31b - worden als de magiër in de tarot

"Sommige mensen willen groot zijn door anderen een kopje kleine te maken." 

Yogananda. 


Dit symposium over Mens-zijn  zou eigenlijk een omwenteling moeten teweegbrengen in onze levenshouding ten opzichte van elkander en de naasten. 

Mens-zijn of het volwaardige-mensworden is een ideaal van velen in de huidige tijd, maar het is tevens een begrip dat aanleiding geeft tot vele misverstanden. 

Onder Mens-zijn verstaan we waarschijnlijk allemaal iets anders; niettemin zouden we er allemaal hetzelfde idee over moeten hebben, omdat het een opdracht is die we allen kregen ingeschapen. 

Mens-zijn omvat vele aspecten maar het begint in ieder geval met het zijn zoals de Magiër uit de Tarot weergeeft. 

De Tarot is het enige oorspronkelijke universele inwijdingsboek dat zich onder de mensheid bevindt; het is het oudste inwijdingsboek aller tijden en het is geschreven in de esoterische taal die de esoterische mens begrijpt. 

In de middeleeuwen zou men dit het "Argot" noemen, de taal van de "Art Gotique", de taal met een tweevoudige betekenis; de taal van de alchemisten, de priesters, de ingewijden in de verborgen mysteriën. 

Het is ook wel genoemd de Groene Taal, zoals de Argonauten hun taal noemden. 

De taal van de beeltenissen die door de intuïtie van de aanschouwer verklankt moeten worden. 

Mens-zijn omvat dit intuïtieve verstaan van etherische trillingen die van een beeltenis en ook van het woord uitgaan; dan is hij, zoals de ouden zeiden, iemand die "alles weet, want hij beluistert het Argot", een uitdrukking die nog heden in Frankrijk wordt gebezigd met betrekking tot iemand die intelligent en zeer gevat is. (il sait tout car il entend l'argot) 


MAGIËR EN DWAAS 

Iedere mens bestaat uit een uiterlijke en innerlijke mens. 

In de Tarot wordt deze tweevoudigheid aangeduid door de Dwaas en de Magiër; samen vormend het getal 10, het getal dat tijd en eeuwigheid verbindt. 

Wij zijn te dikwijls geneigd de uiterlijke vorm als De mens te beschouwen, hoewel de innerlijke mens de motor en de oorzaak is van het uiterlijke mens-zijn. 

Veel te vaak trachten we de uiterlijke mens te verfraaien, vervormen, te cultiveren, terwijl we de innerlijke mens, die zich altijd naar buiten zal dringen, vergeten. 

In de Tarot denken vele dat de Magiër de belangrijkste persoon is, doch hij zal niemand zijn zonder de Dwaas. De O, de geestelijke baarmoeder waaruit hij is voortgekomen en waarvan de kracht, de kennis en een essentiële herinnering hem vergezelt. 

We zoeken, vooral heden, naar bewustzijnsverruiming, heiligheid, vervolmaking enz. We zoeken alles buiten ons. 

We wensen een Magiër te worden, iemand die kennis draagt, invloed heeft, zich door niets en niemand omver laat werpen, kortom, zijn leven beheerst. 

Ook deze behoefte hangt samen met het volwaardige mens-zijn, want zou een volwaardig mens zich làten omverwerpen door tegenslagen, omstandigheden, moeilijkheden? 

Integendeel, het inwijdingsboek van de Tarot leert hem dat hij een één (1) moet zijn, dat magische getal dat we in de schepping terugvinden als: de stengel van de plant, de stam van de boom, het riet en waarvan we kunnen zien dat het medebuigt op de stormen, maar niet breekt. 

Dat hij zich nooit onverbiddelijk verzet, uitsluitend wanneer hij oud en wijs genoeg is om zulk een tegenstand te kunnen veroorloven, zoals de oude eik, de oude cypres, wanneer eigenwijsheid geworden is tot levenswijsheid. 

Een volwaardig mens die geroepen wordt zijn gaven te ontplooien als een dienaar van het grote geheel en als voorbeeld voor zijn omgeving, zoals wij naar de bloem schouwen, naar de kracht van de berg, de vreugde van de vogel, het wonderlijke instinct van het dier en de majesteitelijke onverzettelijkheid van de eik, zo zal de volwaardige mens, die zijn magische gaven mag aanwenden, deze gebruiken tot zegen van de schepping en schepselen. 

Vandaar de de Magiër in deze Tarot getekend is als een geduldig wachtende, volkomen in tegenspraak met wat we van een Magiër verwachten. 

Geduld en Magiër-zijn schijnen niet bij elkander te passen. 

Eén ding moeten we echter niet vergeten, het Geduld is het begin van een Inwijdingsweg, dat zo veronachtzaamde, soms gehate geduld. 

Het Geduld werd door God in onze beenderen gelegd, wordt er in het Henoch-boek gezegd. 

Ons geraamte houdt ons overeind, maakt dat we een één kunnen zijn, helpt ons ons hoofd rechtop te houden, ons geraamte is het geduldigste instrument dat we bezitten. 

Het is het tehuis voor het leven, dat in ons merg wordt aangemaakt, het is het tehuis van onze weerstand, het is het tehuis voor die bron van mysterieuze energie. 

De Magiër in de Tarot is een geduldige discipel, omdat hij weet wat er van hem wordt verlangd, omdat hij weet dat bescheidenheid en vooral het beluisteren van het "Argot", de verborgen etherische taal, hem zullen leiden tot een volmaakte uitdrukking van zijn geestelijk-natuurlijke mens-zijn. 


OFFERANDE 

Hij is de Eerste, de Één en hij kent de verborgen opdracht van die Één, die Eerstgeborene. 

Hij is niet haantje de voorste, noch de eerste die de laatste zijn zal, hij is de Één, die zijn krachten in dienst stelt van zijn gelijken; zijn kracht zal hen inspireren. 

Hij zal zich offeren, d.w.z. hij zal alles geven, opdat Het leven zich zal uitdrukken in zijn volle betekenis in Allen. 

Dat is wat de Eerstgeboren en de wijze magiër doet: nooit zichzelf tellen, maar geven wat hij bezit.  Om tot deze diepe en ingrijpende eerste stap op een inwijdingsweg te komen, moet de mens daarom geleerd hebben wat Geduld is. 

En vooral bescheidenheid. 

Wat is offeren - vreugde of verdriet? 

Slechts in deze gerichtheid is men in staat het "Argot" te beluisteren, te lezen in het Boek der Natuur, de taal van de vogels te begrijpen. 

Bescheidenheid is geen slaafse onderwerping, het is de kracht die de Hoge Moed vereist en die de moedige levensinstelling vraagt, want de edele mens die bescheiden is, is ontzaglijk veel meer dan de onedele mens, die zich zelf verbergt achter bombarie en graden. 

Het is de moed van het gras dat zich altijd opheft na de wrede voetstap; het is de kracht van de tengere roos die stormen weerstaat; het is de energie van het wuivende riet dat zijn levenslied zingt voor de goede luisteraar. 

De Magiër in deze Tarot kent de levenskunst, de innerlijke kunst van het "dienen in vreugde", van het niets voor zichzelf vragen en het doorlopend ondergaan van die kosmische energie, die vreugde schenkt en hem onderwijst in het doel van zijn leven. 


WAT IS MAGIE? 

Het woord "magie" heeft een vreemde uitwerking op vele mensen. Ze verzamelen allerlei magische mantrams, bezwerings-formulen, overgeleverde occulte aanroepen. 

Magie schijnt iets te zijn dat men kan aanleren. 

Er zijn natuurlijk diverse vormen van magie en meestal wil men door middel van magie heersen, soms zijn naasten vernietigen. 

Magie is een veelomstreden woord en een dikwijls begeerde gave. 

Maar Magie is een aangeboren, veelal latente, gave, die we moeten her-opwekken. 

Magie behoort ook tot het volwaardig mens-zijn. 

Een magisch mens is op de eerste plaats een onafhankelijk, vrij denkend en onderzoekend mens. 

Niemand die zich onderwerpt aan een medemens kan een magiër worden, zomin als zulk iemand een Één worden kan, de voorwaarde tot het magiër-zijn.  Een magiër staat opgericht en nooit gebukt om slaag, straf te ontvangen, in angst voor zijn overheersers. 

Onze belemmering is onze angst, onverschillig in welke vorm. 

Wat is angst precies?, angst om zichzelf te verliezen omdat men niemand is! 

De magiër is zelfbewust, maar een wijze magiër is meer dan dat: hij is zich bewust van zijn verbintenis met de Alkracht. 

Hij kan niets verliezen, het is deel van hem. 

Iedereen die zich bezield uitdrukt toont iets van magie; en nu kunnen we op tweeërlei wijze bezield zijn: 

bezield worden door een meerdere waarvan wij de spreekbuizen zijn; of bezield worden door de Alkracht zelf, waardoor we zelf beslissen wanneer we ons openen voor die kracht of wanneer we ons toesluiten. 

Een magiër kan nl. tweevoudig optreden: hij kan oproepen, openen; en hij kan toesluiten, beëindigen. 

Hij kan het verborgene openbreken en hij kan het verbergen in het zichtbare, opsluiten. 

Dat is het verschil met de, door anderen, bezielden. 

Magie is beheersing van twee krachten, die zich in de mens verenigen: negatief en positief, yin en yang, ontvangen en uitstralen. 

Wanneer deze beide niet op elkander inspelen of met elkander in strijd zijn, is de magie inactief. 

Het is de magie van het denken èn het hart. 

Niet de magie van de wil. 

De magie van de wil is onheilzaam. 

Er is iets dat effectiever is: de Wens. 

De Wens is vrij, niemand kan willen wensen, de wens laat zich nooit manipuleren, zij wordt dan krachteloos. 

De wijze magiër is eigenlijk één en al Wens. 

Zijn denken is accoord met zijn hart. 

Hoe vaak gebeurt dat bij ons? 

Ik kan jullie niet leren een magiër te zijn, ik kan je slechts erop wijzen dat je een magiër bent. 

Alle mogelijkheden daartoe heeft iedere mens in zich en als we die onbenut laten liggen zijn we onwijs, onvolwaardig mens en vooral ongeduldig en gemakzuchtig. 

Magie begint met geheel Wens te zijn, dat is het begin van Inwijding. 

Hetzelfde gebeurt met mensen die in nood verkeren, wanhopig zijn, ernstig ziek zijn, een oerschreeuw. 

Zij worden één en al wens om te genezen, hulp te vinden enz. en zo kunnen zij zich schikken in allerlei therapieën en ook vooral medebewegen met overheersers. 

Dat is nu het scherp van de snede, waarop de mens gaat lopen die een ingewijde wil worden, als hij geen geduld heeft, onwetend is, niet totaal een Één, dan geeft hij zichzelf weg voordat hij een individu, een waardige beginner is geworden. 

Het goede begin is het halve werk! 

Zo wordt hij beroofd van zijn zeer individuele kracht, die hem in staat stelt de wijze, waardige magiër te worden. 

"De Ingewijde is een Iemand, die Niemand kan zijn, en niet Niemand die méént dat hij Iemand is." 


HEBREEUWSE LETTER : ALEPH = RUND/OS 

De Hebreeuwse letter bij de magiër heeft een dubbele betekenis, zoals de woorden: tovenaar of magiër schijn en werkelijkheid aanduiden. 

Het symbool van de Os is geduld, kracht, zekerheid, ontdaan van alle lagere passies. 

Het symbool van het Rund is vraatzuchtigheid, gemakzuchtigheid, gepassioneerd op eigen belangen afstormen; totaal geleefd door de natuurlijke driften. 

In het rund leeft de beweging van de lemniscaat, de horizontale voortdurende beweging. 

In de os, de afgescheidene van de kudde is de energie gebundeld, terwille van het dienen. 


ASTROLOGISCH - STIER - GRIEKS - ORION 

Ook de astrologie, maar vooral de Griekse mythologie leert ons wie en wat een magiër moet zijn. 

De gewone astrologie verbindt hem met het teken van de Stier, geweldig lijken, in het verborgene eigenbelang dienen en gericht zijn op zekerheid in de materie. 

Orion is echter geheel iemand anders. 

Dat is degene die we allemaal behoren te zijn: de jager op het Zevengesternte, de Plejaden; degene die de zeven werkelijkheden en bestanddelen uit het Boek Henoch zoekt: 

vlees - uit de aarde; 

bloed - uit de dauw;  

ogen - zon en afgrond van de zee; 

gebeente - uit het gesteente; 

gedachte - snelheid van de engelen en van de wolken; 

spieren (zenuwstrengen) en haren - kruid van de aarde zijn ziel - mijn Geest en de wind. 


gehoor in het vlees; 

zien in de ogen; 

ruiken in de ziel; 

gevoel in de spieren en zenuwstrengen; 

smaak in het bloed; 

geduld in het gebeente; 

denken - heerlijkheid. 


Orion heeft als helper Sirius, de hond die bewaakt en waarschuwt. 

Het beeld van de zoeker met zijn intuïtie en ge-weten. 

De Dwaas op zoek naar de zeven verloren wezenlijkheden. 

Hij wil zich verenigen met Merope, zijn verloren godin. 

Hij verloor het licht in zijn ogen toen hij haar wilde schaken (forceren), Helios geneest hem. 

Geest (helium) 

Hij kreeg van Hephaistos (het geestvuur op aarde) een jongen op zijn schouders die hem de weg naar het Oosten moest wijzen, hij loopt over de wateren, als Helios door weerspiegeling in het water hem geneest. Artemis bemint hem. 


Worden als de Magiër uit de Tarot betekent: 

jezelf ontdekken; het "Argot" beluisteren, zoeken naar je zeven ingeschapen werkelijkheden en vooral: een individu worden met geloof in je geestelijke kracht die uit de Geest of de Alkracht is. 

Je bezinnen op een edele taak; het Ideaal van het hart koesteren (kabbala - Tepherith - geestelijke ideaal) 

Kortom: jezelf ontwikkelen zoals de ouden getuigden: door intuïtie, empirisch onderzoek en door conscentieuze volharding, geduld, en minitieus onderzoek het juiste scheiden van het onjuiste!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene