20b - de Yin en Yang van de metalen in het menselijke organisme

Wanneer de mens iets over zichzelf wil weten en daardoor tevens de geest en de natuur wil begrijpen, (het zo boven zo beneden en de natuur is een dochter van de goddelijke natuur) zal hij het wonder van zijn natuurlijk structurele wetten moeten doorgronden. 

Achter die wetten drijft de geest. 

De medische wetenschap, de biochemie en nog andere takken van onze moderne onderzoekingen hellen meer en meer naar de overtuiging over dat de geest de basis vormt voor geluk, gezondheid en innerlijke vrede. 

De laatste onderzoekingen met betrekking tot kanker o.a. bevestigen dat de diepste oorzaak ligt in de geestelijke toestand van de mens. 

In 1969 was er nog een congres waar men allerlei biologische oorzaken aanvoerde, maar de laatste jaren komt men daarop terug; het zijn bij-oorzaken. 

De biologische toestand is een gevolg van de innerlijke geestelijke toestand van de mens. 

Onze levensinstelling, onze levenshouding en gewoonten corresponderen met de kwaliteit en de kwantiteit van onze geestelijke of innerlijke staat. 

De Chinezen, zoals wij tijdens de lezing van de Acupunctuur bespraken, noemen deze levende geest Ch'i - Oosters: prâna - Grieks: paraklet - bijbels: Heilige Geest; soms Adem of souffle, in de gnostiek: pneuma. 

Uit Ch'i bestaan alle dingen, uit Ch'i komen de gezondheid en het leven. 

De Chinese filosofie van de yin en de yang is niet origineel Chinees. 

Het universele filosofische aanzicht van de paraklêt, het pneuma en de etherische adem, die de bouwstof voor de ziel vormt (Henoch), is altijd het bezit geweest van de grote wijzen, vooral die van vóór Chr., daarna stolde deze heiligende, of heelmakende overtuiging in een dogmatisch christelijk begrip. 

Datgene wat de levende essentie vormde tussen natuur en geest, tussen mens en god, tussen eeuwigheid en tijd: het prana, of de Paraklet, de Ch'i, werden in menselijke figuren gegoten, bevroren in vorm, afgoden, beeltenissen. De bronnen waarbij de mens zijn geluk zoekt. 

Heden grijpt de mens weer terug naar het oorspronkelijk abstracte en vooral naar de directe verbintenis tussen geest en natuur, mens, ziel en geest of god. 

Dan komt men onherroepelijk op de oude, dikwijls vóór Christelijke filosofieën: de Chinese yin en yang, oer-Zen, alchemie, gnostiek, astro-sofie, oer-kabbala, kortom: al de leringen waarin de mens een spiegelbeeld wordt van de kosmos, of de ziel een schepping is van de geest. (Henoch). 

De psychologie, de psychotherapie, de acupunctuur, de natuurgeneeswijzen en de homeopathie, mits in handen van filosofen zoals eertijds, kunnen niet bestaan zonder deze overtuiging. 

Indien de mens de filosofie der wijzen practisch op zichzelf zou toepassen, zou hij minder medicijnen nodig hebben, en vooral minder behoefte gevoelen aan allerlei houvasten die hem het leven moeten helpen verwerken. (hobby's, religies, zekerheden) 


In de acupunctuur geldt een basis-pentakel als grond voor het gezonde geestelijke en lichamelijke bouwwerk van de mens. 

Het werkt nauw samen met een vijfpuntige ster. 

(bespreken pentakel en eventueel ster). 

Dit is de Chinese zienswijze. 

In ons lichaam zijn echter eveneens organische metalen werkzaam, die hun deel leveren aan de samenwerking tussen bovengenoemd pentakel en de vijfpuntige ster. 


Er zijn, zoals u weet, in de universele filosofie zeven grondmetalen: goud, zilver, koper, ijzer, kwikzilver, tin, lood, die culmineren in het element Antimonium, dat door Paracelsus het "universele medicijn" wordt genoemd. 

Deze metalen worden beheerst door planeten en, volgens de oude zienswijzen, vormen zij zich in de aarde onder inwerking van deze planetaire invloeden. 

Zoals de vijf organen van het pentakel harmonisch moeten samenwerken, zo moeten ook de organische metalen evenwichtig tegenover elkander staan om een juiste yin-yang-werking in het organisme te verkrijgen. 

Vanzelfsprekend bestaat er een eenheid tussen de organisch evenwichtige metaalwerking en de taak van pentagram en vijfpuntige ster. Twee metalen vallen uit in de harmonie: nl. ijzer, de wil en koper, de emotie. 

Dieper beschouwd zullen we bemerken hoe de metaal-organische werking in ons lichaam mede bepalend is voor ons karakter, onze gezondheid en onze geestelijke instelling. 

Hun werking of harmonie is echter in eerste instantie een gevolg van de kwaliteit en kwantiteit van onze geest, de hoeveelheid Ch'i of ons geestelijke bewustzijn. 

Wanneer u met behulp van wat wij hedenavond bespreken uzelf wilt determineren of van levensinzicht gaat veranderen, moet u wel bedenken dat degenen die wij NU zijn een resultaat is van een feitelijke geestelijke toestand. 

Onszelf verbeteren is als de slotresultaten van een innerlijk proces bestrijden, een symptoom bestrijding. 

Om inzicht in de filosofie der ouden te verkrijgen moeten we veel dieper doorgraven: 

We zullen proberen een systematische opbouw van hun inzichten te geven. 


DE METALEN 

Ontvankelijke en uitdragende metalen. 


LEVER - HOUT - JUPITER - TIN. 

De Chinese filosofie geeft als basis van de levenskracht aan: de LEVER. 

In de esoterie: de poort waardoor de mens in binding staat met de etherische trillingen, het etherlichaam. 

De biologische evenwichtsmeter. 

Vader Ether, de harmonie tussen het zichtbare en het onzichtbare levensveld. 

De lever, zoals de oude leringen zeggen, wordt beheerst door Jupiter en zijn metaal is het TIN. 

Het TIN speelt een merkwaardige rol in de chemie, evenals in ons organisme en de biologie. 

In het pentakel is de LEVER een unicum. 

Alles staat en valt biologisch met de LEVER. 

Het TIN gedraagt zich bij verwarming anders dan de andere metalen, hoewel het eerst weker wordt verhardt het zich bij ongeveer 160 gr.C. en wordt dan brozer. 

Verkoelt men het onder de minus 50 gr. C., dan verliest het zijn eigen vorm. 

TIN behandelen vraagt dus een serieuze aanpak. 

Het vraagt, om bewerkt te kunnen worden, de juiste middenweg. 

Is het eenmaal broos geworden na een verhitting van 160 gr.C., dan geeft het zich sneller aan het smeltproces over dan de andere metalen, uitgezonderd het kwik. 

Het kookt echter pas bij 2300 gr. C., het verzet zich dus tegen het kookproces. 

Koken is een metaal geweld aandoen. 

De mens "kookt van woede", hij is uit zijn evenwicht, verliest zijn eigen karakter.  Met een metaal is het precies zo. 

Bezien vanuit de Chinese filosofie zou de mens zijn evenwicht volkomen verliezen wanneer er iets ernstigs met zijn lever aan de hand zou zijn. (Jupiter- tin). 

Uitschakeling van de lever tast de levensmogelijkheid van de mens aan.  

Forcering van de lever, d.w.z. forcering van een wisselwerking tussen de ether (Jupiter-leverpoort) en de lichamelijke mens brengt biologische misstanden mede.  

Daar LEVER en HART nauw met elkander samenwerken, slaat dit terug op het hart. 

De lever heeft tegelijkertijd een beschermende als een levenschenkende functie. 

Het houten gedeelte van bomen en planten is tegelijkertijd hun bescherming en - binnenin - hun leven. (hout - lever - leven) 

Onze LEVER heeft dezelfde taak, uit zijn metaal blijkt dit. 

TIN moet zorgvuldig behandeld worden, evenals de LEVER. 

Buigt men TIN met de hand dan maakt het een soort schreiend geluid. Dat wordt het "schreeuwen" van TIN genoemd. 


TIN komt in ons organisme voor in de tong, de tongspier en de huid. 

Het heeft zowel in de mond als in de huid, een beschermende als een verbindende opdracht, zoals Jupiter met de ether. 

Mond - tong - voedsel - huid; woorden, de verbintenis met onze medemensen, ons woord zijn we. 

De verbinding met de omgeving en met het innerlijke organisme. 

De ogen zijn eveneens een verbindende schakel met de omgeving, maar meer spiritueel, ook met de ziel. 

Het luisteren met de huid (Henoch). 


Tin werkt voor de mens als een herkenning. 

De LEVER werkt zeer individueel en onderscheidt ook individueel, er zijn geen twee levers gelijk. 

Hij reageert op de verhouding van de mens tegenover onzichtbaar aanwezige gewaarwordingen. 

Dus zuiver etherisch of psychisch. 

Stroomt het leven niet krachtig door de LEVER, dan verliest de mens zijn zekerheid, zijn onderscheiding en herkenning. 

Driftige, gauw op hun kookpunt zijnde mensen vernietigen hun LEVER en daardoor mede hun HART. 

(wijn = vuurwater, het ondermijnt de energie in de lever) 

In de maatschappij maakt men van het TIN gebruik in de blikproductie: de blikkenbussen sorteren het materiaal. In het zilverpapier vinden we het stanniool, een tinproduct, om de producten van elkander af te scheiden. 

De LEVER bepaalt mede het karakter, individuum, de soort van de mens . Een heenwijzing naar het unicum van de lever, zijn hogere vermogens. 

Onze huid waarin het TIN is, scheidt ons af, verpakt ons. 

"Je kunt niet in andermans huid kruipen". 

Een gebrek aan TIN in ons lichaam maakt de mens "grof", "een dikke huid", ongevoelig voor zijn omgeving; ook de mond wordt dan grof. (taal, voedsel) 

Een overmaat aan TIN maakt de mens overgevoelig, mediamiek, ziekelijk ontvankelijk en te bewogen. 

(Pisces - Jupiter - leverzwakte; Boogschutter- emotioneel meegesleept worden; ontvankelijkheid is hun zwakte) 

Het TIN animeert in de mens zijn hebzucht, gezien in etherische zin, soms zelfs in grofstoffelijke betekenis. 

Een krachtige leverwerking maakt de mens levensgulzig. Een disharmonische leverwerking maakt de mens etherisch hebzuchtig, d.w.z. ziekelijk nieuwsgierig en hebzuchtig naar de etherische werelden. 


HART - VUUR - ZON - GOUD 

Het Chinese pentakel volgend komen we nu bij het HART. 

Het HART is eveneens een merkwaardig orgaan en tevens een onvervangbaar orgaan. 

Het is individueel; vervanging betekent ruilen van individu. 

Daar de geest in het HART huist, zoals de Chinees zegt, is het HART de geestelijke belevendiger van het door de Lever toegevoerde leven. 

Ook in de astrosofische en alchemische metaalkunde neemt het HART een zeer aparte plaats in. 

Alchemisch gezien is Goud (hart - Zon) het edelste metaal. 

Het wordt volkomen gezien als de geest, hierin stemmen de alchemisten en de Chinezen overeen. 

Het Hart is dus ook het edelste. 

De Astrosofie plaatst het hart onder de Zon, metaal Goud. Men plaatst het HART echter ook wel onder Venus, metaal Koper, omdat Venus de planeet van de liefde is en liefde, zo zegt de mens, huist in het hart. 

Ziedaar de verwarring. 

Koper heeft de kleur van Goud, maar is het niet. 

Het Hart kent vrijwel altijd twee liefdes; die tot het kleine geluk (Venus), en die tot de geest (Zon). 

Het Hart is tweevoudig, willekeurig en onwillekeurig. 


Zodra Venus (de geleidster binnen de zodiak-Tarot) de mens misleidt, verliest hij zijn liefde tot de geest, de Zon; wordt hij ongelukkig, krijgt hij allerlei aandoeningen; een gebrek aan Ch'i. 

Een overgave aan Venus en geen beheerser van Venus. 

De Lever extraheert de Ch'i niet meer uit de ether. 

Het HART lijdt dan gebrek; zijn Venus-liefde is altijd tijdelijk, het voldoet hem niet, wordt wisselend. 

De coöperatie tussen lever en hart is een levende geest. 

In de maatschappij is het geestelijke goud vervangen door het materiële goud. 

Het gevolg is: gebrek aan geestelijke liefde. Hartstoornissen. 

Goud is het resultaat, alchemisch gezien, van de omzetting van de andere zes metalen, ook organisch. 

Een gouden hart hebben is een evenwichtige geest. 

Een goed werkend pentakel, waarin het Koper als het metaal van het "kleine geluk" een zeer ondergeschikte plaats inneemt, verzekert de mens van een toevoer van geest of Ch'i; het maakt hem gelukkig, zijn geest des harten voedt hem en leidt hem. (zelfverloochening = hart wegschenken) 


De kleur van het goud is geel, een "verzadigd geel"; de mens die gelukkig is is een, spiritueel en biologisch gezien, een verzadigd mens. (slaap na oververzadiging) 

Het Goud had van oudsher in de maatschappij de taak om adeldom te symboliseren. 

De geestvolle mens is edel. 

Het is onbelangrijk waartoe men het Goud aanwendt het behoudt altijd zijn matte, bescheiden, edele glans, zijn karakter. 

Deze matgouden glans is moeilijk te imiteren. 

Denk aan Boeddha-beelden enz., daarom werkt men met bladgoud. 

Goud is een edel metaal, maar de bewerkers betreuren zijn zachtheid; slechts in splintertjes is het geschikt om zich te schikken naar de bewerkende handen. 

Denk hier aan massa's en individuen. Het individu moet splitsen, splinteren voordat hij zich gewillig schikt, het verliest zijn karakter. 

Hoewel het goud het metaal is met een zwaar soortelijk gewicht van 19 (zongetal - 10, eeuwigheid en tijd), kan men het zo dun pletten en er zulke dunne draadjes van maken dat het onzichtbaar is. 

Het is zwaar en toch onzichtbaar; toonaangevend en toch onmerkbaar aanwezig; dominerend maar onzichtbaar aanwezig. 


Het HART is oen Yin-orgaan, ontvankelijk; niettemin is zijn metaal Goud en zijn planeet de Zon. 

(koper is yin en goud is yang) 

Dat geeft te denken. 

Geest is zilver EN goud ineen ( ziel en geest) 

Het nog ongeestelijke hart is als het Koper, de slaaf van het "kleine geluk". 

Het Vuur des harten behoort een geestelijk vuur te zijn, alle andere aanzichten verbranden het of maken het ziek. 

Een "koperen hart" kan geen vuur, geen stress verdragen; het is te emotioneel ontvankelijk. 

Het "koperen hart" is te regeren door onverschillig welke aandoening vanuit het rijk van Venus, onze zodiakale natuur, met alle gevolgen van dien. 

De sterke, zuivere geest neemt het koperen hart op in het alchemische proces en maakt het van goud, sterk onafhankelijk en toch zacht door een geestelijke liefde. 

Het hart kan "zwaar van geluk" en toch licht in innerlijke vrede zijn. 

MILT - AARDE - LOOD - SATURNUS 

AARDE staat onder Saturnus, zoals de MILT en het miltkruid door Saturnus worden beheerst. 

De Milt lijkt ook in het pentakel een ondergeschikte rol te spelen, althans spiritueel: het is de voorraadkamer, de werkplaats van het voedsel, zegt men. 

Van Saturnus wordt hetzelfde gezegd in het alchemische omzettingsproces van de zeven metalen. Hij is de laagste, maar zonder hem kan er toch geen proces plaatsvinden. 

Zonder de MILT wordt er een organisch proces gestaakt. 

Zonder het LOOD, het basismetaal voor diverse producties, zou de mens nooit met de boekdrukkunst bekend zijn geworden. 

Saturnus geldt als de wachter; degene die de drempel tussen geest en stof bewaakt. 

In de röntgenologie is het LOOD de bescherming tegen funeste stralingen, stralen van een metaal dat de stoffelijke, zodiakaal gebonden mens NOG niet verdragen kan. 

Het LOOD bewaakt hem, houdt de poort tussen de mens en een onverdraaglijke planeettrilling dicht. 

Uranium, plutonium en andere stoffen van buiten ons zodiakale stelsel kan onze structuur niet verdragen, zoals de "mysterieplaneten" uitsluitend zegenend werken op de geestelijke mens. (Neptunus, Pluto, Uranus). 

Een teveel aan Pluto-kracht maakt de mens destructief voor zichzelf en anderen. (plutonium) 

Lood is een giftig metaal. 

Loodvergiftiging takelt de mens totaal af; hij wordt snel oud alsof hij wordt beroofd van een vitaliteit. 

In werkelijkheid kan men zeggen dat loodvergiftiging de etherische levertoevoer onderbreekt, waardoor de mens van zowel de geestelijke als de biologische vitaliteit wordt afgesloten. 

Saturnaal lood isoleert de mens, in een ziekelijke toestand sluit het hem af van de lever (het leven). Zodoende heeft dan de milt, de werkplaats, geen arbeid meer; de biologische uitwisseling staat stop. 

Het milt/lever systeem wordt onderbroken; de pentakel-keten is doorbroken. 

Lood heeft als taak: begrenzing, omheining, zoals uitkomt bij de boekdrukkunst: "niets uit deze uitgave mag worden overgenomen enz...", een saturnale instelling. 

Miltaandoeningen maken de mens gierig in zijn afgave, maar ook in zijn opname. Hij kan moeilijk zijn voedsel verwerken het gehele opname- en afscheidingssysteem wordt aangetast. 

En dit komt ook altijd tot uitdrukking in de geestelijke aspecten. 

Ziekten van Saturnus hebben altijd te maken met het verkeerd opnemen en verkeerd afgeven, zowel van het geestelijke als van het materiële. 

De mens zit opgesloten in zichzelf eensdeels uit angst, anderdeels uit gierigheid, ook natuurlijk een vorm van angst. 

Dit is eveneens te herkennen in de ademhaling en in de typische karakteristiek van de door zijn organische lood verziekte mens: de neiging tot agressie, verdediging in al zijn vormen. 

Een teveel aan lood maakt agressief. 

In de alchemie is het lood het begin van het proces der metaalomzetting; in de biologische mens is de milt de werkplaats, het centrum der biochemie; de voedselvoorraad. 

In de natuur vormt de aarde de voedselvoorraad, de bewaarplaats. 

De voedselvoorraad, in spiritueel aanzicht, moet eigenlijk liggen in het hart, goud; in het omzettingsproces wordt het lood goud. 

De milt is de voedselvoorraadkamer van de natuurlijke mens; het hart is de voedselbron voor de geestelijke mens. 


LONGEN - METAAL - LUCHT - MERCURIUS - KWIKZILVER - (PORCELEINAARDE) 

In de Chinese filosofie zijn de LONGEN de zetel van de droefheid. 

Zij zijn verbonden met de lucht, een element van Mercurius en zijn metaal het KWIKZILVER. 

Kwik wordt in de geneeskunde en de techniek gebruikt voor het meten van de temperatuur. Lucht, licht en warmte zijn direct in verband te brengen met het kwik. 

Kwik bezit een individuele innerlijke vlam en is toch vloeibaar. 

Het kan zich instellen op de etherische, de vaste, de vloeibare en de abstracte materie. 

Kwik is dus een soort middelaar, een veranderlijk element. 

De Longen hebben in de mens dezelfde taak. 

Zij meten, volgens de Chinees, de menselijke stemmingen. 

Ook zij zijn in binding met: 

lucht - adem; 

licht - geluk of geest, vreugde; 

warmte - evenwicht, rust, harmonie. 

Iemand, die rustig en evenwichtig is, ademt op de juiste wijze; de ademhaling regelt zich naar de instelling des mensen; ontspanning is warmte. 

De Longen voeden de huid, zij hebben dus een sterkende e reinigende werking op het tin. 

Kwik moet zich bij tin kunnen aanpassen, zoals Mercurius zich bij Jupiter moet aanpassen en hem - in de alchemie: De boodschap der Goden overbrengen opdat hij wijs zal worden. 

In de astrologie brengt men Mercurius (kwik) ook in verband met de keel of het strottehoofd, de adem. 

De adem, als het woord, kunnen eveneens "lucht, licht en warmte brengen". 

Kwikvergiftiging, een overdaad aan kwik in het organisme maakt de mens "giftig", giftig jaloers, giftig in zijn woorden; vluchtig, hel of schel, heet.  De lucht in de longen wordt tot een gif in de mond. 

De Longen, zegt de Chinese filosofie, staan in verbinding met de neus. 

Denk aan het volksgezegde: "Dat mens moet overal zijn neus in steken". 

Kwik is een "bemoeiallerig" metaal. 

Ziekten van de longen of  ademhalingsstoornissen hebben te maken met de kwiksituatie in het organisme. 

Mercurius is degene die de macht bezit om het geestelijke, het heilige om te zetten in het onheilige of kwaadaardige. 

De longen kunnen de mens gif overdragen juist omdat zij over een aanzicht van "leven" heersen: adem - prana, Ch'i uit de lucht; zij kunnen dit veranderen. 

De Yin-organen zijn alle eigenlijk middelaars: 

lever voor de ether; hart - geest; milt - voedsel; natuur en mens; 

longen voor de lucht; nieren - persoonlijkheid. 

Het Yinvat van de longen is net zo belangrijk voor het hart als de lever. 

De vijf organen zin niet los van elkander te denken en dat bewijst dat "als één van hen ziek is, worden de anderen mede gedupeerd". 

Wordt ook de mens het slachtoffer. 

Ch'i hebben zij nodig voor hun werk. 

Een teveel aan organisch kwik maakt de mens ook lichtgeraakt; zoals kwik niet aangevat kan worden zonder weg te springen. 

Zij zijn niet te binden, noch te harmoniseren of te bevredigen (vrede te ontvangen) 

Kwik bezit een verborgen vlam, zegt de alchemist. Alle andere metalen komen pas in die toestand wanneer zij verhit worden. 

Kwik heeft dus hitte uit zichzelf. Kwik jaagt de mens op. 

De longen bezitten verborgen energie, een warmte uit zichzelf. 

Het kwik (de longen) kan de mens lucht, licht en warmte geven. 

Het heeft dus weinig van node om "heet" "driftig" "kokend" te worden. 

Vele longzieken blijven optimist, hun verborgen kracht (warmte) komt naar boven. 

Het houdt zichzelf vloeibaar, dat is een nadeel maar ook een voordeel; men kan zich soepel aanpassen, maar ook ongeoorloofd binnendringen of medebewegen. 

De ademhaling die door de neus gaat, zijn ritme toont de instelling van de mens, wáár hij mede beweegt en waarin hij doorgedrongen is. 

Woede, rust, afgunst, emoties zijn al te lezen in de ademhaling. 

De innerlijke geestelijke toestand van de mens is te herkennen aan de gedragingen van de vijf organen, die mede afhankelijk zijn van de organische metalen, die weer in binding staan met de kosmos, de Ch'i der luchten. 

In de alchemie is Mercurius de boodschapper der andere planeten. In de chemie is echter bekend dat het kwik zich nooit verbindt met zijn omgeving, noch deze bevochtigt, noch deze aansteekt, behalve wanneer men het kwik eerst met een metaal samenbrengt. 

Kwik alleen is dus niemand; mensen met een broeiende kwikvlam moeten iemand of iets hebben die hen geleidt naar hun bedoelingen. 

Geïsoleerd blijft kwik onschuldig; kom er niet aan, beweeg niet mede, dan gebeurt er niets. 

Als de lucht in de longen niet verbruikt, aangewend wordt, gebeurt er niets, géén leven, géén gif, géén ontheiliging. 

De longen zijn aangewezen op een helper: de lever (leven), (bloed) het hart (de doorvoer), de milt (energie). 

De milt doet zijn taak alleen, evenals de lever en het hart. 

De longen zijn, met z'n tweeën, en hoewel er een long kan uitvallen, geen op zichzelf staan werkende organen. 

Droefheid, die zetelt in de longen, berooft de mens van zijn adem, souffle, paraklêt, Ch'i. 

De longen en het kwik zijn bepalend voor de stemmingstoestand in de mens. 

De geest des harten houdt echter de longen sterk om te ademen, op te nemen hetgeen de mens geestelijk gezond houdt, droefheid te overwinnen. 


NIEREN - WATER - MAAN - ZILVER. 

De NIEREN, volgens de Chinese filosofie, zijn de zetel van de angst en de woning van de wil. 

Een, zo voor t oog, vreemde opvatting. 

De werking van de organische metalen onderstreept dit inzicht echter. 

De Maan speelt de rol van reflector van de Zon; de ziel, in de alchemie, staat onder de Maan en is de reflector van de geest; ziel en hart (zon, geest) zijn één, zoals adem en ziel, lever (ether) en ziel nauw verbonden zijn. 

Nieraandoeningen stokken het reinigingsproces in het organisme, de afscheiding, maar remmen ook de weergave. 

Nierstenen betekenen dat de mens niet bereid is iets af te geven, hij wil iets behouden doch is daartoe in de praktijk niet in staat. Niettemin gaat zijn wens naar dit behouden uit, hij WIL het behouden. 

Zie de verhouding: WIL tot behoud; Angst tot afgifte; nierstenen; tegenzin tegen het reflecteren of zichzelf tonen. 

De nieren beïnvloeden lever en milt (Chinees). 

De Maan (zilver) beïnvloedt dus mede de wisselwerking tussen stof (milt) en ether (lever). 

Maan-godsdiensten maken de mensen mediamiek; maanaanbiddingen zijn voor sensitief mediamieke mensen. 

Maan en Jupiter: Water en Ether. 

In de symboliek is het symbool "water" gesteld voor de ether. 

Jupiter (lever) en Maan (nieren) plaatsen zich buiten een heersende macht (wil of geest) als zij lever en nieren ziek maken. 

Nierziekten zijn een gevolg van willoosheid of overdaad aan wilskracht; verdrongen angsten. 

Het bevrijdende idee om jezelf te confronteren met je angst, lost nierstenen en nierkwalen op. 

Iets de vrije loop laten, overgave. 

Ook hier ligt de oorzaak bij een tekort aan Ch'i, die de biologische huishouding in evenwicht houdt. 


De Zon is het middelpunt der planeten; goud is het edelste metaal; het hart (de geest) behoort het centrum en het edelste in de mens te zijn. 

Het Zilver staat in verbinding met donker en licht; in de fotografie. Het neemt in het duister zijn beeld aan, zoals de maan in de nacht schijnt en zijn vorm te zien is, het maakt de spiegel. 

De Nieren verbergen de angst- en (Chinees) behoeden de wil. 

De wil staat onder Mars en het ijzer is zijn metaal. 

De wil kan zelfstandig geen resultaat brengen, of het is een mismaakte vrucht. Hij moet samenwerken met het hart. 

In de biologische mens, zoals in de natuur, de electrotechniek, werken wil (ijzer) en hart (als koper, ontvangst) nauw samen. 

IJzer en koper samen geven het gewenste resultaat. 

De wil woont in de nieren, maar heeft in werkelijkheid geen vast tehuis in de mens. 

De nieren herbergen hem, maar vrezen zijn macht. 

Dat is de strijd die in de nieren wordt uitgestreden: nieraandoeningen; emotie (hart) - tegenover wil. 

Het werkelijke metaal van de nieren is zilver en zijn werkelijke heerser is de maan. 

Het metaal zilver is een symbool van reinheid en van levend water. 

Ook de nieren hebben hun geestelijke symboliek. 

Wanneer de mens in "hart en nieren" zichzelf overgeeft, geschiedt er iets: hart zonder nieren is koper; goud en zilver is volheid. 

Hij is er met "hart en nieren" bij betrokken. Met hart en ziel. Zijn ziel zit er dan in. Een gouden hart is rein, zilver, nieren. 


De nieren weerkaatsen onze geestelijke toestand, dat geschiedt BUITEN de wil om; de nieren reageren ondanks de tegenstand van de wil. Dat geeft opnieuw spanning in de nieren. 

De nieren zijn afhankelijk van de milt: de toestand van het lood, het soort voedsel, het soort aarde (porceleinaarde, wit geworden aarde, later transparant) en tevens zijn zij afhankelijk van de lever (leven, ether). Daarbij komt of de inwonende wil accoord gaat met deze samenwerking. 

De wil is een spelbreker (agressief ijzer, strijd) of, indien hij samenwerkt een stimulans. 

De nieren, het zilver, nemen daarin een ondergeschikte positie in; zij zijn doorvoerkanaal van duister EN licht, een middelaar. 

Zij drukken het momentele beeld van de organisch-geestelijke toestand af. 

Looderts en zilvererts worden dikwijls in dezelfde streek gevonden (Saturnus en Maan - milt en nieren) De wil (ijzer) is de aanvaller en daarmede kan hij organisch en geestelijk de mens schade doen. 

Het lood onthoudt het organisme zijn levenskracht, als het te sterk wordt (milt). 

Het ijzer verspilt dikwijls de levenskracht door een instinctmatige levensdrift. (a-vidya, onwetendheid, Mars) 

De nieren, het zilver, hebben rust, evenwicht nodig willen zij hun organische taak goed kunnen verrichten. 

Innerlijke vrede, evenwicht, geluk zijn gevolgen van de geestelijke Ch'i, die zich reflecteert, spiritueel in de ziel, biologisch in de nieren; het zilver en de andere metalen bewerkt. 

Wanneer het pentagram van inhalering (Yin) niet goed zijn taak verricht worden de Yang-organen funest in hun werking. 

Wanneer de ontvankelijke metalen: 

de zachtheid van  het goud (hart); 

de reinheid van het zilver; 

de bescherming van het lood; 

de innerlijke vlam van het kwikzilver; 

en het onderscheidingsvermogen van het tin, 

niet hun ontvankelijke aard benutten, dan vernielt de wil (ijzer) alle opbouw en ondermijnt de weekheid van het emotionele hart (koper) alle duidelijke uitbeelding. 

Zoals de ziel (het spirituele zilver) zoekt naar de beeltenis van de geest, er een beeld, een foto van wil maken, zo zoeken de nieren instinctief naar de beeltenis des mensen, zijn biologisch beeltenis. 

De ziel zoekt de geest des harten, de nieren zoeken de beeltenis van de persoonlijkheid, de mens der organische metalen. 

Klopt in de samenwerking van de metalen, of in het pentagram der organen iets niet, dan komt het zilver (de nieren) in botsing met de geest, het goud, des harten. 

Zoals de maan de zon reflecteert, zo behoren zilver en goud bij elkander. 

Dat wil dus zeggen dat hart en nieren nauw samenspelen. 

Onderschat de nieren niet, zij zijn de biologische reflectors, maar in de natuur reflecteert zich OOK de geest. 


De Lever - onderscheidt en rangschikt (tin) 

Het Hart - is verantwoordelijk voor de innerlijke adeldom en de individualiteit (goud) 

De Milt - toont de verhouding mens - natuur (lood) 

De Longen - tonen zijn verdraagzaamheid en medeleven. (kwikzilver) 

De Nieren - zijn de organische reflectoren, zijn organische beeldvormers (zilver). 


Tekening 


YIN 

1. Lever (hout) - Jupiter - tin 

2. Hart (vuur) -  Zon - goud (koper - Venus) 

3. Milt (aarde) - Saturnus - lood 

4. Longen (metaal, lucht) - Mercurius - kwikzilver 

5. Nieren (water) - Maan - zilver 

YANG 

galblaas - dunne darm - maag - dikke darm - blaas.


Beweeglijke kruis: (wisselwerking, werk, activiteit) Mercurius - Jupiter - Neptunus - longen, lever 

Vaste kruis: (geestelijke of materiële zekerheid, voeding) 

Venus - Zon - Mars - Uranus (Saturnus) - hart, wil, milt 

Cardinale kruis: (heersende kracht, aantonende kracht) Mars - Maan - Venus - Saturnus - wil, nieren, hart, milt

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene