77

Nu voor de mensheid langzaam maar zeker een tipje van de sluier, die over het oerverleden hangt wordt opgeheven, komen er tegelijkertijd allerlei emoties vrij in het gemoed van de mens. 

De gepassioneerde mystieke belijdenis van zwart-magische ritualen en het zich overgeven aan schijnbare profeten en wijzen, is een herhaling van hetgeen eertijds in de mensheidshistorie is voorgekomen. 

Er zijn momenteel verschillende groeperingen die zich op daadwerkelijke wijze verbinden met satan of de duivel, d.w.z. men wil de tegenkracht des Lichts aanbidden en doet dit door magische mantrams en vervloekingen. 

De ontstellende verwarring rond het religieuze beleven voert de mens op een weg, die langzamerhand door de archeologen en historici wordt blootgelegd; een weg, die een religieuze belevenis vormt van de aloude volkeren, soms van voor de zondvloed, van het land Mu of Atlantis. 

Brokstukken van overleveringen brengen de geschiedenis van verdwenen continenten tot ons.  

Opgetekende herinneringen van bijna uitgestorven natuurvolkeren dragen de feiten over van de indaling der Lichtzonen en de onvoorzienbare rampen die daarmede samengingen. 

De indaling van de Lichtaonen, die de moderne mens "de zondeval" wenst te noemen, was de oorzaak tot de geboorte van de "duivel" of het kwade. 

Vanaf dat moment ontstond er in het gedachteleven van de mens een vermenging van "kwaad en goed", "licht en duister", "satan en God." 

Door de dogmatische christen werd zeer spoedig de natuur tot het "kwade" gerekend, en een kerkelijke levenswandel tot het "goede" ; men ging Satan afbeelden als een beest-mens, met horens, en genietend van het leed dat de mens werd aangedaan. 

Zodra men dit verdichtsel van zijn franje ontdoet, ontstaat er het beeld van een verdoemd wezen, dat de mens in verleiding bracht en hem tot goddeIoosheid voerde. 

Eeuwen van religieuze overmacht, waarbij de massa bewust dom werd gehouden schiepen een bijna onontwarbaar beeld rond God, de natuur en de Lichtzonen. 

Nu de mens in deze Aquarius-era om de waarheid schreeuwt en positief individualistisch wil leven, zal hij eveneens terug moeten keren tot de bron, waaruit alle verwarring werd opgebouwd. 

Dan komt men onherroepelijk bij de legende van de Lichtzonen, die in het geheel geen legende blijkt te zijn. 

In het boek Henoch zegt God dat Azazel, hij die de mensen de kunst van het wapensmeden en van de koketterie bijbracht, de schuld van de catastrofe op zich zal moeten nemen, want hij is verantwoordelijk. 

Azazel wordt in de bijbel genoemd als de demon die in de woestijn woont en die de zondebok zal ontvangen, die de

schuld van alle joden op zich neemt. (Leviticus 16 : 8) 

Azazel is onafscheidelijk verwant met schuld en boete, met iets duivels en onherroepelijks. 

De neiging tot het belijden van duivelse missen is terug, te voeren tot het zeer oude schuld-complex, waarbij de Lichtzoon wéét dat door zijn toedoen de natuur en haar schepselen werden misleid. 

Zoals iedere vorm van religie terug te brengen is op het schuldcomplex van de Lichtzoon. 

Daarom is het appelleren aan de angst zulk een renderend bedrijf geworden; de angst is mede ingedaald met de Lichtzonen, in de natuur zelf heerst geen angst, de onverzoenlijke strijd der tegengestelden is ontketend door middel van de kosmische orde-verstoring door de Lichtzonen. 

Angst is een onbekende factor in de evenwichtige, harmonische natuur, die noch het briljante Licht Gods, noch de straf van de lichtloosheid kent. 

De natuur is in zichzelf bevredigd, zij zoekt geen opgang, noch neergang, noch wenst zij uitgered te worden. 

Deze gemoedsbeweging bracht de Lichtzoon binnen het rijk der natuur, waardoor het evenwicht werd verstoord. 

Hieruit is duidelijk de gevolgtrekking te maken dat de Lichtzoon, wil hij zijn oorspronkelijke staat herstellen, allereerst de harmonie der natuur moet bewerkstelligen, waarna hij pas kan opgaan in een Godsnatuur. 

De decadentie der natuur ligt als schuld op zijn schouders en het is zijn opgave de wetten der natuur naar hun oorsprong terug te voeren.  

Maar, gezien zijn immense angst voor de wraak des Lichts, en zijn grote vrees vanwege zijn overtredingen tegen de Bovennatuur in de zichtbare natuur, zoekt hij een "zondebok", zoals in de loop der tijden het "zonde-offer" zijn intrede deed in de gewoonten der volkeren. 

Azazel, die de verantwoordelijke wordt genoemd, is dus de schuldige en achter hem verschuilen zich al de Lichtzonen, die mede schuldig zijn aan het vergrijp. 

Azazel is de grote misleider, Satan, de duivel, en hij is verdoemd, niettemin is de archaïsche overlevering in het boek Leviticus een bewijs voor de "onbehaaglijkheid van het volksgeweten", want de priesters sturen een zondebok naar Azazel, opdat deze alle schuld voor hen kan uitdoen. 

De verbanning van Azazel in de woestijn van Dudaël is symbolisch gemeend, het is het "plaatsen buiten het Licht" van de verantwoordelijke Lichtzoon, of Lichtkracht. 

De vrees voor deze verbanning leeft in iedere Lichtzoon, in de oudheid en heden. 

Hij wéét dat hij mede schuldig is en zal zich op alle mogelijke manieren trachten schoon te praten, boete te doen, berouw te tonen. 

Slechts in de herinnerings-mens, of de gevallen Lichtzoon leeft deze ondefinieerbare angst, waarvan de bewuste, in hun arrogante zelfbewustheid volhardende Lichtzonen, dankbaar gebruik maakten om zichzelf te versterken. 

Men meent dat de kiem van de angst in deze natuur besloten ligt, doch dat is foutief gedacht. 

De kiem van de angst ligt in de gespletenheid van de Lichtzoon. 

De catastrofe volgende op de werken van de Lichtzonen bracht de aarde-mensheid en ieder creatuur de realiteit van de verbrokenheid der natuurwetten bij. 

Azazel leerde de mens zichzelf te handhaven, te strijden en te vechten tegen zijns gelijken, tegelijkertijd wekte hij de begeerte op door de koketterie aan te wakkeren. 

Deze twee emoties: zelfhandhaving door strijd en zelfhandhaving door het opwekken van de begeerte,
leidden de gehele natuur in een afgrond van vernietiging. 

Tot op de dag van vandaag zijn deze beide emoties het uitgangspunt van iedere catastrofe. 

Men zegt dat afwezigheid van angst de poort is tot de eeuwigheid, maar deze angst stoelt op zelfhandhaving, en de onmacht tot deze zelfhandhaving. 

Zowel de positieve pool als de negatieve pool, u kunt ook zeggen: zowel de man als de vrouw wensen zichzelf te handhaven, een instinct dat hen is bijgebracht door Azazel, of door de impuls waaruit de Lichtzonen nederdaalden: hun egocentrische begeerte. 

Niemand kan deze alomtegenwoordige angst bestrijden, zonder de angel, de zelfhandhaving, uit te doen. 

Mensen die géén angst kennen zijn meestal zeer sterke, zelfbewuste persoonlijkheden, die zichzelf coûte que coûte handhaven. 

Op wat voor manier doet niet ter zake. 

Er zijn talloze middelen om de zelfhandhaving te volvoeren, de Lichtzoon leerde in de loop der eeuwen ontelbare geraffineerde bedriegerijen, vooral om zichzelf om de tuin te leiden. 

De innerlijke angst "om buiten het Licht geplaatst te worden" en dus de goddelijkheid te verliezen werd door handige Lichtzonen vervangen door de onverzettelijke fundering in de aarde, in het ego, in de zekerheid. 

Er zijn zelfs mensen die de angst voor de dood laten opgaan in die verborgen, overheersende angst voor de innerlijke leegte, of het verliezen van de geest Gods. 

Wanneer men erin slaagt de angst uit te roeien komt er een zelfverzekerdheid voor in de plaats. 

De dogmatisch religieuze mens kent soms deze angst niet, omdat hij zegt: God is Liefde. 

De Liefde Gods stelt de weg van terugkeer, maar zij neemt geen ongoddelijkheid tot zich. 

De Liefde Gods tot de Lichtzoon is even groot als de Liefde Gods tot de tijdelijke natuur. 

Juist dààrom moet deze tijdelijke natuur van de kwaadaardigheid van de gevallen Lichtzonen worden gereinigd.  

De Lichtzoon die zich "omwendt" wordt vanaf het eerste ogenblik tot in de goddelijkheid terug geholpen, terwijl zijn tijdelijke natuur de harmonische wet dezer natuur volgt. 

Zoals de boeddhistische astrosofie zegt dat het "kwade" zetelt in het aarde-element; kan men ook zeggen dat dit "kwade" gelijk is aan het verharden in het eigen zelf. 

Men maakt dan van zichzelf een vastheid, waarin het Licht niet meer kan doordringen. 

De natuur heeft geleerd, van de Lichtzonen, zichzelf te handhaven. 

Het eten of gegeten worden is een misvorming van de natuurlijke harmonie, die in het paradijsverhaal nog staat opgetekend. 

Binnen deze natuurwet heerst de dood, of het einde van een levenstrilling, maar er heerst geen geweld. noch een gewelddadig einde. 

Zowel de momenteel alom heersende gewelddadigheid als de buitensporige sexuele drift zijn het bewijs dat de misleiding van Azazel zijn hoogtepunt bereikt. 

Deze twee oer-driften roepen het gewelddadige einde op van de natuur van de mens. 

De enkeling, de eenling die dit alles inziet, kan geen boete doen voor deze massale bezetenheid, maar hij kan wel redden wat er nog te redden valt, althans voor het moment. 

Wanneer een Lichtzoon zijn religieuze houvast verliest, zal hem een ondefinieerbare emotie voortjagen, omdat hij méént nu geen boete te kunnen doen. 

Het instellen van de biecht was een psychologische voltreffer, uitgedacht door kundige, maar schuldbeladen lichtzonen. 

De oerherinnering van de Lichtzoon roept in hem twee emoties op: de hunkering tot terugkeer - èn tegelijkertijd een vage vrees, de angst om de weg niet goed te bewandelen. 

God, het Oerlicht, schrijft de Lichtzoon geen weg voor, daarvoor hebben in de loop der tijden echter heel wat afgevaardigden Gods het privilege opgeëist, maar God heeft nooit een Weg-Terug gepredikt, omdat deze in de Lichtzoon zelf besloten ligt in zijn geweten, en de richting die zulk een weg gaat, vindt hij opgetekend staan in zijn Intuïtie. 

Het schermen met de genade en de liefde van de Godheid behoort een balsem te zijn op de gestrengheid van de onverbiddelijke hel en verdoemenis-predikatie.  

Deze Liefde Gods is echter gebonden aan de Wetten Gods, die slechts datgene vernietigen dat giftig geworden is. 

Daarom zou zowel de tijdelijke mens als de Lichtzoon een reden tot vreugde moeten hebben.  

Reiniging brengt Inzicht en doorzicht. 

Zodra de lichtzoon zichzelf echter vereenzelvigt met het gif, dat uitgeroeid moet worden, trekt hij door deze gemoedstoestand de disharmonie, de uitzichtloze schuld, en de onontkoombaarheid der verdommenis tot zich. 

Met alle gevolgen daaraan verbonden in zijn levenshouding; van buitensporige boetedoening met zelfkastijding tot verbitterde verharding en Godloochening. 

De handige religie-verkopers bespeelden het gamma van het menselijke schuldbesef perfect. 

Er zou geen reden tot angst zijn wanneer de mens ophield te vechten voor zijn zelfhandhaving. 

Op het moment dat hij deze ingevreten zelfhandhavings-drift weet uit te doen, blikt hij in de eeuwigheid. 

Hij wordt dan verbonden met de eeuwigheid. 

Het gif van deze zelfhandhaving heeft geheel de natuur vergiftigd, van mens tot dier, van plant tot mineraal. 

Deze snel om zich heen grijpende vergiftiging is geen "halt" meer toe te roepen, noch door een woord, noch door een maatregel, want zij zetelt in de mens zelf. 

En de huidige mens ziet de eeuwigheid niet meer, omdat hij bezeten is door angst, angst drijft hem voort, angst vernietigt hem, verziekt hem. 

Gevoelt hij zich van buitenaf in zijn zelfhandhavingsdrift belemmerd, dan brengt zijn verborgen angst allerlei kwalen voort. 

Het is een vicieuze cirkel geworden. 

Verdediging, zelfhandhaving, angst en gevecht.  

Dit kunt u in volkeren, zowel als in individuen bespeuren. 

Het eten of gegeten worden is de principiële wet van deze misbruikte natuur geworden, waarin onwetenden meegezogen worden en het leed boven hun hoofden losbarst als een oordeel.  

Daarom is het woord van Christus: 

"Vergeef het hun, wat zij weten niet wat zij doen." van zeer actuele betekenis voor geheel de tijdelijke natuur. 

De uit zijn evenwicht gestoten natuurwet volgt zijn richtlijnen, geeft gehoor aan de verbroken impulsen en de onwetende natuur reageert daarop, en demonstreert wreedheid, en onrechtvaardigheid. 

In zichzelf was de natuur niet onrechtvaardig, maar slechts rechtvaardig en functioneel. 

De ingreep van de lichtzonen bracht onrechtvaardigheid, disharmonie, begeerte, en ik-centraliteit; waar de natuur voorheen zich bewoog in de "schaduw van de vleugelen van Jehovah", levende uit de getemperde lichtschijn Gods. 

Daarom is het slechts de opgave voor de Lichtzoon zich wederom te stellen in de schaduw van Jehovah en te vergeten dat er een vals licht, een ego licht bestaat. 

Zodra hij dit doet, neemt hij alle angsten, zorgen en vrezen van zichzelf weg, terwijl de Terugweg zich als een gouden vore voor zijn blik aftekent. 

Zulk een Lichtzoon lààt zich niet misleiden door de schijn-wijsheid van Azazel, omdat hij de Oerwijsheid kent. 

De waarheid van deze Oerwijsheid belijdt hij in stilte, opdat hij versterkt worde en niet verdoofd worde door de oorlogskreet van Azazel, die zijn werk te gronde ziet gaan. 

Aan het einde der tijden zult u vreemde dingen zien, wel, wij menen dat deze "vreemde dingen" in heel de wereld in opmars zijn. 

Die het onderkenne, onderkenne het !

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene