25b - herinneringen aan Goden, engelen en UFO's

We leven in een tijd van ontdekkingen, maar vooral van herontdekkingen. 

We winden ons op over UFO's, terwijl de gegevens uit de volksverhalen over diezelfde UFO's dikwijls aan ons voorbijgaan. 

De arrogantie dat wij, mens van deze eeuw, méér weten en beter zijn dan de mens uit een onbekend verleden, wordt door die volksvertellingen aangetast. 

De wetenschap begint hier en daar toe te geven dat er een verleden moet zijn geweest waar we niets meer van af weten, omdat de betreffende archieven door overheersers of fanatieke gelovigen werden vernietigd. 

Maar juist uit dat verleden ontdekken we fragmenten in de geschriften van geschiedschrijvers die geleerden en leken verbijsteren. 

De religies zijn uit deze legenden ontstaan. 


LICHTZONEN 

Alle geschriften uit de verre oudheid, uit Egypte, India, Griekenland, Tibet, China, Japan, Babylonië en alle kleinere landen, vermelden de aanwezigheid van "goden" op aarde. 

Alle geschriften vertellen van een strijd tussen die Goden, de reuzen en de aardemensen. 

Een strijd die verschrikkelijker was dan onze oorlogen. 

Die "goden" kwamen uit de hemel met: zilveren vogels of zwanen; op vurige slangen; in vlammende boten; op hemelsraderen met vlammen. 

Zij brachten de mensheid: de kennis van sterren en planeten; van ingenieuze wapens, magie, chemie, en het gebruik van de opheffing van de zwaartekracht. Zij konden fotograferen, wisten alles van astronomie, kenden de verbindingen tussen de planeten en beschikten over alle soorten van parapsychologie. 

De archeologie bewijst dat er inderdaad een tijd geweest moet zijn dat de mensheid méér wist dan heden. 

Van wie wist zij dat? 

De geheime Leer vertelt over Heren van Venus, van Saturnus, van Jupiter en van de Zon en de Maan. 

De overleveringen maken onderscheid tussen Goden van de Zon en Goden van de Maan. 

Zij waren echter allen blank, met een lichtende huid, beschikkende over zoveel macht, dat de aardemens hen vreesde en tegelijkertijd vereerde. 

Zij kwamen uit de hemel, en kenden het licht; Zonen van het Licht of Zonen van de Hemel. 


LEGENDEN -  WERKELIJKHEID 

Sinds Schliemann weet men dat legenden werkelijkheid kunnen zijn; en de opgravingen bewijzen dat: de kaart van Piri Reis; de stenen disks; de tekeningen van kosmonauten en van verbindingen tussen de planeten; de kennis van de astronomie bij z.g. primitieve volkeren. (Dogons - Sirius) 

Hoe ouder een volk, des te levendiger zijn hun herinneringen aan zulk een tijd. De kennis en de religie van deze volkeren zijn vermengd en vinden hun oorsprong in het verleden, de tijd der Goden. 

Religie is geen zaak van mystici en dromers, maar blijkt een werkelijkheid: het terug verlangen of willen naar een soort paradijselijke toestand, waarbij de mens direct in binding stond met opperwezens of opperkrachten. 

De zondeval blijkt dan een soort zelfvernietiging en een totale verwoesting van de heerlijke toestand en het weten en de eenheid met God of goden. 

Niet door het eten van een appel: maar doordat de aardemens de beschikking kreeg over een kennis die zij niet hanteren kon, de kennis der goden. 

Daardoor ontstond een concurrentie-strijd tussen de goden en de door hun kennis arrogant geworden mensen en halfgoden. 

Goden en mensen vermengden zich en halfgoden ontstonden. 

De goden die zich met die mensen vermengden werden door de Heer der Goden vervloekt. Na eeuwen degenereerde het godenras, terwijl het menselijke ras zich eveneens vervreemde van haar oude harmonie en natuurlijke evenwicht. 

Goden van het Licht en mensen van de Aarde of de duisternis werden één mensheid, behept met een kennis die een gruwel werd: het raffinement van het denken deed zijn intrede. 

De heerlijkheid zat eerst in het denken. (Henoch) 

Vernietiging en zegen gingen hand in hand. 


EILANDEN der GODEN 

In vrijwel alle landen kent men heilige eilanden, of eilanden der Goden; de overleveringen zeggen dat daar de Goden of de Zonen van het Licht bijeen kwamen en dat het aardemensen of Zonen van de Duisternis verboden was deze te betreden: 

Delos, Samothrace, Man, Avalon, Thule, Titicaca, D'Yeu of Dieu (Vendée), Eiland van Oya of Ogham (Kennis), Eiland van de Heiligen (China), Oraisan (Japan). 


De eerlijke bioloog moet toegeven dat er een missende schakel is tussen de aap en de mens. 

Dat de Darwintheorie niet opgaat. 

Waar komt de mens vandaan? 

God schiep hem, zeggen de kerkmensen. 

Er is hier weer een vermenging van legende en werkelijkheid. 

De Goden, die Zonen des Lichts, die uit de hemel kwamen waren in staat, volgens de overleveringen, menselijke vormen te scheppen. 

De apocriefe bijbelboeken en de Popol Vuh zeggen dat de zondvloed een einde maakte aan deze scheppingen van de Elohim, omdat de wezens hen niet konden loven. Zij waren louter natuur en maakten misbruik van kennis en magie, een soort robots. 

De tweede poging, met behulp van Noach lukte beter. 

Er kwamen mensen die hun "goden eerden". 

Totdat zij deze "goden wilden imiteren en naar de kroon steken". 

Toen kwam er een enorme catastrofe, alle geschriften getuigen ervan: de wapens, de chemie en hun niet aflatende eerzucht verwoeste het paradijs door middel van vuur uit de hemel. 

Slechts de herinnering bleef in hèn, die zich met de Goden vermengd hadden of hun erfgenaam waren. 

Hierna ontstond er een scheiding tussen "hemel en aarde", de verbindingen werden verbroken, de goden die zich vermengd hadden bleven achter op aarde en leefden voort als Koningen, Halfgoden, Zonen der Goden. 

De overleveringen zijn er vol van. 

Hun namen zijn o.a. Krishna, die in Griekenland Chrestos of Christus wordt genoemd; Hermes, die ook Taauth of Thot wordt genoemd; Osiris, Indra, die ook Saturnus wordt genoemd, Zeus of Jupiter, Horus, Isis of Venus, en nog velen meer. 

Wij kennen hen als legenden, als astrologische namen, als mythische goden. 

India, Egypte, Griekenland, de Noorse landen kennen dezelfde goden, dezelfde legenden, dezelfde oorlogen, dezelfde kennis. 

Alle occulte, of bovenaardse kennis komt daar vandaan. 

Volkeren die deze kennis bewaarden, bewaarden tevens de herinneringen aan de goden en de magie en geneeskunde. 

Verlies van deze kennis betekent vergetelheid. 

En vergetelheid leidt tot dogma, kinderlijke religies, oppervlakkigheid. 

In alle volkeren die de herinnering aan de Goden of Engelen bewaard hebben, bestaat of bestond er tot voor kort - het westen infecteert hen - een voorkeur voor kennis boven geld of goud. 

Uitspraak van Mao: 

"Het geld moet dienen om slechte dingen te kopen, men kan verstand en kennis niet kopen met dollars of francs." 

"Het gouden kalf zal zichzelf vernietigen, door zijn bijtend venijn en door zijn domheid." 

In de oude Chinese bibliotheken van Peking, Nanking en Canton is de wetenschap der "goden" bewaard gebleven, inclusief de alchemie, de atoomsplitsing, de magie. 

(in 5 jaar werd een H-bom gemaakt, het westen deed er 25 jaar over) 

GOD 

Voor de goden, of de Zonen van de hemel, die de aarde aandeden op hun vliegende slangen of vogels, bestond God als een wezen dat is, en toch niet is. 

Een zichtbare en ook een onzichtbare kracht. 

Hij had de wereld "uitgespuugd", niet geschapen. 

Hij is alles in allen, dus kon hij het zichtbare en het onzichtbare voortbrengen. 

Goden konden zich onzichtbaar maken op basis van het proton dat omgeven wordt door het neutron; het positief dat omgeven wordt door het negatief, maar het positieve kan zich negatief maken en omgekeerd. 

Dat is de oorzaak van het "onzichtbaar worden", hetgeen de goden en de halvegoden konden. 

Hun kennis werd vastgelegd in de z.g. heilige boeken van de aarde, waarvan onze bijbel een slap aftreksel is: de Rig Veda. 

Voor India: de Ramayana, waarin Matarishvan (Prometheus) voorkomt, 

Voor Griekenland: de godenmythen, Plato. 

Voor Tibet: de heilige boeken van Dzyan. 

Voor China: de legenden van Feng-Shen-Yen-i, Shoo King, die volkomen gelijk zijn aan die van India in de Mahabharata. 

Voor Japan: de Tojiki, oude verhalen die via de barden gezongen werden, de Nihongi .

Voor Egypte: de geschriften van zijn priester Manéthon, het Egyptische Dodenboek, Tarot. 

De oude kronieken op een tablet, Sanchoniathon, aan wie men de Genesisboeken toeschrijft. 

Voor Zuid-Amerika: de Popol Vuh. en talrijke kleinere geschriften van verschillende volkeren. 

De eerste optekenaars waren altijd halfgoden, zij die een vermenging waren van mens en god, zoals Henoch, Hermes en later de "ingewijden" zij die de Kennis der Goden konden dragen en er geen misbruik van maakten. 

Nu komt er altijd de vraag wie stamt er van de goden af? 

De Samaritanen zeggen dat de mens geschapen is naar het evenbeeld van de "goden" of engelen die eens op aarde leefden. 

Elohim betekent "goden". 

Goden zijn wezens met een lichtend aanschijn, die uit de hemel kwamen op hun vurige raderen. 

Zij vormden mensen, aardemensen, maar er zijn ook: vermengingen. 

De vermenging herinnert zich zijn oorsprong. 


ANALOGIEËN 

Er zijn diverse papyri waarin de komst van de goden, de diverse takken van wetenschap en kunst die de goden brachten, opgetekend staan. 

Daarin fungeren z.g. godennamen als namen van "wezens, engelen, lichtzonen die, deze wetenschap brachten". 

Osiris, Horus, Lichtzoon als erfgenaam, Isis, Hermes. 

In de papyrus van Parijs staat: 

"O, keten me niet aan uw kruis des doods! 

Sleep me niet naar de plaats waar mijn vijanden me doden." (Jezus) (359 Mysterium passée, Charoux) 

Vermengingen van mensen en goden doodden Goden. (halfbloeden zijn het gevaarlijkste, verbod van rasvermenging) 

Uit de oorlog tussen Goden, halfgoden en mensen ontstonden de "religieuze verhalen", vergrijp aan de goden, schuldbesef 


BERICHTEN BIJ DE VOLKEREN 

De Igorots op de Filipijnen: 

Zij noemen de Melkweg: Pauksciu kelis, de weg der Vogels, zoals de Eskimo's, de plaats waar de ijzeren vogels vandaan kwamen. 

(radioseinen uit de Melkweg opgevangen) 

Mexico: 

Men heeft 5 geraamten gevonden van mensen van  2.50 meter groot bedekt met synthetische stof en met blonde haren. (parras)(441 P.M.) 

Hebreeën - Boek Henoch, Zohar: 

Jaloezie onder de goden en halfgoden. 

Azazel, één der goden genoemd in het Boek Henoch wordt verbannen naar de woestijn, maar men offert hem jaarlijks een bok om zijn vloek af te weren. 

"De hele aarde is verdoemd door de leer van Azazel..." (wapens) 

As, Az, Bal, Bel zijn dezelfde. 

Zij waren met 200 en de anderen waren met hen. 

Hun namen mogen niet meer genoemd worden na de oorlog, noch na de catastrofe, "de namen van de engelen" werden bij het Concilie van Laodicea in 366 verboden te noemen. 

"De mens is geschapen naar het beeld van de Elohim." zegt de Zohar. 

Iedereen, die een naam van een engel noemt met de bedoeling bezweringen uit te oefenen wordt vervloekt. Magie, zwarte magie, mantrams. 

De Hebreeën zijn Ariërs, die komen uit de buurt van het plateau van Iran, blanken. 

Daar leefden de verhalen rond de Lichtzonen. 

Ariër (Aryman) = vreemde, arya. 

Het land van de Ariërs loopt ten einde. 

Nimbe, nimbus = wolk, in het Grieks: nephele. 

Aureool om het hoofd van heiligen en goden. 

Nimbe - vliegende schotel of rad. 


ZIGEUNERS 

Oud ras van Egyptenaren, die op de hoogte zijn met het verleden. 

Hun leiders brengen hen buiten de barst in de aardkorst, want zij willen ontsnappen aan een, reeds beleefde, catastrofe. 

Zij worden nu gebracht naar: Australië, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Europa, maar niet in Zwart Afrika en in geel Azië, en vooral niet in de Verenigde Staten. Daartegen hebben zij een sterke aversie. Nevada-woestijn. 

De tijd van het "einde" is nabij. 

Las Vegas ligt op dezelfde breedtegraad als Sodom, de eerste 36 en de tweede 32. 

(Los Angeles, Salt Lake City, Kansas City, Saint Louis, Memphis, Little Rock, Dallas, New Orleans....) (73 Secr. Trahits) 


FRANKRIJK 

Robert Charroux citeert een dame Lysianne Delsol, die vertelt dat in hun familie eens een geschrift was, geschreven op goudplaten, in een onbekende taal, maar waarvan een juiste vertaling bestond en de platen werden door een soort ringen bijeengehouden en genoemd: Thor Heliohim of Boek van de Zonen van de Zon. 

De Inquisitie confisqueerde het. 

Het was een soort gedicht van de halfgod Jika of Jimkhy. 

Yekum in het Hebreeuws: Hij die nodig is.  

Ieschou, Ieihôyakim: Hij, die door Jahwe is aangesteld. 

"Samirza (Sannhasai) bracht de hoge kennis van het hemelvolk aan het aardevolk; de aarde-vrouwen kwamen onder de invloed van de goddelijke leringen van de Zonen van de Zon."(Isis-papyrus)(192 Andes) 


Von Braun: 

"Er is zonder twijfel een goddelijke intentie in de schepping. Men kan de aarde beschouwen als een matrijs van het zonnesysteem. 

Als men haar bekijkt, als men de ruimtevluchten bekijkt, kan men misschien veronderstellen dat de mens heel goed een levensvonk in het universum brengen." 

De bijbel is iets bovenmenselijks. (Woord van God? - Goden?) 

Sommige wetenschapsmensen zijn duidelijk "vermengingen". 


NOACH 

Noach bouwde zijn "tebah" onder het welziend oog van de Elohim. Adonaï, de Heer der Hemelen, sloot voor hem de deur. 

Noach vinden we terug in alle volksoverleveringen, met steeds dezelfde optekeningen. 

In Genesis 9 staat: 

"De Zonen des Hemels zeggen tot Noach en zijn zonen: Vermenigvuldig u en vervult de aarde, en uw vrees en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en in het gevogelte des hemels, en in al wat zich op de aardbodem roert en in alle vissen der zee....." 

Het is de angst na de wraak van de goden....., voorheen was er geen angst. 

De Rig-veda is één der oudste literatuur. 

Zijn inhoud is veel dieper dan de doorsnee Ariër kan weten. 

De universele essentie noemen zij Brahma; de Druïden beleden dezelfde godheid. 

De Vader der Goden is Dyaus, Pitar; de Griekse Zeus, de Latijnse Jupiter. 

De Kelten, de Babyloniërs, de Grieken, de Egyptenaren, de Mexicanen en de Chinezen aanbaden hem eveneens. 

Dan is er Varuna, in verbinding met de hemellichamen staande. Hij had een morele invloed op de mens. Hij regeerde de maan en de sterren, de vlucht der vogels. 

Maar hij wordt, in één der laatste gedichten, verjaagd door Indra, de oorlogsgod. 

Parallel met: Uranus (hemelgod) vervangen door Indra, Saturnus. 

Men vindt er de Prometheuslegende in terug en het achtvoudige hemelwiel van Indra. 

De Ramayana, waar Rama op zoek is naar zijn gade Sita, is een geliefd boek bij de Indiërs, een Bardenboek: 

"De goede Matali bestuurde het wiel dat getrokken werd door strijdrossen gelijk aan zonnestralen, naar de plaats waar de deugdzame Rama zijn vijand zocht voor de fatale strijd. 

Hij gaf aan de edele Rama stralende wapens, hemelse wapens. 

Toen de rechtvaardige zich in de strijd stortte, kwamen de goden hem te hulp, 

"Neem het wiel" zei Matali, "het zijn de helpende goden die het je aanbieden. Neem deze hemelse strijdrossen, het gouden wiel van Indra." 

(Denk aan de oorlogen en zegening der wapens: In naam van God"....., een herinnering aan verre helpende goden?") 

De Lichtzonen brachten zegen en totale vernietiging. 


Er bestaat een roman in het Sanskriet, de Budhasvamin Brihat Katha Shlokasamagraha: 

"De heremieten die naar de hemel keken zagen een goddelijk wezen komen, dragende een zwaard en een schild, glinsterende in de zon.  Het wezen zei: Weet dat ik de trouwe dienaar van Naravashanadotta ben, koning van Cidyadhara. 

Ik heet Divashavadeva (deva). Daar ik de luchten van Himavit doorreis, boven de berg Malaya, bemerkte ik de Sandala die vluchtte nadat hij de koning en zijn vrouw ontvoerd had.... Ik bevocht hem en overwon hem, nam hem mede naar de Chakravartim (de keizer), die hem verhoorde.... Ik bericht u dat de keizer morgen met zijn vrouwen bij u zal komen......" 

De volgende dag komt dan de keizer op zijn vliegend wiel, in de vorm van een lotus, versierd met 26 bladeren die uit robijnen gemaakt waren. 

Zij kwamen op diverse wielen en daalden op aarde neder onder de blik van de verbaasde asceten......" 

Er staat o.a. ook: 

Wij kennen vier soorten van machines; machines voor water, machines voor steen, machines voor stof en zij die samengesteld worden uit een hoeveelheid onderdelen. 

Wat de vliegende machines betreft, de Yavanas (Grieken) weten waarvan sprake is, maar wij, wij hebben er nog geen gezien." 

(Brahmaan in gesprek met een timmerman) 


TIBET 

Padma Sambhava, de geestelijke meester van Tibet, reisde door de hemelen op zijn gevleugelde paard en nadat hij een bezoek gebracht had aan Gesar, sloot hij zich in zijn prachtige tent op en bewoog zich langzaam naar de hemel. 

Even bleef het licht dat hem omgaf een weg te trekken aan de hemel, daarna verdween het in de verte." (een gemystificeerde hemelvaart) 

Er wordt verteld dat de Ufo's Tibet veelvuldig bezoeken. 


CHINA 

"Toen de Mao-tse (die gedegenereerd waren en waarvan er nog leven in holen (holenmensen) onder invloed van Tchy-Yeoo, overal op aarde onrust gebracht hadden, werd deze vol met rovers. 

De Heer Chan-ty (een koning van de goddelijke dynastie) zag dat het volk zijn laatste sporen van de deugd verloren had. Hij gaf dan aan Tchang en aan Lhy het bevel elke verbinding tussen de aarde en de hemel te verbreken. Vanaf die tijd zijn er geen "opklimmingen en afdalingen" meer."  (Shoo-King) 

De priester Bin vertelt in het oudste boek van China: 

"Op de berg waar zich de Poort des Hemels bevindt is een rode hond die men hemelse hond noemt. 

Zijn roep is groot in de hemelen en als hij vliegt in de lucht wordt hij een ster van enige tientallen ellen lang (perche). 

Hij is snel als de wind. Zijn stem is gelijk aan de donder en hij licht als de bliksem." 


JAPAN 

De Japanners zeggen nog dat zij afstammen van de Zonen van de Zon, zie hun vlag. 

"Ik heb gehoord uit de mond van de Oude van de Zee, dat in het Oosten een mooi land bestaat, omringd door bergen. 

Wat méér is, daar bevindt zich Hij die uit de hemel is neergedaald en een slingerend schip bestuurde. 

Ik geloof dat dit land zich leent om het hemelse werk uit te breiden. Waarom zullen wij er niet heengaan en onze hoofdstad er inrichten (vestigen)" 


EGYPTE 

"De god Taautus (Thoth) vervaardigde voor Chronos (Saturnus) het insigne van zijn koninklijke macht. 

Hij stelde hem voor met vier ogen voor en achter, waarvan twee gesloten alzo hij sliep en vier vleugels, twee uitgebreid en twee in rust. 

Dit symbool betekende dat Chronos waakte terwijl hij sliep en dat hij uitrustte terwijl hij wakker was, en dat, op dezelfde wijze, zijn vleugels vertelden dat hij vloog terwijl hij uitrustte en uitrustte terwijl hij vloog. 

Wat betreft de andere goden, zij hadden slechts twee vleugels om aan te duiden dat zij onder de bevelen van Chronos stonden." (Engelenrangen - verbinding kwaad en goed, poortwachter) 

Uit een geschrift van Sanchoniathon. 

De koningen van het Licht zijn vertrokken, verbolgen en vertoornd. 

De zonden van de mensen zijn zo zwart geworden dat aarde beeft onder een langdurige zieltoging. 

De zetels van zur blijven leeg. Wie van de Bruinen, de Roden of zelfs van de Zwarten zouden kunnen plaatsnemen op de zetels van de Zaligen?" 

Stanza 12 uit het Boek van Dzyan. 


PAPYRUS ANI 

"Ik ken Matchet (de onderdrukker) die temidden van hen is in het huis van Osiris. Uit zijn Oog komen lichtstralen, maar hijzelf is onzichtbaar. Hij maakt de reis naar de hemel, omgeven door vlammen, doet zijn autoriteit drukken op het land van Hapi (land van de Nijl), maar niemand ziet hem ooit....." 


De Arabieren geloven dat de Grote Piramide het werk was van de Djinns, die kwamen uit de ruimte. 


BABYLONIË 

Vijf steden bestonden er voor de zondvloed. (182) 

"Toen de koninklijkheid uit de hemel afdaalde, nam zij plaats in Eridou (één der steden). 

Daar werd Abulim koning en regeerde 28.800 jaar. Alalgar regeerde 36.000 jaar. Twee koningen regeerden 64.800. 

Er waren vijf steden. Acht koningen regeerden nog gedurende 204.100 jaar. De zondvloed veegde alles weg." 

In Ninevé werden cylinders van leem gevonden, die vertellen over een hemelreis: 

"Koning Etan, die 5000 jaar geleden leefde, werd uitgenodigd aan boord van een vliegend schip, die de vorm had van een schild. 

Het landde in de tuin achter het paleis. 

Er kwamen grote mannen uit met blond haar en een tint van albast gekleed in wit en mooi als goden. 

Etan werd aan boord genodigd en met hen steeg hij en zag de aarde met zijn oceanen, zijn eilanden en continenten als "een stuk brood in een mandje", daarna verdween hij uit 't zicht. 

Hij kwam zo op de Maan, op Mars en Venus. 

Na twee weken van afwezigheid, terwijl men reeds bezig was een opvolger voor te bereiden, verscheen het vliegende schip weer, gleed over de stad en landde, gehuld in een aureool van vlammen. 

Het vuur verminderde geleidelijk, daarna doofde het en de koning stapte uit het vliegtuig in gezelschap van enige blonde mannen, die gedurende enige dagen zijn gasten waren." 


WAAR KOMT DE MENS VANDAAN? 

WAAR GAAT HIJ HEEN?

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene