Hermes

Alchemie kwam van het Oosten naar het Westen vooral door de Joden. 

Er is in vrijwel alle landen een alchemie geweest en er werd aan de universiteiten daarover gesproken, zelfs in de 10de eeuw. 

De grondlegger van de Westerse alchemie is Geber, Arabisch: Abou-Mussah-Jaafar-Al-Sofi. 

Sommigen zeggen dat hij uit Mesopotamië komt, anderen dat hij een Spanjaard uit Sevilla is. 

De beroemdste alchemisten vindt men zo vanaf de 13de eeuw in Europa, allen bestudeerders van de Oosterse alchemie en onder hen is de monnik Raymond Lulle, wiens bekende uitspraak: "dat de Tarot een Boek der inwijdingen is", nog heden wordt geciteerd. 

Tarot en alchemie is gelijk. 

Hermes Tresmegistos wordt de Vader der alchemie genoemd. 


Er waren in die tijd diverse katholieke priesters en zelfs pauzen die alchemie bestudeerden; er is in het Vatikaan een schat aan alchemische literatuur. 

Later ontstond een felle strijd tussen de waarachtige, spirituele alchemisten en de goudzoekers of de profanen. 

Alchemie, astrologie, fysionomie, getallenkunde en magie werden tot één geheel gemixed; charlatans maakten misbruik van de heilige wetenschap en diverse werkelijke alchemisten werden tot de brandstapel veroordeeld, doordat zij "een verbond met de duivel gesloten hadden." 

Uit de Egyptische alchemie (Oosterse) ontstond later de chemie en ook deze chemici werden door de kerk veroordeeld. Alles wat naar alchemie of chemie riekte werd beschouwd als anti-kerks, hoewel het in oorsprong door de kerkelijke autoriteiten, omdat de alchemie direct met natuurkunde te maken had, werd geaccepteerd. 

Uit de alchemisten kwamen echter vrije denkers voort. Het vrije denken werd aanbevolen met het oog op het individuele innerlijke alchemische proces van omzetting. 


De Fama Fraternitatis werd in 1614 in Kassel, Duitsland voor de eerste maal uitgegeven. De auteur was Johan Valentin Andreae, een Lutherse dominee. 

De Fama Fraternitatis is eigenlijk een opwekking geweest tot alle ware alchemisten om zich niet te laten misleiden tot profane experimenten en vooral om de "waarheid van de leer" te blijven belijden. 

De naam Rozekruis is afgeleid van de naam Christiaan Rosencreuts. 

Christiaan Rosencreutz was van oorsprong uit een Duitse adellijke, verarmde familie, hij werd wees en werd daarna in een klooster opgevoed, waar hij Grieks en Latijn leerde. Men zegt dat hij werd opgevoed in het St.Agnietenklooster bij Zwolle in dezelfde tijd dat ook Thomas à Kempis daar was. Hij verliet dit op 16 jarige leeftijd om tezamen met een andere monnik naar Damaskus te gaan, daarna naar Jeruzalem, daarna naar Samcar in Arabië, waar hij drie jaar bleef. Daarna naar Egypte, Libië en Fez waar hij twee jaar woonde. 

Hij wordt door sommigen beschouwd als een legende, door andere als een historische leider en bestudeerder van de oosterse alchemie; ook wel als Paracelsus (Andreae was een bewonderaar van Paracelsus). 

De Fama verschijnt in een tijd dat er talrijke bekende alchemisten zijn: zoals Michael Mayer (1568- fundeerder van de Engelse alchemie) Robert Fludd(1574), Thomas Vaughan( 1612), John Heydon (1629), in de Nederlanden van Helmont (1557). 


We zijn dan in de tijd van de Verlichten (1400-1776) 

Onder hen waren maar enkele werkelijke alchemisten, alchemie en intellectualisme zijn twee verschillende dingen. 

De « legende van Chr. Rosencreutz »  werd door de alchemisten volkomen geaccepteerd, omdat zij er de verborgen alchemie in herkenden. 

Het Boek M. en het Boek T, in de Fama zijn te vereenzelvigen met het Boek van de Mater Materia en het Boek van Thoth of Tau. 

De boeken van C.R.C. zijn: de Fama Fraternitatis, de Confessio Fraternitatis en het Scheikundig Huwelijk van C.R.C.

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene