5c - in het teken van de slang

Inleiding

Uit het symbool van de slang zijn diverse religieuze leringen geboren, zijn allerlei occulte, mystieke en esoterische systemen opgebouwd. 

Zoals te verwachten valt weten de historici zich geen raad met de idee dat de slang zowel goddelijk als duivels wordt afgebeeld. 

Het slangensymbool wortelt echter diep in het menselijke denksysteem en gaat terug tot de allereerste tijden der mensheid. 

Hij is verbonden met het mysterie van God en schepping, van ziel en ziele-terugkeer, van energie en methoden tot energie-opwekking, zoals yoga. 

De slang was in de verre voorchristelijke tijden zo heilig, dat in Griekenland bij de baby's in de wieg soms slangen werden gelegd, zodat ze groot werden als Zonen der Slangen. 

Deze uitdrukking heeft echter een veel geestelijker betekenis. 

De Slang als dier, wordt gebruikt als geestelijk symbool, omdat hij de wedergeboorte-idee goed uitbeeldt doordat zijn huid zich vernieuwen kan. 

Verder is de slang zeer mediamiek door het nog werkende cyclopenoog of occulte oog, waarmede het dier in de etherische werelden kan zien. 

Slangenbezweerders zijn geen machtige magiërs, maar biologeren (hypnotiseren) de slang met de ritmische bewegingen van de fluit, de slang kan nl, het geluid niet horen daar zijn gehoor slechts zeer lage klanken verneemt of reageert op het kloppen van een voet. 

Het bovenlijf van de z.g. dansende slang MOET wiegen, anders zinkt het terug. 

De grote Boodschappers o.a. Jezus noemt men Zoon van de Slang. 

De oerslang

Dit heeft als oorzaak dat de OERSLANG gezien wordt als een slang met een staart in de bek, die het universum omvat. 

Deze OERSLANG is de kosmische energie die de chaos, of het dikke water (de schoot) bevrucht. 

Slangenherinneringen

Tot aan vandaag bestaat deze idee nog, waarop zich mystieke oosterse en occulte systemen opbouwden. 

Sommige hedendaagse occulte sekten voeren nog het slangensymbool. Een oud gnostiek amulet in de vorm aan een slang met de staart in de bek gold als beschermend tegen boze geesten. 

Slang met staart in de bek

De voor-christelijken zeiden dat dit symbool uiting gaf aan de cyclus van het wordende met zijn dubbele ritme; d.w.z. de ontplooiing van het Ene in het Al en de terugkeer van het Al naar het Ene.  Dus in getallensymboliek: 10. 

Het was bij uitstek een RELIGIEUS REPTIEL; een profetisch dier; een pneumatisch (geestelijk) dier. 

Hij werd ook beschouwd als de symboliek van de sexuele vereniging van God (Schepper en mens). 

Kundalini

Door deze aanduiding komen we bij de kundalini-yoga. Deze oosterse training van de energie die in het ruggemerg zit, is gebaseerd op de idee: dat Shiva, God van het Vuur, zetelende in (of iets boven de kruin in de etherische pinealis) zich wil verenigen met zijn echtgenote Shakti, wonende in het wortelchakrum onder aan het ruggemerg (heiligbeenchakrum),waar zij slaapt als een OPGEROLDE SLANG (slapende energie). 

Shiva en Shakti moeten zich verenigen via de middelste weg (ruggemerg) door allerlei oefeningen. 

Wijzen op gevaren, geest-energie en natuur-energie

Deze symboliek zien we in de Adam Kadmon uit de Kabbala. Het vlammende zwaard beweegt zich als een slang. De kosmische energie trekt door de mens in de vorm van een slang, zeiden de ouden. Indien deze slangenbewegingen worden onderbroken is er iets mis, geestelijk of lichamelijk. 

God daalt in als een slang. 

De Levensboom in het Paradijs, waarin de Heer in- en uitgaat. De slang in het Paradijs  (een "slang" verleidde Eva) was geen gewone SLANG, maar symbolentaal. 

De ouden zeiden dat misbruik van het sexuele of natuurlijke vuur de mens zijn goddelijke inspiratie ontnam. (Eva-Adam- 2de zonde) 

Ophiten

Waren een gnostieke, anti-kerkelijke, sekte uit de eerste eeuwen van onze jaartelling. 

Hun naam kan worden vertaald als: slangenbroeders; Ophis betekent slang. Zij waren aanbidders van het oerslangenvuur, dat de chaos bevrucht, er het leven in bewaart. 

Er wordt verteld dat het vrouwelijke bij al deze sekten als het boze wordt gezien. 

Maar het gaat echter om de ziel, de Sophia, de negatieve helft van de OERZOON, de ziel, het ontvankelijke, het linkse, de vruchtkiem, die in de diepte gevallen is. Het ontvankelijke is lichtloos geworden. 

Deze vruchtkiem wordt ook wijsheid (Sophia) genoemd. In de Oosterse leer zien we Shakti, de gade van Shiva. 

Omdat dit ontvankelijke principe "in de chaos" gevallen is wordt de vrouw beschouwd als HET gevallene. 

Het gaat er echter om dat het irrationele, het beeldende, het ontvankelijke lichtloos (onbevrucht door de oerslang) is. 

Dit ontvankelijke is zondig, staat buiten het licht. 

De OERSLANG moet het met zijn licht bevruchten, hij moet zijn lichtende zaad in de schoot van de vruchtkiem brengen. 

Daarom zijn de oude afbeeldingen der wijzen dikwijls door een slang omvat; de gevallen ziel moet opnieuw door die slang omgeven worden. 

De OERSLANG daalt in de afgrond, of de diepte, neer om het gevallene te halen. 

Ook dikwijls de tot draak geworden Leviathan, die zijn schat jaloers bewaakt. 

Hetgeen geschiedt als de "ziel", het vrouwelijke, deze slang misleid heeft, aldus tot haar dienaar heeft gemaakt. 

Het gaat altijd om het ontvankelijke in de mens, dat gebruik maakt van het licht, de energie, de beeldendekracht om er mede te werken, tot zegen dan wel tot verderf. 

Man — Vrouw

Het is begrijpelijk dat het man-vrouw principe, verenigd wordt met de aloude opvatting van de OERSLANG die de CHAOS, de schoot, waarin de vruchtkiem voor de schepping besloten ligt. 

Het "vrouwelijke" of ontvankelijke wordt dan beschouwd als het sterke (zondige) omdat het zich losmaakte van het licht; KON losmaken. De wens om het licht tot zich te trekken, is daarom nog steeds STERK in de vrouw, het ontvankelijke, aanwezig. 

Het licht, het positieve, is daarom in diepste grond, beangst voor het negatieve, het vrouwelijke. Daarom zijn allerlei wetten om het vrouwelijke te weren gegrondvest. De vrouw absorbeert (KAN) het mannelijke verslinden. 

Men vergeet echter dat in oorsprong de Oerslang de Chaos omvat hield, als een koestering en een eenheid van twee tegengestelden. 

Zonder deze "chaos" GEEN schepping. Zowel geestelijk als natuurlijk. 

In deze chaos ligt een eeuwigheidsprincipe als de vruchtkiem. (het eitje in de vrouwelijke geslachtsorganen) 

Het mannelijke is altijd tijdelijk en op het moment suprême aanwezige (het mannelijke zaad wordt aangemaakt voor het doel) 

In diepste wezen herkent men in de strijd der geslachten, zoals die uit zijn verband is gerukt in allerlei religieuze en occulte sekten de ANGST VAN DE TIJD VOOR DE EEUWIGHEID, die sterker is. 

Volksuitdrukkingen: 'Chechez la femme' verwijzen daarnaar. 

Dit ontvankelijke principe (vrouw - eeuwigheid - ziel) is ALTIJD aanwezig, ongemerkt, maar dringend. Dat is de onverbroken strijd tussen hoog en laag, Shiva en Shakti, geest en ziel. 

Als Shiva beangst zou zijn voor Shakti zou er nooit sprake kunnen zijn van de volkomen eenheid die tot volmaaktheid, geest, voert. 

De zwakte van de stoffelijke mens, als geestelijke denker, leidt tot angst voor het onbegrepene, of het linkse, het ontvankelijke. Hoe rationeler men wordt, des te beangster men daarvoor is, hetgeen ontaardt in felle afweer. 

Ontstaan van de Ophiten

De Ophiten zeiden dat zij volgelingen waren van Marianne of Maria Magdalena, die de leer van Jacobus, de broeder van Jezus overgedragen kreeg. In vele overleveringen was Marie-Magdalena de vertrouwde van Jezus. Zij wordt ook genoemd als degene die met hem vluchtte na de kruisiging, waar hij niet gestorven zou zijn. 

Hierop baseren de Turken de vondst van zijn graf in hun land en de zigeuners beroepen zich erop dat Maria Magdalena aan land is gegaan in Frankrijk, waar jaarlijks haar komst wordt gevierd met een processie, waarbij men een zwarte Madonna meedraagt. (Aiges Mortes) 

De Ophiten zagen de oerslang ook als symbool van de wereldziel; diep in het midden van de aarde ligt zij "opgerold", verborgen en wacht op de indaling van het Licht dat zo de wereld zal redden. 

Hiermede kunnen we ook de "wereldboom" vergelijken, die opgroeit uit deze wereldziel in het midden van de aarde. 

Het "midden van de aarde" volgens de ouden, is de plaats waarheen het licht voortdurend gaat;  zij die daar wonen zijn bevoorrecht. 

Een hiermede geparenteerde opvatting die zeer interessant is en vooral heden waard is bestudeerd te worden, dat de NOORDPOOL de kruin is, de pinealis van de aarde en het zuiden het wortelchakrum (heiligbeenchakrum) waarin het "kwade" gebonden ligt. 

De Noordpool ademt kosmische energie in, de Zuidpool stoot deze energie uit, vervuild, ontkracht door de "slangenbeweging door het aarde-lichaam. (dit doet denken aan de Isis-papyrus) (aarde is de mens). 

Niet voor niets plaatste men, vooral vroeger, religieuze heiligdommen op bepaalde plaatsen van de aard, waar het aardmagnetisme het sterkste was. 

Daar vermoedde men een sterkere ontmoeting tussen aarde en hemel, SLANG en SCHOOT.  

Die plaatsen kunnen worden vergeleken met de organen in een groot aarde-lichaam, elke plaats gedraagt zich volgens de werking van het betreffende ORGAAN. 

DE LEVENSBOOM van de Adam Kadmon is hiermede goed te vergelijken. 

Hetzelfde kunnen we in onszelf terugvinden. 

Slang - kwade

De slang, omdat zij door het stof kruipt wordt ook gezien als een gevallen geestelijke kracht, de energie uit de hemel die zich nu door het stof voortbeweegt. 

Als zodanig is hij het symbool van de "zonde", het hemelse negerende.  

De symboliek in de bijbel, van de "opgerichte koperen slang" is zo schoon, omdat het de terugkeer van de ziel tot haar oorspronkelijke geest symboliseert. 

Hetgeen er ook in Joh. III staat: "Zoals Mozes de slang oprichtte zo zal eens de zoon des mensen worden opgericht, opdat ieder die in hem gelove eeuwig leven hebbe" (14-15). 

Hetgeen slaat op het opnieuw leven en bewegen van de Oerslang-energie in de mens. 

(Koperen slang- symbool van Venus ziel- verleidster dan wel GEleidster) 

Elke slangensymboliek die een opgerichte slang uitbeeldt slaat op het "opgaan van de ziel tot de geest", wederkeren van het gevallene tot het hogere. 

Hiertoe moet echter SHIVA, het derde oog, lichtend zijn, moet de mens VOL LICHT zijn. 

Zevenkoppige slang

Er is ook een oud amulet met een zevenkoppige slang: als symbool van de zevenvoudige heiligende Vuurether of geest, die het reine, het ontvankelijke omarmt. 

Zoals Boeddha, zoals Vishnoe. 

Hij, die zich opricht uit de stof ontvangt de Wijding der Slangen. 

De zeven koppen worden ook vergeleken met de zeven klinkers, als men die uitzingt komt de Oerslang naderbij: wordt de belevendigende energie opgeroepen. 

Daarom is ook het getal zeven heilig geworden, maar de grootste voleinding vindt plaats in de acht, de vereniging van het boven en beneden. 

Het knooppunt waar geest - energie van het ruggemerg en natuurlijke energie uit de wortel elkander ontmoeten. Shiva indalende en opklimmende Shakti. 

Dit kruispunt is het breekpunt, in yoga, in oefeningen. Het is de enge poort. 

De zonnevlecht ligt ongeveer op dat breekpunt, Hara, ZIJN, de harmonische vereniging. 

Als Shakti NIET wil, verslindt ze Shiva. 

Wordt het een oppermachtige Shakti, een kruipende slang gevuld met vernietiging. 

Als de natuurlijke mens zichzelf inbeeldt geestelijk te ZIJN en daartoe zijn natuurlijke energie, de wil, enz., aanwendt en forceert door methoden, ontstaat de gevaarlijke, magische alles vernietigende draak. 

De VUURSPUWENDE DRAAK, die korte poten heeft als een begin van evolutie, opklimmen, maar die het SCHIJN-symbool is van de OERSLANG, die koesterend de Chaos omvat. 

Daarom is SCHIJNHEILIGHEID als de vuurspuwende draak, die door Michael moet worden verslagen. 

Daarom vernietigt schijnheiligheid ons reinigingssysteem, organisch en geestelijk in het denken. 


Magie en slang zijn tot één symbool geworden, omdat het gezien wordt als de beheersing van de sexuele energie, om het zo op de troon van de geestelijke energie te plaatsen, de troon van Shiva. 

Dan is Shakti de verleidster Venus en NIET de begeleidster of waardige eega van Shiva. 

Een universele symboliek.


1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene