11b - de zeven hemelse demonen

De astrologie wordt langzaam achterhaald door de wetenschap. 

De modernste wetenschappelijke stromen: bio-chemie, bio-meteorologie en kosmische ritmen gaan bewijzen dat de oude astrologen gelijk hadden. 

Zij konden hun stellingen niet altijd wetenschappelijk bewijzen maar daar hun sensitiviteit, openheid sterker was dan van de hedendaagse verstarde intellectueel konden zij zien hoe microkosmos en macrokosmos op elkander reageerden. 

Het is een kwestie van kosmische golven en trillingen: ons eigen microkosmische ritme wordt gevormd door onze organische en geestelijke instelling. 

De wetenschap meent dat onze organische vloeistoffen: bloed, lymfe, de gal direct reageren op werkingen van buiten; ons vocht bepaalt ons humeur, ons evenwicht. Het vochtgehalte in de hersenen bepaalt onze gevoeligheid, onze n intellectualiteit. 

Zoals het water reageert op de maan, zo reageren onze vloeistoffen op de maanfasen. 

Zoals de zon inwerkt op het natuurlijke leven, zo werkt zij in op ons leven, onze energie.  

Zonne-erupties stimuleren gespannenheid, irritatie, daardoor direct erna meer ongevallen, meer hart-infarkten, moer longbloedingen. 

De zon werkt direct in op ons hart via het aardmagnetlsme dat door de zon wordt verstoord. 

Het magnetische aarde-veld is een middelend veld tussen mens en hemellichamen. Wij dragen onze electro-magnetische trillingen erin uit en de hemellichamen eveneens. 

Vandaar dat het aarde-veld zo belangrijk is voor de mens. 

Proefnemingen bewezen dat elke storing in het aardmagnetisme uitwerkt in het menselijke trillingsveld waardoor ziekte-verschijnselen, nerveuze aandoeningen enz. ontstaan. 

De artsen weten nu dat ons organische systeem door krachtvelden buiten ons worden beïnvloed. 

De wisselwerking tussen de electro-magnetische velden van hart en hoofd veranderen bij herfst en winter bij zonne~werkzaamheid en bij maanstralingen. 

Het evenwicht tussen hoofd en hart: de zevenheid, de overwinnaar; zevenheid is dus ovenwicht met kosmische invloeden. 

Zelf evenwichtig worden. Los van de kosmos komen. 

Onmogelijk. 

Wij brengen de kosmos bij de geboorte mee. 

De hersenen zijn de contrôletoren van de electro-magnetische kosmische golven. 

Het blijkt dat onze verbintenis met de kosmos HET leven betekent- via onze vloeistoffen. Iemand die deze verbintenis verliest komt in levensnood, energieverlies, depressie, zelfmoord. 

Hippokrates zei reeds: 

"De gehele ruimte tussen hemel en aarde is door één Adem gevuld, ook de loop van de zon en de maan en de sterren hangen van deze adem af." 

( Er is géén ledige ruimte ) 


De baby, zo zegt de nieuwste ontdekking brengt zijn eigen planeten-constellatie mede, en geeft, als foetus, zelf het signaal onder welke stand, op welk moment het geboren wil worden. 

Niet de sterren en planeten bepalen onze toekomst, maar wij, als foetus bepalen onze sterrenstand. 

Dat is dus een microkosmische erfenis-kwestie; het resultaat van vorige zijnstoestanden. 

En ieder kind is in harmonio met de planetenstand van zijn ouders; kunstmatige ingrepen ondervangen dit en grijpen dus in een natuurwe, zelrs geestelijke wet, in. 

De verhouding tussen ouders en kind is geregeld door het foetus, de analogie. 


Astrologie, liever astrosofie, is een erfenis van onze verre voorvaderen: de Atlantiërs hielden zich er reeds mee bezig; ook de esoterische, alchemische en gnostieke sekten aller tijden. 

De huidige astrologie is echter niet te vergelijken met de archaïsche astrosofie, die een Hermes, een Boeddha, een Lao Tsé, de Mandeeën, enz. beoefenden. 

Stelt u zich voor, u staat onder de sterrenhemel, magnetische kernen, trillingen die u omringen, u bent een weergave van dat geheel, 

u bent daarmede verbonden. 

De gigantische lichtende hemel kan een sterke invloed ultoefenen, gevoelige mensen met een ongestoord lichaams-magnetisme, met een geestelijke instelling enz., ondergaan de planetaire trillingen intensiever

en zien de planeten in kleuren, voelen hen in trillingen. 

Daaruit ontstond destijds het inzicht in de planetaire invloeden, hun uitwerkingen op de trillingsvelden van mens en dier, plant en mineraal. 

Paracelsus bezat daarvan nog het geheim en het inzicht. 


De zeven planeten: zon, maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus, worden tot op heden herkend in de citaten die te maken hebben met een zevenheid. In de Bijbel komen zij herhaalde malen voor, ook in de oosterse en westerse volksoverleveringen; tevens vinden wij hen terug in onze dagen van de week, in de cyclussen van de menselijke groei, in de Zevengeest, in de heiligheid van het getal zeven in allerlei leringen. 

Het is een overblijfsel uit de tijd dat mens en kosmos lntuïtief verbonden waren; het heeft niets te maken met spiritualiteit of het uitbreken uit deze zevenvoudige gevangenis. 

De legendarische "poort van Saturnus" is een heenwijzing naar het terugkeren naar een ander Rijk, dat buiten de zevenvoudigheid staat.

Daarom spreekt men van het bereiken van de "acht", de doorgang, de poort, de "dood", zoals de astrologie meent. 

In het Henochboek staat: "De Achtste dag is de dag waarop ik mijn rust binnenga." 


In het Hebreeuwse alphabeth en de Sephir Jesirah spreekt men over de zeven dubbele: "Zeven dubbele B G D K P R T; zeven en niet acht, beproef en doorvors door hen en breng de zaak tot klaarheid....." 

" Lees in het Boek der natuur...." 

Het is de aloude wijsheid van "Demon est Deus inversus."  

De planeten hebben twee invloeden heillg en onheilig, rein en onrein. De mens roept op hetgeen bij hem past. 

Hij is op aarde om het onheilige heilig en het onreine rein te maken; met hem verandert de kosmos mede, niet omgekeerd. 

De mens verandert, bewerkt door middel van zijn magnetische veld, en masse dus sterker. 

Een sterk, geestlijk msns is in staat de natuur te regeren d.w.z. die krachten tot zich te trekken die heilzaam zijn, hij verjaagt het demonische, of poolt het om. 

De sterk, individuele, bewust geestelijk ingestelde mens maakt van elke planetaire demon een deus, niet DE god, maar een afgezant gods, zoals zij overal in de natuur aanwezig behoren te zijn. 


Iemand die door de kosmische trillingen willoos gedreven wordt is nooit een spiritueel mens. 

Hij is ondergeschikt aan een natuurmacht, terwijl hij deze natuurmachten moet kunnen beheersen. 


De psychiatrie en de psychologie wijten de onevenwichtigheid van de mens aan kosmische invloeden, ouders. 

Terwijl echter de nieuwste ontdekkingen bewijzen dat het foetus zelfstandig zijn levensbegin bepaalt. 

Het planetaire erfdeel heeft dus een bedoeling. 

Zeker als men in reïncarnatie gelooft.  Men moet met zijn planetaire tekening iets maken, iets doen. 


Horoscopie legt de mens vast in zijn planetaire geboorte-aanleg, maar het is de bedoeling dat de mens uit deze horoscoop groeit, hij moet hem afwerken, hij moet verder. 

Er is geen stilstand, alles is beweging; de astrologie is een kennis van planetaire feitelijkheden die de mens moeten onderwijzen, niet regeren. 


De zeven dubbele of de hemelse demonen tarten ons hun onheiligheid om te zetten in heiligheid; dat is de uitbraak ult de zodiakale ban waarover de Boeddha sprak. 

De mens is in geen enkel opzicht een autoritaire macht opgelegd, integendeel, hij is die autoriteit. 

De Egyptische leringen kennen zeven goden des lichts en zeven goden der duisternis; de christelijke leringen kennen zeven geesten en zeven duivelen. 

De Chaldeeën kenden een hymne die zei:  

"Zeven, zij zijn zeven 

zij zijn niet mannelijk 

zij zijn niet vrouwelijk 

zij brengen geen kinderen voort....." 

Henoch spreekt over de zeven werkelijkheden, 

het Brahmanisme kent de zeven offerende priesters, de Hôtris: 

de reuk, het gezicht, de taal (tong), de huid, het gehoor, 

het denken en het begrip. Zij komen overeen met Henoch. 

Deze zeven priesters staan in binding met de zevon hemelse demonen. 

Dat ze zich ofieren moeten betekent slechts dat de "mens ziohzelf moet opgeven". 

Het aloude Endura der Katharen, de zelfofferande, de ikloochening. 

"Deze priesters, zo zegt het Brahmanisme, wonen in een kleine plaats, niettemin bemerken zij elkander niet." 

Dat is de individuele, innerlijke, electro-magnetische onevenwichtigheld. 

De universele leringen treffen elkander in deze eenheid: de zevenheid moet geheiligd worden, uit de tronk van Isaï moet een nieuwe loot voortkomen. 

Deze boom van Jesaja heeft volgens de middeleeuwse afbeeldingen zeven loten, zeven ondeugdelijke loten die door zeven medicamenten moeten worden genezen zodat zij tezamen een nieuwe loot voortbrengen. 

In Oost en West, in Noord on Zuid kent men deze overlevering.  

De Perzen zeggen dat al het goede komt van de 12 tekens van de zodiak, indien zij een harmonische beweging bezitten en zich gedragen als een schepping van Ahura-Mazda; het kwade komt van de zeven planetenm, het werk van Agna-Maynius, een werking van kwaad vuur. 

De planeten - of de zeven zijn demonen geworden en zij bevinden zich zowel in ons als buiten ons. 

Uit deze Zeven Hôtris of Priesters moet het Ik wedergeboren worden,  zeggen de Indiase leringen. Vandaar al die metheden om deze "ZEVEN" tot de orde te roepen. 

Van yoga tot en met ik-negatie, kastijding, ikverbreking door allerlei handelingen lukt slechts, zoals de alchemist zegt: op basis van het goddelijke of geestelijke water: de ziel, de vloeistof die reageert op de geestelijke, kosmische inwerkingen. 


Van oudsher worden de planeten gezien als de animatoren van de Zeven Oerzonden, daar tegenover staan de Zeven Oerdeugden, of heilige gaven. 

Dit heeft niets te maken met deugden en ondeugden die tijdelijke verschijnselen zijn. 

Demon est Deus inversus. 


Om hierin een inzicht te krijgen nu een behandeling van elke planeet afzonderlijk: 

DE ZON - Oerzonde - Hoogmoed; Oerdeugd - geestelijke adeldom. 

De voorstelling van de zon is: lichtend, warm, leven schenkend. 

Zo is ook zijn type. 

Althans hij behoort zo te zijn. Hij wordt gestimuleerd tot stralen, schenken, ziet zichzelf graag op de voorgrond en gevoelt zich méér dan de naasten. 

Tegendeel: hoogmoedig, arrogant, pralerig met zichzelf.  

De Zoon des Lichts, die zichzelf verbeeldt gode gelijk te zijn; 

Omzetting: zelfbewustzijn in zielebewustzijn. 

Hij correspondeert met het hart waarin de oerzonde van de hoogmoed ligt; de wens des harten is de werkelijke mens: zijn zonnegloed. 

Hart-infarkten zijn het resultaat van een gefrustreerd harte-ik. Verhoogde zonne-activiteit irriteert een verkropt gemoedsleven, weerstand. 


MAAN - Oerzonde: luiheid; Oerdeugd: Gnosis of oerkennis. (Kreeft) 

De maan is een medewerkster van de zon, zij geeft zijn licht door; als zij zich inbeeldt dat zij zelf licht is inspireert zij tot een zwarte magie, oi een ego-adoratie. 

Maangodsdiensten worden geleid door dezulken. 

Maanmensen neigen tot autoritaire aanbidding, zij vullen de maanbewegingen; zij zijn sentimenteel, zij hebben minder levenskracht, vandaar het leunen op een ander. 

In de astrologie verbindt men de emotie, het gevoel met de maan; dit is zuiver symbolisch omdat d- ziel de geost (zon) behoort te reflecteren. (de maan zijn eigenlijk de hersenen) 

Maanmensen leiden aan ziekten die met de vloeistoffn te maken hebben, emotionele storingen: bloed, lymfe, vochtophoping, organen liggen in water. 

Misdaad bij volle maan komt voort uit innerlijke onevenwichtigheid; kan leiden tot krankzinnigheid; geesteszieken hebben storingen in hun maanwerking. (Paracelsus) 

Luiheid belet de mens tot spirituele ontwikkeling te komen. 

De Maan leidt de inbeelding, de fantasie, behoort als geestelike kracht te leiden tot de Isis-gave: het beeldende denken, Oerkennis, hartweten (weten ult de geest, zon). 

(vloeistoffen = zweet, urine, water, bloedplasma) 


MARS - Oerzonde - Driit; Oerdeugd - Goede/Edele Moed - Ram~Schorpioen. 

Zoals de ouden zich de planeten voorstelden werd de maan waterig, koud lichtend. Mars daarentegen is vurig, warm, brandend en met een rode gloed. 

Daarom staat Mars voor de oerzonde van de drift; de lente wordt echter geleid door deze drift tot leven. 

Mars en Zon schenken het minuscule plantje de moed om de harde zwarte aarde te doorboren. 

Zo is ook de Marsmens: bezield door de drift tot doorbraak, daarna afzwakkend, zoekend naar nieuwe doorbraken. 

Zoals de zeven zich offerende Hôtris moeten samenwerken, zo mooten ook de planeten, in de mens, als in de kosmos samenwerken. 

Mars is te driftig om stil te staan voor bezinning.  Indien hij echter op zijn culminatie staat dan wordt hij onvermoeid doorzettend (Scorpio) zelfs tot zelfvernietiging. 

Mars moet altijd bezield worden door een edel motief wil hij zijn geestelijke of edele zijn uitdrukken.  

"Door de Goede Moed heb Ik de wereld overwonnen." 

Ziekte:  hooidpijnen, het hoofd kan de drift van het gemoed niet bijhouden. 

(gal, lever, bloed, willekeurige spieren, mann. geslachtsorganen, blaas, neus, linkeroor) 


VENUS - Oerzonde: wellust; Oerdeugd : Liefde - Stier/Weegschaal 

Venus wordt in diverse oude leringen afgebeeld als een satanische macht; omdat de mens die sterk door Venus wordt beïnvloed charmant is, verleidelijk, zowel voor zichzelf als voor anderen. 

Het is de neiging om steeds geliefd te zijn die hem misleid, de wellust om één te worden met zijn naasten, zijn omgeving, zijn object. 

Venus is in de Tarot de geleidster van de Osiris-mens,  zij is de koningin van de zeven demonen, hun geliefde.  

In de Bijbel te vergelijken met de Jezebel in de gemeenschap van...... 

Zij misleidt het hart, de zon ( geest) of de edele inborst. 

De karakteristiek van de Venusmens ligt in de uiterlijkheid: zekerheid zoeken, of door de vereniging sterker worden. 

Daarom meende men dat Venus extra demonisch was omdat zij zichzelf vergeet op misleidende wijze en anderen daardoor bedriegt. Wellust is zichzelf vergeten door passie, zichzelf intens verenigen met iets of iemand (ziele-wellust). 

Daarom is de Venusmens dikwijls zwak, hij heeft een  gevoelige achiilespees. 

Zijn ziekte: alles wat met de wisselwerking te maken heeft: keel, luchtwegen, neiging tot kouvatten. 

HiJ loopt storingen op doordat hij zichzelf niet beschermen kan. 

Venus doet vriendelijk aan, leidster, niettemin is zij degene die haar prool opvreet: C.R.C. Venus zien en Saturnus vervangen. 

(hals, keel, nieren, zintuigen, vr. geslachtsorganen, haren) 


MERCURIUS - Oerzonde: Jaloezie; Oerdeugd: Verlosslngsbegeerte (Heil) - Maagd/Tweelingen 

Mercurius geldt in de esoterie als de middelaar, hij is de kleinste planeet, maar staat het dichtste bij de zon, vandaar dat hij een boodschapper is, door zijn snelheid, zijn licht. 

Zijn directe nabljheid van de zon maakt hem ijverzuchtig op de stralingskracht van de zon en zijn stabiliteit? 

Mercuriusmensen bezitten een sterk, soms zelfs lichtend denken. 

Zij ontberen echter dikwijls de adeldom van het goud, of het hart om de edele reflectie van het zilver of de maan, daarom noemt men hen: kwikzilver; Mercurius is niets in zichzelf - hij is eigenlijk een samenstelsel van de andere zes demonen. 


Daarom kan de Mercuriusmens medebewegen met zijn naaste, niets zijn, maar in werkelijkheid ergert hij zich daaraan en wil degene zijn die hij bewondert, of waarvan hij houdt. 

Daarom gold Mercurius als de verbinder, omdat hij al de zes werkingen kan uitzenden, maar hij moet zichzelf daarbij vergeten, en dat kan hij niet omdat hij lichtend is,  ijverzuchtig op zijn directe naaste: de Zon. 

Zijn omwending in de mens berust op een totale overgave aan een edele begeerte: het kwikzilver veranderen in zilver, goud reflecteren, verlangen naar de overheersing van de geest die hem verlost van zijn boodschappersbaantje. 

Mercuriusmensen zijn altijd onberekenbaar, zij kunnen van het ene moment veranderen van heilig in onheilig en van kwaad in goed. 

Hun ziekte: onrust, nerveuze storingen, slapeloosheid. 

Elke planeet heeft een ontvankelijke en een uitstralende werking: negatief en positief: de eerste maakt de mens tot zijn evenbeeld, de laatste maakt hem tot zijn innerlijke karakter. 

(zenuwstelsel, hormonen, schildklier, luchtwegen) 


JUPITER - Oerzonde: Gulzigheid; Oerdeugd: Scheppend vermogen - 

Boogschutter/Vissen 

Hij geldt als één van de meest edele planeten.  Waarom? 

Omdat hij werkt met de ether, de twijfel en zo de mens etherisch gevoelig maakt. 

Nadeel is mediumschap, helderziendheid, enz. 

Hij is etherisch lichtend, d.w.z.  straalt van binnenuit, vandaar dat Jupiter-mensen hun eigen kracht kunnen overdragen als een idee; hij kan zijn naaste bezielen mits deze gevoelig is voor de fijne nuance van het abstracte; hij verbreekt alles wat star is. 

Hij is gericht op de onzichtbare dingen achter de vormen, daarom is zijn "gulzigheid" kenmerkend, hij wil materiaal verzamelen, altijd als verborgen kennis. 

Hij bezit evenals de zon een hoogmoedigheid, maar slechts ult kennis van het verborgen zelf, hij kent zijn capaciteiten. Gaat er dikwijls prat 

op. Dat kan ook leiden tot waan in de paranormale begaafdheden, waar hij niet  van losko~men kan. 

Zijn sensitiviteit kan een hulp dan wel een nadeel worden. 

Gulzig in paranormale kennis kan leiden tot een destructie. Hij ergert zich aan zijn eigen belemmeringen en wil deze altijd doorbreken, de ether (twijfel) werkt voortdurend in hem als een innerlijke opbraak.  Daarom is hij "gulzig" uit een onbewuste drang naar zekerheid.  

Indien hij geestelijk hoogstaand is kan hij ideeën putten uit het hoogste trillingsveld, daarin kan hij leven, hij kun scheppen uit niets, d.w.z. uit onaards materiaal. 

Jupitermensen zijn altijd sensitieve mensen, soms ziekelijk sensitief en ziekelijk trots daarop. Dit leidt dan tot halsstarrigheid tot in het ziekelijke. 

Ziekten: uitputting door etherisch misbruik, zenuwgestel. 

(lever, tong, groei, expansie v/h lichaam, pancreas, slagaderlijk bloed) 


SATURNUS - Oerzonde: gierigheid; Oerdeugd: Standvastigheid, trouw, onveranderlijkheid - Waterman/Steenbok 

Saturnus geldt altijd als de ongeluksprofeet, niets is minder waar. 

De wijze zegt: "Hij die Saturnus doorziet ontdekt zijn wijsheid." 

Hij is de planeet van de onveranderlijkheid en dus van de starheid, de inzichtloosheid, het dogma. 

Daar tegenover is onreranderlijkheid in de spirituele verbintenis tussen innerlijke mens en geest onontbeerlijk. 

Saturnusmensen zijn moeilijk voor zichzelf, omdat zij nooit tevreden zijn met zichzelf.  Hij is de minderwaardige: het lood. 

Zo gevoelt deze mens zich dikwijls. 


De ene mens kan dit verbloemen door starheid in zijn ideeën; de andere mens doet dit door zich vast te klampen aan de één of andere uiterlijke zekerheid. 

Saturnusmensen willen nooit, kunnen nooit, hun zekerheid verliezen. Toch is hij de meest mysterieuze en waardige planeet, zijn bewegingen zijn langzaam, maar doordacht. 

De planeet van de alchemisten, hij is "gierig" met zijn gaven, met zijn schatten, zijn zekerheid. 

Deze "gierigheid" maakt dat hij zijn levenskracht niet benut, daardoor is hij depressief. 

Hij moet meer doen aan innerlijke omzetting; niet stilstaan bij de feitelijkheden, maar hen bewerken. Jupiter is zijn steun, omdat de ether of de Jupiterische doorbraak (optimisme) hem van zijn starheid ontdoet. 

Ziekten: innerlijke ziekten, ingewanden, klieren, reuma. 

(huid, gebeente, schildklier, mineraalstoffenwisseling) 


De ziele-invloed (waarin de geest straalt) maakt hen allen goed; de demonische mens kwaadwillend maakt hen allen slecht. 

Geen planeet goed of slecht bepaalt de mens. 


OERZONDEN 

Alle oerzonden zijn ln aanleg aanwezig in de natuur; in de planten, de dieren, de mineralen. 

Maar alle oerdeugden eveneens. 

De mens, als autonoom schepsel kan erult puren hetgeen hij wil, of etherisch behoeft. 

Daar alles een gevolg is van wisselwerkingen en nooit van methoden, reageren de andere rijken, de dieren, planten, mineralen op de mens en niet andersom. 

Hetzij dat de mens innerlijk electro-magnetisch zwak is (medlamiek, willoos, afhankelijk). 

Iemand die zich door zijn oerzonde, zijnn planeet-karakteristiek laat leiden is een gevangene van de zeven demonen. 

Hij moet altijd de baas blijven, in alle opzichten. 

Dwang is altijd funest, onverschillig van wie of wat. 

De kosmos is het laboratorium van de mens, de tempel waarbinnen de Lichtzoon zijn alchemlsche of priesterlijke arbeid verricht.  De innerlijke mens staat boven de hôtri's, de zeven priesters die elkander niet kennen en zelrs elkander belemmeren in hun arbeid. 

Alle geestelijke groei, verlossing, inzicht en wat daamede samenhangt is gebonden aan de ziel, de onaardse essentie die in staat is de wet van zeven te doorbreken. 

Daarom is alles wat met een zevenheid te maken heeft: in ritualen, in mantrams, in symboliek, in godsdienst tweevoudig: demon en deus, licht en duister en nog zeker niet heilig. Daartoe moet de mens de legendarische poort van de ACHT doorgaan, waarbij Saturnus de wacht houdt, een minderwaardig baantje meent hij, maar wel een beslissende arbeid, zonder zijn kennis, verborgen weten, omdat hij in twee werelden kan zien, zonder zijn lood kan het goud des geestes niet vervaardigd worden. 

Niemand is slecht, ook niet één, zoals niemand goed is.  

Dat is niet belangrijk, het gaat om het heilige en het onheilige. 

Oerzonden zijn onheilige trillingsconcentraties, magnetische invloeden die ons ervan weerhouden het eigenlijke geestelijke werk voort te zetten. Iedereen bezit oerzonden, in aanleg dan wel in verbinding met zijn planetaire invloed geprononceerd. 

De zeven oerzonden uitdoen dat is de opdracht. 

Elk mens krijgt daarom zijn planetaire constellaties met daarmede de oerzonden mede, opdat hij hen alle in het aangezicht zal zien en zal overwinnen. 

Dat is de opdracht, van oudsher tot heden, en astrologie is slechts een minimaal en dikwijls misverstaan onderdeel daarin. 

Alle kennis in de natuur is er ten bate van de mens, hij moet zich deze kennis eigen maken, via, zoals de ouden zeiden, de intuïtie. 

Ga onder de sterrenhemel staan en proef, intuïtief, etherisch de wereld die om u is en die in u is.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene