94

De moderne wetenschap komt meer en meer tot het inzicht dat men te ver afdwaalt van de basis der natuurwetenschappen. 

Een geleerde en wijsgeer als Paracelsus, in zijn eigen tijd verguisd, wordt steeds meer voor het voetlicht geplaatst. 

Astrologie, magie, kruidenkunde, hypnose, natuurwetenschap, kortom alle geheimen van natuur en mens werden door hem bestudeerd en aangewend als geneestherapie. Niets is harmonischer, en evenwichtiger dan de verhouding hemel en aarde, zoals de mens in harmonische verhouding moet komen tot God. 

De levensgang des mensen is er slechts op gericht een transplantatie van de zes planeten te bewerkstelligen, alle zes planeten kunnen transplanteren, veranderen in hun hemelse zelf, behalve de zon, die op zichzelf reeds het beste is wat er bestaat.  

U verstaat dat deze woorden van Paracelsus een zeer diepe betekenis hebben. 

De zeven Arcana of verborgen heilmiddelen zijn er slechts op gericht een demonische planetaire werking om te zetten in een hemelse of transfigurerende werking. 

De mens bezit een aards lichaam, geregeerd door de demonische machten der planeten, maar hij bezit eveneens een hemels lichaam dat echter nog niet werkzaam is. 

Deze transplantatie kan door de mens slechts voltrokken worden wanneer hij "gezond" d.w.z. in het bezit is van de natuurlijke, stoffelijke werking der zeven demonen, of planeten. 

Ziekten bewijzen dat de ongoddelijke werking der planeten beneden hun minimale harmonie zijn uitgezakt en daardoor verstoring teweeg brengen. 

Onder alle Arcana neemt Antimonium een bijzondere plaats in, daar het in staat is de ongunstige demonische Saturnus om te wisselen in Venuskracht. 

Denken wij hierbij even aan het Scheikundig Huwelijk van Christiaan Rosencreutz waarbij Saturnus, de poortwachter, aan zijn ambt werd geketend, omdat hij Venus had aansohouwd.  

Een demonische Saturnus betekent verstarring, egocentrische verharding, onbeweeglijkheid van hart en hoofd, wordt hij door het antimonium omgewisseld in Venus, dan is het hart opnieuw werkzaam; de mens wordt opengebroken en behoort wederom tot de levenden. 

Hij kan, via deze hartwerkzaamheid opnieuw beginnen een verbinding te maken tussen Hemel en aarde, God en zichzelf. Door dit Arcanum, zegt Paracelsus, ontvangt de mens een ander hemellichaam, hij verandert, transfigureert, overschrijdt een grens.  

Hij wordt een Godsaanbidder en ontvangt het hemellichaam dat bij hem behoort. Het rijk der mysterieplaneten wordt betreden, waardoor er een hogere, spirituele hartwerkzaamheid actief wordt. 

Paracelsus onderschrijft de leer van de omwending der planetaire werkingen, of de bekering van de zeven gemeenten in Asia, want, zo zegt hij, slechts de planeten van het middelgebied, het middelende gebied, of Asia, zijn om te wenden, maar de zon is het beste dat er is. 

De zon wordt niet "omgewend", maar gereinigd. 

Het goud is de bekroning van de omwending der zes planetaire werkingen in de mens. Het antimonium is het medicijn dat de spirituele mens ontvangt wanneer hij de grens tussen stof en geest gaat overschrijden, het is het heilmiddel voor de zieke, die lijdt aan teringachtige aandoeningen, verschijnselen die wijzen op een parasitisme van het zelf, een gebrek aan hogere levenskracht-toevoer. 

Men is dan opgesloten in de kringloop binnen het eigen denk- en gevoelsleven, men teert op zichzelf. 

Antimonium brengt een doorbraak van deze kringloop, het valt de saturnale macht aan, ontrukt de patiënt aan de wurggreep van satan, of Saturnus. 

Dààr waar de mens niet op eenvoudige, natuurlijke wijze te genezen is, d.w.z. waar hij niet meer te helpen is door een kruidentherapie, of een hulpmiddel via het geloof, moet er gezocht worden naar een transplantatio, een omzetting, gezien de mens dan op een volkomen verkeerde levensweg is beland. Iemand die ongeneeslijk ziek LIJKT, werd door het leven met zijn rug tegen een muur geplaatst en moet zijn heil zoeken in een "omwending". Zo niet, dan sleept zijn ziekbed hem in de dood, en zijn "omwending" wordt de taak van de volgende bewoner in zijn microkosmos. 

Er wordt onnoemelijk veel geleden, omdat de mens de oorzaken der ziekten niet kent, omdat hij niet wéét wat voor bedoeling zij hebben, waartoe zij kunnen leiden. 

Paracelsus noemt enige ziekten die slechts door "de omwending" genezen kunnen worden, ziekten die door de hedendaagse geneeswijze nog steeds niet afdoende overwonnen werden. 

De dood treedt natuurlijkerwijze in wanneer de trillingen des levens zijn uitgevibreerd, ziekten verzwakken de levenstrilling, veroorzaken daarom een vroegtijdige dood. 

Tranplantatie of "omzetting" heft de mens op in een andere trillings-sfeer, waardoor de dood overwonnen wordt. 

Dit is zowel stoffelijk als geestelijk te beredeneren. 

Men moet zich aan een demonische planetaire werking onttrekken en zich plaatsen onder een àndere invloedssfeer, hierdoor heft men het ziektebeeld op en gaat dus een trede verder op de ladder tot de voleinding.  

Langs de weg der geleidelijkheid komt de mens tot de ineigen harmonie, ziekten dwingen de mens dikwijls tot het veranderen van levensinstelling, van inzicht, van gerichtheid. 

Deze verandering houdt groei in, het zich gaan bewegen op een andere sport van de levensladder. Veel psychische aandoeningen vinden hun oorzaak in een storing in het beeldende vermogen, in de maanwerkzaamheid. 

Bestrijdt de maan met haar gelijke; zegt Paracelsus en dien zilver toe.  

Alle zes planeten kunnen bestreden worden door hun eigen metalen als heilmiddel, als magische werkzaamheid.  

Slechts het goud kan ziekten van de ziel genezen, aandoeningen die voortkomen uit een falen van de ziel en een gewetensconflict in de mens; goud geneest het hart, dààr waar het ziek is door een schuldcomplex.  

Maar antimonium ontrukt de mens aan de dood, een sterven binnen het ik, het plaatst de mens - hij die zichzelf vernietigt - opnieuw voor de wijde verten. 

Transplantatio, zegt Paracelsus, is geen verjonging, geen gedaanteverwisseling, maar een nieuwe planting, een enting op een oude stok. 

U kunt, als spiritueel onderzoeker, deze woorden van Paracelsus van toepassing brengen op de alchemische omzetting, die de oude mens - het lood, Saturnus - wil omzetten in het goud, het Sol. 

De oude mens gaat op in de nieuwe mens, hoewel beide uit de wortel van Saturnus, of het lood zijn ontstaan.  

Er zal een rijsje voortkomen uit de oude stam, zo zegt de Bijbel.  

Er is slechts één aarde, de Materie Mater, het is de Materie waaruit God Hemel en Aarde schiep, het is de Materie waaruit ziel, stof en geest gevormd kunnen worden.  

Het is slechts een kwestie van Transplantatio. 

Het IK is een vrucht van de demonisch planetaire werkingen, de strijd tegen het Ik is nutteloos, omdat het instinctief reageert op de demonische machten. 

Er is slechts een transplantatio, een omwisseling nodig, waarbij het antimonium, de levensbestendiger actief werkzaam moet zijn.   

Ieder mens komt in zijn leven voor de tweesprong te staan, hetzij door ziekte, hetzij door omstandigheden, hetzij door gewetensconflicten. 

Op zulk een moment kàn het antimonium als regenererende trillingswerkzaamheid, komende vanuit het goddelijk astrale gebied, deze mens "genezen", op een opgaande weg plaatsen, zo niet, dan gaat deze mens "dood", hetzij stoffelijk, hetzij geestelijk.  

U kunt dit natuurlijk herhaalde malen om u heen zien gebeuren. Het antimonium wordt instinctief, onbewust, maar als een natuurlijke reactie, door de mens afgewezen. 

U kunt ook zeggen: de wacht aan de poort wordt niet aanvaard door de pelgrim, hij keert terug tot de oude bedeling. 

Dit is afhankelijk van de zonne-werzaamheid in de mens. 

De zon, zo zegt Paracelsus, kan men niet veranderen, zij is ingeboren. Niemand kan zijn eigen inborst veranderen, hij kan slechts de zes planeten omzetten, hij kan zijn herkenbare gedragingen veranderen, zijn denkwereld herscheppen, zijn gevoelswereld opnieuw richten, waardoor zijn zon niet verandert, maar wel verpuurd wordt, het goud wordt anders van glans, het veredelt. 

Goud - zon - is ingeboren. 

Het goud wordt door de zes planetaire inwerkingen verontreinigd, wordt tot een imitatie-schittering. 

Daarom is de hoogmoed, de hoofdzonde van de zon, zulk een bijna onuitroeibare aandoening, zij kwelt zichzelf, haar ziekte zit in het zelf.  

Hoogmoed is een terings-ziekte, een aandoening die slechts door het antimonium is te genezen en dat betekent: keiharde, meedogenloze, diep ingrijpende verbreking van de persoonlijkheid. Hoogmoed, als ziekte van de zon, grijpt het geestelijke fundament van de mens aan, men kan zulk een hoofdzonde niet vernietigen, maar slechts hardhandig, tot op de bodem reinigen.  

Paracelsus zegt: de zon is ingeboren, hoogmoed is dus een diep ingewortelde ik-aandoening, die nooit door een medicijn van één der andere planeten te genezen is, maar slechts van onderen-op met wortel en al uitgerukt kan worden. 

De hoogmoedige mens spreekt slechts van zichzelf en over zichzelf, om deze ik-adoratie op te heffen moet het hart getroffen worden door een àndere vervulling. 

Het IK kan niet worden vernietigd, want zonder IK komt men nooit tot het bewustzijn van de noodzaak voor de transplantatio. 

Het IK moet zuiver lood worden, het denken en het gevoelen moeten worden vervuld van de ziele-werking die vanuit het Goddelijke de natuur binnentreedt.  

Men kan nooit zeggen: Ik wordt een IKloos mens, maar doordat denken en gevoelen gezuiverd worden, krijgen zij interesse voor geestelijke werkingen. 

Allereerst moet de zoekende pelgrim, afgaande op zijn hunkering naar spiritualiteit, zich verdiepen in geestelijke waarden, hierdoor verbindt hij de ziel met andere trillingen.  Het openstellen des harten - zijnde de hunkering - is het begin waarna het hoofd, het denken vertrouwd moet worden gemaakt met hogere waarden. 

Blijft het hart openstaan, onbevooroordeeld, vertrouwend, niet verziekt door wantrouwen, bitterheid, of egocentriciteit, dan vindt het intuïtief zijn weg naar de juiste geestelijke trillingen.  

Dan behoeft de mens geen uitleggingen meer, noch wetten. 

De intuïtie roept het geweten tot actie op, en beide gaan zij een éénheid vormen. Dan is er geen sprake meer van een onderscheid in gewetenszaken, bewust spirituele, intuïtief ontwaakte mensen, kennen slechts dezelfde gewetensnorm. 

De werkingen die de mens intuïtie en geweten noemt zijn slechts flauwe afschaduwingen van de oorspronkelijke gaven, de demonische werkingen der zeven planeten hebben beide oorspronkelijke zielegaven vervormd en zij zijn vrijwel uitsluitend actief op het horizontale, stoffelijke niveau. 

Paracelsus kende het geheim van de alchemie: de omzetting brengt de eeuwigheid. 

Het antimonium ontrukt de mens aan de versteningsdood. 

Alle vernieuwing groeit op uit de Één, de Wortel van alle Zijn, het hart, de Schepper en Levendrager van het Universum.  

Op de stam van Zijn levensboom groeien de zeven vruchten uit, tot de schoonheid van een nieuw Hemellichaam, die door het antimonium tot zijn eigen sfeer wordt geleid. 

Hij, die zijn intuïtie laat werken verstaat de beeldspraak van deze woorden en handelt ernaar.  

Dan ontvangt hij de kroon der eeuwigheid.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene