12b - de magie en werking van de geuren

OORSPRONG 

Reukstoffen waren bekend in de oudheid van ver voor onze jaartelling en bij alle volkeren. 

Zoals met de alchemie en de geneeskunde schrijft men de praktijk van de geuren toe aan de Egyptenaren, zowel in hun geneeskundige als spirituele werking. Men ging ervan uit dat de normale lucht niet altijd atmosferisch zuiver, harmonisch en geneeskrachtig was ingesteld. 

De trillingen van zon, maan en planeten vermengen zich met de lucht en het klimaat kan de mogelijk weldadige invloed veranderen. 

Elke priester-arts zei: de lucht alleen is niet genoeg voor genezing en voorkomen van ziekten, zomin als zij de ziel heiligen kan. 

Er kan een lange discussie ontstaan uit de vraag: Wat is frisse licht, wat is goede lucht? 

Zolang men niet nauwkeurig weet in hoeverre de lucht ether toevoert, weet men evenmin in hoeverre de lucht het organisme beïnvloedt. 

Een oude opvatting is dat de ether, die zowel in de lucht als in ons organisme aanwezig is en een taak vervult bij de uitzetting en inkrimping, als hoofdsubstantie kiezelzuur bevat (silicium - witte kiezelsteen - bergkristal). 

In de natuurgeneeskunde wordt silicium genoemd als medicament tegen kanker, de woekering van de cellen; een tekort aan kiezelzuur geeft een gebrek aan weerstand. 

Religie en geneeskunde zijn in de oude tijden altijd verbonden geweest; de praktijk van de arts-priester was dan ook een ideale functie zolang de priester zijn geestelijke taak verstond. 

Ook bij de natuurvolkeren: Eskimo's, Indianen, negers zowel als bij de Chinezen en Japanners waren geneeskunde en religie een eenheid, beoefend door de medicijnmannen en wijzen. 


MUMMIES 

Het mummificeren bij de Egyptenaren had ten eerste tot doel het lichaam te conserveren, maar ten tweede, en zeker niet onbelangrijkste, een dermate verfijnde geur te geven dat deze welriekend zou zijn voor de goden; er zijn vele van zulke mummies verdwenen uitsluitend voor therapeutische doeleinden, want de geur van hun klederen, door de gebruikte kruiden, had een genezende invloed op diverse ziektebeelden. 

En deze werking bleef enkele eeuwen bewaard! 


MEMPHIS 

Een centrum van geneeskunde en spirituele reukoffers was Memphis, centrum van alchemie. 

Tussen de hiëroglyfen op de muren werden destilleerafbeeldingen gevonden, die zowel voor alchemie als reukstoffen kunnen hebben gediend. Bepaalde reukstoffen, en zeker die van de etherische oliën, kunnen slechts door distillatie worden verkregen; etherische oliën werken op de hersenen, de ziel en het gemoed. Zoals die van pijnbomen, jeneverbes, kaneel, nardus (borstelgras) enz. 

Distilleren zegt Dioscorides (Grieks botanicus uit de eerste eeuw) is het werk van de zon imiteren, die het water van de aarde verdampt en dit als regen terugzendt. De geur, die overal in de lucht aanwezig is, bijzonder op harmonische, natuurlijk zuivere plaatsen werkt genezend. 

Regenwater, mits zuiver, is een medicament. 

Beladen met de bliksem werkt het regenererend. 

De geur van de natuur na een regenbui is gezond voor het gehele organisme. 


GEUREN EN PLANETEN 

Daar, volgens de oudste overleveringen, de kruiden door de sterren en planeten aan de aarde worden onttrokken, stelde men reukstoffen samen, die een zevenvoudige harmoniserende werking hadden op de mens. Deze geuren wendde men ook aan bij religieuze ceremoniën: 

Wierook - Zon 

Mirre - Maan. 

Mandragora (alruin) - Hermes 

Nardus (borstelgras) - Venus 

Spar - Mars 

Ahorn (esdoorn) - Jupiter 

Cypres - Saturnus 

Kamille - walnoot - Zon 

Mistletoe - Maan 

Salie - Mercurius 

Berk - Venus 

Meidoorn - Mars 

Eik - Jupiter 

Heermoes - Saturnus 


Geuren gelden van oudsher als etherische boodschappers der goden, die zowel de goden naderbijroepen ofwel hen bekoren. 

Dat de geur ook in de oude gnostieke ceremonie aangewend werd, bewijzen de volgende woorden uit een oude gnostieke beschrijving: 

"De heilige adem of Odem, die de eeuwige wezens met elkander in harmonie en tot ware rust brengt, moet men zich niet als een werkelijke ademtocht of luchttrek voorstellen, maar als de zachte geur van een balsem of een uit velerlei stoffen samengesteld reukwerk. Het is een doordringende kracht van een onbeschrijflijke overweldigende welriekendheid, heerlijker dan men deze denken of uitspreken kan." 

De geur werd van oudsher beschouwd als de hoogste middelaar tussen Boven en Beneden, tussen God en mens (ziel). De Geur bereikt de ziel en kan zich met deze vermengen. 

Paracelsus ziet alle etherische stoffen, de vluchtige stoffen aan voor de 'geest', hij, die zich beweegt op de lucht. Etherische oliën verdampen snel, hun geur verspreidt zich in de lucht; zij zijn immaterieel. 

In de Codex Brucianus (Het Boek Jeû) vindt men talrijke ceremoniën, waarbij reukoffers worden gebruikt. 

Het zijn gnostiek-egyptische papyri uit omstreeks de 4de eeuw. 


REUKAPPARAAT 

Aan vorm en materiaal van het ceremoniële reukapparaat werd enorm veel aandacht besteed; het was uit een evenredige vermenging van tin (Jupiter) en koper (Venus). 

Het was een symbool van de etherische (geurige) liefde Gods. 

Bij de Egyptenaren zowel als de Hebreeën was het gebruik een gebed uit te spreken over de kruiden (geur): 

"Geloofd zijt Gij, Heer onze God, koning der wereld, Gij, die alle soorten kruiden hebt geschapen." 

Dit gebruik van gebed over de kruiden, het medicament, het voedsel is zeer oud. (denk aan de biol. dynamische landbouw)  Na het gebed moest ieder de geur diep inademen. 


GEUR ALS TEKEN 

In alle oude religieuze en geneeskundige praktijken is de geur een teken geweest van heiligheid, onheiligheid, ziekte of gezondheid. 

Aan de geur herkent men het wezen: dieren, natuurvolkeren, stenen, planten, mensen (geur/ziel). 

Het elkander met de Neus begroeten was een manier om elkander te ruiken. In menselijke verbintenissen kan een geur weldoend dan wel weerzinwekkend werken; onbewust; (aantrekken, afstoten). 

Het zichzelf met parfum besproeien, zijn geur verdoezelen of een kunstmatige geur aannemen voor bedrog. 

Het parfum is in de plaats van onze specifieke eigen geur gekomen. In oude boeddhistische wetten belooft de discipel "zich niet met enige geur te besprenkelen, noch zich op te sieren....." 


PLANTEN EN HUN PLAATS  

De antroposofische opvatting dat planten dààr groeien waarheen zij getrokken worden en zo mensen omringen die hen nodig hebben is gedeeltelijk waar. 

In principe is de plant ingesteld op de aarde en op de omgeving waar zij nodig is, niet zozeer op de mens, maar wel op de plaats. 

Plant en plaats zijn een eenheid, daar de plant gedwongen is zich op één plaats te ontwikkelen. De plant zoekt zijn plaats, net als het kind. 

Op de Montserrat wemelt het van tijm; langs de Jordaan groeit de zeer oude "Amhaplant", die genezend werkt; elke plaats kenmerkt zichzelf door zijn plantengroei, de planten waren er eerder dan de mensen. 

Het gedrag van een groep mensen kan een bepaalde plaats aantrekkelijk of afstotend maken voor bepaalde planten. Zo kan iemand bepaalde planten tot zich trekken, maar deze mens behoeft daartoe niet direct ziek te zijn. 

De geur van een plant kan hem mogelijk harmoniseren. Stinkende Gouwe b.v., zoveelvuldig hier gevonden werkt in op de verbeelding, een levendig beeldend mens trekt aldus ook Stinkende Gouwe aan. Er is een wisselwerking tussen mens en plant. 


VERSCHILLENDE GEUREN 

Er zijn vijf soorten reukstoffen: 

1. welriekende, 

2. penetrante - weerzinwekkende, 

3. verbrande, 

4. aromatisch gekruide, 

5. ranzige - muffig. 

Mensen die "onwelriekend" ruiken staan vijandig tegenover God (zeggen de ouden). Zij verwaarlozen hun ziel, want de geur van een mens komt uit hun ziel, zoals elke geur de ziel van een schepping is. 

Een geur kan ziekten, infecties, weerstand opwekken. 

Heden: de chemie maakt de ziel ziek. 

Wierook is van oudsher de geur van de godheid, Zonnegod, geweest en daarom is het zo belangrijk waarmede men de wierook vermengt. 

Als medicament werkt het op het hart en vooral op het etherische lichaam en op de hersenen. 

Perzisch: Ormuzd was lichtglanzend, rein, met een goede reuk. 

Ahriman, in de diepe afgrond, was onrein, zwart, slecht geurend.... 

Wierook maakt de mens toegankelijk, met toevoeging van kruiden, die op de andere organen werken, kan het verlammend (ontkrachtend) werken. 

De geur speelde ook een rol in de vervaardiging van de altaren, die veelal uit cypressenhout (Saturnus) of uit graniet (Saturnus) werden gemaakt: beide soorten zuigen zich vol met geur en bewaren deze zeer lang. Ook de ceremoniële kaarsen werden vermengd met kruiden, opdat zij goed zouden geuren. 

De kennis van de priester en de arts is hier bepalend. Deze gewoonten komen heden terug, echter worden ondeskundig aangewend. 

De Boetedoening, in afwezigheid van een priester, kon vroeger ook geschieden voor een met wierook vermengde kaars. 

Wierook werkt openend, reinigend (onmogelijk, slechts openend) 

Elk kruis werd gewijd, zoals vroeger de arts zijn medicament vergezeld liet gaan van een zegen of gebed. 

Religie en Geneeskunde zijn één! 

Dat men het kwade ook in een geur kan verpakken en wegdoen, gelooft men nog in Tibetaanse kloosters: tijdens bepaalde ceremoniën worden de zonden van de kloosterorde in een koek overgedragen door de magiër-voorganger, met spreuken en vooral geuren; als de koek verzadigd is van geuren en zonden wordt hij naar buiten gedragen en vernietigd. 

Geuren begeleiden gedachten. 

Dezelfde praktijk volgt de medicijnman met zijn popjes. 

Geuren zijn altijd begeleiders van mantrams, handelingen die op het etherische lichaam van toepassing zijn. 

Heden komen kaarsfiguren en geurende kaarsen uit het Oosten, worden alle geprofaneerd; maar hadden eens een magische bedoeling. 

Zolang we zelf de werking van een bepaalde geur niet kennen, zouden we er ons niet aan moeten blootstellen! Elke religie heeft zijn specifieke samenstelling van de wierook. 


INDIANEN ENZ.  

Het verspreiden van geur tijdens religieuze plechtigheden en tijdens een geneeskundige therapie is zo oud als de wereld; Grieken, Egyptenaren, Hebreeën, Indianen en andere natuurvolkeren wisten dat geur eerder tot de zieke en tot de mens doordringt dan iets anders; iedereen, die ademt neemt geur tot zich. 

In Memphis, Eleusis en Yukatan, en op het Paaseiland kan men archeologisch constateren dat aan deze volkeren een andere beschaving is voorafgegaan, ver voor de ons bekende beschavingen. 

De kennis van heilige planten, medische planten en geuren komt dus van een verdwenen beschaving. 

De plaatsen die wij heden kenden als "wonderlijk genezende plaatsen" hebben veelal hun oorsprong in de plantengroei aldaar. Het inademen van de samenstelling der planten verandert de mens. 

Het vernietigen van grote gedeelten van de natuur ontneemt de mensheid ook geurige weldadigheid; terwijl chemische onwelriekendheid toeneemt. 

Het "samen iets roken en samen iets drinken" is een overblijfsel van het "samen een bepaalde geur inademen"; samen eenzelfde voedsel eten, toebereid en gewijd! 

Toen de Spanjaarden hun geneeswijzen aan de medicijnmannen vertelden, werden deze verontrust, daar deze methoden als schadelijk werden beschouwd. Zij hadden gelijk. 

Nog heden volgt de medicijnman de geneesmethode van Hippokrates en Imhotep, waarbij de medicamenten tijdens de slaap worden toegediend. Een slaap, die via planten werd opgewekt. 

In deze slaap is de persoonlijkheid afwezig, vergetelheid, onbevangenheid; men neemt alles aan wat de arts wil. 

Hypnose, maar zonder suggestie, alleen met planten! 

(Dieren accepteren onder narcose alles wat men hen aanhangt) 

De tabaksdrank verwekte deze slaap. 

Het recept is nooit bekend gemaakt. Maar het is duidelijk dat veel roken onze weerstand tegen het leven afzwakt, ons als mens verandert. 

Vroeger werd er ritueel gerookt. Tabak werkt als medicament verdovend en luisbestrijdend. 

De eerste sigaret wordt gekenmerkt door nicotine-vergiftigings verschijnselen: hoofdpijn, braken, misselijkheid, diarree. 

De gewenning maakt het lichaam tot slaaf van de verdoving en het gif; zoals alle verslaving. 

Het lichaam gaat erom vragen, eisen. 

Vroeger gebruikte men tijdens ceremoniën wierook vermengd met tabak. 

De Indiaan vindt dat wij hun heilige planten: tabak, cacao, aardappelen godslasterlijk aanwenden. Elk onderdeel van de aardappel werd voor een bepaald orgaan aangewend, de geur van de plant werkte ook in. 

Zelfs etherische olie haalde men eruit. De kiemsappen (giftig) werd een slaapmiddel. 

Veel aardappelen eten maakt de mens duf (stumpf). 

Echte aardappeleters hebben een bepaalde signatuur. 

De bladeren van de aardappel helpen tegen reuma; rauw geraspt helpt de vrucht tegen maagstoornissen, darmaandoeningen en reuma (volgens de indiaan). 

Maar alle medicamenten werden door hen gewijd door gezang, gebed, door als "goed of wijs" bestaande stamleden. 


VORM, KLANK, KLEUR, GEUR 

De Indianen gebruiken als muzieknoten Runen, in de rune ligt een grondtoon des levens: de levensrune, de mensenrune; elke toon vertegenwoordigt dezelfde macht; hun gezang is dus harmoniserend, samenvoegend hemel en aarde, kosmos en microkosmos. 

Elke plant kan men in dit begrip ook rangschikken, evenals een vorm (mandala) en een kleur. (zingen ritme na) 

Nu dit alles vrijwel algemeen bekend gaat worden, wordt ook deze oerwijsheid geprofaneerd. Ontzield! 

Dan keert het zich tegen ons. 

Asfalt ( zwart of bruin mineraal hars) heeft een bepaalde geur. 

Aardhars, samen met petroleum is de ziel van de aarde. 


GEUR, PLANT, MENS EN ZIEL 

De geur heeft een uitwerking op iedere mens, dat ziet men aan zijn ogen, de iris verwijdt zich. 

Ook de straling van de plant beïnvloedt hem; tegen de wang gehouden verwijdt zich ook de iris. 

Dat bewijst dat het "gevoel" ontvankelijk is voor geuren en straling. Een gevoelig intuïtief mens voelt de planten van veraf. 

Geur roept herinneringen op. 

Geur werkt op onze smaak. 

De individuele geur scheidt de mensen van elkander. 

De ziel is individueel, nergens gelijk. 

Bij massale, vooral magische meetingen krijgt men de geforceerde vermenging van de geuren. Een reukstof neemt de mensengeuren op of overheerst hen. 

Elke meeting laat een geur achter. 

Geur werkt in op de verbeelding. 

Men kan wel eens "iemand niet ruiken" (luchten) 

In een "slechte reuk" staan. Angst wordt geroken. 

Men weet b.v. dat bepaalde parfums inwerken op de olie van een horloge; er is een verhaal van een jongen wiens horloge stil bleef staan, echter in de zak van zijn vader weer liep, daarna bij de jongen weer stil stond; bij contrôle bleek dat elk ander horloge bij de jongen stilstond, de olie droogde uit. Zijn geur moet dit bewerkt hebben. (uit Magie der Dufte - 100) 

Reukstof kan de etherische geur van iemand veranderen en hem daardoor geliefder dan wel ongeliefder maken. 

Hoewel twee mensen datzelfde doen IS het toch niet datzelfde. Het gelijke trekt het gelijke, dezelfde geurstructuur verenigt zich. De ene mens mag hem, de andere verafschuwt hem, plus degenen met wie hij als vrienden omgaat. 

Iedere mens ruikt de andere volgens zijn eigen instelling. Geen mens oordeelt gelijk. Wat de ene heerlijk vindt, vindt de andere afschuwelijk. 

Sympathie en antipathie zijn wetenschappelijk volgens geuren in te delen. Elk ras ruikt verschillend; het ene ras kan het andere niet luchten. 

Negers zeggen dat wij blanken naar lijken ruiken. 

De geur die ons aantrekt? 

Ook de geur van bepaalde bloemen is bepalend voor de mens. 

Bepaalde volkeren hebben voorliefde voor bepaalde bloemen, dit houdt verband met de volksziel. 

Skandinaviërs - Jasmijn (ikcentraal) en Meiklokje (genot). 

Het oude Rusland - Viooltje (ijver en afgeslotenheid). 

Noord-Afrika - Roos (emotioneel) 

Van de Engelsen zegt men dat zij zich - wat de geur betreft - nog in een heidense staat verkeren: Citroen (luister naar mij), Gardenia (verleden) en Lavendel (diplomatisch). 

Amerikanen nemen de meeste Franse parfums af - hebben geen voorkeur .

Met een parfum probeert men psychologische doelen te dienen. 

Wetenschappelijke onderzoekingen bewijzen hoezeer de mens reageert op geuren. 

Vredige Geuren: lavendel, sinaasappelbloesem, vers gemaaid gras; 

Agressieve geuren: Eau de Cologne, salie, absint. Eau de Cologne was het lievelingsparfum van Frederik de Grote, Napoleon, het Generaalsparfum. "Dat stinkt" zeggen we en deze aanduiding gaat dieper dan men denkt! 

Haat ruikt; vreugde ruikt; angst kan men ruiken (honden). 

Er zijn bewijzen te vinden dat huwelijken kunnen stranden, doordat de partners voor elkander weerzinwekkende geuren hadden. 

Door een kunstmatig parfum zou men dàt kunnen schijnen wat men graag zijn wil; een "heiligengeur" aanmeten; een intellectuele geur "aanmeten". 


GEUR EN HERINNERING 

Wanneer men een kind iets leren wil dat nodig is, laat het hem opschrijven, verspreidt een bepaalde geur van kruiden die ontvankelijk maken (kamperfoelie, lavendel, egelantier) 

Leg de geur tijdens de slaap naast het bed. 


SLAAPKRUIDEN 

In de slaapkamer kunnen bepaalde geuren genezend, slaapverwekkend werken. 

Zich omgeven met een geur waaraan goede herinneringen verbonden zijn, vooral in de slaap, maakt de mens blijer, levensenergieker. 

Geurtherapie werkt terwijl u slaapt, werkt, bidt. 

Een stad heeft een geur. 

De mens gevoelt zich op zijn plaats wanneer de geur van stad of dorp of huis hem bevalt. De geur van de grond. Land. Religies. 


Jehovah zegt Mozes parfum voor de goddelijke offeranden te maken: mirre, kaneel, geurig riet, cassia en olijfolie. 

Tegen nerveuze angsten: melange van tijm, hyssop, basilicum, gember, lavendel, melisse en ijzerhard. 

Eetlustopwekkend: citroen, hyssop, laurier, pepermunt, mirte, rozemarijn en ijzerhard. 

Arterioscleriose (aderverkalking): knoflook, citroen, venkel, jeneverbes, lavendel, pepermunt, rozemarijn. 

Kalmerend: koriander, mandarijn, marjolein, thuja, tijm, lavendel, engelwortel. 

Kanker: knoflook, wortel, citroen, wierook, mirre, thuja, roos. 

Hart: anijs, jeneverbes, sinaasappel, meidoorn, tijm, rozemarijn, lavendel. 

Leverzwakte: kamille, wortel, selderij, jeneverbes, gember, tijm, origano (marjolein). 

Slapeloosheid: kamille, linde, marjolein, melisse, ijzerhard, rozemarijnbloem, lavendel. 


TIJM - energiek; 

LAVENDEL - rustgevend; 

BASILICUM - tonicum voor het hart; 

EGELANTIER - kalmerend voor het gemoed; 

IJZERHARD - versterkend en rustgevend. 

De geur die men liefheeft aanwenden;

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene