Voorstelling

Ook de Stoïcijnen kenden hun meditatie; gelijk de Egyptenaren deden met hun Tarot en Hermes voorschreef met de afbeeldingen en Plato en Pythagoras hun discipelen voorhielden in hun scholen, diende de afbeelding om "de kracht of de energie van de ziel zich te laten veranderen door een object." 

Een verbinding tussen voorstelling en beschouwing brengt een beweging in de ziel. 

Hetzelfde geschiedt door de geur en het gevoel. Aldus staan de zintuigen in verbinding met de ziel, indien zij misbruikt worden besmeuren zij de ziel.! 

In het Grieks is het woord "voorstelling" verbonden met het woord "licht": het licht maakt zich bekend, doordat zij zich ergens in reflecteert; aldus is de voorstelling de verbintenis tussen licht en ziel; is de voorstelling slecht, slechte kunst, dan moet men zich omringen met schone voorwerpen. (bidprentjes) 

De Verbeelding zou nutteloos zijn, hoewel zij voortkomt uit de ziel, indien zij niet iets had om zich op of omheen te richten. 

Aldus: het beeldende vermogen moet zich richten naar iets. Het schept uit zichzelf iets. Pneuma kan uit zichzelf  Phanes (God) vormen. 

De ziel is dus, als goddelijk deeltje, creatief. 

Ook bij de Stoïcijnen is dus de verbeelding een zielekracht in tegenstelling tot hetgeen de Romeinen, b.v. Seneca zegt, die de wil als hoogste vermogen kent. 

Het verschil tussen het Orphisch-Stoïcijnse Griekse denken en de Romeinse opvattingen ligt vooral in het uitgangspunt van wil OF verbeelding. Grieks -  verbeelding, onthechting; Romeins - wil, levensvreugde. 

In de onthechting der Stoïcijnen, die het accepteren en verdragen van schande, ziekte, dood e.a. stellen tegenover de Romeinse denkers, die "levensvreugde" als het hoogste zien. 

Het zien als de VERBEELDING, als een uiting van de ziel, is zuiver gnostiek, alchemisch; ook in de papyri. Zelfs de Griekse alchemisten die spreken van het electron als goud-zilver metaal, vergeleken de verbeelding met Isis, de middelende, de 2 (goud/zilver) electron. 

Het criterium, zeggen de oudste Stoïcijnen, wordt bepaald door de Verbeelding, of zij begrepen wordt of niet. Hetgeen wij ons voorstellen en voor ons begrijpelijk is ZIJN WE. 

Je bent geworden, die je gedacht hebt - je bent die je denkt. Hetgeen de ziel als verbeelding voortbrengt en wij niet begrijpen zijn we NOG NIET. 

In de VERBEELDING (2) vormt zich de vrucht van geest en ziel. Ook tussen demon en ziel. 

De waarheid ligt dus in de vormen onzer verbeelding. 

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene