84 - Lood en zilver in en om de mens

Ieder mens geeft uitdrukking aan zijn innerlijke staat-van-zijn door middel van zijn handelwijze; zijn elementen-tekening dwingt hem tot een bepaalde levenshouding, mits deze mens onbewust en instinctmatig leeft. 

Alle vormen van disharmonie in de levens-instelling komen voort uit de onevenwichtige samenstelling der elementen. 

Lichamelijk evenwicht en geestelijk evenwicht gaan maar àl te dikwijls samen. 

Hetgeen absoluut niet wil zeggen dat een uiterlijk gezond en krachtig mens een spiritueel mens zou zijn. 

Er moet een evenwicht zijn tussen natuurlijke en geestelijke ademhaling, tussen natuur en geest, wil de mens de bezieling vinden, die voor een edele levenshouding zo noodzakelijk is. 

Het is vrij vanzelfsprekend dat de metalen in ons levens-systeem juist dààr aangewend worden waar zij zichzelf kunnen uitleven, gelijk wij zagen met koper en ijzer en zoals wij zullen zien met lood. 

Lood, als het metaal van Saturnus, geeft direct gehoor aan zijn saturnale roeping wanneer het een afsluitende functie bezit. 

Een afsluiting in de vorm van gevangen-neming, die soms tot bescherming voert. 

Wij bespraken reeds eerder hoe het lood de mens beschermt tegen röntgen-stralen en hem daardoor behoedt tegen de mysterie-stralingen waar hij nog niet toe geadeld is. 

Gelijk Saturnus zelf de taak van poortwachter,

afsluiter van de sfeer der zeven planeten vervult. 

Overal waar het lood wordt aangewend moet het een bepaalde materie, een sfeer, een bedoeling opsluiten, beperken. 

In de boekdrukkunst werd het lood aangewend om de gedachte te beperken binnen de letter, het boek. 

Saturnus en het lood roepen de mens en zijn handelingen een "halt" toe, zoals wij tevens bespraken bij de saturnale poortwachters-arbeid. 

Daarom noemt men saturnaal overheerste mensen, besloten, bekrompen, rondgaande binnen de begrenzing van het eigen denken. 

Het lood is zegenrijk voor de materiële mens, en belet hem "buiten zijn eigen grenzen" te gaan, maar het kan giftig worden voor de spirituele mens, die juist en grens-doorbraak zoekt. 

Lood is een giftig metaal, zoals u weet. 

Loodvergiftiging brengt aftakeling, ouder worden, hetgeen te wijten is aan een vergiftiging van de levens-vitaliteit of de levens energie, die toegevoerd wordt door een wisselwerking tussen natuur en geest. 

Loodvergiftiging draagt daarom de karakteristiek van de vergiftiging door afsluiting: de mens breekt zijn levens-wil af. 

De mens wordt blauwachtig bleek, hij krijgt een loodkleur. 

Saturnus regeert de dood, zo zeggen de astrologen, vandaar dat de kortzichtige mens een achtvoudig Pad, een Pad des Doods noemt. 

Saturnus en zijn lood brengen een begrenzing, een "dood" die door de spirituele mens moet worden overwonnen. 

Deze dood is het waarover men kan zeggen: 

"Dood waar is uw prikkel?" 

Daarom regeert Saturnus over de hoofdzonde van de gierigheid, de mens stikt in de eigen afsluiting, in de egocentriciteit van het "bezit", dat niet aan anderen getoond mag worden. 

Saturnale overheersing komt men overal in onze maatschappij tegen, maar ook in de boekdrukkunst, 

waar het lood zulk een voorname rol speelt:

"niets uit deze uitgave mag overgenomen worden buiten medeweten van de uitgever." 

De gierigheid van het lood drukt zijn stempel op hen die gebruik maken van de lood-karakteristiek. 

Zodra de gedachte, die in verre werelden reisde om inspiratie te vergaren, neergelegd wordt in het geschrevene, is hij dikwijls gedoemd te sterven binnen de loden omheining. 

Iedere spirituele inspiratie, zich uitdrukkende in de gedachte, 

moet vrij blijven om zijn weg te kiezen, ook wanneer deze vastgelegd wordt in het geschreven woord. 

De gedachte moet zijn eigen weg zoeken, wil hij levend blijven.  

Zodra men zegt "niets uit deze uitgave mag overgenomen worden", speelt de angst van de gierigaard mede. 

Men vreest iets van het eigen bezit te verliezen. 

Is een spirituele gedachte ooit een individueel bezit? 

Kan de geest ooit gevangen genomen worden? 

Men put immers altijd uit de eeuwige Bron, die onbegrensd is en niemands eigendom is dan de Eeuwige zelve? 

De spirituele gedachte moet voortgang vinden, onverschillig via welke weg, via welke persoon. 

Degene die spirituele inspiratie ontvangt doet op het moment van de overdracht afstand van ieder eigendomsrecht. 

Er is geen sprake van eigendomsrecht in de spiritualiteit, dit kent men slechts binnen de begrenzing van de zeven planeet-sferen, waar de saturnale gierigheid zijn stem in het koor der hoofdzonden mengt. 

Mensen die vanuit hun begrensde denken anderen binnen hun gedachtegang willen opsluiten, zullen daarin slechts slagen, wanneer zij hun woorden met "aplomb" brengen. 

Plomp is het Franse woord voor lood. 

Ook ons eigen woord: plomp betekent gebrek aan beweeglijkheid. 

Mensen die steeds bezig zijn om anderen van hun eigen mening te overtuigen, verzieken zichzelf, omdat zij er nimmer totaal in slagen, en hun energie verbruiken in hun fanatisme, die nimmer gevoed wordt door een levende wisselwerking tussen Geest en natuur. 

Daar waar de Geest opgesloten wordt, trekt hij zich terug en de cirkelgang binnen de saturnale, loden omheining neemt een aanvang, met als gevolg: aftakeling, het weg-ebben van levenskracht. 

Het metaal lood sluit zichzelf op in zijn loodoxide, opdat andere krachten het niet zullen aantasten.  

Ieder element wordt antipathiek, belemmerend, zodra men het uit zijn verband met de overige elementen haalt.  

Het wordt "zondig", zoals een overmaat aan bepaalde planeet-impulsen in het karakter een hoofdzonde realiseren. 

Beschouwt men het echter in samenhang, met de werkingen der andere elementen, dan bemerkt men hoe zij allen hun taak hebben in de ontwikkeling van de mens, lichamelijk, geestelijk.  

Zoals het lood beschermt, moet het zilver weerkaatsen, terugkaatsen, gelijk een maan-metaal betaamt. 

Het staat in verbinding met licht of met donker, zoals de maan in de duisternis schijnt en tegelijkertijd het zonnelicht weerkaatst. 

In de fotografie waar het zilver gebruikt wordt, werkt men met een "donkere kamer", hoewel licht eveneens onontbeerlijk is. 

In de religie zijn de door de maan geïnspireerde methoden, "duistere" praktijken, magische methoden, die het zonlicht niet kunnen verdragen. 

Deze magie ontwikkelt zich bij de maankracht, in de nacht, terwijl haar resultaten dikwijls overdag blijken. 

De inspiratie is dus omgekeerd als zij moet zijn:

de maan bezield, terwijl de zon uitdraagt. 

In de Gnostieke magie is het altijd andersom: 

de Geestzon inspireert, en de ziel, het opvangende element, draagt uit. 

De door de maan geïnspireerde fotografie is niets anders dan een zoeken naar het beeld om dit te weerkaatsen. 

Een scheppende kunstenaar zoekt eveneens een beeld te weerkaatsen, maar hij wordt geleid door een inspiratie, terwijl het beeld begeleiding is daarvan. 

Zon en maan werken in hem samen, terwijl in de fotografie de maan, het zilver-element, de mens leidt. 

Het "zilver" , zodra het weerkaatst, is bereid zichzelf weg te cijferen, zoals men in de ware spiritualist ook wil beogen. 

Een mooi voorbeeld daarvan is de spiegel, die het beeld weerkaatst, zodra de mens in de spiegel ziet, ziet hij geen spiegel, maar zichzelf. 

Twee eigenschappen van het maan-element vinden elkander. 

Eigenwaan, en passieve weerkaatsing; waarbij zelfbedrog de mens misleidt. 

Het spiegelbeeld vertekent hem immers. 

Ieder element vindt in de maatschappij de functie, waartoe het geschikt is, en op het moment waarop de mens daarvoor rijp geworden is. 

Vandaàr dat de elementen van de mysterie-planeten de mens pas in hun werkelijke functie kunnen dienen, wanneer de mensheid daartoe geadeld is. 

Op het juiste moment ontdekt de mensheid datgene dat hij abstract reeds tot bezit heeft gemaakt. 

De wens die tot de uitvinding of ontdekking leidt, is bepalend voor de aanwending van het materiaal. 

Zilver wordt aangewend wanneer er sprake is van weerkaatsing, en dit spiegelende antwoord is altijd onontkoombaar, het vertolkt de harde waarheid.  

Vandaar dat het zilveren antwoord in de mens zelf besloten ligt in het innerlijk van zijn wezen, de "harde" waarheid wordt zelden vrijwillig naar buiten gebracht. 

Een spiegel weerkaatst ook datgene dat om de mens heen is, zijn ruimte, datgene wat om hem heen is. 

Lood geeft de gedachte in besloten vorm wéér, zilver geeft de mens zelf en zijn bestaande ruimte weer. 

Zowel lood als zilver zijn beperkt, geen van beide treden buiten zichzelf, maar bepalen zich tot hetgeen zich in hen weerkaatst of zich binnen hen opsluit. 

Wanneer wij deze elementen nader bekijken dan bemerkt men hoe zij allen besloten blijven binnen hun sfeer en zich slechts bij zichzelf bepalen, uitgezonderd het koper, of het hart-element. 

Het hart is het levende materiaal, waarmee de mens de dood kan overwinnen; het hart is de toegangspoort èn de gids, die de mens door de Saturnale poort leidt. 

Slechts in sprookjes en legenden herkent men de hogere taak van het zilver terug, wanneer men spreekt over de spiegel die de toekomst voorspelt. 

In de gewone omgang is de ziel dood, een verzamelplaats van herinneringen,  die zich niet kunnen vrijmaken. 

In de spirituele levensgang wordt de ziel de geleide naar de toekomst, naar een ander Leven, degene die het "ik", het verstarde spiegelbeeld, veranderen gaat. 

En dit geschiedt, wanneer het ijzer de moed en de doorzetting uitdraagt; het koper zijn verbinding met het hogere Leven bewaart; het lood de mens beschermt tegen funeste invloeden; en het zilver de Hogere Beeltenis weerkaatst. 

Lood en zilver ontmoeten elkander wanneer de weerkaatsing een feit is en de beslotenheid van het weerkaatste het antwoord geeft. 

Looderts en zilvererts worden vaak in dezelfde streek gevonden en looderts is vrijwel altijd zilverhoudend. 

Hetgeen in de ziel wordt weerkaatst, wordt gevangen genomen door de gedrukte letter. 

Op dat moment sluit zich wederom de gevangenis der zevenheid. 

In deze wereld is iedere contact-methode afhankelijk van een beperkte beweging, ook gedachte-overdracht beweegt zich binnen een afgebakend ritme. 

Alle middelen die de mens aanwendt worden beperkt door zijn gebondenheid aan de zeven planeten en hun karakteristieken. 

Ieder mens beweegt zich binnen hun sfeer, hoezeer hij ook over natuur-magische gaven beschikt; want iedere gave buiten de zevenheid geeft zich niet gevangen binnen de zeven begrenzingen. 

Iedere werking van metaal of planeet is gericht op gevangenneming van iets of iemand. 

U kunt dat eenvoudig nagaan: 

ijzer overheerst door zijn agressie, door wapens; 

koper omhult door de vrees voor het isolement, absorbeert anderen, parasiteert op anderen;    

lood bewaakt zijn bezit, zoekt zichzelf en zijn eigen macht, opdat hij kan heersen over anderen; 

zilver zoekt zichzelf te weerkaatsen in een beeltenis, 

zij laat het beeld zoeken, want luiheid, passiviteit vormt zijn hoofdzonde. 

Zodra echter een samenwerking van enige metalen ontstaat, verandert hun werking, zoals bij koper en ijzer duidelijk werd:

Hun noodgedwongen samenwerking brengt een verbreking van de ego-macht, die zichzelf zoekt te versterken. 

Men kan deze ego-bezetenheid betreuren, en hem mens en wereld zien vernietigen, maar zij is niet te ontkennen én niet

tegen te houden, zolang de mens niet bereid is, via de "openheid des harten" een spiritueel element tot zich te trekken. 

Wanneer men ontdekt dat alles als een ontstellend knap raderwerk in elkaar grijpt, dan moet men toch verstaan dat woorden, lezingen, leringen totaal geen zin hebben, wanneer er geen "openheid des harten" aanwezig is. 

Het mechanisme van de mens is dan toegesloten, ikgericht, een ingewikkeld samenstelsel van egocentrische krachten, waaraan hij automatisch, instinctief gehoor geeft. 

En zulk een instinctieve levenshouding moet tot verval, dood en verstening leiden, zoals de werkingen in de natuur duidelijk uitdrukken. 

Wanneer wij om ons heen zien, zien wij toch een heldere weerkaatsing van hetgeen in de mens leeft? 

Om hem heen sterft de planeet met al zijn levenskracht, maar de mens ziet het niet, òf wil het niet zien, en geeft slechts gehoor aan zijn egodrift: 

hetzij agressie; 

hetzij bezitsdrift; 

hetzij beslotenheid; 

hetzij passiviteit. 

Hij kan niet meer denken, doorschouwen, objectief observeren, zijn mechanisme is afgestompt, verbruikt, uit zijn evenwicht. 

Hoe kan men aan een ziele-impuls, of een openheid des harten denken in zulk een mens? 

Heeft hij niet al zijn krachten nodig om zichzelf in balans te houden, temidden van de disharmonie op alle gebied? 

Hoe kan men van hem verlangen dat hij gehoor zal geven aan een ziele-inspiratie, wanneer hij geforceerd wordt natuur en Geest van elkander te scheiden? 

De behoefte aan passieve religies is zo intensief, omdat de mens vermoeid geworden is, lichamelijk, geestelijk. 

En uit die geestelijke passiviteit groeit de slavernij, hoewel men meent "vrij" te worden. 

Het is slechts een kwestie van decor-verandering. 

Zij die fulmineerden tegen de uiterlijke maatschappij worden opgesloten binnen de voor hen onbekende vormen van de weerkaatste beelden dezer maatschappij. 

Zij gaan leven binnen de "zilveren" wereld, een sfeer waar beelden uit het verleden, en ontelbare gedachte-projecties elkander doorlopend afwisselen. 

Slechts de onwetende vindt hierin zijn bevrediging. 

De pelgrim die de Poort tot de Nieuwe Wereld wil doorgaan, blijft in beweging, blijft de Harmonie zoeken, totdat hij de Zevenklank vertolken kan, waardoor de ring van Saturnus springt en hem doorlaat! 

Moge deze innerlijke bewogenheid u levend houden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene