelfsprekend laat de boze verleider zich ook geen levenslustig meisje ontgaan. En met een treurige maagd, die door haar minnaar in de steek is gelaten, heeft hij helemaal vrij spel! 

Op al deze vrouwen moet dus bijzonder goed gelet worden. Een vrouw die zelden naar de kerk gaat is verdacht, een vrouw die geregeld een kerkdienst bijwoont nog veel meer, want ze heeft zeker reden om te doen alsof. 

Uit de rasschennis tussen vrouwen en duivels ontstaat een nakomelingschap. Het kind van de heks is duivelsgebroed. Zelfs het kleinste meisje heeft dan een duivelminnaar met wie ze ontucht bedrijft, evenals het oudste rimpeligste vrouwtje. 

Heksen van de ergste soort verorberen kinderen, ONGEDOOPTE kinderen die ze niet zelf verorberen offeren ze aan de duivel of vermoorden ze op een andere manier...." 

(dus doopte men de kinderen) 

Speciaal vroedvrouwen, zowel kleine meisjes als oude vrouwen, rijp en groen werden opgepakt. 

Mannelijke duivelsgenoten worden slechts terloops genoemd: 

" De man wordt in de eerste plaats bedreigd als hij, als echtgenoot, zoon of advocaat, de misdaad zou begaan een aangeklaagde vrouw bij te staan. Voor die misdaad verdient hij de doodstraf, hij is dan zelf als heksenmeester ontmaskerd." 

Iedereen was een heks die aan de volgende 4 punten voldeed en de pijnbank zorgde ervoor dat men eraan voldeed: 

1. relatie met de duivel onderhield, 

2. zich aan ketterij overgaf, 

3. iemand schade berokkende, aan zijn goed of lichaam, 

4. door de lucht vloog of zich in een dierengedaante veranderde. 

In een dorp waar een zieke niet genas, zocht men naar de heks die hem betoverde, en die vond men altijd; weldra waren er geen oude vrouwen en veel minder kinderen aanwezig. 

In een dorp waar een "wijze vrouw of een vroedvrouw" een zieke met kruiden genas gebeurde niets, behalve wanneer het haar eens mislukte! 

Een van de beroemdste heksenmeesters uit die tijd was wel Faust. Over zijn leven is niet zoveel bekend, behalve enkele optekeningen van een Dr. Wierus van gebeurtenissen die op het kasteel Batenburg hebben plaatsgevonden. 

Hij was een jonge rondreizende man bekend met kruiden, toverspreuken uit de oudheid en beslist wetenschappelijk geschoold. Vandaar dat men hem nooit iets maakte, integendeel menig edelman ging er prat op Faust te hebben gekend. 

Hij spotte met god, clerus en gebod. Hij kende vele oude formulen, zoals de magiërs; hij kende astrologie, natuurwetenschappen en nam velen in de maling. 

Hij stierf in 1540. Zijn geschriften zijn in handen overgegaan de Heer Anton von Staufen, graaf von Zollern. 

Faust stierf, in tegenspraak tot de geruchten, rustig in zijn bed in 1540 (geboorte 1490) 


TALISMANNEN 

Vanuit de oudheid was er de angst voor boze geesten; een natuurangst van de mens, aangewakkerd door de religieuze autoriteiten. 

Daaruit ontstonden de talismannen die beschermden of kwaad deden, al naar men er geloof aan hechtte. (kruisjes e.d. ook heden nog) 

Bij alles gold en geldt nog de opzet: iemand het geloof bij te brengen door angst, geweld, bedrog, hem in zijn macht te verkrijgen. 

Het geloof is een magische kracht, zelfstandige overtuiging is een tegenkracht tegenover suggestief geloof en bijgeloof. 

Emotionaliteit is een vruchtbare aarde voor hysterie en kwaadaardigheid, evenals voor ziekelijke bijgelovigheid die ontaarden kan in tragedie, voor zichzelf en anderen. 

Het werken op de ingeboren angsten van de mens voor tegenspoed, ziekten, duivels, is de mens binden door middel van zijn emotionele zwakten en hem daardoor overheersen. 

De geschiedenis bewijst dit. 

Een machthebber, kerkelijke dan wel politieke, is in de positie psychisch zwakkere mensen te beïnvloeden. 

Niets is zo angstaanjagend als de emotionele ziekelijke drift van een machthebber, die hij kan overdragen op zijn volgelingen of volk; daaraan ontkomt vrijwel geen tegenstander! 

Geweld jaagt de mens angst aan. Gruwelijke demonen eveneens wanneer men deze vergezeld laat gaan door pijnigingen (hel, vagevuur). 

Een talisman beschermde tegen al deze onheilen. D.w.z. nam van de drager de angst weg, waardoor hij zichzelf genas .


INQUISITIE 

Zoals bekend waren er in Zuid Frankrijk tot aan de 14de eeuw gruwelijke vervolgingen geweest tegen de ketterijen, de Katharen, de Waldenzen, allerlei afvalligen. 

Deze gingen in het geheim voort en de, hun bloedige spel ontnomen geestelijkheid, zonnen op een ander vermaak en de Heksenhamer zette dit vermaak in. 

De greep op de massa verslapte nl. door de geheime bijeenkomsten onder leiding van enkele moedigen. 

Ziekelijke waanvoorstellingen binnen de kloosters leidden tot de idee van vrouwenvervolgingen: de oorzaak van alle kwaad naar het voorbeeld van Eva! 

De oorzaak mede van de onbehaaglijkheden die de monniken teisterden! 

Om deze heksen te veroordelen kende men proeven, zoals men deze reeds bij de ketters had toegepast; de waterproef; (heksenbad), de weegproef; de naaldproef. 

De heksenjagers kregen hulp van de nieuwe boekdrukkunst, die net uitgevonden was, hierdoor werd hun literatuur verspreid, maar ook die van de tegenstanders. 

Er was over het algemeen een gemurmureer tegen de geestelijkheid; hun decadentie, hun overdadigheid. 

Door de steden waren de flagellanten of de geselbroeders getrokken, boete doende door geselingen, omdat de "tijd verdoemd was door de verdorvenheid van de geestelijkheid." 

Tegen hen trad men vrij mild op, duiveluitdrijving. 

Maar hun acties zette kwaad bloed bij de bevolking. 

Innocentius VIII vaardigde een bul uit die opriep tegen duiveluitbanning, tovenarij en hekserij. 

Hierdoor bracht hij de heksenprocessen binnen het recht. 

De vervolging lag in handen van de Dominicanen en de Franciscanen. 

Hoofdzakelijk bij de Franciscanen, omdat zij intelligenter en dus wreder waren. Bovendien werd voorgeschreven dat de verbeurd verklaarde goederen aan de rechters en consorten verviel. 

Menigeen verrijkte zich, men begon met arme vrouwtjes en op de pijnbank vielen andere namen, rijkere mensen! 


DE WEEGPROEF 

Een weegschaal omdat het gewicht normaal zou zijn; een heks was lichter, de schaal werd vastgezet door schout en monnik. 


NAALDPROEF 

Gevoelloze plekken op het lichaam. 


DE WATERPROEF 

Kruiselings hand aan voet gebonden op het water drijven. Heksen zonken NIET. 

(later weerlegde een wetenschapsman dat door de houding als van een boot en de ingehouden adem de personen nooit konden zinken) 

De heksenjagers gingen er van uit dat het reine water de heksen afstootte, evenals ketters. 


HEKSENONDERVRAGING 

Heksen gebruikten een "zalf" waardoor zij zichzelf onzichtbaar maakten of konden vliegen. 

Kruiden (bilzekruid, waterscheerling, nachtschade) hebben een hypnotische of hallucinerende inwerking op SOMMIGE mensen. 

DRUGSjongens van heden zouden de heksenmeesters van vroeger kunnen zijn. 

Weldra verenigden de vervolgers zich in een soort oecumene: zij vonden elkander in hun gefrustreerde haat tegen ketters en vrouwen: Calvinisten, Protestanten, Lutheranen, Katholieken. 

Voordien had men reeds vriendschap gesloten terwille van de joden en moslimvervolgingen. 

Onder de heksenjagers vond men echter eveneens diegenen die om de één of andere reden het geloof verloochend hadden of uit een klooster waren uitgetreden. Hun onrijpe en geestelijk slecht georiënteerde stap knaagde als gewetensangst aan hen. (overal nog herkenbaar). Uit deze gewetensangst kwamen zij tot heksenvervolgingen z.g. boete tegenover God, omdat zijzelf of te zwak of te ziekelijk waren gebleken om zelfstandig te denken. 


EXORCISME 

De hedendaagse opnieuw belevendigde interesse voor exorcisme, heksen, magie komt voort uit een ziekelijke toestand van het zenuwgestel; daardoor perverse, bijgelovige abnormale nieuwsgierigheid en experimenteer-drang. 

Zenuwaandoeningen zijn heden actueel. Zenuwgestoorde mensen  zijn òf ziekelijk angstig, òf ziekelijk nieuwsgierig, belust op sensatie. 

Deze veel voorkomende stoornis werkt het gevaar van de suggestieve magie, en de suggestieve bijgelovigheid in de hand. 

Officieel is bijgeloof ontzenuwd: achter de schermen leeft zij nog, soms in een andere vorm. 

Spiritistische uitspattingen werken dit bijgeloof in de hand! 

Experimenten van schoollieren. 

Het occultisme, beoefent door emotionele en zenuwzwakke mensen lijdt tot al die hysterische en psychopatische aandoeningen die destijds mede aanleiding waren tot ketter- en heksenvervolgingen. 

Het occultisme leeft op een gevaarlijke manier op. (ook invloed van vermenging met gekleurde volkeren die nog hun natuurmagie kennen) 

De Oosterse bewegingen berusten eveneens op de z.g. geestverschijningen of astrale verschijningen van meesters e.d. waardoor tenslotte meisjes in de puberteit, gefrustreerde mannen en vrouwen, emotionele figuren e.d. tot alles in staat worden gebracht. 

Er zijn historisch talrijke voorbeelden van zulke mensen: meisjes, hysterie, later ontspoorden, zieken, of door arts genezen. 

Epileptici noemde men "door de duivel bezetenen" Deze z.g. "heilige ziekte" geeft visioenen en de lijders werden van oudsher als "bezochten of bezetenen" beschouwd. 

Ook heden zijn er diverse epileptici, die hun medemensen door hun visioenen imponeren. Hetgeen ook kan ontaarden. 

(Lou de Palingboer) 


TEGENSTANDERS 

Een zekere Dr. Wierus soms Weyer genoemd, hofarts van hertog Wilhelm van Kleef werd één van de grootste tegenstanders van de heksenjachten- en hij stelde de kernvraag: 

"Heeft men er ooit over nagedacht waarom de haat zich voornamelijk tegen vrouwen richtte?" 

Dat heeft hem de haat van de geestelijkheid op de hals gehaald. 

Hij schreef een boek gericht tegen de Heksenhamer en zijn belangrijke positie aan het hof beschermde hem voorlopig. 

Ongegrond en goddeloos noemde hij het; de jagers waren uit op profijt en gaven toe aan hun ziekelijke aandoeningen. 

Als arts schreef hij tevens over: "Over de ziekte van de gramschap en haar genezing langs filosofische, medische en theologische weg." 

Hij genas hysterie en redde daardoor menigeen uit de handen van de heksenjagers. 


HOLLAND 

Holland was het eerste land dat ophield met heksenprocessen, reeds in het begin van 1600, toen het overal nog in volle gang was. 

HAARLEM stond bekend als een stad die menige vluchteling ontving. 

OUDEWATER met zijn weegschaal redde vele buitenlanders. 

De Hollanders vonden de methoden gruwelijk en de bezetenheid bespottelijk. 

Het geloof aan hekserij was echter WEL aanwezig, maar veel zachtzinniger. De nuchtere rechters deden uitspraken tegen: de z.g. kwakzalvers en zieners die heksen aanwezen: ze moesten met BEWIJZEN komen. 

Iedereen die zijn naaste smaad aandeed werd gestraft. Hierdoor was kwaadaardigheid gauw afgelopen; hysterie en bezetenheid kwamen onder medische verzorging. 

TORRENTIUS 

Er wordt ten onrechte verondersteld dat hij een Rozekruiser was. 

Hij schilderde twee soorten schilderijen: stillevens EN pornografische, provocerende. Hij stierf aan syfilis in Engeland. 

Hij werd beschuldigt van ketterij, omdat hij tijdens drinkgelagen cynisch de duivel aanriep en de clerus bespotte. 

Jacobus de Eerste riep hem naar Engeland, omdat hij zijn kunst bewonderde. Hij was door zijn rijkdom verdorven geworden. 

De rechters en de gegoede burgers ergerde zich aan hem, omdat hij hun dochters misbruikte en liederlijke gelagen hield met hun zonen. 


DE MOEDER VAN JOHANNES KEPLER 

De moeder van Johannes Kepler werd van hekserij beschuldigd, omdat zij ruzie had met een buurvrouw. Johan kon haar met moeite vrij krijgen. Zij zou de buurvrouw ziek gemaakt hebben door een glas wijn .

Alleen Johan stond haar bij, haar andere kinderen lieten haar in de steek uit angst. 


BALTHASAR BEKKER  

Hij was een Hollandse dominee en schreef: "De betoverde wereld", waarin hij tegen de duivel en zijn consorten te keer trok. 

Vooral tegen de theologen, die de angst voor deze hellevorst aankweekten om hun macht te bewaren. Het boek verscheen in 1691 in Amsterdam. 

Vele gereformeerde theologen voelden zich in hun eer aangetast en bewerkten dat hij uit zijn ambt werd ontzegd. 

De gelovigen mochten niet meer met hem spreken, op straffe van geëxcommuniceerd te worden; op straffe van hun arbeidsverlies. 

Een vroegere student van hem wierp op.... "dat indien de mensen wisten dat de duivel geen macht meer over hen had, zij zorgeloos zouden worden.... " 

Bekker was een zelfstandige denker- en heeft dit geweten. Hij werd geschuwd als een verdoemeling. Omdat Bekker een gestudeerd man was, kreeg zijn stem in het buitenland gehoor, zijn boeken werden vertaald en droegen bij tot een bestrijding van de heksenvervolgingen. 

De vroedschap van Amsterdam was het oneens met de kerkelijke autoriteiten, waardoor Bekker tot aan zijn dood en zijn vrouw daarna financieel ondersteund werd, anders zou hij smadelijk zijn verdreven. 

Hij verloor vrienden en kennissen en werd een eenzaam en verbitterd man. Zijn geloofsgenoten lieten hem vallen UIT ANGST, de enige die hem steunde was zijn vrouw, die zijn lot deelde en van zijn boek kwam herdruk na herdruk in het buitenland. 

In Holland ook, door middel van een sympathisant die echter werd bedreigd, maar volhardde in zijn "obstinaat en recalcitrant" gedrag. 

Bekker werd beroemd, men wijdde na zijn dood een penning aan hem. 

Maar in zijn tijd hadden jonge theologen schriftelijk moeten onderschrijven dat zij zijn leer verwierpen anders werden zij NIET beroepen. 

Bekker heeft echter tot aan zijn dood verder gewerkt aan de "DE BETOVERDE WERELD" en liet een tweede deel verschijnen. 

In Amsterdam liet men echter zijn functie open, er kwam geen opvolger, hoezeer de kerkelijke overheid ook aandrong;. men verkeerde z.g. steeds in bureaucratische moeilijkheden. 


Als alles in Europa achter de rug is, steekt de waanzin de kop op in Amerika, via de emigranten uit Engeland o.a. de zelfde wrede razernij begint. Totdat ook hier een éénling, een machtig man, omdat men zijn vrouw op hekserij gevangen neemt. Door middel van geld, dreigement, nuchter verstand een einde eraan maakt. Inmiddels zijn honderden gedood. 


"DE ENE MENS IS DE ANDER EEN DUIVEL" zo zei Bekker en dat is heden nog zo. 

De duivelse kwaadaardigheid, de duivelse bezetenheid, die vrijwel altijd de emotioneel zwakken of de fanatiek gelovigen en dikwijls gestudeerden in bezit nemen, vindt heden zijn uitlaatklep op andere wijzen. 

Maar deze aandoening blijft in de mensheid aanwezig en zolang deze abnormaliteit van bovenaf wordt gestimuleerd door eveneens abnormalen, is een herhaling van de historie altijd te vrezen. 

Alles herhaalt zich onder andere omstandigheden. 

Autoritaire machten kweken terreurliefde aan; en terreur, onverschillig uit welke hoek die komt, is een vijand van de vrijheid, zoals de vrijheid een vijand is van de terreur. 


OOK IN DE RELIGIE 

Vrijheid van denken is de grootste vijand van allen die door middel van geweld en angst de macht willen behouden. In de historie heeft dit tot tragedies geleid; in het heden leidt dit tot tragedies en het zal in de toekomst eveneens tot tragedies leiden. 

Zie Ierland, Afrika, rassehaat onverschillig waar; godsdienstoorlogen, vervolgingen en de ziekelijke afwijkingen, die de mens zichzelf laten bevredigen in het leed van anderen. 

Er is niets nieuws onder de zon. 

Als men het ene een "halt'' toeroept komt het andere. De mens zelf moet veranderen, zich vrij denken, zichzelf vreesloos maken. 

En vooral een innerlijke adeldom verwerven, opdat hij nimmer zijn naasten slachtoffert terwille van zichzelf. 

Alle vormen van de Oerzonden zijn in staat een mens te verlagen tot een bestiaal gedrag: Jaloezie, Wellust, Hoogmoed, Gulzigheid, Gierigheid, Drift, Luiheid. 

Innerlijke adeldom bewijst zich in het overwinnen van deze demonen in de mens, waarop zij eveneens uit zijn omgeving zullen verdwijnen. 

Heksen bestaan niet. 

Er zijn slechts kwaadaardige mannen EN vrouwen, magiërs, die misbruik maken van hun macht. Zolang de mens innerlijk onvolwassen en onedel is moet hij niet experimenteren met krachten die hij niet kent en dus niet beheerst. De historie bewijst dit. 

De evenwichtige, zelfstandig denkende en handelende mens heeft NIETS te vrezen, zomin als zijn naaste van hem iets te vrezen heeft. 

Het kwade en het goede moeten in hem in evenwicht zijn 

_____ 


De hernieuwde rage in magie, occultisme, hekserij etc. bewijst dat een herhaling van de oude tijden aan de gang is, hoe de hedendaagse mensheid hier doorheen komt zal nog bewezen moeten worden. 


Heksen en heksenprocessen - Kurt Baschwitz

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene