13a - de werking van de edelstenen

Edelstenen hebben een merkwaardige roep; van oudsher hechtte men waarde aan hun kracht. Ze werden nooit gedragen als sieraad, maar altijd als natuurlijke hulp- en beschermings-middelen. 

Men onderscheidt drie soorten stenen: 

1. beschermende -talisman; 

2. genezende; 

3. magische stenen. 

Zoals het met het goud is geschiedt: toen men de edelstenen ging gebruiken als oppervlakkig sieraad, ontkrachtte men hen, figuurlijk, door de bewerking en door de oppervlakkige, materiële waarde die men eraan hechtte. 

Alle priesters uit de oudheid droegen stenen wegens hun magische werking; er zijn zelfs occulte ritualen die men rond de stenen opdroeg. 

In de edelsteen ziet men een gekristalliseerde natuurziel; hoe edeler de steen des te zuiverder deze ziel. De alchemisten noemden deze stenen de "tranen der hemelen", omdat zij onder inwerking van de planeten ontstaan zijn, een resultaat van een ontmoeting van de vier elementen. 

Alle werkzaamheid van de stenen komt overeen met de wet: gelijk trekt gelijk aan! 

Vuur - warmte - rode stenen; 

Water - vochtigheid - kleurloze stenen; 

Aarde - droogte - gele stenen; 

Lucht - koude - blauwe stenen. 

Elke steen heeft, zoals planten, dieren en mensen, een uitstraling, waarin de ziel of het karakter van de steen zich uitdrukt. 

Dit fluïdum mist zijn uitwerking op de mens niet. Zoals de plant met de mens kan sympathiseren, zo kan een edelsteen eveneens met hen overeenstemmen. 

De vier mensentypen: vuur - water - aarde - lucht. 

Elk type voelt zich aangetrokken tot juist die steen, waarmede hij, qua uitstraling of type, overeenstemt. 

Wanneer we de werking van de edelstenen onder de loupe willen nemen, moeten we allereerst afstand nemen van bijgeloof; bijgeloof berust op suggestie. 

Men kan zijn suggestieve inwerking overdragen aan planten, dieren en edelstenen (gelukssteen). 

Vanzelfsprekend neemt de steen, zoals elk levend, zich rond de mens bevindend organisme, het fluïdum van de mens in zich op. 

Vandaar dat men nooit stenen van anderen moet overnemen! 

De ouden zeiden dat elke edelsteen eeuwenoude krachten en trillingen van de aarde in zich opsloeg en dat juist deze trillingen de werking aan de steen verleenden. 

De stenen als de "tranen der sterren" hebben een overeenkomst met mensen die onder hetzelfde sterrenteken geboren zijn. 

De sterren en planeten trekken het gelijke tot zich; vandaar dat men b.v. Mars verenigt met de kleur rood: activiteit, terwijl er nuancen zijn in de werkingen van het Ramtype (rood) en het Schorpioentype (Vlam), activiteits- en vuurnuancen. 

Edelstenen zijn de meest volmaakte vorm, waarin de natuur kleur, klank en trilling vrijmaakt, zegt Paracelsus. 

Bovendien, zo heeft een experiment bewezen, heeft een edelsteen een geur. Dat heeft in 1757 een zekere Dr. Olaüs Borrichius bewezen met een smaragd, een hyacint (zirkoon silicaat - geel en rood), een saffier, een robijn en paarlen. Nadat elk van deze stenen tot een zeer fijn poeder (na drie weken) was vermalen hing er in de ruimte een heerlijk parfum, gelijkende op die van maartse viooltjes. Er was niets anders dat hiervan de oorzaak kon zijn. 

De "ziel" van de edelstenen is heerlijk; ziel en geur (Henoch); welriekende oliën. 

Men meent dat zich in de edelstenen radio-activiteit bevindt en juist deze trillingen hebben een uitwerking op de mens? 

Stenen die ons niet aantrekken zijn ons antipathiek, d.w.z, hebben een tegengestelde trilling dan wijzelf. 

Onaangename gewaarwording bij aanraken kunnen ons daarvan overtuigen. Een gespannen mens ervaart dit niet. 

Edelstenen zijn niet autonoom werkend, overheersend; zij vullen aan hetgeen wij missen, bij ziekte; stimuleren hetgeen zwak is; remmen af hetgeen te sterk is. 

Een mens verandert niet van karakter door een edelsteen; hij kan er slechts een aangename dan wel onaangename invloed van ondervinden. 

Het is een zuiver natuurlijk samengaan. 

In de natuur zijn alle dingen met elkaar verbonden en hetgeen gelijke trillingen bezit of uitzendt, behoort tot dezelfde familie. Verwantschap wordt dus bepaald door de trillingsgelijkheid; hierop berust de aantrekkingskracht en afstotende macht der stenen. (signatuurleer) 

De ziel, als etherisch natuurlijk bestanddeel, vinden we in elke natuurlijke schepping, ook in het mineraal. 

Zoals men langzamerhand de herinnering aan de krachten der kruiden verloren heeft, zo verloor men eveneens de herinnering aan de trillingen en dus de kracht der edelstenen. Kruiden en edelstenen werken op de natuurziel van de mensen; elke splinter bevat die ziel. 

Dit alles behoort tot het "Geheim van het Boek der Natuur". 

Het gaat behoren tot bijgelovigheid wanneer we denken dat de mens beheerst kan worden door deze krachten der natuur, terwijl eigenlijk juist de mens deze natuurkrachten moet beheersen en tot zijn dienst aanwenden. 

Ook in de astrologie verlegde men deze machtsverhouding; de sterren stralen in, hebben hun invloed, maar de mens, als half geestelijk, half natuurlijk wezen, bepaalt zijn keuze en zijn heerschappij, natuurziel en geestelijke ziel. 

Aan de andere kant is het vanzelfsprekend dat de mens door invloeden aangetrokken wordt die hem bijstaan en niet tegenwerken. 

Disharmonie kan funest zijn. Uit tegenstand is echter de edelsteen ontstaan. 

Edelstenen, onwetend, praalzuchtig, slechts als pronk gedragen, kunnen zeker een disharmonische werking op de mens hebben. 

Edelstenen zijn zeldzame en mooie kristalvormen van mineralen. 


Tot de volle edelstenen worden slechts gerekend: 

de diamant, 

de smaragd, 

de robijn, 

de saffier, 

de vuuropaal (vocht, warmte, droogte, koude), de ouden noemden hem 'panter'. 

Alle anderen zijn half-edelstenen. 

Dat de edelstenen sterke trillingen bezaten wisten de oude priesters reeds; de hogepriester droeg twaalf edelstenen in zijn borstlap. 

Deze twaalf edelstenen worden vergeleken met de zonen van Jacob of de twaalf stammen van Israël; ook wel met de twaalf dierenriemtekens. 

De twaalf trillingen die de volheid van de natuur vertegenwoordigen. 


Een van de edelste stenen is de Diamant; hij wordt in de reeks van de astrologische stenen slechts zelden genoemd; vroeger nooit. 

De chemische samenstelling van de diamant is koolstof; de hardheid is 10. 

De diamant, zo zeiden de ouden en de filosofen, verenigt de kracht van de zon en de maan in zich; zijn bijnaam was Adamas, de onoverwinnelijke, de onovertrefbare. 

In de esoterie is de naam Adamas, die van de Zoon des Lichts, de twee-eenheid, het oorspronkelijke wezen. 

In de legenden is Adamas beroofd van zijn licht toen hij een lagere sfeer binnenging. 

Adamas is ook de naam van de geestziel; de alchemische vereniging van goud en zilver of zon en maan. 

Hij heeft zijn kracht ingeboet toen hij de natuurlijke gebieden binnenging. Hierbij zijn de chemische kenmerken van de diamant merkwaardig. De kristalvorm bepaalt het karakter van de steen, zijn ziel; dit is het resultaat van de geometrische samenstelling van de atomen. 

Er heeft zich een speciale wetenschap ontwikkeld om de kristalvorm te onderzoeken: de kristallografie. 

De diamant is hard (10) en de diamantzoekers melden dat zij bij het uit de mijnschacht brengen van de diamant, dat zij meestal, vooral de grotere, in een stuk rauwe aardappel gestoken worden, omdat zij dikwijls springen bij het boven komen. 

Een aardige overeenkomst met de legende van Adamas, die zijn kracht verloor bij het binnengaan in een lager trillingsveld. 

Hij kan slechts geslepen worden met behulp van diamantpoeder, zijn eigen kracht dus, en fosforbrons; fosfor bevat lichtkracht, genezing bij gebrek aan levenskracht, zoals Adamas slechts herschapen kan worden door eigen kracht. 

Geestelijke uitputting wordt genezen door fosfor. 

Fosfor behoort tot de stikstofgroep en brons is een legering van kopen en tin.  In zwavelzuur, vitriool, gekookt kan men de diamant reinigen van stof- en olieverontreiniging. 

Vitriool is in de alchemie het symbool voor de vervaardiging van goud uit lood. Het heeft als alchemisch teken een soort sleutel; dit zwavelzuur word ook wel eens: de "smaragd der filosofen" genoemd. 

De eerste letters van de woorden rond de Smaragden Tafel van Hermes Tresmegistos vormen het woord Vitriool. 

(Bezoek het binnenste der aarde en er herstellende, zult u de verborgen steen van de ware medicijn vinden) 

Ook de sleutel tot de reinheid van de diamant is het zwavelzuur. 

In de oosterse filosofie is "het diamanten kleinood", de geestelijke ziel, gelegen in de omgeving van het hart. 

Dat hij hard is en tevens bros, is overeenkomstig de filosofie waarin men zegt dat de ziel onoverwinnelijk is. maar tevens ijl, teer en gevoelig. 

De kristallen van de diamant zijn octaëders; de achtvoudige bloem, de achtvoudige lotus, het kleine altaar, het achtvoudige pad, de acht zaligsprekingen, enz. 

Hij is helder van kleur, een diamant van het zuiverste water; kleur nuanceringen zijn fouten; die noemt men "gemengde" kleuren, zij zijn zeldzaam, maar daarom duur betaald. 

Hij splijt volgen zijn octaëder moeilijk, hij heeft een sterke lichtbreking en is tamelijk goed warmtegeleidend, maar koud op de tong. (heet en koud, water en vuur) 

De Cullinan-diamant was de grootste diamant tot nu toe, hij werd gevonden in 1905 bij Pretoria; hij werd in kleinere stenen gekloven voor de Engelse kroon. 

Plinius zei dat de diamant weerstand bood aan de twee sterkste energieën van de natuur: ijzer en hitte (vuur). 

Symbolisch: de wil en de levensdrift van de natuur. 

Het diamanten kleinood weerstaat de agressieve wil en de drift, het forceren. 

Een Arabische arts vertelde: de diamant kan alle stenen breken, ook alle natuurlijke lichamen, behalve het lood; dit metaal grijpt hem aan en beheerst hem. 

Een oude overtuiging is dat de diamant zijn kracht ontvangt van het sterrenbeeld van de Medusa-kop in Perseus, alle vijandelijke aanvallen tegenhoudend. 

De diamant zou dus onoverwinnelijke geestkracht schenken. 

In aanwezigheid van venijn zou zij dof worden. 

De legende gaat dat de diamant die Aäron op zijn Ephod droeg zijn helderheid verloor door de moraal van de Joden. 

Het poeder van diamant bezit een dermate venijnige, scherpe kracht, dat er geen remedie is om dit venijn te bedwingen, zei Paracelsus, het slijpt zichzelf. 

Aan het gedrag van de steen kan men de inborst, het denkleven en het emotionele leven van de bezitter aflezen. Stenen, die met de mens overeenstemmen behouden hun kleur. 

Diamanten en briljanten zijn dermate sterk van trillingen dat zij op het zenuwsysteem werken, vooral bij grote stenen. Zij zijn moeilijk te dragen voor gevoelige mensen. 

Er zijn "ongeluksstenen", zoals de Hope-diamant, de Koh-i-nor, de Sancy-diamant. Ongeluk brengt hij mede voor zwak, sensitieve en onevenwichtige mensen. Ook misdadigers brengt hij ongeluk. 

Ongeluk, omdat men zijn eigen fluïdum meet met die van de diamant. 

Is hij opgeladen in een tempel, zoals de Sancy-diamant en de Hope-diamant, dan is zijn magnetisme versterkt. 

Dan wordt hij, kunnen we zeggen, zwart-magisch, dan wel vernietigend; is hij geladen met geestelijke, lichtende kracht, dan wordt hij vernietigend voor de materiële mens. 

Een grote diamant geeft een spanningsveld, gelijk een Tempel. 


De Robijn, de broeder van de diamant. 

De robijn behoort tot de Korundgroep en bestaat uit aluminiumoxyde en de hardheidsgraad is 9. 

De robijn heeft een zeskantige, evenwichtige, kristalvorm en de kleur is helderrood; de blauw-rode, zoals duivenbloed zijn zeer kostbaar. Dit bloed werd vroeger gebruikt om de kleur te verkrijgen, het "blauwe bloed" van de edele ridders. 

Vroeger heette hij Carbunculus, later karbonkelsteen. 

Hij is sterk natuurkrachtig, hij bevordert de kracht van het bloed. 

Ook de robijn dicht men sterke magnetische krachten toe, die echter vooral werken op grote persoonlijkheden. Om met de robijn te sympathiseren moet men een krachtig, gezond natuurlijk type hebben, evenwichtig, natuurlijk. 

Haar kracht, zeiden de ouden, komt van de Ram of El Botein (de buik), daar waar het natuurlijke leven arbeidt. 

De robijn behoort bij de oprechte, natuurlijke mensen. Vanzelfsprekend nam men hem dan als remedie tegen valsheid en leugen; aan de robijn zag men wanneer er leugens werden verteld. 

Er wordt verteld van een robijn die een man aan zijn vinger droeg, zijn kleur verloor toen hij met zijn vrouw op reis was, hij werd zwart. Hij vertelde dit aan zijn vrouw, enige dagen later werd zij ziek en stierf zij, waarna de robijn zijn oude stralende kleur rood hervond. De verbintenis man - vrouw nam het fluïdum van de vrouw op. 

Het is het verhaal van een Leidse medicus. 

De Ethiopieërs hielden hem 14 dagen in de wijnazijn, waarna hij zijn glans 14 maanden behield. 

Hij, die een robijn draagt is òf als een kind, puur en natuurlijk, òf als een prins of een wijze, zegt Plinius. 

De rode robijn helpt bij bevallingen en weert droefenis. 

Hermes Tresmegistos zei dit volgens de overleveringen. Het bewijst slechts dat men de robijn levenskracht toeschrijft. 

Hij neemt organische giften weg en schenkt energie. 

Een wisselwerking tussen het fluïdum van de mens en de robijn werkt levenskrachtig. 


De Saffier is de andere broeder van de diamant. 

De saffier behoort ook tot de Korundgroep, zijn hardheid is ook 9 en bestaat ook uit aluminiumoxyde. 

Zijn kristalvorm is zeskantig (trigonaal); de kleur is korenbloemenblauw. Saffieren zijn niet altijd blauw. 

Er zijn ook goudgele, violette, groene en volkomen kleurloze stenen. 

Hij is meer verbreidt dan de robijn. De mooiste komen uit Birma, Siam, Kasjmier. 

De saffier noemt men de steen van de vrede. 

Een saffier in vergiftigde wijn gelegd begint te schuimen; een spin in een glas met een saffier gelegd, sterft. 

Hij wordt zeer dikwijls genoemd en vroeger werd hij gebruikt als amulet, dus een beschermende steen. 

Vooral sensitieve mensen, mediamieke personen zullen hulp ontvangen van de saffier-trillingen; hij behoedt hen voor profiteurs. 

Alleen de blauwe saffier, de kleur blauw is belangrijk, is helpend als talisman. Als genezende steen werd hij aangewend, als poeder, tegen hartaanvallen. 

Zijn trilling is dus rust schenkend. 

Hij bewerkt devotie, gelovigheid en overgave. 

De saffier weerstaat het vuur langer dan de robijn. 

Men kan hem langzaam samensmelten met het goud en zo een diamant maken, d.w.z. hij verliest zijn blauwe kleur en blijft een edelsteen, helder als water. 

Een leuke symboliek met de devote gelovige, die gaat gelijken op de diamant onder inwerking van goud, geest, zon, maar IS geen diamant. 

De saffier verraadt immorele gedachten van zijn bezitter, hij verliest zijn kleur. 

Mensen, die zich geestelijk onbevredigd gevoelen zullen rustiger worden door het constant dragen van de saffier. 

In overeenstemming met het type werkt hij sneller. 


De Smaragd. 

De vierde edelsteen is de smaragd. Men noemt hem de steen van de harmonie, vriendschap, trouw en openheid. 

De smaragd behoort tot de Berylgroep, zijn hardheid is 8 en zijn chemische samenstelling bestaat uit berylaluminiumsilicaat. 

Het smaragdgroen wordt veroorzaakt door een gering chroom-gehalte en is specifiek voor de smaragd. 

Geen andere edelsteen bezit deze mooie kleur. 

De smaragd heeft zeszijdige prismatische kristallen (hexagonaal), dus harmonie. Vroeger werd hij veel aan koningskinderen gegeven bij de geboorte, omdat de smaragd zou behoeden tegen epilepsie. Hem doorlopend bekijken houdt de ogen sterk; het groen van de natuur is goed voor de ogen. 

Een Arabisch arts meent dat wanneer de slang in een smaragd staart, zijn ogen toevallen. 

De smaragd maakt de mens sensitief, gevoelig voor de ether; hij kan gaan voorspellen of helderzien, zeggen de ouden. 

Hij draagt de sporen van vader Ether in zich. 

De smaragd is de meest gevoelige en etherisch edelsteen. 

Hij is zelfs door de adem te verwarmen; driftige, vurige naturen zullen hem vervormen en zijn aard geweld aandoen. 

De smaragd is een edelsteen voor de rustige, evenwichtige spirituele mens. Men vindt hem even zeldzaam als haar kwaliteiten: vriendschap, rechtschapenheid, trouw en harmonie. 

Hij bewaart in zichzelf de gaven van de andere stenen. 

Men vertelt dat Apollonius van Tyana hem heeft gevonden, d.w.z. hij kende tevens zijn natuur. 

De smaragd is een genezende steen bij uitstek, zijn etherisch lichaam geneest de denkkracht. 

Hij sympathiseert met de Ster Spica van het sterrenbeeld de Maagd (toegeslotenheid) 

Hij werd niet zozeer begeerd, omdat hij te gevoelig is: voor koper, diamant, voor staal, en voor andere lichamen. De smaragd neemt dus zeer sterk het fluïdum in zich op en verliest snel zijn eigen karakter. 

Hij breekt snel, hoewel hard, onder emoties en strijd. Men kan hem niet dragen tegelijk met andere stenen, hij wordt erdoor beschadigd, letterlijk en figuurlijk. 

Met de diamant verzacht hij deze. 

De smaragd is door zijn kwaliteiten veel gebruikt in occulte praktijken, althans gezocht. 


DE TWAALF STENEN EN DE ZEVEN STENEN 

Dit waren de vier volle edelstenen; de andere zijn halfedelstenen. 

Op de borstlap van de ephode van de hogepriester bevonden zich twaalf edelstenen, drie in vier rijen. 

Sardonyx - Robijn - Kornalijn/Carneool; 

Chrysoliet - Topaas - Jaspis; 

Amethist - Agaat/Chalcedon - Smaragd; 

Saffier - Agaat/Onyx - Beryl. 


Sardonyx - geloof; 

Robijn - liefde; 

Kornalijn/Carneool - geur; 

Chrysoliet - waakzaamheid; 

Topaas - onthechting; 

Jaspis - geloof; 

Amethist - ootmoed; 

Agaat/Chalcedon - heiligheid; 

Smaragd - geloof; 

Saffier - hoop; 

Agaat/Onyx - onschuld; 

Beryl - wetenschap. 


In de borstlap zijn drie soorten geloof: 

Materieel geloof (brengen van offers) - Sardonyx; 

Mystiek geloof - Jaspis; 

Abstract geloof (autonoom) - Smaragd. 


Deze twaalf stenen brengt men in verband met de twaalf stammen van Israël of de twaalf zonnen van Jacob, de twaalf krachten voor de mens, de volheid. 

Waarschijnlijker is dat de hogepriester hem droeg om de totale trilling van de natuur bij zich te dragen en uit die natuur de krachten en gaven zo te extraheren. 

Zo'n compleet stel edelstenen belast de drager. 

Vandaar dat slechts de hogepriester in zijn ceremoniële mantel deze droeg. Het is een oud Egyptisch-Chaldees gebruik. 

De twaalf edelstenen vertegenwoordigen de twaalf magnetische stromen, die onze zodiak en onze zodiakale natuur uitbeelden, in bijbelse volgorde: 

Melek - voor de Sardonyx - betekent Koning - geloof I; 

Gomel - voor de Topaas - betekent Beloner - onthechting; 

Adar - voor de Smaragd - betekent Luisterrijk - geloof III; 

Eloah - voor de Robijn - betekent Sterke God - liefde; 

Haïn - voor de Saffier - betekent Oog, Fontein - hoop; 

Elchaï - voor de Jaspis - betekent Levende God - geloof II; 

Elohim - voor de Kornalijn/Carneool - betekent  Sterke Goden - geur (adem, wind); 

El - voor de Agaat - betekent Sterkte - heiligheid; 

Iaho - voor de Amethist - betekent God - ootmoed; 

Ischgob - voor de Chrysoliet - betekent Verheven Vader - waakzaamheid; 

Adonaï - voor de Onyx - betekent Heer - onschuld; 

Inovah - voor de Beryl (aquamarijn, roze beryl) - betekent Ik ben die ik ben - wetenschap (weten, zelfkennis). 


Ook de twaalf maanden hebben hun twaalf stenen. 

Catharina de Grote droeg een ceintuur met twaalf stenen van de twaalf maanden. 

Het gaat er natuurlijk om welk zodiakaal teken het sterkste is in de bepaalde maand. 

In de occulte bewegingen bedienden ze zich van edelstenen, waarmede zij het magnetische veld in hun ruimten wilden opvoeren. 

Er zijn zeven natuur-magische ritualen in verband met edelstenen, hun planeten en diens planeetengelen, de Genius. 

Het behoeft geen betoog dat deze natuur-magische ritualen op sommige mensen een funeste invloed kunnen hebben. 

Elivas Levi was één van de occultisten die zich daarvan bediende. 

Paracelsus wendde het poeder van stenen aan als medicijn, zoals men ook in de homeopathie mineralen en kruiden aanwendt. 

In de symbolische filosofie verbond men de planeten en daarbij hun stenen echter met deugden en gaven: 

Zon - symboliseert het Woord van de Waarheid. 

Edelstenen, die met de Zon in binding staan, dat zijn de meesten die via hun planeten lichtend zijn, werken dus op de oprechtheid en de eerlijke adeldom van de mens. 

De karbonkel, chrysoliet, iris, heliotroop, jaspis, smaragd, topaas, hyacint, robijn, vuuropaal. 

Maan - symboliseert de religie zelf, de reflectie in de stof van de geest. De maansteen, chalcedoon, parel. 

Mercurius - symboliseert de interpretatie en de wetenschap van de geheimen, de ongrijpbare geheimen. De topaas, agaat, chrysopraas, porfier (een soort kwarts). 

Mars - symboliseert de gerechtigheid. De amethist, bloedsteen jaspis, robijn, magnetiet. 

Venus - symboliseert de barmhartigheid en de liefde, de hoge, maar ook de lage liefde. De smaragd, chrysoliet, koraal. 

Jupiter - symboliseert de wederopgestane, de herboren ziel (ether). De hyacint, beryl, smaragd. 

Saturnus - symboliseert de Vader (God) of de Jehovah van Mozes, de aarde of de hemel. De onyx, kornalijn, saffier, jaspis, chalcedoon. 


De oude filosofen hadden ook enigszins andere opvattingen dan de moderne astrologen. 

De planeten waren goden die tezamen ons lichaam vormden: 

Zon - het hart; Maan - de hersenen; Jupiter - de rechterhand; Saturnus - de linkerhand; Mars - de linkervoet; Venus - de rechtervoet; Mercurius - de geslachtsorganen. De hermafrodiet is de engel van deze planeet. 

Het gezicht: 

Zon - voorhoofd; Maan - tussen de ogen, de wortel van de neus; Jupiter  - rechteroog; Saturnus - linkeroog; Mars en Venus - de wenkbrauwen; Mercurius - de mond en de kin. 


De edelstenen die met deze planeten overeenstemmen hebben dus ook invloed op deze organische delen en lichaamsdelen. 

Ook de dagen van de week, volgens de planeten, hebben hun edelstenen. 

Er zijn zeven toonaangevende edelstenen: 

Diamant - boven alle verheven - de edele Zon, adeldom; 

De Persische Saffier - Saturnus; 

De Parel - Maan - ook de Maan wordt als ondergeschikt geacht; 

De Smaragd - Jupiter; 

De Vuuropaal - Zon; 

De Gele Chrysoliet - Venus; 

De Robijn - Mars; 

In deze edelstenen vindt men het karakter van de planeten. 

Amuletten of beschermende stenen zijn altijd energiek van aard. 

Genezende stenen, Jupiter, zijn harmoniserend van aard en magische stenen doorgevend van aard. 

Elk zodiakaal type heeft zijn steen, d.w.z. hij zal zich aangetrokken gevoelen tot een bepaalde steen of stenen; de mens is zelden eenpuntig gericht. 

Zulke stenen dragen versterkt zijn karakteristiek, dus zijn persoonlijkheid. 

Er is geen steen die geestelijk psychisch werkt; alle zijn therapeutisch, harmoniserend, opwekkend via het aurische lichaam. 

Slechts de Diamant en enigszins de Smaragd, als voorbereider, geven hogere of fijnere trillingen af .

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene