Ophiten

Waren een gnostieke, anti-kerkelijke, sekte uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. 

Hun naam kan worden vertaald als: slangenbroeders; Ophis betekent slang. Zij waren aanbidders van het oerslangenvuur, dat de chaos bevrucht, er het leven in bewaart. 

Er wordt verteld dat het vrouwelijke bij al deze sekten als het boze wordt gezien. 

Maar het gaat echter om de ziel, de Sophia, de negatieve helft van de OERZOON, de ziel, het ontvankelijke, het linkse, de vruchtkiem, die in de diepte gevallen is. Het ontvankelijke is lichtloos geworden. 

Deze vruchtkiem wordt ook wijsheid (Sophia) genoemd. In de Oosterse leer zien we Shakti, de gade van Shiva. 

Omdat dit ontvankelijke principe "in de chaos" gevallen is wordt de vrouw beschouwd als HET gevallene. 

Het gaat er echter om dat het irrationele, het beeldende, het ontvankelijke lichtloos (onbevrucht door de oerslang) is. 

Dit ontvankelijke is zondig, staat buiten het licht. 

De OERSLANG moet het met zijn licht bevruchten, hij moet zijn lichtende zaad in de schoot van de vruchtkiem brengen. 

Daarom zijn de oude afbeeldingen der wijzen dikwijls door een slang omvat; de gevallen ziel moet opnieuw door die slang omgeven worden. 

De OERSLANG daalt in de afgrond, of de diepte, neer om het gevallene te halen. 

Ook dikwijls de tot draak geworden Leviathan, die zijn schat jaloers bewaakt. 

Hetgeen geschiedt als de "ziel", het vrouwelijke, deze slang misleid heeft, aldus tot haar dienaar heeft gemaakt. 

Het gaat altijd om het ontvankelijke in de mens, dat gebruik maakt van het licht, de energie, de beeldendekracht om er mede te werken, tot zegen dan wel tot verderf. 

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene