97

Naar aanleiding van Paracelsus' Transplantatio , kwamen wij op het zevenvoudige omwendingsproces binnen de natuurvormen. U weet dat de alchemisten zeggen: bestudeer het Boek van het Geheim der Natuur en u zult de oplossing vinden. 

Wel, de onderzoekingen van Paracelsus bewezen deze alchemische stelling reeds, maar de hedendaagse onderzoekers vinden eveneens, hoewel onbewust, het bewijs van de noodzakelijke transplantatio of omwending. 

Wij kregen van één onzer vrienden een artikel toegestuurd over "de omwending der metalen" zoals dit kortgeleden door twee Nederlandse onderzoekers werd samengesteld. 

De "omwending der metalen" is een onderzoek dat men ongeveer 20 jaar geleden deed, maar die pas heden tot verdere ontwikkeling werd gebracht. 

Het merkwaardige van deze metaal-omwending is, en dat moet u, als spirituele zoeker en verwerkelijker van de transfiguratio, frapperen: dat er metaalvormen zijn die een veranderings-herinnering bezitten en altijd weer tot hun oude vorm terugkeren, en dat er metaalvormen zijn die gèèn vormveranderings-herinnering bezitten en deze kunnen de oude atomaire situatie niet meer terugvinden. 

Er zijn dus twee vaststaande feiten: er is een herinnering, of deze is er niet. 

Het metaal zonder herinneringsvermogen kan bij de terugweg uit drie verschillende richtingen kiezen. 

Er ontstaat dus een zoeken naar de juiste richting. 

Bij de mens is dit hetzelfde: hij kan de richting van het verstand uit, hij kan de richting van het hart uit, en hij kan de gulden middenweg nemen, de weg der juiste richting. 

Iemand met een gewekt, sterk herinneringsvermogen echter kiest toch altijd de juiste weg. Gezien de resultaten in de wereld, zijn er zeer weinig sterke herinneringsmensen, het overgrote deel is zijn herinnering kwijt, maar moet toch de terugweg volgen. 

De omwending der metalen geschiedt door een bepaalde hittegraad, de atomen worden uit hun toestand gestoten, en de vorm van het metaal verandert. 

Verhitting - zoals bij een geestelijk vuur - declareert zich naar buiten en kan de vorm veranderen. De omwending van de ziele-mens tot geestmens, is dus afhankelijk van de verhitting des geestes en de aanwezige ziele-herinnering. De terugweg - zoals de ziel bewandelen moet - ligt dus als wet in de oernatuur, in de pure natuurvorm besloten. 

Het is een geheimenis van de natuur dat er door haar Schepper werd ingeschapen.  

Het goud - de zon - is ingeschapen, zegt Paracelsus, het oerbeeld, als herinneringsvorm is ìn de  mens ìngeschapen op het moment dat hij de noodorde binnenging.  

Het goddelijke oerbeeld werd in de stofgeboren mens, de natuurvorm, besloten, opdat het - via een omwending - zijn goddelijke oervorm zou terugvinden. 

De wet der noodorde is erop ingesteld dat de ziele-mens zijn terugweg zou vinden, vandaar dat men in de gehele oer-natuur deze wet bij herhaling tegenkomt. 

U kunt dit oppervlakkig terugvinden bij de uitspraak: gelijk trekt gelijk aan.  

Er is slechts dit onderscheid: de natuur volgt de zevenvoudige wet dezer natuur, de ziel moet uit de zevenvoudige greep uitbreken om de goddelijkheid te hervinden. Duidelijk is echter te onderkennen dat slechts de pure natuurlijke vorm, het onbeschadigde ego of het edele lood, mee kan werken aan dit omwendigsproces. 

De atoomsamenstelling moet aan de natuurwet voldoen om door de hitte tot een omwending te kunnen komen. 

Er zijn diverse stadia van verhitting, en diverse stadia van atoom-verandering binnen de metaalvorm. 

Alle omwendings-processen vangen aan met hitte, waardoor een beweging binnen de atomen ontstaat. Het terugkeerproces begint met ver-assing onder invloed van een geweldige hitte. De ver-assing geeft reeds een omwending, een ego-omwending, die de basis voor de zieleterugkeer vormt. 

Er zijn dus twee processen noodzakelijk, die direct in elkander grijpen en het éérste proces, de ego-omwending is gehouden aan de zevenvoudige natuurwet of het zevenvoudige proces van transplantatio. De overgang van ziele- naar geest-mens is het grandioze proces van de achtste dag. 

De grensoverschrijding van noodorde naar Geestorde. 

Een ziele-mens kan men worden door verhitting, mits er een herinnering aanwezig is aan de val in de chaos, of aan het oerbeeld Gods.  

De twee soorten Stilte die Paracelsus in zijn derde graad: de oplossing, beschrijft zijn dus in overeenstemming met de ego-omwending èn de ziele-terugkeer. Binnen de ego-omwending leert het ego stil te worden, waarna de oerherinnering zo sterk wordt, dat de ziel de goddelijke devotie en haar "stil worden voor haar God" kan wedervinden.  

Iemand die een oerherinnering aan de voor-wereldlijke situatie bezit, kèèrt altijd weer tot zijn oervorm terug. 

Dàt is de troost. Het probleem ligt alléén in de aanwezigheid van de herinnering, hetzij labiel, hetzij actief, àls zij maar aanwezig is. 

En dan moet er - van buitenaf - hitte, geestelijk vuur op de mens worden gericht. Hoe sterker deze hitte wordt des te onrustiger de atomen, of, des te innerlijk bewogener deze mens wordt. Deze bewogenheid kàn leiden tot een omwending, daartoe moet de geestelijke hitte lang genoeg aanhouden, en intensief blijven. 

U kunt dit bij uzelf nagaan:  spirituele impulsen bewegen u tot een reactie, dikwijls tot een bepaalde levenshouding.  

U volgt - vrijwillig - door een innerlijke bewogenheid aangegrepen, een bepaalde gedragslijn, die in overeenstemming is met de daarop mogelijk volgende omwending.  

Men kan ook zeggen: u kiest de richting van de terugweg en trekt daaruit - vrijwillig - uw consequenties. 

Doet de mens dit niet dan is hij innerlijk niet voldoende bewogen geworden, anders gezegd: zijn atomaire structuur werd niet krachtig genoeg door de geest aangegrepen.  

Zoals ieder individu - afhankelijk van de sterkte van zijn oerherinnering - gevoelig is voor een bepaalde hitte-werking, zo zijn de metaalvormen ook gebonden aan bepaalde hitte-inwerkingen.  

Een ingeslapen ziele-herinnering moet een machtige geestelijke impuls ontvangen wil er een ziele-bewustzijn ontwaken. Ook de tijdsduur totdat de omwending zich voltrekt is afhankelijk van het materiaal. Maar als die omwending inzet geschiedt zij in een flits, een stip des tijds. 

In de metaal-omwending noemt men dit: omklappen, omdat het zo snel geschiedt. 

Is er niet gezegd: de transfiguratie vindt plaats in een oogwenk, een stip des tijds? 

De bewust geworden mens kan in een kort ogenblik van de ene leefsfeer naar de andere leefsfeer overgaan. Met het verkrijgen van inzicht aan de hand van de ziele-herinnering keert men een bepaalde leefwijze de rug toe. 

De innerlijke verhitting, uitgaande van de Geest, drijft de mens van binnenuit tot een levensnorm. Dit is dus een onontkoombare wet die men in de natuur tegenkomt. 

Cultuur, civilisatie, huichelarij trachten deze oerwet te bedekken, maar alle vormen keren tot hun oude vorm terug. Zowel stoffelijk als geestelijk is dit van toepassing. 

En vanuit deze "oude" vorm, deze oervorm kan de mens verder gaan tot een grens-overschrijding. Vandaar dat men ook slechts op basis van de innerlijke realiteit een ziele-proces kan voltrekken. Er moet altijd een oer-vorm, een bestaande materie aanwezig zijn, waarmee men kan arbeiden. 

Die hele omkleding met wetten, normen, religieuze vormen en schone theorieën heeft geen enkele zin, wanneer de mens zijn eigen "oude" vorm niet kent, zowel stoffelijk als geestelijk. 

De stoffelijke mens moet door een verhitting, of een ervaringsvuur, tot de herinnering aan de pure natuur komen, en de ziel, als atoom van de goddelijke mens, moet door een Geestvuur tot opwekking worden gebracht. 

Het atoom verandert niet, daarin ligt de herinnering besloten, zo zegt de wetenschap. De atomen waaruit wij, als stofgeboren mensen, zijn samengesteld, bezitten een herinnering aan een natuurlijke levensstaat, de intensiteit van het zwarte vuur, of van de aangrijpende ervaring binnen de disharmonie, doet het verlangen naar de oorspronkelijke natuurlijke staat wederkeren.  

Ziet u maar om u heen, er is alom een verlangen naar een natuurlijke levensstaat. 

En dat gebeurt vooral wanneer deze mens onontkoombaar geconfronteerd wordt met de misvorming, de chaos en de tegenstrijdigheid van de misleide natuur.  

De geestelijke impulsen worden sterker aan het einde van een era, zo zegt men; wel, de genade of de zegen van deze tijd is dat de kosmos dermate hevig door het geestvuur wordt aangegrepen dat er een bewogenheid ontstaat, die weer zijn reactie vindt in de natuurgeboren mens. 

De oerherinnering moet worden wakker geschud, omdat er een voorlopig einde in het zicht is. Sommige mensen reageren daarop door snel naar een natuurlijke levenshouding te zoeken, anderen reageren tweevoudig: zij zoeken naar een natuurlijke levens-toestand èn een voortarbeiden aan de ziele-terugkeer. 

Dit is afhankelijk van de ingeschapen herinnering. Het zoeken dat een groot deel van de mensheid momenteel beweegt, is het gevolg van een intensivering van de geestelijke hitte, die van BUITEN de zevenvoudige kosmos komt. 

Zowel kosmos als microkosmos, natuur als mens zijn bezig aan een "omwending", vandaar de verrassende ontdekkingen op allerlei gebied. 

De gehele natuur, als bestaansvorm, zoekt naar haar oude vorm, en dit kan samengaan met een ompoling en met merkwaardige gebeurtenissen. Maar al deze ontdekkingen in deze "omwendings-tijd", zullen voor de spirituele onderzoeker de waarheid van de noodzaak der innerlijke omwending bevestigen. 

De geheimen der natuur zijn voor ons een lering, een boek waarin de wetten van de Schepper staan opgetekend. Vooral nu de lang verborgen geheimen ontsluierd worden kan de spirituele mens intensiever op zijn innerlijke Weg vooruitkomen dan ooit. 

Mits hij gebruik maakt van de geboden kansen! 

Hiertoe moet zijn denken - wij herhalen het nogmaals -vrij zijn, het moet zich vrij, als op een innerlijk gebod naar de leringen kunnen toe bewegen. 

Uw denken arbeidt in overeenstemming met uw hunkering naar het herstel van de oer-oude vorm, de goddelijke beeltenis. Heel uw organisme, alle atomen van het basismateriaal nemen immers aan het omwendingsproces deel? 

Vandaar dat een krachtig ziele-herinneringsmens nooit de theorie der leringen èn de praktijk der leringen van elkander zal scheiden, want dat is onmogelijk! 

Een leer wordt levend door de praktijk, zo niet dan is de leer een etiket waarachter de leegte of de onwil, of de luiheid, of welke van de zeven hoofdzonden zich verbergt.  

Maar een etiket is altijd een vlag die een bedenkelijke lading dekt.  

Wat voor etiket de mens zichzelf ook opplakt, hij moet zich altijd op de één of andere dag declareren, daartoe dwingt hem het vuur, de hitte, de verhoogde trilling binnen de kosmos. 

Hoe sneller deze trilling wordt, des te sneller de declaratie plaatsvindt. Dit is natuurlijk eveneens afhankelijk van de individuele trillingssnelheid. 

In hoeverre kan de mens - individueel - meevibreren? 

Welke trilling zendt zijn eigen atomaire structuur uit? 

Deze in-eigen trilling kan nooit verdoezeld worden, zij behoort bij de mens en hij keert, al is het na jaren van schijn, toch weer tot deze trilling terug. 

Alle vorm keert tot zijn eigen trilling terug.  

Gelijk de uiterlijke vorm van de tijdelijke mens tot zijn vorm, de oermaterie, terugkeert als de levenstrillingen ophouden.  

Dit geldt voor alle scheppingvormen en voor alle geestelijke concentraties. Het is onmogelijk om door een dwang, zonder hitte of zonder geestelijk vuur, de oervorm te herstellen. 

Daarom is het vuur-element zo essentieel. 

Alles begint met vuur.  

Men kan een edel, een hoogstaand, een begaafd en een religieus mens zijn, wanneer men niet door de geest wordt bezield, gebeurt er niets, er vindt geen "omwending" plaats. 

U moet eens diep over de betekenis achter deze woorden doordenken: "door de geest worden bezield." 

De Geest is het Vuur, de scheppende trilling. Wanneer de hunkerende ziel niet door deze Geest wordt bevrucht, aangeraakt, blijft zij hongeren en de mens vindt de Terugweg niet. 

Er moet hitte zijn voor de omwending. 

Maar vooral de Hitte in de spirituele betekenis, de Oervorm van het Vuur, de Bron van alle schepping. 

God moet aanwezig zijn zo het omwendingsproces gaat plaatsvinden. En God is geen religieuze vorm, geen etiket, noch een filosofie. 

God is een intensieve hitte, die de mens verbranden kan. 

God is aanwezig in de zweepslag die de natuur en de mensheid momenteel krijgen. 

God is aanwezig in de onrust die de herinneringsmens voortjaagt en God is aanwezig in de tranen van geluk die de bezielde mens naar de ogen kunnen wellen. 

Wij bedoelen hier geen emotie en geen intellectuele extase, maar dat hervinden van die éne herkenningsmelodie. 

De Vader en ik zijn één! 

Moge uw hart geheeld worden in het oer-ritme van deze melodie, zoeker!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene