19b - de apocriefe evangelie van de Pistis Sophia

DE GNOSTICUS VALENTINUS 


Onze lezing van hedenavond zal zich baseren op een geschrift uit ongeveer de 2de eeuw van de hand van Valentinus, één van de grootste en meest bekende gnostieken uit die tijd. 

Hij leefde in de tijd van Hadrianus Augustus (117-138) en ontving zijn scholing in Alexandrië; oorspronkelijk was hij Egyptenaar; als leraar aan de school van Alexandrië kreeg hij een beroemde naam; deels om zijn filosofie en intelligentie, deels om zijn hoge en principiële moraal. 

We moeten ons even verplaatsen in de tijd van het jonge christendom, dat zich vermengde met de denkbeelden van de vòòr-christelijke groten, zoals Socrates, Plato, Aristoteles, Pythagoras. 

In Alexandrië was het centrum van de Grieks-Egyptische filosofie; alchemie en gnostiek vormden de basis van een symbolische, legendarische wijsheid, die later uitmondde in de occulte leringen, in de chemie, en in de mystiek. 

In Valentinus zien we één van de grootste wijsgeren en redenaars van zijn tijd met een leer die een mengsel is van: alchemie, astrologie, Egyptische wijsheid, zoals zijn cosmogenie en een flard van mystiek-christelijke denkbeelden. 

Hij zag Jezus Christus NIET als een mens, maar als een universeel gegeven dat zich splitste in Jezus: de impuls die indaalde uit de Ruimte (Plêroma) van de eerste en eeuwige Wijsheid en Christus, de altijd aanwezige Licht-aeon, die zich in iedere spirituele mens kan manifesteren. 

Hadrianus geeft ons in een schrijven aan de consul Servianus een goed beeld van de tijd waarin Valentinus leefde: 

"Gegroet Servianus! 

Ik heb in het Egypte dat jij zo aanprees slechts een frivool volk gevonden, veranderlijk, dank zij de wind van de eerste kletspraatjes die er is binnengekomen. De aanbidders van Serapis (Apis-Osiris / Hades-Zeus) zijn christenen en zij die zich sieren met de titel van bisschop aanbidden Serapis. 

Het is onmogelijk er een aartsbisdom te vinden, een Samaritaan, een christelijke priester die niet terzelfdertijd een astroloog, heiden en charlatan is. 

Wanneer de patriarch in Egypte komt, dwingen de enen hem Serapis te aanbidden, de anderen om Christus te aanbidden. 

Zij hebben allen slechts één God. Hij wordt aanbeden door christenen, Joden en al de andere volkeren." 

Deze ene God is een tweeledige: wit - zwart; goed - kwaad; hoogte - diepte; afgrond - hemel. 

In deze tijd werd Valentinus de christelijk-gnostieke meester; hij ging naar Rome waar hij opviel door zijn grote welsprekendheid, hij brak met de kerk en verliet de stad gedwongen door de bisschop van Anicet. 

Hij ging daarna naar het Oosten en stichtte een school op Cyprus. 

Verder weet men niets van hem, noch van zijn leven, noch van zijn dood. 

Er zijn slechts fragmenten van zijn geschriften overgebleven. 

De kerkvaders zeggen dat zijn volgelingen zijn leer verbasterden en dat er bij navraag geen twee dezelfde stellingen volgden. 

Vriend en vijand bewonderde de intelligentie van Valentinus. 

De geschiedschrijvers, alle zijn tegenstanders, worden het nooit eens over hun oordeel; de enige waarachtige nalatenschap van hem zijn de fragmenten van zijn gedichten, denkbeelden en de Pistis Sophia, een papyrus die in de 18de eeuw door een Engelsman Dr. Asker werd ontdekt. 

Het is geschreven, door twee handschriften, in het Koptisch en overgenomen uit een oudere versie. 

In 1851 verscheen er een eerste vertaalde druk in het Latijn. 

In 1895 verschijnt er één in het Frans (Amileneau-herdruk) 

Daarna komt er één van Mead, speciaal voor de Theosofische vereniging. 

In 1905 verschijnt de Duitse vertaling, wetenschappelijk, door een theologische groepering van de Pruisische academie voor wetenschappen. 

De beste vertaling is de Duitse, wetenschappelijk zeer juist; de mooiste is de Franse; de slechtste zijn de Engelse en de Hollandse. 

Om enig idee te geven van de gnostiek van Valentinus een gedicht van hem: 

"Ik zie in de ether alles vermengd met pneuma, 

ik zie in de geest alles gedragen door pneuma: 

het vlees onderworpen aan de ziel, 

de ziel weggedragen door de lucht 

de lucht onderworpen aan de ether, 

vruchten die de afgrond verlaten, 

een klein kind opklimmende naar de baarmoeder." 

Het schijnt dat dit verdichte visioen de aanleiding is geweest voor de leer van Valentinus. 


LEER 

Hij zei: 

Er is een Eerste Wijsheid; een concentratie van licht, kracht, een vermenging van positief en negatief. 

Dat is het Plêroma, zoals Basilides zegt; de eenheid van de tegenstellingen. Uit dit Plêroma kwam Sophia, de tweede wijsheid, de kleine wijsheid. 

Zij ging de chaos buiten het Plêroma binnen; oorzaak: zij wilde gelijk worden aan het Grote Licht; streefde daarnaar en werd toen door haar jaloerse gelijken uit het Plêroma gestoten. 

Waar zij een "ander" licht waarnam en meende dat dit ook het Grote Licht was. 

Terwille van haar schiep de Eerste Wijsheid, haar Oervader, door een vereniging van zichzelf en de stilte (het niet-zijn) om hem: de sfeer van de 12 aeonen; opdat de Sophia langs deze 12 aeonen omhoog zou kunnen klimmen tot in de Dertiende Aeon, waaruit zij door het Eerste Mysterie (haar eerste levenssfeer) getild zou kunnen worden. 

Tussen het Plêroma en de door de 12 aeonen omgrensde ruimte, bevindt zich Horos, de grenswachter. 

Horos passeren is zoveel als: de 12-voudige sfeer verlaten en toegang verkrijgen tot het Plêroma. 

In het rijk van Horos, de grenswachter, bevindt zich ook het pneuma, de geestelijke adem en iedereen die dit pneuma of de "nous" zelf, bezit is in staat de grenswachter Horos te passeren. 

De volle kracht van "nous" of het pneuma heerst in de 13de aeon, maar Horos MOET gepasseerd worden, want hij bezit de sleutel tot het Plêroma. 

Men kan dit vergelijken met Christiaan Rosencreutz; met de getallenleer; de Tarot; HOROScopie; de begrenzing. 

Een geestelijk mens, een ingedaalde uit de Eerste Wijsheid ontdekt allereerst: het pneuma en de ether. 

Inzicht in alle dingen; de toestand in de afgrond, waar de ziel van de wereld zich tracht te bevrijden van de overheersing der demonen. 

Aan het onderste deel, in de laagste sfeer waar de godheid heerst, speelt zich het proces af waaraan de ziel onderworpen is om terug te keren tot haar oorspronkelijke land. 

De 12 aeonen schikken zich in de wet gods om deze ziel te beproeven: de boetezangen Sophia. 

De volgelingen van Valentinus hadden een geschrift dat zij voor heilig aanzagen en waarvan dit fragment nog bestaat: 

"Zelf onvernietigbare geest, groet ik de onvernietigbaren; 

Ik breng u onuitsprekelijke mysteries, onverklaarbaar en bovenhemels, die noch door de Machten, noch door de Heersers, noch door de ondergeschikte krachten, noch door enig samengesteld wezen kunnen worden gegrepen, maar die zich slechts manifesteren door de gedachte van de Onbeweeglijke." 

(de oerdeugd van Saturnus is onbeweeglijkheid) 

Het lagere moet het hogere loslaten om deze "gedachte" te kunnen omvatten. Het samengestelde, dat wat besmet is, begrijpt het bovenhemelse nog niet. 


De kerkvaders zeggen dat, onder invloed van de Griekse extase, Valentinus zijn leer schiep. 

Het gegrepen worden door het onbegrensde, zoals Mr. Eckehart. 

Zonder deze "ziele-extase" is er géén vereniging met de kracht uit het Plêroma. 

Bezieling, zelfs meditatie, het gegrepen worden, de overgave. 

De Adam Kadmon van de Kabbalisten vinden we eveneens bij Valentinus als: de geestelijke kosmische mens, een universele mens, etherisch, alomtegenwoordig. 

De aardse kosmos, de zichtbare kosmos is zijn evenbeeld en de adem (pneuma) van de universele Eerste Mens leeft daarin. 

In de wereld en in de mens leveren het eeuwige leven en het tijdelijke leven (de dood) een gevecht. 


In een brief van Valentinus staat: 

"In het hart wonen verschillende onreine geesten, die onreine gedachten opwekken, zij pijnigen de ziel door hun slechte wensen. 

Het lijkt me dat er met de ziel hetzelfde gebeurt als in een hotel. Wanneer er slechte mensen verblijven, doorboren zij de muren, graven zij gaten, en vullen deze dikwijls met afval. 

Zij maken zich geen enkele zorg om de plaats, onder het voorwendsel dat deze niet aan hen behoort. 

Zo is het ook met de ziel. 

Wanneer men haar negeert, vervuilt zij. Zij is de woning van demonen, maar zodra de Vader, de enig Goede, zich om haar bekommert, zal zij geheiligd worden. Zij zal licht uitstralen. 

Daarom is degene zalig die het hart in deze staat bewaart: want hij zal God zien." 

Alles begint in het hart, de verbintenis hart en ziel. 


WOORDEN VAN VALENTINUS: 

"Vele dingen die in de geschriften worden geopenbaard (bibles) bevinden zich opgeschreven binnen de "gemeenschap Gods". 

Want de gemeenschappelijke dingen zijn de woorden die uit het hart komen en de wet die in het hart geschreven is. 

Dat is het volk van de grote Liefde, dat door Hem geliefd wordt en Hem liefheeft." 


Valentinus kende een Ogdoade, een voorwereldlijke Achtheid. 

Vier positieve krachten en vier negatieve krachten die samenwerken. 

Binnen de begrensde twaalfheid is er een begrensde achtheid: begrensd in de cijfers: 1 - 3 - 5 en 7 tegenover  2 - 4 - 6 en 8 

Een achtheid, die zal rusten in het cijfer 30, het Jupiterische licht; eeuwigheid, onuitsprekelijkheid, onbeweeglijkheid. 


Ogdoade geestelijk: "Zij gaat door met te wonen in de rust in zichzelf."  (199-la Gnose) 

Achtste dag van Henoch:

Ogdoade voorwereldlijk: 

1. Bythos = verwekkende kracht; 

2. Sigê = de Stilte 

3. Patêr = vader 

4. Aletheia = de waarheid; 

5. Anthropos = Mens - macro/micro; 

6. Ekklesia =  Gemeenschap; 

7. Logos = woord/gedachte; 

8. Zoê = leven. 

In vergelijk met de numerologie: 

1 = verwekker (wil) 

2 = stilte (weten) 

3 = licht  

4 = waarheid (daad) 

5 = mens (re-ligio) 

6 = gemeenschap (samenvoegen) 

7 = woord/gedachte (overwinning) 

8 = leven (gerechtigheid) 

Er zijn paren die één geheel vormen: alleen positief of alleen negatief kunnen niet bestaan. 

Men noemt Valentinus een volgeling van Plato, omdat ook hij ideeën en getallen verenigde. 


PISTIS  SOPHIA 

De Sophia is ingedaald binnen de begrenzing van de 12 aeonen en zij moet eerst in de dertiende aeon komen alvorens in het Plêroma te kunnen opgaan. 

Daartoe zingt zij dertien boetezangen, die overeenstemmen met de 12 sferen binnen ons 12-voudige zodiakale stelsel. 

De dertiende zang is de doorgang door het land van Horos: het paradijselijke land dat zich tussen het wezenlijke en het onwezenlijke bevindt. 


EERSTE BOETEZANG - RAM - Onwetendheid - Wilsdrift - Mars. 


"O Licht der Lichten waaraan ik van den beginnen heb geloofd, hoor mij nu, hoor naar mijn berouw, want kwade gedachten zijn in mij binnengegaan. 

Ik keek neer naar de lagere gedeelten en zag daar een Licht en ik dacht: Ik wil naar die plaats gaan, zodat ik dat Licht kan nemen - en ik ging en bevond mij in de duisternis, die in de Chaos beneden is en ik was niet in staat deze te verlaten en naar mijn plaats te gaan......., want u weet dat ik dit in mijn onschuld heb gedaan, omdat ik dacht dat het Licht met het leeuwengezicht Uw Licht was....." 

(in onwetende onschuld, maar gedreven door de wil om Het Licht, meer Licht te grijpen. 

Waarom méér Licht? - om te worden zoals Het Licht) 


TWEEDE BOETEZANG - STIER - zelfbevrediging of onthechting - Venus.


"...... En als ik aan U geloofde, bespotten mij de archonten, terwijl zij zeiden: "Zij heeft haar Mysterie beëindigd"..... Gij zijt mijn Mysterie, O Licht! 

Mijn mond was vol lof en ik zei te alle tijde uw Mysterie en uw Heerlijkheid.  Laat mij nu niet in de Chaos tot aan de voleinding van mijn tijd. Zij hebben mij hele Lichtkracht van mij genomen en alle emanaties van Authades hebben mij omgeven.... mogen zij die mijn kracht nemen willen in duisternis gehuld worden en krachteloos worden....... "

(innerlijke oproer, tevreden met lofzingen, innerlijke aversie tegen haters en zich krachteloos gevoelen omdat "de emanaties haar omringen.") 

"Het Licht heeft haar verlaten, laten we haar grijpen en al het in haar zich bevindende Licht nemen....." 


DERDE BOETEZANG - TWEELING - Kennis vergaren - Tijd - Mercurius. 


Zeer korte boetezang:  

"Mogen zij snel tot duisternis worden die mij bedrukken; haast u Licht, en red mij uit deze chaos. Mogen allen die U zoeken en Uw Mysterium wensen steeds uitroepen: Moge het Mysterie zich verheffen! 

Ik mis mijn Licht, dat zij genomen hebben, en ik heb de kracht nodig, die zij mij ontnomen hebben, ...... haast u en redt mij......" 

(geen kracht meer, vermoeidheid, begrensdheid, de rust van de Tijdeloosheid ontbreekt, zij wil HAASTIG gered worden) 

"Ik ben arm en ellendig, aarzel niet mij te helpen, Heer!" 


VIERDE BOETEZANG - KREEFT - Reflectie - Maan. 


"Wend uw Lichtende beeltenis niet van mij, redt mij haastig, in de tijd dat ik tot u schreeuwen zal. 

Mijn tijd is als een ademtocht heengegaan en ik ben materie geworden. (materie geworden, het getal vier, de reflectie) 

Mijn kracht is verdord. Ik heb mijn mysterie vergeten dat ik vroeger pleegde te volbrengen. 

Door de stem van de vrees en de kracht van Authades is mijn kracht-in-mij verdwenen. 

Ik ben geworden als een decaan die zich alleen in de lucht bevindt. 

Inplaats van met Licht hebben zij mij met chaos gevuld......" 

(reflectie van wat zij gevoelt en denkt; gekristalliseerd, beangst, lichtloos, slechts de herinnering is er nog.....) 

"Ik heb as inplaats van mijn Brood gegeten en mijn drank vermengd met tranen......" 


VIJFDE BOETEZANG - LEEUW - Herkenning - Zon. 


"O Licht mijns heils, ik prijs u in de plaats der Hoogten en weer in de Chaos...... Mijn kracht is aangevuld met duisternis en mijn Licht is neergedaald in de chaos  (twee-in-een, herkenning) 

Gij hebt uw gebod over mij gebracht en alle dingen die Gij bestemd hebt, en uw geest is van mij geweken, zal er door Uw Gebod nu een Redder in de Chaos afdalen? 

De mijnen, die uit mijn aeon zijn, hebben zich van mij vervreemd, en hebben mij gehaat, alles op Uw gebod..... 

Als ik mij echter verheven had, heb ik mij verdeemoedigd en ben opgestaan. 

Moge Uw Licht over mij komen......" 

(deemoed, eenzaamheid, hoogmoed) 


ZESDE BOETEZANG - MAAGD - Rust - Reiniging - Mercurius. 


"Mogen alle krachten in mij op het Licht vertrouwen, daar ik mij in de duisternis beneden bevindt, en mogen zij op het Licht vertrouwen als zij tot de Plaats in de hoogte komen. 

En het zal alle krachten uit de chaos redden, terwille van mijn overtreding. Want gij zijt, O licht, mijn Redder, en terwille van het Licht van uw Naam heb ik aan U geloofd..... 

Zoudt U aan mijn zonde denken dan zou ik niet voor u bestaan kunnen en zoudt Gij mij verlaten...... 

Het Licht erbarmt zich over ons en verlost ons en een groot reddend mysterie is in hem. 

Bij U is vergeving, mijn ziel heeft op uw woord gebouwd, mijn ziel heeft op u gehoopt van 's morgens tot 's avonds......" 

(vertrouwen en geloof zijn terug, dank zij een puur hart, dank zij een innerlijke bezinning) 


ZEVENDE BOETEZANG - WEEGSCHAAL - Zelfverloochening - Venus. 


"O Licht, tot U heb ik mijn kracht opgeheven, mijn Licht! 

Allen, die aan u geloven zullen niet te schande worden...... 

Want alle herkennen van het Licht is redding, er zijn mysteriën voor allen, die de plaatsen van zijn erfenis en zijn mysterie zoeken. 

(denkend aan anderen, vol vertrouwen) 

En mijn ziel zal in de plaats des Lichts zijn en zijn kracht zal de Lichtschat beërven. 

Geeft acht op mij, O Licht, en redt mij, want mijn Naam hebben zij in de chaos van mij genomen  (zelfvergeten, ook: namenloos) 

De argelozen en de oprechten hebben zich bij mij aangesloten, want ik heb op U vertrouwd, mijn Heer! 

Zie neer op mijn nederigheid en mijn leed en vergeef mij al mijn zonden. 

Zie op mij neer en zij mij genadig, want ik ben (hier) één met hen geworden. 

(eenzaam, Lied van de Ziel, één van hen, zich TE veel vermengen met anderen, zichzelf onnodig vergeten, uit vrees, uit minderwaardigheidsgevoel en onmachtsgevoel) 


ACHTSTE BOETEZANG - SCHORPIOEN - Verwerkelijking - Mars. 


"Ik wil mij verheugen en mijzelf prijzen, daar Gij U over mij ontfermd hebt en op de bedrukkingen waarin ik mij bevind, acht geslagen hebt en mij hebt gered. 

En Gij zult ook mijn kracht uit de chaos bevrijden! 

Gij hebt mij niet in de hand van de kracht met het Leeuwengezicht gelaten, maar hebt mij naar een plaats die niet belaagd wordt, gevoerd. 

(zij leeft weer, de eerste verwerkelijking, de zelfoverwinning, de doorbraak) 

Zij hebben gezegd: Zij is chaos geworden, ..... maar ik heb op U, O Licht, vertrouwd en gezegd: Gij zijt mijn verlosser! 

En gij hebt mij niet in de handen van de vijand opgesloten, maar hebt mijn voeten op een brede plaats gezet......" 


NEGENDE BOETEZANG - BOOGSCHUTTER - Praktische Overgave en Aanvaarden - Jupiter. 


"Ik ben Uw Licht en Uw Kracht, kom en red mij! 

Mijn Kracht zal verblijd zijn in het Licht en zich verheugen dat zij gered wordt en alle delen van mijn kracht zullen spreken: "Er is geen Redder buiten U......" 

(het inzien in de Lichtvelden, een sterke overtuiging en zekerheid, een totale overgave aan deze beeldende zekerheid) 

Ik zat echter in duisternis toen zij mij dwongen, terwijl mijn ziel onder droefheid gebogen ging......" 

(nu verleden tijd; een boetezang vol overmoed; zij vraagt om vernietiging van de duistere krachten; hen mag overkomen wat mij overkomen is; Een lange tirade (de welsprekendheid van de Boogschutter, het onderwijzen) over wat zij haar hebben aangedaan) 

"Ik zal u belijden, O Heer, tijdens grote bijeenkomsten en onder talrijken." (beloften van Sagittarius) 


TIENDE BOETEZANG - STEENBOK - Werkkracht - IJver tot Weergave - Saturnus. 


"Mijn ziel was in vele plaatsen als vreemdeling, de pijlen van de sterken zijn gescherpt, red mijn kracht van goddeloze lippen, en voor het onrecht en van arglistige valstrikken. 

Want hun valstrikken zijn uitgebreid......"  

(realiteit, ijver, het plaatsen van een andere Wereld op aarde (in de chaos), angst voor list, tegenstand bemerkt, hoe kan iets zo ongerechtigs geschieden?) 

"...... ik was vredig met degenen die de vrede haten, als ik met hen sprak bestreden zij mij zonder reden......" 


ELFDE BOETEZANG - WATERMAN - Idealisme - Bewijs van de  Werken zien - Saturnus - Uranus. 


"Waarom heeft zich die machtige kracht in het kwade verheven? 

Zijn plan neemt mij steeds mijn Licht. 

Ik wilde liever in de chaos afdalen dan in de Plaats van de Dertiende Aeon blijven, de plaats der gerechtigheid en zij zullen zich straks over de kracht-met-het-Leeuwengezicht verheugen en zeggen: "Zie een emanatie die niet het gereinigde van zijn Licht gegeven heeft, maar zich roemt over de grootsheid van zijn kracht...... 

De gerechtigen zullen het zien, en over hem spotten en zeggen: Zie, een mens die God niet als Helper genomen heeft, maar op een grote rijkdom vertrouwde en in zijn hoogmoed machtig was." 

(hoogmoed, macht, vermeende "rijkdom", daar tegenover: de uitredding is in zijn ogen AL geschied) 


TWAALFDE BOETEZANG - VISSEN - Ontwaken - Terugzien - Jupiter - Neptunus. 


"O Licht, vergeet mijn lofgezang niet! 

Want Authades en zijn kracht heeft zijn muil weer geopend, zij wilden (de archonten beneden) in de chaos afdalen, wel, laat hen daar verblijven, zij willen niet in de Plaats der Gerechtigheid zijn...... 

Hij trok de duisternis als een kleed aan en zij ging als water in hen binnen en in al zijn krachten als olie. 

Mijn kracht is innerlijk in mij ontsteld en ik heb in haar Midden niet oprecht kunnen staan. 

Mogen zij beseffen dat dit Uw Hand is en dat Gij, O Heer, hen geschapen hebt. Ik ben arm en ellendig en mijn hart is in mij aangedaan! 

(bescheidenheid, dienaarschap, terugzien in wrok en droefenis) 


DERTIENDE BOETEZANG - PLUTO - HOROS doorbroken. 


"En ik alleen onder de onzichtbaren, op wiens Plaats ik mij bevond, ik heb een overtreding begaan en ben in de chaos afgedaald. 

Vergeef mij mijn overtreding en geef mij de DOOP (des Vuurs) en reinig mij van mijn overtreding. 

Mijn overtreding is de Kracht met het Leeuwengezicht..... 

Was mij grondig van mijn schuld en moge mijn "zonde" doorlopend tegenwoordig zijn. 

En zij zijn overwonnen, hoewel zij machtig zijn, en wat zij boosaardig voorbereid hebben is op hen teruggevallen...... 

Mijn hoop is op de Heer en ik zal NIET vrezen, want gij zijt mijn God en mijn Verlosser." 


Nu daalt de Lichtkracht in haar en Licht is om haar Hoofd als een stralenkrans.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene