15a - Orpheus en Paulus, de zuilen van het Christendom

Het is altijd moeilijk om legenden en werkelijkheid van elkander te scheiden, vooral wanneer enige historische gegevens de legenden grond van werkelijkheid geven. 

Griekse mythen bezitten een reële basis. 

De bijna onontwarbare knoop van goden, halfgoden, titanen en mensen vindt zijn gelijke in verhalen van andere volkeren. 

Orpheus en de Orphische mysteriën nemen een belangrijke plaats in in de Griekse geschiedenis en zijn grote wijsgeren: Pythagoras, Plato, Aristoteles en enige anderen hingen deze mysteriën aan. 


ORPHEUS 

De gegevens over Orpheus spreken elkander tegen omtrent zijn afstamming. 

Hij is, evenals Jezus, Osiris, Mithras, Merlijn, een zoon van een maagd, of de muze Calliope en de god Apollo. Anderen zeggen dat niet Apollo zijn vader was, maar Oragros, de legendarische heerser over Thracië. 

Zijn geboorteland was Thracië, het, in die tijd, vrijwel onbewoonde land en Z.O.-lijke deel van het Balkanschiereiland. 

In Thracië verhieven zich op de hoogste bergen een tempel gewijd aan de god: Dionysos, die later een dubbelgod werd: Dionysos - Zagreus. 

Dionysos - Zagreus is te vergelijken met Zon - Saturnus. 

De God van de hoogten en de God van de diepten. 

Hij werd in Eleusis dan ook vereerd als God van de onderwereld. 

De Dionysische mysteriën zijn nauw verweven met de Orphische mysteriën. 

Orpheus is de zanger der Grieken, hij is ouder dan Homerus. Hij bespeelde een zevensnarige lier en kon door zijn zang dieren, demonen, rotsen, planten en mensen beïnvloeden. 

Hij geldt als één van de belangrijkste goden, die de Kunst, de poëzie en de muziek en de zang naar de aarde bracht. 

Zijn vrouw was Eurydice, zij stierf door een slangebeet, waarna Orpheus haar gaat zoeken in de onderwereld. Hij krijgt haar mee, mits hij haar niet aanziet voor zij op aarde aankomen. 

Hij doet dit toch, waarna Eurydice werd teruggevoerd door de god Hermes; ontroostbaar hierover zwierf hij over de aarde en keek naar niets anders. 

Hij werd daarop door een groep jaloerse Maenaden aangevallen, die hem verscheurden en zijn ledematen en lier in de Hebrus wierpen; zij dreven over zee naar Lesbos en daar leefde zijn leer verder en werd een mysteriëndienst. 

De Maenaden waren de "razenden" of Bacchanten, die de begeleiders waren van Dionysos. 

Dat is één van de aanzichten. 

Hermes voerde Eurydice terug naar de Hades. 

Opnieuw de idee van de God van de Zon die zijn ziel, Eurydice, verliest en aan niets anders meer kan denken, waardoor hij door de "afgezanten van de materie" wordt gedood. (Bacchus, Saturnus) 

De Orphische mysteriën zijn van 6 eeuwen voor Chr. en zij behelsden een mystieke inwijdingsleer, die ons bekend in de oren zal klinken. Zij kwamen oorspronkelijk uit Thracië en vonden ook weerklank in Zuid Italië.  

Daarin werd Dionysos en Orpheus als één gezien; ook Dionysos was een God van Licht, die door de Titanen werd verslonden. 

Zeus vermorzelde toen met zijn bliksemschicht de Titanen en uit hun as ontstond de Nieuwe Mens, die dus een goddelijke vonk in zich had, maar ook besmet was met het kwaad van de Titanen, of reuzen. 

Het hart ontsnapte aan de vernietiging, aan dit hart ontnam Zeus de opstandingskiem voor de Nieuwe Mens, het Hartatoom, de hartreactie, het hartbegin. 

Dit is de korte geschiedenis, maar de verbreide brokstukken van de legenden zijn nog interessanter. 

De reïncarnatie, de wederopstanding, de Nieuwe Menswording zijn dus alle terug te vinden in de Orphische mysteriën. 

Maar er is nog meer! 


MONISTISCH EN DUALISTISCH 

De Orphische mysteriën heeft lang bestaan en verdeelt zich weldra in twee stromingen: de monistische en de dualistische. 

De monistische gaat uit van één Lichtgod, die boven aarde en hemel staat. Aristoteles was daarvan een aanhanger. 

De dualisten spreken van een eeuwig goed en kwaad, dezelfde verdeeldheid vinden we bij de oude gnostieken. 


Het is de tijd waarin Zon- en Maanleringen ontstaan en de strijd tussen hen ontbrandt. 

Het is de tijd van de Sybillen en de priesters. 

De tijd van de Onderwereldgod en de Zonnegod. 

De tijd van de tempels op de hoogste bergtoppen en de onderaardse geheime inwijdingsgrotten. 

Orpheus, als zoon van de Zon, wordt vergeleken met Osiris, met Hermes, met Henoch, met Christus. 

Enkele historische gegevens zeggen dat hij voor de Bacchanten een schuilplaats zocht in Memphis, de tempel van Hermes. 

De Orphische mysteriën komen ook voor in Egypte en India. Waar ze vandaan komen is onzeker, er valt geen scherpe lijn te trekken. 

Thracië had in die tijd een mystieke klank. 

Het was het land van de goden. In het Phoenisisch betekent het: Rakhiva, de etherische ruimte. 

Zoals met Egypte, de naam gebruikt wordt om het "land van de duisternis" aan te duiden, omdat daar vooral de Zonne-godsdiensten ontaardden in een Maan-godsdienst, ondergronds, in duistere grotten. 

Thracië is het land van de Zon en het uitspansel. 

De thracische priesters van Delphi, een speciale orde, bewaarden de hoogste leer. 

De Thraciërs waren tot veel latere tijd; mystici, dwepers, heiligen dan wel vromen. 

De heiligdommen in Thracië waren gewijd aan Zeus, Chronos en Uranus. 

DRIE SOORTEN 

Chronos - Saturnus - Tijd; 

Zeus - Jupiter - Ether - Middelaar; 

Uranus - Hemel - Uitspansel. 

De taal in die tempels was ware poëzie, de ritualen waren poëtisch, een orphische taal. Orpheus was degene die de Goden kon benaderen, hij beheerste de "zeven snaren van de lier". 

Het sterrenbeeld "De Lier" lijkt onopvallend, maar wordt belangwekkend door haar dubbelster Wega, die de vijf componenten vervolmaakt, completeert tot zeven. 

De legende vertelt dat de Lier uitgevonden werd door Hermes. 

Mercurius of Hermes is de redder of boodschapper der mensheid. Hij beheerst zowel de onderwereld als de bovenwereld. Hij schonk het instrument aan zijn broer Apollo en deze gaf hem aan zijn gunsteling Orpheus, de zoon van de Thracische koning Oragros. 

Er wordt verteld dat Orpheus toen hij door intense duisternis werd omgeven tijdens zijn tocht met Eurydice vanuit de onderwereld, angst kreeg of zij hem nog volgde, toen draaide hij zich om naar haar met het gevolg dat zij teruggezogen werd in de onderwereld. 

Zeven manen rouwde hij om haar en zocht troost in de verering van Apollo. 

De decadentie van de Dionysos-mysteriën zetten hem aan tot een versterking van de Apollo-diensten, waardoor er een ijverzucht ontstond tussen de Maan- of natuurgoden en de Zonne-levensgoden. 

Dionysos, de oorspronkelijke dubbelgod: Dionysos-Zagreus, werd tot een enkelvoudige god, die van de onderwereld of de Maan, de duisternis: Saturnus, Pan, Sater, Silenius, Bacchus. 

Sindsdien heerst er een jaloezie tussen Saturnus en Zon, lichaam en ziel, materie en geest, Zonnegodsdienst en Maangodsdienst. 

Omdat Orpheus er niet in is geslaagd vertrouwen te hebben in het woord van Perséphoné, de Onderwereld, maar ook de bovenwereldgodin Aphrodite (Venus) en zijn ziel daardoor teruggaat naar de onderwereld, is er een tegenstelling, een heimwee, een aantrekking en afstoting tussen materie en geest, tussen ziel en lichaam, natuur en ziel. 


GNOSTIEK

De Orphische mysteriën waarin altijd gesproken wordt over het wederkeren om de ziel te bevrijden, de reïncarnatie; de wederopstanding van de Godszoon Dionysos of Orpheus, waarvan er een opstandingskiem in het hart bevindt en waarvan zich een Lichtvonk in de ziel bevindt, zijn de basis van de gnostiek. 

De wederopstanding van de gevangen Godszoon uit de ziel. 

De ziel is eeuwig, goddelijk, heilig, een sprank van het bovenaardse zonnelicht. 

Door een leven van onthechting, het onthouden van vlees, het volgen van de deugden, wilde men zich van het ijverzuchtige aanzicht der Titanen en Bacchanten ontdoen. 

Oorspronkelijk was de materie, de oermateria, een dubbelbegrip: zon - maan; vuur - water; Chronos - Uranus. 

Hermes was de eerste die Saturnus en Zon als een dubbelkracht uitbeeldde. 

Dionysos was oorspronkelijk deze dubbelgod. 

De twee-eenheid uit de Arabische gnostiek: Abraxas. 


ATLANTIS 

Men voert de Orphische mysteriën terug tot Egypte of India, waar zij echter weer verbonden is met de Zonneleringen van Atlantis en verweven met de Goden die op aarde nederdaalden. 

Kreta was het eiland dat verbindingen had met Atlantis. Het was een verzamelbak van Egyptische, Indische, Griekse leringen die alle uit één bron stamden. 

De hymnen van Orpheus werden daar gevonden, geschreven op goud, zijnde het metaal met de heiligste of hoogste uitstraling. 

Een Egyptisch rituaal uit een graf, aldus niet voor de ogen van profanen bestemd, zegt: 

"Ik verga van de dorst en ik sterf; maar geef me te drinken uit de bron die zonder ophouden stroomt, de rechtse, daar waar de cypres staat. 

Wie ben je? Vanwaar kom je? 

Ik ben de zoon van de aarde en de sterrenhemel." 

Men vermoed dat dit een brokstuk van een Orphisch rituaal is. 

Dezelfde woorden vinden we terug bij de Druïden. 

"Mijn oorspronkelijke land is de streek van de zomersterren. 

De Verbreider van de werelden had mij dicht bij zijn troon, in het eerste melkwegstelsel....." 

"Ik sterf van de dorst, maar geef mij direct te drinken uit de heldere golf, die in het Meer van de Herinnering beweegt. 

En zij zullen je te drinken geven uit de goddelijke bron en zo zul je heersen met de anderen helden....." 

"Drinken uit de Herinnering", dat is de taak die alle gnostieken zichzelf gesteld hebben ten opzichte van hun medemensen. 

Niets anders doen dan de "Herinnering" opwekken bij degenen die "dorsten naar de hemelen." 

"Adieu. Je hebt ervaren wat je nog niet ervaren had; van mens ben je god geworden, je bent als de "gevallen geit in de melk". 

Adieu, adieu, neem het rechtse, naar de weiden en de heilige bossen van Proserpina, Perséphoné." 

Men is later vergeten dat deze ritualen, zoals ook het Boek des Doods en het Boek van Memphis, op waarheid berustten en zo werden zij tot amuletten, een brokstukje ervan was genoeg om de doden te beschermen. 

Dat deed men ook met de Orphische hymnen. 

Iemand, die iets van Orpheus bij zich droeg was in staat om de onderwereld te overwinnen. 

Hetzelfde zien we nu met brokstukken van heiligen of van meesters, filmsters e.d.  Door de bescherming van iets van de geadoreerde denkt men zelf geheiligd te worden. 

Er is niets nieuws onder de zon. 

Van Orpheus zegt de overlevering: 

Hij kwam uit de hemel en trotseerde de onderwereld. 

Van Jezus zegt men: Hij daalde ter helle vanwaar hij na drie dagen opstond. 

De woorden van Orpheus, volgens Egyptische papyri, bij zijn dood waren: Ik sterf maar de Goden leven. 

Osiris sprak dezelfde woorden. 

In de catacomben heeft men voorstellingen van Chrestos als Orpheus gevonden. 

De Dionysos-mysteriën kende twee inwijdingen waarbij twee bekers werden gebruikt: 

1. de eerste beker was die der vergetelheid, de vereniging met wereld; 

2. de tweede beker was die van de wederopstanding, de vereniging met de geest. 

De doop van Water en de doop van Vuur, bij de Mandeeën en de Gnostieken. 

Er bestaat een gedicht dat men uit de erfenis van Pythagoras te voorschijn haalde en dat doet denken aan de Orphische mysteriën. Men vermoedt dat het niet van de hand van Pythagoras is, maar behoort tot de Orphische hymnen: 

"Discipelen, luistert stil en aandachtig naar alles. 

Ik wil nu tot de gewijden spreken. 

Tracht naar goddelijke eenheid, 

houdt daarop het oog gericht; 

richt het verstandige hart daarnaar 

en wandel recht op dit pad, 

het oog gevestigd op de Heerser van het Al. 

Één die zichzelf grondvestte. 

Van de Ene stamt al het geschapene af. 

Daarin treedt hij naar buiten. 

Want hem te aanschouwen, daartoe is geen sterfelijke in staat, 

hoewel Hij hen allen tezamen aanschouwt. 

Buiten Hem bestaat niemand. 

Maar ik kan Hem niet aanschouwen, 

want Hij is in duister gehuld. 

En wij, sterfelijken, hebben slechts armelijke, sterfelijke ogen. 

Te zwak om Hem waar te nemen, de God, die Alles regeert. 

O Gij, Heerser over land en zeeën, over ether en afgrond, 

Gij, die het lot gehoorzaamt, 

hoe onontkoombaar het ook schijnt, 

Eeuwige Vader van Moeder Natuur, 

voor wiens wil zich alles buigt, 

die de winden beweegt 

en de hemel met wolken bedekt, 

door wiens bliksemstralen de ether zich verdeelt, 

aan U is de ordening der sterren, 

zij bewegen zich naar uw onveranderlijke wetten. 

Heilige veelvuldigheid, gij waarin de eeuwige stromende schepping wortelt. 

Het heilige Oergetal gaat uit van Uw Eenheid. 

O, Vader Zeus, uit wat voor een veelvuldige pijn verheft Gij allen! 

Als Gij slechts ieder toonde wat voor demon hem volgt! 

Doch hebt slechts moed, daar de sterfelijken van Gods stam zijn, en hun geheiligde natuur hen bevoorrecht, een ieder lere zelf. 

Daar Gij niet versaagt, zo verwacht Gij ook, dat ik hen vermaan hun en Uw ziel uit dit lijden te bevrijden. 

Doe slechts dat wat loutering brengt, waarbij uw Denken uw leidsman zij. 

Als gij, het lichaam verlatend, tot de vrije ether omhoogstijgt, zult gij onsterfelijk zijn, een zalige god en geen mens meer!" 

Tenslotte eindigt het lange gedicht met de belofte: 

"Dit Boek tegen elke ontwijding te bewaren." 

(Kiesewetter 540) 


Zoals veel verondersteld wordt denkt men dat de Orphische mysteriën zeiden dat de zaligheid slechts voor de doden was. 

Men beoogde echter de ziel, het kind van de Ether en de allerhoogste Dubbelgod, te wassen van smetten, zodat zij in het hiernamaals een godenrijk zou vinden, zo niet, dan moest zij terugkeren voor meerdere leringen. 

Dit is zuivere Gnostiek. 


PAULUS 

En nu Paulus, die een gnostiek Christendom stichtte op de pijlers van het Orphisme. 

Vandaar dat de Gnosis of het Orphisme nu nog leeft, ondanks verminkingen en ondanks tegenstrijdigheden. 

In de vierde eeuw verzamelde men de bestaande bijbel-evangelies op gezag van Constantijn en onder supervisie van de kerkvaders, o.a. Eusebius van Cesarea en zond hen bij 50 exemplaren tegelijk aan de diverse bisdommen van het Romeinse rijk. 

Voor dat ogenblik had men er de laatste correcties in aangebracht, o.a. de tekst waarin Simon Barjonna (een Acadies woord dat betekent buiten de wet, anarchist) de steen wordt waarop Jezus zijn kerk zou bouwen. (Vie de Paul 134) 

Voor die tijd was deze tekst onbekend bij de andere schrijvers. De oudste manuscripten van Marcus, Lukas en Johannes melden niets. 

Hetzelfde is gebeurd in de Handelingen der Apostelen met de discipel Paulus of Saul. De tussenvoegsels dateren van ongeveer 360. 

Tijdens de z.g. verschijning van Jezus voor Saul op de weg naar Damascus zegt Handelingen 9 : 7, dat zijn escorte stomverbaasd rechtop bleef staan, terwijl Handelingen 26 : 14 zegt dat zij allen ter aarde vielen. 

In dezelfde Handelingen 9 vers 7; hoorden diezelfde mannen de stem van Jezus die zich tot Saul richtte, maar zij zagen niemand. 

In Handelingen 22 vers 9 zegt men ons dat zij het mysterieuze licht zagen, maar de stem van Jezus niet hoorden. 

Lucas wordt beschouwd als de enige schrijver van de Handelingen der Apostelen en aldus moet gezegd worden dat hij, zacht gezegd, twijfelachtige uitspraken heeft. 

De mannen van Saul waren overigens gevangenen, tot slaven gemaakt, na een belegering van Damascus. 

Door de "Belijdenis van St. Cyprien", een geschrift dat werd samengesteld in 360 - 370, weten we dat de handelingen toen geen vermelding bevatte van de verschijning aan Saul, Paulus, op weg naar Damascus. 

Het was veel later. 

De Ebionieten, volgens Epiphanes, uit die tijd, kenden een Enige en Hoogste God, die de wereld geschapen had en wat betreft een Chrestos beleden zij dezelfde als Cerinthe en Capocras in een gnostiek beeld, als aeon. 

Volgens hen, en zij waren degenen die Jezus gekend hadden, was Jezus een Rechtvaardige, een Gezalfde des Heren. Maar als de mens dezelfde weg gaat, wordt hij op zijn beurt een Christus, want, zo zeiden zij, "Jezus was in het begin een mens als alle anderen." 

Dit volgens het verslag van kerkvader Hippolitus. 

De Ebionieten telden onder hun rijen alle familieleden van Jezus, die later door de kerkvaders verdoemd werden en veroordeeld. 

De Ebionieten waren ook vegetariërs! (139) 

De onenigheid tussen Paulus en hen ontstaat wanneer Paulus Jezus verheft tot een Zoon Gods; tot een Orpheus, of een onaards wezen. 

Saulus was geboren uit "heidense" ouders. 

Uit teleurstelling doordat hij de dochter van de hogepriester Gamaliël niet kon trouwen, begint hij tegen de wet van de Joden te prediken en tegen alle Joodse gebruiken. 

Hij leed aan een "onbekende ziekte" en hij zag deze als een teken Gods, hem opgelegd, opdat hij niet hoogmoedig zou worden. Hij herkende de relatie tussen deze ziekte en zijn verrukkingen over de "derde hemel en het paradijs". 

Met hem hadden vele bekende deze "onbekende ziekte", die herkend wordt als epilepsie met zijn hysterische verschijnselen: Julius Ceasar, Mohammed, Cromwell, Peter de Grote, Napoleon, Rama Krishna. 

Paulus en de discipelen van Jezus begrepen elkaar niet, omdat de volgelingen van Jezus Zeloten waren, mensen "buiten de wet". 

Degenen tot wie Paulus zich wendt zijn mensen die bekend waren met de Orphische mysteriën; en daarom ondervond hij in Rome geen tegenstand. 

Een Christus verkondigen was iets heel anders dan Jezus te volgen! 


PAULUS - ROMEINSE ADEL 

Paulus was voor 75% Romein en 25% Joods. 

Hij werd opgevoed in Cesarea en Tiberias, aan het hof van Herodus Antipas; deze kende dus Jezus niet. 

Volgen we de afstamming precies van Paulus, dan ontdekt men dat hij een kleinzoon was van Herodus de Grote, door het huwelijk van zijn vader Antipater met een dochter van Herodus. 

Zijn moeder was 50% Joods. 

Deze afstamming van Paulus brengt mede dat zijn bloed van moeders zijde en zijn afstamming van vaders zijde, kwaad bloed zette bij de Joden, Zeloten, vooral Simon Petrus wiens familieleden: Jezus, zijn grootvader Ezechiël en hun vader Juda van Gamala (Josef) waren gekruisigd door Herodotus, een voorvader van Saulus - Paulus. 

Deze onderlinge haat loopt uit in de kruisigingen van Simon-Petrus en Jacobus, zijn broeder in 47 in Jeruzalem. (166) 


PAULUS EN ROME 

De afkomst van Paulus verklaart dus waarom hij goed ontvangen werd door de Romeinen. 

Paulus verbiedt in zijn leer: het offeren van dieren, hen te pijnigen, hij verzet zich tegen de rituele slachting. Hij volgt hierbij de Wet van Noach. 

Over zijn opvattingen over Jezus krijgt hij last met de Zeloten, die Jezus kenden: "Jezus heeft zichzelf nooit God genoemd," zegt Petrus. 

Paulus noemt Jezus Logos, het Woord etc. overgenomen van Philo, een neo-platoniër. 

Seneca, de Stoïcijn, en Paulus hebben gecorrespondeerd en ook hij had het over Chrestos - Logos. En over de geest, de noûs, die in ons is. 


ORPHIEK 

Er zijn papyri uit de derde eeuw voor Chr., die vermelden hoe de jonge Dionysos - Zagreus wederopstond, doordat Zeus de kiem der opstanding uit zijn hart haalde en hem daarna de Heerschappij over het Universum aanbood. 

Paulus zegt hetzelfde van Christus: Na zijn opstanding heerst Christus naast Gods troon aan zijn rechterhand boven alle machten en krachten. 

Orpheus daalde in de onderwereld uit liefde voor Eurydice. Christus daalde neder uit liefde voor de mensheid. 

De reizen die Paulus ondernam waren alle in het Romeinse rijk, waar de Orphische leringen floreerden. 

In de Orphische leringen, zoals een geciteerd rituaal zegt, was de geit het symbool van een inwijding. 

De drempel overschrijden, de bok en geit, Satan, overwinnen. 

"Als een geit gevallen in de melk!" 

Het oude inwijdingsceremonieel kende een passage: 

"Geit, ik ben gevallen in de melk...." 

Melk is ook de eerste voeding van de "nieuwgeborene". 

Paulus zegt in Korinthe 11 vers 2: "Ik heb u melk gegeven, geen vast voedsel, want dat kunt u niet verdragen....." 

In Hebreeën 5 vers 12 staat: "Gij, die lange tijd meesters zijt geweest, gij hebt nog nodig dat men u de eerste beginselen van de wonderen Gods vertelt! Gij hebt nog behoefte aan melk en niet aan vast voedsel....." 

Paulus heeft niets anders gedaan dan de Orphische leringen terug te brengen in zijn christendom. 

Dat is de "gnostiek" uit de Bijbel !!! 


KRUIS 

Justinus heeft zich tegen deze Orphische leringen verzet. 

Het kosmische kruis met de evenwijdige balken bestond reeds voor Jezus tijd. Het lijdenskruis zag men altijd als onheilig en verdoemd, mede door de bevuiling die de veroordeelden zichzelf onwillekeurig aandeden. 

Dit Latijnse kruis werd daarom nooit vereenzelvigd met Jezus Christus door de eerste Christenen. 

Zij wilden Jezus nooit afbeelden aan dit lijdenskruis; het was voor hen ontheiliging.  Dit gebruik komt pas in de Vijfde eeuw. 

Het Griekse kruis was overal bekend en gold als een amulet, een heiliging. 

Kardinaal Daniélou zegt: "Niet alleen de Christenen trekken met hun duim een kruis op hun voorhoofd, maar wij hebben getuigenissen van werkelijke tatoeages van dit kruis. 

Het gebruik van deze tatoeage is bekend in de heidense culten van Dionysos en van Mithra." 

Het is de "crux" of sphragis, het zegel, dat zowel in het geestelijke als in het profane leven werd aangewend. 

"Een schat die niet door een kruis wordt gemerkt, staat bloot aan dieven, een schaap dat niet gemerkt is, valt in hinderlagen." 

Augustinus zegt dat de "heidenen de christenen herkennen aan hun klederen en hun kapsel, en aan het kruis dat in het midden van hun voorhoofd geschilderd was." 

Plato toont ons in zijn Timeaus de Universele Ziel onder het teken van de X, de Griekse "khi". Later wordt dit een Grieks kruis omvat door een cirkel. (233) 

De mysteries kenden een gekruisigde God. 

Een gnostiek zegel uit de 2de eeuw toont Orpheus gekruisigd. 

De letters I.N.R.I. wordt vaak uitgelegd als het Latijnse: Iezus Nazarenus Rex Indaerum, hoewel het evangelie in het Grieks verscheen of oorspronkelijk Aramees gesproken werd. 

In het Grieks kloppen de letters INRI niet. 

In het Hebreeuws staat er: 

Iebeschah = I - Aarde; 

Nour - N = Vuur; 

Ruah = R = Lucht; 

Iammin - I = Water. 

Een universeel gegeven dus; Chrestos als middelpunt der elementen. 

Er is dus een onderscheid tussen Jezus, de historische figuur, de zoon van Juda van Gamala en Chrêstos, de kosmische Zoon des Lichts, of degene die aarde en hemel door zichzelf verbindt, door middel van de ziel der Goden. 

Clementinus van Alexandrië zegt: 

"De mysteriën zijn gepopulariseerd onder een mystieke vorm, zodat de mondelinge overdracht mogelijk zou zijn.  Maar deze overdracht geschiedt minder door de woorden dan door hun verborgen betekenis. 

Op zijn minst zullen zij dienen de herinneringen aan het Archetype in de mens op te roepen, de mens die door de Thyrsus, de Bacchusstaf, wordt aangeraakt." 

Dionysos droeg een staf die aan de kop een pijnappel droeg omrankt door klimop. 

Het symboliseert de pijnappelklier, de kruin, die wordt aangeraakt door de biechtvaders.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene