Man — Vrouw

Het is begrijpelijk dat het man-vrouw principe, verenigd wordt met de aloude opvatting van de OERSLANG die de CHAOS, de schoot, waarin de vruchtkiem voor de schepping besloten ligt. 

Het "vrouwelijke" of ontvankelijke wordt dan beschouwd als het sterke (zondige) omdat het zich losmaakte van het licht; KON losmaken. De wens om het licht tot zich te trekken, is daarom nog steeds STERK in de vrouw, het ontvankelijke, aanwezig. 

Het licht, het positieve, is daarom in diepste grond, beangst voor het negatieve, het vrouwelijke. Daarom zijn allerlei wetten om het vrouwelijke te weren gegrondvest. De vrouw absorbeert (KAN) het mannelijke verslinden. 

Men vergeet echter dat in oorsprong de Oerslang de Chaos omvat hield, als een koestering en een eenheid van twee tegengestelden. 

Zonder deze "chaos" GEEN schepping. Zowel geestelijk als natuurlijk. 

In deze chaos ligt een eeuwigheidsprincipe als de vruchtkiem. (het eitje in de vrouwelijke geslachtsorganen) 

Het mannelijke is altijd tijdelijk en op het moment suprême aanwezige (het mannelijke zaad wordt aangemaakt voor het doel) 

In diepste wezen herkent men in de strijd der geslachten, zoals die uit zijn verband is gerukt in allerlei religieuze en occulte sekten de ANGST VAN DE TIJD VOOR DE EEUWIGHEID, die sterker is. 

Volksuitdrukkingen: 'Chechez la femme' verwijzen daarnaar. 

Dit ontvankelijke principe (vrouw - eeuwigheid - ziel) is ALTIJD aanwezig, ongemerkt, maar dringend. Dat is de onverbroken strijd tussen hoog en laag, Shiva en Shakti, geest en ziel. 

Als Shiva beangst zou zijn voor Shakti zou er nooit sprake kunnen zijn van de volkomen eenheid die tot volmaaktheid, geest, voert. 

De zwakte van de stoffelijke mens, als geestelijke denker, leidt tot angst voor het onbegrepene, of het linkse, het ontvankelijke. Hoe rationeler men wordt, des te beangster men daarvoor is, hetgeen ontaardt in felle afweer. 

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene