De historische gegevens over de Druïden zijn nauw verbonden met de Kelten. 

Hoewel de historici veel moeite gedaan hebben om de oorsprong van de Kelten te achterhalen, zijn de resultaten matig. 

Over 't algemeen wordt aangenomen dat zij zwervende groepen waren die ong. 2000 tot 3000 voor Chr. het westen van Europa bevolkten. 

In het oosten woonden de Scythen; in het verre westen de Iberiërs en in het dichterbije westen de Kelten. Aan gene zijde van die streken, d,w.z. een onbekend gebied woonden de Hyperboreëers. 

Er zijn diverse historici die de oorsprong van de Kelten terugvoeren tot Atlantis; gebaseerd op hun gebruiken, hun religie en vooral hun kennis. 

Mysterieuze volksgroepen die hun oude gewoonten hebben bewaard, zoals o.a. de Basken, beschouwt men als overblijfsel van deze Kelten. 

Er is een tijd geweest dat de Kelten geheel Europa overstroomden, daarbij hun religie en wetenschap en hun gewoonten overdragende. 

Hiertoe behoren de stenen monumenten, zoals o.a.  in Avebury en Stonehenge; het oprichten van stenen voor doden en als altaar voor God of goden vindt men over geheel de wereld terug; o.a. in de Bijbel waar Abraham (Gen. 35:14) een steen opricht, waar God met hem gesproken had en hij noemde die plaats: Beth-El, huis van God. 

Kennelijk een altaar of tempel die steeds gebruikt werden door de Joden als Huis Gods (2 Kon. 2,3.). 

In Jozua 24:26 kunnen we lezen "hoe Jozua een grote steen oprichtte onder de eik, die bij het Heiligdom des Heeren was." 

Daar de Kelten heel Europa bevolkt hebben is het niet verwonderlijk dat men in allerlei volksoverleveringen en volksgroepen iets van hen terugvindt. 

Één verbintenis vinden we met de Hebreëen en wel via Abraham, die, zoals de historici weten "uit den vreemde kwam." 

Abraham wordt beschouwd als de vader van het oorspronkelijke Kabbalisme, zoals hij gezien wordt als de schrijver van de Sephir Jesirah, de bijbel van het Kabbalisme. 

Abraham moet ong. 1850 voor Chr. geboren zijn. Hij kwam, volgens de Bijbel uit Ur. 

Ur ligt  in het land van de Chaldeëen in Mesopotamië, de kenners van astrologie, numerologie; en ook van de Mandeëen, degenen die de tweevoudige doop kenden: die van water en die van vuur; volgelingen van Johannes de Doper. 

Abraham was iemand die zich ergerde aan het veelgodendom en de mensen trachtte terug te brengen tot een enige God. Er heerste een maangodsdienst, de zichtbare maan moest deemoedig aanbeden worden. Abraham verwerpt dit en keert tot de woestijn terug, terwijl zijn vader Therah zich in de Haran vestigt, noord-westelijk van het tweestromenland. Tenslotte trekt Abraham met Lot en Sara naar Kanaän. 

De herkomst van Abraham is historisch niet bewezen, maar uit alle gegevens blijkt hij een nomade geweest te zijn die in die tijd een andere god bracht, de enige god in een veelgodendom. 

Dit enige God-principe is zuiver Druïdisch; een verbintenis tussen Druïden en Hebreëen ziet men o.a. in de vondst van een skelet met een priesterkleed onder Stonehenge. Een priesterkleed zoals de oude Hebreëen droegen met een borstlap van twaalf edelstenen. 

De Kelten spraken echter een Indo-europese taal. Hun maatschappelijke en wettelijke orden vertoonden gelijkenis met de Hindoe-Brahmaanse ordening. 

Alle religieuze en maatschappelijke opbouw die van een drievoud of een drieëenheid uitgaat komt van de Kelten, die als leidende groep de Druïden kenden, wijze, kennis dragende mannen. 

De verhouding God-mens, die over 't algemeen werd aanvaard, zag er bij hen uit als God - ziel - mens. Vorm-inhoud werd verbonden met een derde element, dat de twee tegengestelden verenigde. 

Van diverse bekende en grote figuren der mensheid wordt gezegd dat zij directe doorgevers zijn van Keltische leringen; hierop wordt o.a. het boek: Homerus, zanger der Kelten, gebaseerd. 

Zowel de Engelsen als de Fransen zien de Druïden als de grondleggers van een oerreligie, waarvan nog sporen te vinden zijn in Groot-Brittagne en in Klein Brittange (Frankrijk). 

De triaden van de Druïden bewijzen, dat de idee van twee tegengestelden en een verbindende schakel de basis was van hun leven, hun moraal, hun kennis, hun fysica. Zij werden wel de metafysici der oudheid genoemd. 

De gedachte van een onsterfelijke ziel, die materie en geest verbindt en die terug te vinden is in de fysica als materie, antimaterie en de energiestrook die beiden verbindt, opdat de vorm en de inhoud van het moment bewaard zal blijven, herkent men bij Pythagoras en de Stoïcijnen eveneens. In allerlei legendarische godenverhalen komt deze terug over geheel de wereld. 

De basisgedachte dat het vrouwelijke of de Almoeder de oorzaak is van alle vormen is zuiver Pythagorees, maar daarnaast zuiver natuurkundig. De min is het begin van alles. 

De vrouw bezit bij de geboorte reeds de eitjes, waaruit de latere vrucht zal voortkomen, het zaad wordt gevormd au moment suprême, in het NU. 

Deze gedachte van de Oermoeder, de schoot waarin verleden, heden en toekomst verborgen liggen, vinden we bij de Druïden terug. Die mysterieuze leidende groep der Kelten, die komt uit een mysterieus geboorteland van ver voor onze jaartelling. 

De historici weten niet goed raad met de overleveringen en de berichten van de oude geschiedschrijvers. Aan de ene kant zijn er de wijze, door allerlei vooraanstaande politieke leiders en tegenstanders uit hun tijd geprezen mannen; aan de nadere kant beschouwt men de Kelten als een volk van moordenaars, mensen offerende wilden. 

Niemand heeft nog deze bizarre controverse aaneen kunnen smeden. 

Duidelijk is wel dat men de Kelten als geheel nooit moet vereenzelvigen met de opperste groep wijzen, die men Druïden noemt. 

Bij de Druïden bestonden geen mensenoffers, noch waren zij oorlogszuchtig dan wel wreed. 

Hun triaden, die als levensmoraal en religieuze basis golden, bewijzen dit wel. 

Zij waren vegetariërs, zieners, raadgevers, leraren, kenners van alle metafysische en paranormale verschijnselen, astrologen en astronomen. Kortom: de grond van de Europese kennis ligt bij de Druïden. 

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene