3c - de wortels van het alchemische rozekruis

Als we op zoek gaan naar de oorsprong van de Rozekruisers komen we automatisch bij de alchemisten. 

We ontdekken dan hoezeer verschillende filosofische bewegingen beïnvloed zijn door die alchemisten. 

Om de wortels van de waarheid van deze natuur-filosofie te vinden moeten we afscheid nemen van de huidige opvattingen en groeperingen die zich Rozekruis noemen. 

Alchemie

De oudste resten van alchemie vinden we in de Egyptische papyri, waar het woord al-chemie verwijst naar het Egyptische AL-de en khemia, de toebereiding van het zwarte poeder. 

Zout -, Mercure -, Zwavel -. 

De symboliek van de Rozekruisers ligt in de terminologie van de alchemisten. 


Alchemie is nooit het omzetten van minderwaardige metalen in goud of zilver, maar het "omzetten der naturen" gebaseerd op de observatie van de alchemisten. 

Die ontdekten dat "alle natuurlijke metalen zich tenslotte onder inwerking van water en zon (vuur) veranderden. 

Kopersplinters in stenen in water werden door inwerking van water en zon enige jaren later tot goud. 

Men ging er aldus vanuit dat in de mens eenzelfde transmutatie plaats moest vinden, daar "de mens een reflectie is van geest en natuur". 

Levenselixer - metaalomzetting en kunstmatig leven zijn alle profane uitingen van de oer-alchemie.

Hermes

Alchemie kwam van het Oosten naar het Westen vooral door de Joden. 

Er is in vrijwel alle landen een alchemie geweest en er werd aan de universiteiten daarover gesproken, zelfs in de 10de eeuw. 

De grondlegger van de Westerse alchemie is Geber, Arabisch: Abou-Mussah-Jaafar-Al-Sofi. 

Sommigen zeggen dat hij uit Mesopotamië komt, anderen dat hij een Spanjaard uit Sevilla is. 

De beroemdste alchemisten vindt men zo vanaf de 13de eeuw in Europa, allen bestudeerders van de Oosterse alchemie en onder hen is de monnik Raymond Lulle, wiens bekende uitspraak: "dat de Tarot een Boek der inwijdingen is", nog heden wordt geciteerd. 

Tarot en alchemie is gelijk. 

Hermes Tresmegistos wordt de Vader der alchemie genoemd. 


Er waren in die tijd diverse katholieke priesters en zelfs pauzen die alchemie bestudeerden; er is in het Vatikaan een schat aan alchemische literatuur. 

Later ontstond een felle strijd tussen de waarachtige, spirituele alchemisten en de goudzoekers of de profanen. 

Alchemie, astrologie, fysionomie, getallenkunde en magie werden tot één geheel gemixed; charlatans maakten misbruik van de heilige wetenschap en diverse werkelijke alchemisten werden tot de brandstapel veroordeeld, doordat zij "een verbond met de duivel gesloten hadden." 

Uit de Egyptische alchemie (Oosterse) ontstond later de chemie en ook deze chemici werden door de kerk veroordeeld. Alles wat naar alchemie of chemie riekte werd beschouwd als anti-kerks, hoewel het in oorsprong door de kerkelijke autoriteiten, omdat de alchemie direct met natuurkunde te maken had, werd geaccepteerd. 

Uit de alchemisten kwamen echter vrije denkers voort. Het vrije denken werd aanbevolen met het oog op het individuele innerlijke alchemische proces van omzetting. 


De Fama Fraternitatis werd in 1614 in Kassel, Duitsland voor de eerste maal uitgegeven. De auteur was Johan Valentin Andreae, een Lutherse dominee. 

De Fama Fraternitatis is eigenlijk een opwekking geweest tot alle ware alchemisten om zich niet te laten misleiden tot profane experimenten en vooral om de "waarheid van de leer" te blijven belijden. 

De naam Rozekruis is afgeleid van de naam Christiaan Rosencreuts. 

Christiaan Rosencreutz was van oorsprong uit een Duitse adellijke, verarmde familie, hij werd wees en werd daarna in een klooster opgevoed, waar hij Grieks en Latijn leerde. Men zegt dat hij werd opgevoed in het St.Agnietenklooster bij Zwolle in dezelfde tijd dat ook Thomas à Kempis daar was. Hij verliet dit op 16 jarige leeftijd om tezamen met een andere monnik naar Damaskus te gaan, daarna naar Jeruzalem, daarna naar Samcar in Arabië, waar hij drie jaar bleef. Daarna naar Egypte, Libië en Fez waar hij twee jaar woonde. 

Hij wordt door sommigen beschouwd als een legende, door andere als een historische leider en bestudeerder van de oosterse alchemie; ook wel als Paracelsus (Andreae was een bewonderaar van Paracelsus). 

De Fama verschijnt in een tijd dat er talrijke bekende alchemisten zijn: zoals Michael Mayer (1568- fundeerder van de Engelse alchemie) Robert Fludd(1574), Thomas Vaughan( 1612), John Heydon (1629), in de Nederlanden van Helmont (1557). 


We zijn dan in de tijd van de Verlichten (1400-1776) 

Onder hen waren maar enkele werkelijke alchemisten, alchemie en intellectualisme zijn twee verschillende dingen. 

De « legende van Chr. Rosencreutz »  werd door de alchemisten volkomen geaccepteerd, omdat zij er de verborgen alchemie in herkenden. 

Het Boek M. en het Boek T, in de Fama zijn te vereenzelvigen met het Boek van de Mater Materia en het Boek van Thoth of Tau. 

De boeken van C.R.C. zijn: de Fama Fraternitatis, de Confessio Fraternitatis en het Scheikundig Huwelijk van C.R.C.

Geest

In de geschriften van de oude alchemisten, zoals Geber, Casanova, van Helmont, Paracelsus, e.a. vindt men een heenwijzing naar « de leven makende geest en het grote geheim dat in de mens zelf ligt.

Het grote geheim is niet mede te delen in woorden, want wie het bekend wordt, heeft het moeten opdiepen uit zichzelf.


Hetzelfde lezen we in de Splendor Solis van Trismosin, de meester van Paracelsus. 

Al hun taal kon gemakkelijk in chemische bewoordingen neergeschreven worden, omdat het "grote geheim ook in de natuur te vinden is". 

De Arabier Geber, die volgens sommige historici omstreeks 800 in Sevilla woonde, zijn basiswerken kwamen via de Joden in Z.Frankrijk en waren in het Grieks en Latijn vertaald en spraken over het "meesterstuk, de veredeling der metalen en de waarheid." 

De alchemie als oorsprong van de transmutatie-leer of de "invloed van de geest op de natuur" en de "verlossing van de ziel", vindt men vooral terug in de opvatting van de z.g., ketterse sekten, bij de echte z.g. heksen en bij alle bestudeerders van de magie. 

Alchemie is louter natuurwijsheid en een geestelijke weg tot bevrijding van de ziel uit de zwarte aarde.

Geneeskunde

Doordat de alchemie het natuurlijke proces in het lichaam vergeleek met de transmutatie in de natuur, vindt men onder de alchemisten diverse geneesheren, zoals o.a. van Helmont en Paracelsus. 

Van Helmont meende dat in een natuurlijk lichaam, gedragen door de geest het kwade zich vanzelf van het goede scheidde. Ook hij pleitte voor een individueel en zelfstandig denken. Omdat onder invloed van het denken het organische proces veranderde. 

Heden bevestigt men dit. 

Maar juist in deze opvatting ligt de verfoeide "ketterij". 

In de 15de eeuw kwam de "ROMAN DE LA ROSE" uit en de "SPIEGEL VAN DE ALCHEMIE", een poëtisch geschrift dat gedeeltelijk de alchemie verheerlijkte en gedeeltelijk fulmineerde tegen de roomse hiërarchie, die het "vrije denken" belette en zich aan luxe en decadentie overgaf. (Guillaume de Lorris beëindigd door Jehan de Meung).  Het is tevens een geschrift dat de Tempelorde van de Tempelieren steunde. 

Het verscheen in het Vlaams, Engels en Italiaans en het beleefde 40 uitgaven en werd overal zeer gewaardeerd, omdat in die tijd de herinnering aan de mystieke alchemisten, de ketters (Katharen) en hun Troubadours nog zeer levendig was. 


De alchemisten en de "ketters" vond men evenzeer aan de hoven, in de kloosters, als onder de middelklasse, het waren denkers, observeerders. Zoals bekend waren de wevers en later de tapijtwevers in de 15de en 16de eeuw dragers van de alchemische symbolieken, die ook zo duidelijk in de grote kathedralen worden gevonden. 

Vuursymbolieken-, watersymbolieken, planeetsymbolen, fabelfiguren, chemische symbolen. 

De kathedralenbouwers telden onder zich verschillende alchemisten of Rozekruisers. Later de "vrije metselaren". 

Het boekje "De Gouden Roos" (Güldene Rose) werd opgedragen aan Frederik de Eerste, koning van Pruisen, Markgraaf van Brandenburg (1775). 

Aan de hoven bevonden zich diverse alchemisten, die hun alchemie begroeven onder katholieke christelijke terminologie om vervolging te ontkomen. 


De Alchemie, die later met de naam Rozekruis wordt gedekt werd door de Egyptenaren als het Oergeheimenis beschouwd "de geheimen uit de oertijden". 

Zij kwam via Grieken en Joden naar Europa, zoals gezegd, waar de oerchristenen hen eveneens uitdroegen als "gnostiek", "wijsheid van het hart" en deze bewaarde in de Disciplina Arcana, het goed bewaarde geheim, later geprofaneerd door de kerken. 


Er is geen volk dat niet bij de alchemie betrokken was, die zich later onder andere namen voortzetten. 

In alle leringen, die spreken van een omzetting, een lezen in het Boek der Natuur, een ziele-verlossing, een ziele-verandering, een veranderen van Demon in Deus of dergelijke, vindt men restanten van de alchemie. 

Men heeft deze "omzetting" altijd willen verhaasten of willen profaneren. 

Het veranderen van natuurlijk mens in een heilige is oorspronkelijk "alchemisch" of "chemisch". Natuurchemie of kosmische chemie vindt men terug in de mens.  De filosofie van yin en yang is eveneens een uitvloeisel van de ALchemie.

Organisatie Rozekruis

De oorspronkelijke Rozekruisers vormden nooit een organisatie van gelovigen of religieuzen, maar van "onderzoekers van de invloed van de geest op de natuur", die zich religieus onder allerlei groeperingen konden bevinden. JUIST omdat alchemie een bedreiging voor de kerk betekende! 

Symboliek

Om de symbolische taal van de alchemisten te verstaan moet men werkelijk bereid zijn het geestelijke aspect te aanvaarden want: « het is onmogelijk dat de ene of andere sterveling deze Kunst begrijpt als hij niet allereerst door het goddelijke Licht wordt verlicht" (uitspraak van Dorneus 1602).

Wie in de Kunst succes wil hebben, die leert de elementen en hun werking kennen, voordat hij de tinctuur der metalen zoekt om hun werkingen na te maken en te onderzoeken.

uitspraak van Philalatha in Euphrates

Deze « vier elementen » herkent de alchemist in de menselijke natuur waarbij hij "water", levend water, beschouwt als de ziel; vuur of zwavel als de geest; aarde of zout als het natuurlijke lichaam en lucht als het denken, of de ether.

Iedereen weet het water in vuur te laten koken, maar wanneer zij echter ons VUUR in ons WATER weten te koken zou hun natuur-kennis over dit koken groter worden.

uitspraak van Thomas Vaughan 1612

"---- "de geest moet in de ziel (water) tot koken worden gebracht dan zal de mens "inzicht" verkrijgen." 

Het bezield worden door de geest of het vergeestelijkt worden door de ziel. 

Paracelsus

Hij zegt:

Gij noemt de mens een microkosmos, de naam is juist, maar gij hebt nooit volkomen begrepen wat zij beduidt. Gij moet ons begrijpen als wij microkosmos als volgt uitleggen: 

Zoals de hemel met heel zijn firmament, zo is ook de mens een geweldige constellatie. Zo min als het firmament van de hemel door een schepsel wordt geregeerd, zomin wordt het firmament van de mens door andere schepsels beheerst, maar is het op zichzelf een geweldig vrij firmament, zonder een enkele binding.


Kleuren

De harmonie der kleuren speelt tevens een symbolische rol bij de alchemie en de Rozekruisers: het gaat dan om de "verandering en vervloeiing van de kleuren, die ieder voor zich een geestelijke symboliek bezitten". 

In 1649 verscheen van Ripley, kanunnik in Bridlington, de Opera Omnia Chemica en daarin worden kleuren beschreven die schoner waren dan die men ooit zag:

lichtgeel, rose, kleuren van de pauweveer, regenboog, panter, groene leeuw en van de zwarte ravensnavel.

Goud - geest; rose van de wijze Mercurius, wit door vuur doorgloeid; pauw van de reinheid; regenboog van de zevenvoudige harmonie; panter als de strijd van natuur en geest, (wijsheid); de groene leeuw als de harmonie van "aarde en geest"; zwarte ravensnavel van de vruchtbare aarde, die tot witte duif wordt.


De Steen der Wijzen

Deze beschrijft hij aldus:

Zoals het ding slechts voor één doel werd gemaakt, zo moet het ook in onze praktijk zijn; al onze geheimen moeten uit één Werk ontspringen: hoewel men het in vele filosofische boeken wil zien, is onze Steen niets anders dan de kleinere wereld, één en drie.

Het Heksen eenmaal één uit de Faust van Goethe zegt: "uit drie en één en één en drie zijn leugen, inplaats van waarheid voortgekomen.

Een andere alchemist beschrijft in de 17 de eeuw de kleuren der alchemie als volgt: "Als het water de aarde bedekt, is het wit boven zwart, maar als de lucht (denken) opstijgt, wordt het saffraangeel; het vuur (bewust inzicht) kleurt rood. 

Wanneer nu de lucht omhoog zweeft en de aarde haar ontzinkt, treedt de dood der zon in en voert Mercurius, de bode der goden, de ziel der zon met zich; het lichaam blijft als dood in het graf (aarde) achter. Wit is de kleur van het leven, rood de kleur van de onsterfelijkheid. (oorspronkelijke geestelijke kleurensymboliek). 

In 1425 stichtten de broeders van het klooster van Stein, waar Erasmus en de vader en zoon Isaac Hollandus hun studie volgden, een Latijnse school. Later gevolgd door een drukkerij. Ook Hugo de Groot noemt hen. 

Joh. Isaac Hollandi wordt een voortreffelijk geneesheer en meester in de Hermetische filosofie genoemd….. 

men wachte zich ervoor deze geschriften te geven aan enige grove Bacchant, die met ongewassen handen in deze hoogst belangrijke geschriften woelt en er iets uit imiteert. 

Zij zijn voor mensen, die strijd hebben gekend en reeds enige moeilijkheden hebben overwonnen. De hand van de filosoof moet zulk een mens eigen zijn.


Protestant en Katholiek

Typisch is dat onder de alchemisten vele katholieken zijn geweest, maar nooit intellectuele protestanten. Het katholicisme heeft kennis van de oude leringen en magie, de protestanten zijn ledig geworden. 

LUTHER echter zegt, dat "de alchemie hem aantrekt om haar nut en haar analogie met de opstanding der doden. Het vuur dat het kwade van het goede scheidt." 

PARACELSUS zegt, dat om tot de ware alchemie te komen er drie dingen nodig zijn: 

  • het gebed of het zoeken met een rein hart dat wijsheid schenkt -
  • het gebed, dat bergen verzet - 
  • en de verbeelding. (kracht der ziel). 

O heilige geest, wijs mij wat ik niet weet, leer mij hetgeen ik niet kan, en geef mij wat ik niet heb. 

Laat mij het volle gebruik mijner zinnen, opdat gij daarin kunt wonen. Wil mij begiftigen  met de zeven gaven, en ik zal uw goddelijke vrede genieten. 

O heilige geest, leer mij en wijs mij, hoe recht te leven. Amen.

gebed van Paracelsus

Het Grote Licht, de Zon der Gerechtigheid kan wel schijnen in een rein ledig gemoed, maar niet in het grove zand en de as, in de oude Adam met al zijn onrust en begeren. Daarom moet dat zand eerst smelten, opdat daaruit rein glas te voorschijn komt, waarin het Wonder der Wijsheid zich openbaart. 

Zo moet ook de mens, wil hij wijs worden, zich laten omsmelten in het kruisvuur van de oven.

Paracelsus


Zijn lijfspreuk was: « Die uit zichzelf kan zijn, behore niet aan een ander toe. »  (loutere ketterij) 

Erasmus was een tegenstander van de alchemie en spotte erover, maar nam Paracelsus als arts om zijn ziekten te genezen. 

Koningen zoals Keizer Rudolf II werden omgeven door de beroemdste sterrenkundigen, artsen, scheikundigen, mineralogen en astrologen. Onder hen bevonden zich later wereld beroemd geworden alchemici: Kepler, Michael Maier, Rabbi Bezalel, John Dee, Cornelius Drebbe en Parcelsisten zoals Libavius en Crol. 

Zelfs sloop de alchemie in de katholieke mis, omdat een Hongaars priester de symboliek daarvan hiermede in verband bracht. (Melchior Cibinensis) 

Van de waarheid is, in het beste geval, slechts een flauwe glans gebleven.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene