88 - Tin II

De zeven metalen staan in nauwe verbintenis met de innerlijke en uiterlijke menselijke gedragingen. 

Het ijzer bevordert agressiviteit en moed; 

het koper bewerkt verbintenissen en ontvankelijkheid; 

het zilver reflecteert de verborgen activiteit; 

het lood versterkt de vorm; 

het kwik geleidt; 

het tin rangschikt. 

Dit zijn in het kort de activiteiten der zeven metalen en hun gezamenlijke werk bepaalt ons handelingsleven, ons denken, ons gevoelen. 

De disharmonische gesteldheid van elk der zeven metalen veroorzaakt ziekte, zoals wij leverkwalen kunnen wijten aan de verstoorde activiteit van het tin. 

Wij spraken u daar de vorige week over. 

Deze metalen vertegenwoordigen zowel stoffelijke als geestelijke reacties. 

Ook zij zullen moeten transfigureren, zullen zich moeten omzetten, als onderdeel van de spirituele omzetting van de mens. 

Een metaal dat door een sterke ziele-instraling bezig is zich om te zetten, verlegt zijn arbeid op het spirituele vlak, en helpt daarbij de kandidaat spirituele handelingen te volvoeren. 

Het ijzer zal doorzettingsvermogen scheppen; 

het koper een spirituele ontvankelijkheid; 

het zilver een weerkaatsen van de ziele-beelden; 

het lood een vastbesloten gerichtheid; 

het kwik een spirituele intelligentie; 

en het tin zal de mens etherisch verfijnen. 

Deze spirituele activiteit hangt natuurlijk samen met de spirituele arbeid van de zeven planeten, of de zevengeest. 

Hun stoffelijke, gedegenereerde reacties worden geconcentreerd in de zeven hoofdzonden. 

Het tin animeert de gulzigheid, de zonde van Jupiter. 

Een gulzig mens, hetzij stoffelijk, hetzij geestelijk, wil zichzelf zat eten aan hetgeen hij "lekker" vindt, of hetgeen hij "interessant dan wel spiritueel" vindt. 

De stoffelijke zonde gaat via de tong en het daarin besloten tin-element; de noch stoffelijke noch geestelijke activiteit, de z.g. tussenwerking gaat via de huid, die trillingen opneemt als een spons, waardoor de mens bepaalde situaties, "zat" kan worden. 

De spirituele gulzigheid wreekt zich in de lever, spirituele gulzigheid is een onoordeelkundig absorberen van etherische of spirituele voeding. 

Mediamieke mensen staan open voor vrijwel alle etherische trillingen, zowel grove dan wel fijne trillingen. 

Zij overvoeden zichzelf, waardoor de lever verstek laat gaan. 

Organische kwalen waarmee mens geboren wordt, zijn altijd een erfenis uit het microkosmische verleden. 

Men kan die opheffen door een radicaal veranderde levenswijze. 

Actuele organische stoornissen zou de mens kunnen genezen door inzicht en een verandering van levenshouding en levensomstandigheden. 

Het komt echter maar al te dikwijls voor dat de mens het inzicht bezit, maar de wil of de moed niet heeft om de consequenties van zijn inzicht te trekken. 

Het is geen wonder dat zulk een mens met al zijn kwalen blijft sukkelen. 

Consequent reageren, moed tonen, zijn gaven van het ijzer. 

De moed en de "drift" vàn het ijzer kunnen beteugeld worden door de kwaliteit van een ander metaal, 

Harmonie is altijd daar aanwezig waar de metalen, de Zeven Gemeenten in Asia, op elkander afgestemd zijn en elkander stimuleren dan wel afremmen. 

Wanneer de mens veroudert, wordt zijn huid een getuigenis van zijn ervaringsleven, de huid tekent zijn indrukken op. 

Oude, waarlijk wijze mensen stralen een begrip, een lankmoedigheid en een mededogen uit, die de jongere mens tot zich trekt. 

Deze uitstraling is mede te danken aan de werkzaamheid van het tin in de ha huid, dat de mens gerangschikt heeft onder de "wijzen", dan wel onder de "ledigen." 

Ook op oudere leeftijd kan men bemerken hoe het tin van de tong en het tin van de huid zich op elkander gaan afstemmen; de tong draagt wijsheid over of zinloos gebabbel. 

De mens zal zich - of hij wil of niet - altijd verraden tegenover de opmerkzame waarnemer, omdat de werking der metalen nooit liegen kan, zij werken zoals ze zijn. 

Juist dit tegengaan of tegenwerken van zijn eigen metalen wekt in de mens, vooral in de spirituele kandidaat, een ziektebeeld op. 

Ieder metaal-element zet zichzelf door, of de mens dit wil of niet. 

Schaamte, angst, onwil zijn aspecten die een innerlijke strijd ontketenen, waardoor er een disharmonie optreedt. 

Veel mensen willen zo graag ànders zijn, dàn zij zijn en daarom suggereren zij zichzelf een bepaalde levenshouding of een bepaalde status. 

Niettemin spreken hun innerlijke metalen hun eigen taal. 

Gevolg is: ziekte, nerveuze stoornissen.  

De "missing link" ligt wederom bij het inzicht, waarvan de consequenties niet worden getrokken. 

Het is helemaal geen nieuws wat wij u zeggen, het is slechts de vinger op de wonde plek leggen, opdat u het schrijnen gevoelt en er daardoor misschien daadwerkelijk iets aan gaat doen. 

Het tin, als Jupiter-element, vertelt aan de buitenwereld wie wij zijn, wanneer wij ouder worden. 

De jonge mens kent nog de levendigheid, de mogelijkheid van het kwik, het meegevoerd worden met Mercurius over de Styx. 

De oude mens gaat over naar Jupiter, zo hij Mercurius heeft afgewezen en er wordt een stempel op hem gedrukt, waaronder hij niet meer vermag uit te komen. 

Men zegt toch wel eens: "Hij is te oud, hij verandert niet meer!" 

Inderdaad. 

De oude stofgeboren mens, die zijn inzicht niet levend houdt, die zich te vermoeid gevoelt voor het levendige kwikzilverachtige element van de inademing en uitademing der spirituele ideeën, verandert niet meer, omdat hij aan metaal-vermoeidheid lijdt. 

Tenslotte komt de dood, als her saturnale einde dat de stofvorm wederom tot de stof terugbrengt. 

Dit behoeft echter geenszins het geval te zijn bij de spiritueel wakkere mens. 

Deze houdt zijn elementen werkzaam, en vooral: het Hermes-metaal schenkt hem een innerlijke levendigheid, een soepelheid die ver boven elke lichamelijke activiteit uitgaat. 

Deze oude mens wordt dan een "wijze", iemand waarin de zeven metalen op edele manier samenwerken.  

U zult waarschijnlijk weten dat een spiritueel, innerlijk actief mens lang zijn jeugdige kwaliteiten behoudt, hoewel hij uiterlijk oud lijkt. 

Zulk een spirituele jeugd zal uit zijn ogen stralen, die uit zijn mond als diepzinnige woorden vloeit, en die uit zijn huid de medemens tegenstraalt. 

De uitbeelding der Griekse Godheden was in overeenstemming met de werking van de metalen. 

Daarom beeldde men Hermes (Mercurius) als een

jonge God uit, maar Zeus als een oude, wijsgerige man, met een doorgroefd gelaat. 

Deze kennis omtrent de metalen is een zeer oude volks-overlevering en men benutte deze reeds in het Atlantische tijdperk. 

Heden is er veel van deze kennis verloren gegaan, omdat de mens de intuïtieve binding met de natuur en haar rijken mist. 

Dààr waar geen binding meer is, wordt er geen leer of geen boodschap meer overgebracht. 

Hieruit volgt ledigheid, het ontbreken van wijsheid, waarnaar de hedendaagse mens weer zo intensief kan verlangen. 

Alle werkingen, uitdrukkingen en reacties hangen echter zo nauw met elkander samen, dat het één niet zonder het ander kan bestaan, noch kan worden gerealiseerd. 

Nu, in deze moderne, geïndustrialiseerde tijd, de werkzaamheid van de vier aarde-rijken worden ondervangen, vernietigd, dan wel vervormd, mist de mens het contact met zijn omgeving, zoals chemische voedingsmiddelen, tegennatuurlijke verpakkingsmiddelen en nog veel meer onnatuurlijke uitvindingen, een rem vormen tussen de wisselwerking mens en natuur. 

Er is, zoals u weet, een drievoudige werkzaamheid nodig om tot goddelijkheid of tot God te komen: God - geest - ziel; maar tevens: ziel - mens - natuur. 

De ziel is afhankelijk, van onderen op, van de harmonie tussen mens en natuur, en deze harmonie wordt de mens van buitenaf ontnomen. 

Men wil altijd, zoals in de moderne geneeskunde, het gevolg, het kwaad, wegnemen, maar men vergeet de oorzaak op te sporen. 

Zo gaat het ook in de spiritualiteit: mislukking vindt zijn oorzaak in een diep verborgen disharmonie. 

Men kan zulk een mislukking niet wegnemen door iets anders te proberen, want ook dit zal mislukken. 

Men moet het innerlijke kruispunt vinden, waarop er iets is misgegaan en van daaruit kan men met succes verder gaan bouwen. 

Wanneer ons enige kwaliteiten van bepaalde metaal-elementen ontbreken, dan moeten wij onszelf afvragen: Hoe is dat ontstaan en hoe verhelp ik mijn gebrek. 

En dan komt men altijd terecht bij een rectificatie van de momentele levenshouding, die wederom gebaseerd is in het denken. 

De jonge mens bezit veelal nog geen spirituele wijsheid, omdat hij teveel - gezien zijn structuur - op de stof is gericht,

maar daardoor wil hij wijsheid zoeken, zijn eigen wijsheid aanvullen, door bij de oude mens te rade te gaan. 

Ook deze wisselwerking is echter weggevallen. 

De spirituele ontvankelijkheid, als resultaat van een positieve sterke ijzer-werking, samengaande met een onbevooroordeelde, reine, en open hart-instelling als koper-werkzaamheid, ontbreekt vrijwel de meeste mensen. 

De ontwikkeling der metaal-activiteiten in de mens vormt een weg-omhoog, een weg-terug: het begin ligt gebed in de ijzer-koper verhouding, en het einde culmineert in het goud, de zon. 

De ondergeschikte werkzaamheid dezer 6 metalen geeft zich uiteindelijk over aan de zon, op één voorwaarde: 

dat het lood zijn verstarring opgeeft, zijn liefde tot vormen, begrenzen, verloochent. 

De verhouding van mens tot mens is veranderd, ontwricht, omdat de mens zelf ontwricht is. 

Het nastreven van het eigen belang is tot een ziekelijke obsessie geworden en desorganiseert het denken en het gevoelen van de mens. 

Vanuit dit verziekte denken en gevoelen benadert hij zijn medemensen, waardoor een harmonisch belangeloos liefde-contact niet mogelijk is. 

Eenzaamheid is de gesel van deze geïndividualiseerde tijd, omdat de mens zich steeds meer opsluit in zichzelf, in de vorm. 

Een disharmonische tin-werking bewerkt afscheiding van zijn medemensen, een disharmonische Saturnus of lood-werking veroorzaakt een verharde individualisatie, het coûte que coûte funderen van een egocentrische privacy. 

Deze saturnale werking is natuurlijk zeer actief in deze Aquarius-era, waarin de spirituele Uranus-kracht geen ingang gevonden heeft. 

In deze tijd zien wij hoe de tragedie van de vervloeking der Zeven Gemeenten uit Asia zich aan het voltrekken is. 

Niet omdat God, of een Hogere Macht dit zo graag wil, maar omdat de zeven zondige geesten niet tot een volkomen reiniging meer kunnen komen. 

Zij hebben zichzelf vergiftigd zoals de mens zichzelf vergiftigt, en de Weg-Terug blijft een vrome wens, zolang de oorzaak NIET wordt aangegrepen. 

De protesterende, verontruste mens grijpt in wanhoop de resultaten aan, hij wil het kwaad uitdelgen, maar hij vermag de oorzaak niet te vinden, omdat die in ieder individu verborgen blijft. 

Het wangedrag van veel individuen tezamen voltrekt het oordeel over de natuur en de mensheid, de massa volgt het individu, zij is als een log beest dat door een felle zweep in bedwang kan worden gehouden. 

Hij, die de zweep hanteert én de richting aangeeft, hij is verantwoordelijk. 

En deze leidende figuren zijn zij, die vermogen te denken en ernaar handelen. 

Dit geschiedt maar al te dikwijls in misleidende zin, zelfs in misdadige zin, waarom zou dit ook niet ten goede, in opwaartse spirituele zin kunnen geschieden? 

Hij, die het inzicht bezit en dat zijn er velen, volge de Weg die hij voor zich ziet! 

Zo hij zich hieraan consequent houdt, zullen de resultaten niet op zich laten wachten. 

Zijn gezondmaking, zijn heiligmaking, spiritueel en stoffelijk, zullen een blijde getuigenis vormen. 

Hij, die weet dat deze Waarheid realiseerbaar is, werke aan deze Opdracht Gods, opdat ook de wereld wete !

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene