De zwarte en de witte maagd

De voorchristelijke en vroeg na-christelijke gnostieke sekten gingen van het standpunt uit dat de aarde zich tegenover de hemel verhoudt als het negatieve tegenover het positieve. 

Het ZWARTE is als de aarde, het WITTE is als de hemel. 

Daarin is langzamerhand een verandering gekomen, de degeneratie greep ook hier in. 

Het ZWARTE en het AARDSE werd het kwade, het WITTE (wat de mens daaronder verstaat) werd het goede. 

Het kwade werd tegenover het goede geplaatst, zoals de aarde tegenover de hemel werd geplaatst en niet twee-in-één meer was. 

De witte magie is in wezen hetzelfde als de zwarte magie. 

Wie beoordeelt wat GOED is? 

Elke magische groepering zal zeggen dat zij witte magie beoefent, behalve de satans-religies die bewust het kwade of destructieve uitoefenen en dat wil zeggen dat zij het historische christelijke bewust afbreken. 

Maar witte magie misbruikt het negatieve: witte magie misbruikt de zwakken net zo als de zwarte magie. Boosaardigheid is een uitwas of tegenspeler van het drukkende goedaardige, dat de mens eveneens gevangen kan nemen of misleiden. 

Elk doel karakteriseert de soort magie en dat blijft altijd gericht, dus altijd met een belang. 

Het karakter van de magiër is ook bepalend. 

Heilige Magie is niet gericht, daardoor noch wit noch zwart, maar ongevormd, (vol en niets) 

Vanuit de oudheid zijn de magische gebruiken tot ons gekomen en één daarvan was het aanbidden van de zwarte maagd; als symbool van het negatieve, het natuurlijke, het ontvankelijke, moeder AARDE. 

Alle gevonden beeldjes van de zwarte maagden zijn door de kerken vernietigd, dan wel overgeschilderd, omdat juist de beeltenis van HUN Maria hoogtij moest vieren. 

Het opnieuw belevendigen, met een kleine afwijking, van de aloude tradities, versterkt het magische instituut, omdat het in wezen nooit is weggeweest. 

Vandaar dat in wezen niets nieuws bestaat, het oude komt altijd onder een herstelde vorm terug, maar de kracht is; bewaar de kern, herhaal de essentie van de formule. 

Haal nooit de kern weg! 

Je kunt hem met alles behangen of bekleden, maar als de kern weg is, wordt alles waardeloos. 

Het Heilig Avondmaal is een zeer oud gebruik, dat binnen de religieuze gebruiken bewaard bleef; het kreeg slechts het gewaad van de betreffende religie. 

De gehandhaafde formule is de kracht. 

Die formule verbindt de mens met het bijbelse christendom, oorspronkelijk is de magische formule slechts iets anders. 

In alle magische formulen vereenzelvigt men de voorwerpen met de gewenste figuur of het doel. Het GELOOF verbindt zich met de VERBEELDING. 

De rituele of magische handeling verbindt degenen die ermede annex zijn, met datgene dat in hun verbeelding leeft. De verbeelding injecteren met beeltenissen is het doel van de religieuze groeperingen en hen dwingen die beeltenissen te belevendigen en hen oefenen in concentratie. 

Zodra concentratie, of geloof, en de verbeelding één geheel vormen, dragende het beoogde beeld, is de magische overheersing tot stand gekomen. Het is alles een geraffineerde vorm van suggestie. 

De zelfstandige machtige magiër is een kampioen in autosuggestie; hij verenigt zichzelf voortdurend met zijn ideële beeltenis en sterkt zijn geloof daarin zonder ophouden. 

Zo wordt hij een magiër en als hij dat geworden is, komt zijn tijd om van zijn eenzame hoogten neer te dalen, om zo, ongevaarlijk voor invloeden deel te nemen aan de gemeenschap en het dienen belangeloos te beoefenen. 

Er zijn velen die zeggen dat zij dienen, het is slechts de vraag WAT en WIE zij dienen. 

Dienen is niet het allermoeilijkste, maar dienen zonder respons, zonder bevrediging of zichtbaar resultaat. Dat is de opgave. 

Slechts de heilige, onthechte geestelijke magiër kan dit. 

In elk mens woont een magiër, het is slechts de vraag of hij een magiër wil worden en of hij vrij wil worden van alle bio-energische, spirituele en maatschappelijke slavernij. Dat kan zijn motivatie worden voor de inspanning, die hem vanuit het niets tot het iets optrekt om dan weer terug te gaan tot het niets. 

De taak die overal in de universele overdrachten te vinden is!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene