95

Wanneer wij over Paracelsus spreken naderen wij hem als arts en alchemist, want niemand heeft beter de omzetting der ziel begrepen dan hij. Hij vergelijkt de wetten der natuur met de wetten van de geest en komt tot de conclusie dat hetgeen in de schepping voltrokken wordt evenzeer in ziel en geest tot uitdrukking komt. 

Men behoeft nooit te menen dat de transfiguratio of de gnostieke ziele-bevrijding een tegen-natuurlijke lering zou zijn, in de egocentrische menselijke oren klinkt zij slechts afschrikwekkend, omdat alles wat aardgebonden is, zichzelf instinctmatig handhaven wil. 

De bewegende natuurwet, herstellende, opbouwende, het wiel van geboorte en dood in wanteling houdende, erkent en voltrekt echter een doorlopend proces van transfiguratie, van omzetting. 

Er zijn - zo meent Paracelsus -  zeven vormen van transfiguratie, hoewel zij alle doorlopen moeten worden, zijn zij in wezen één en dezelfde. 

Maar alle beginnen zij met de eerste trede: de verkalking. 

in tegenstelling tot een verstening, is de verkalking van Paracelsus een wordingsproces tot as, een uiteenvallen in een natuurlijk, lucht bevattend vuur. 

Zonder deze verkalking, zo zegt hij, is er geen voortgang mogelijk. 

Aan de hand van diverse voorbeelden uit de natuur, bewijst hij dat dit stervensproces in alle metalen, plantensoorten en diersoorten plaatsvindt. 

Hetgeen sterven gaat is echter de Mercurius, de ziel van het product en uit de purificatie van deze ziel, staat dan een nieuw product op. 

Alle scheppingen en schepselen bezitten een ziel, deze is afgestemd op de Schepper waartoe zij behoren. De schepselen die van de aarde zijn, bezitten een aardgerichte ziel, men kan dit het "ego" noemen, de enige scheppingen die niet absoluut bij de aarde behoren zijn de zielen der Lichtzonen, de "gevallen" zielen, die zich dan ook niet tot de aarde zullen richten. 

Zodra echter deze "gevallen" ziel in het stoflichaam wordt geplaatst zal zij - zoals dit in de natuur gebruikelijk is - een proces van transfiguratie of "omzetting" moeten ondergaan, wil zij tot haar oorspronkelijke vorm of Materia terugkeren. 

De alchemie is slechts het ontdekken van de oerwet der natuur en hierin een lering, een afspiegeling zien. 

De natuur, als groeiende uiterlijke vorm, is een maanmaterie en zij reflecteert hetgeen zich in het zonnehart of het hart Gods afspeelt. 

De ziel is geschapen naar het evenbeeld Gods, maar de natuur - in haar oorspronkelijke aanzicht - is de schepping Gods. 

Beide dragen dus de goddelijke trilling in zich, de natuur tijdelijk, de ziel eeuwig. De natuur volgt de zevenvoudige wet der natuur en beweegt zich daardoor in een kringloop, die dood en geboorte in zich besloten houdt. 

De ziel volgt deze zelfde wet tot aan de begrenzing der zevenheid en maakt daarna de sprong naar de universaliteit van het onbegrensde. 

Het onderscheid tussen de natuur en de Lichtzoon ligt in het verschil der ziel. De ziel is een trilling, een concentratie van energie, een nimmer stervende bundeling. 

De aarde-ziel in het aardgebonden wezen leeft, zolang de tijdelijke natuur door de genade Gods in beweging wordt gehouden.  

De goddelijke ziel bezit het eeuwige leven, omdat zij oorspronkelijk goddelijk is. 

De enige redding voor de disharmonische mens, voor de zieke, de stervende of de wanhopige, is de transplantatio, zegt Paracelsus en daarom verwijst hij alle geneeskunst  tenslotte naar de enige verlossing: (Medicijn) de omzetting in de oorspronkelijke vorm, de Materia Mater van de betreffende ziel. 

Materieel, stoffelijk gerichte mensen zuIlen daarom hun vrede vinden in een zuiver natuurlijke levenshouding.   

Zij zullen de oplossing voor hun ziekten en afwijkingen altijd kunnen zoeken in een terugkeer tot de natuur. Anders is het echter gesteld met de "gevallen Ziel of Lichtzoon", deze is NIET van deze natuur en vindt dus tenslotte geen bevrediging in een harmonische natuurlijke levenshouding, hoewel deze onontbeerlijk voor hem is. 

Terugkeer tot de natuur betekent voor de natuurgebonden, horizontaal gerichte mens een herstel van zijn materie, voor de ziel gerichte Lichtzoon is het slechts een uitgangspunt en nooit een terugkeer tot Zijn Materia. Om echter deze terugkeer te bewerkstelligen heeft iedere schepping en ieder schepsel de ziel nodig, moeten zij de eigen ziel blootleggen, herkennen.  

Iedere transfiguratio of transplantatio begint vanuit de ziel.  En alle wedergeboorte begint met een sterven op één van de zeven wijzen.   

Dit staat gelijk aan het sterven naar de zevenvoudige planetaire natuur. Om tot een goddelijk zelfbewustzijn terug te keren, moet de Lichtzoon allereerst zevenmaal hersteld worden, zevenmaal ondergaan, zevenmaal verbranden door een zevenvoudig vuur, zegt Paracelsus. 

Dit klinkt misschien heel ingewikkeld, maar in werkelijkheid is het eenvoudig: de alchemisten weten - en ook Henoch bevestigt dit - dat de zon en de geestzon een zevenvoudige werking hebben.  

Zijn stralen worden opgevangen door de zes planeten, terwijl de zevende straal uit de zon zelf komt. 

Iedere planetaire werking, opgewekt en gestimuleerd door de zon, moet dus herzien, hersteld worden.  

De alchemisten werkten met zeven verschillende vuuraanzichten, waardoor zeven verschilIende omzettingen plaats vonden, ieder naar de aard van het planetaire lichaam. 

Eenvoudig gezegd: de mens moet de ziel van iedere planeet-demon aangrijpen en in het vuur werpen. Elk van deze zielen sterft op een andere wijze: de één door verkalking, de ander door sublimatie, de volgende door oplossen, weer een andere door een verrotting, en door destilleren en door koaguleren en tenslotte berust de zevende werkzaamheid bij het "kleuren" of tingeren. Hetgeen onderstreept wat wij zeiden: het zevende of zonnemetaal, het goud, herstelt slechts haar adeldom, haar kleur wordt edel, niet pralend, maar glanzend dof goud. 

Het zich blind staren op dit regeneratieproces dat zich tweevoudig, stoffelijk en goddelijk bewijst, wil echter nog niet zeggen dat de volkomen transfiguratie een feit is.  Niemand neemt deel aan deze transfiguratie zo hij zijn ziel niet kent. Het overgrote deel der spirituele zoekers is op zoek naar de eigen ziel, zij kennen zichzelf niet en soms beseffen zij niet eens of zij een goddelijke dan wel een n aardse ziel bezitten.  

Logischerwijs voelt de aarde-ziel zich aangetrokken tot alle leringen die met de natuur, de aarde in al haar aspecten, verband houden, terwijl de goddelijke ziel onbevredigd blijft bij het bestuderen van allerlei wetenschappen. 

Hoewel zij kennis wil bezitten, voelt zij intuïtief aan dat de oplossing voor haar op een ander terrein ligt, een gebied dat zich buiten deze zevenvoudige natuur ophoudt. 

De heilige zevengeest, zoals de geestzon dikwijls wordt genoemd, is voor haar een middelaar, maar geen doel.  

De Iering der transplantatio of transfiguratie is vrijwel geheel verloren gegaan, omdat de mens reeds onder het niveau van de natuur is uitgezakt. 

Dit wordt bewezen door zijn gedragingen, door de gedragingen van vrijwel geheel de natuur trouwens, die door de mens wordt medegesleept, daar hij "over de natuur werd gesteld", zoals in het Genesis-boek staat.  

De mens is dus in werkelijkheid de leider der natuur, en kan deze, omdat zij een maanproduct is, meeslepen in een degeneratie, dan wel in een regeneratie. 

Het is echter, zoals wij allen weten, een degeneratie geworden. De dood. de vernietiging, de plutonische en demonische verbreking, (zonder weder-opbouw), heeft de schepping en de mensheid in zijn macht. 

Men eet elkander en wordt door elkander opgegeten. 

De drijfveer is dood, verdoemenis, geweld, een vorm van ondoenlijkheid en onnatuurlijkheid. 

Daarom is de wet van de zesde scheppingsdag, de dag dat de ziel in het geschapene werd geplaatst nimmer tot een volkomen openbaring gekomen. 

De zesde scheppingsdag spreekt van de harmonie, het leven en laten leven, en het wordingsproces van de aarde-ziel èn de goddelijke ziel. 

Zoals de zeven scheppingsdagen de schepping tot aanschijn brachten, zo zullen zeven scheppingsdagen de goddelijke sfeer wederom naderbij brengen, opdat de achtste dag, de dag waarvan God zegt in het Boek Henoch: "dit is de dag van mijn eerste niet-doen, het Begin van alles." 

De zeven scheppingsdagen zijn de zeven omwendings-processen, elk vertegenwoordigd door een straal van het zevenvoudige vuur. 

De huidige wereld en de natuur zijn ziek, omdat de mens in zijn verbeelding, zijn maanwerking, ziek en disharmonisch is geworden.   

In zijn beeldende vermogen schept de mens ongoddelijke beelden, hij besmeurt de sfeer van het zevenvoudige gebied der natuur, en hij roept geen enkele regeneratie naderbij. 

Integendeel, hij verhindert de inwerking van de genezende, heiligende geest-zonnestralen. 

De herscheppingsfase is reeds blijven steken bij de eerste dag of de verkalking, het tot aanschijn roepen van een pure, hernieuwde materie: de as, het lood, waarop de herschepping zich gaat baseren. 

Deze as verkrijgt men door middel van de inwerking van Mercurius of de ziel, en, in onszelf en om onszelf ziende, kunnen wij niet anders constateren dan dat vrijwel alle zoekers bezig zijn deze eerste dag te realiseren. 

De mislukkingen zijn vele! 

Men komt tot een verkalking, een vernietiging door een verkeerd vuur, en hetgeen soms overblijft bezit geen hernieuwings-mogelijkheid, maar is tot dode stof geworden.  Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren, citeert de atheïst gaarne. 

Niettemin liggen in deze woorden het geheimenis van een transfiguratie, die echter niet gevat kan worden door de aarde-ziel, want zij keert waarlijk tot haar eigen stof terug.  De Materie keert echter ook tot haar Materia terug. 

Dit is een wet.  

Hetgeen tot God behoort zal tot God terugkeren, hetgeen tot de aarde behoort zal tot de aarde terugkeren.  

Indien men niet kan geloven in een voortbestaan, in een eeuwigheid, in God, bewijst dit dat de aarde-ziel niet verder kan denken dan de begrenzing dezer aarde. 

Er is geen discussie mogelijk tussen een aarde-ziel en een goddelijke ziel. 

Uit hun handelingen bewijzen beide hun afkomst.  

Men kan nooit zeggen: "Ik heb een goddelijke ziel." 

Koninklijke, goddelijke afstamming moet bewezen worden.  

Zoals materiële, aardgebonden gerichtheid zich altijd bewijst.  

De aardgebonden ziel vindt haar doel en levenskracht in de zevenvoudige natuur, de goddelijke ziel, de gevallen Lichtzoon zoekt zijn doel in de uitbraak der zevenvoudige gevangenis; en zo hij kennis draagt van de oplossing en de ziele-verlossing, maar hij adoreert niettemin de zevenvoudige begrenzing, bewijst hij een bewuste Godloochenaar te zijn. Hij is dan slechts een ego-aanbidder, zich amuserende met al de weerspiegelingen binnen de zevenvoudige gevangenis. 

Het Godsbeeld dat wij hier ontmoeten is altijd begrensd, omdat HET zich gevangen gegeven heeft aan de zevenvoudige natuur.  

Wij moeten God, de Universaliteit, bereiken via deze beeltenissen, maar de onbegrensde rijkdom van de universele Goddelijkheid vinden wij slechts wanneer de ziel haar Kennis ontvouwt. 

In de ziel kunnen de zeven grenzen overschreden worden, MITS zij bereid is te transfigureren via de zeven herscheppingen. 

Het zij u tot een troost dat, zodra de eerste omzetting voltrokken is de andere werkingen automatisch volgen. 

Het gaat slechts om de eerste stap, het Goede Begin, het Eerste Uur, zegt Apollonius van Tyana, het gaat om het tot aanschijn brengen van de Eerste Dag: het voortbrengen van de Materia Mater, waarbij de Geest over de wateren zweeft. 

Voor hem, die het verstaan kan, is de oplossing zeer eenvoudig. Voor hen die het niet verstaat, is de oplossing een onoverkomelijke barricade. 

Beweeg daarom niet in uw egocentrische denken, noch in uw egocentrische gevoelens, maar wordt gelijk de leeuwenwelp, het symbool uwer persoonlijkheid, het is dood bij de geboorte, en kan slechts ontwaken door het vreselijke gebrul van zijn ouders, zegt Paracelsus.  

Luistert het ego naar het gebrul van de materie, zijn vader-moeder, dan wordt hij tot een koning, een laffe aanvaller, een heerser en een pronker. 

Vergeet echter dit zinnebeeld niet, de leeuw is dood bij zijn geboorte. Voor de Lichtzoon is dit "dode" leeuwenlichaam een tijdelijke woonplaats, en er is hem nooit opgedragen de leeuw te maken tot een heerser in het tehuis van de ziel. 

Hij, die nog ontkomen kan aan het leeuwengebrul der materie, hij grijpe de kans voordat de tijden zich toesluiten.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene