100

Het proces waarover Paracelsus spreekt is de realiteit van de procedure der zieleverlossing. 

Alle religies ter wereld beogen tenslotte de verlossing van de ziel, de zondige ziel, zoals men veelal zegt. 

Paracelsus, de Gnostici en de Alchemisten zien deze verlossing als een transmutatio, een omzetting. 

De kerkelijke religies menen dat de ziel de Verlossing ingaat na een leven van humanisme en rechtschapenheid. 

De alchemische en gnostieke groeperingen baseren de verlossing op een totale herschepping, zowel van ego als van ziel. Het primitieve standpunt over de verdorvenheid van het ego, kan slechts opgaan wanneer men van het gedegenereerde ego uitgaat, dat bewust op eigenbelang is ingesteld. 

Op de vierde graad: het verrotten, Volgt de vijfde graad: het destilleren. De destillatie is een zuiveringshitte. 

In deze zuivering veranderen de materialen, zij kunnen in het tegendeel veranderen van hetgeen zij zijn. 

De vijfde graad is dus een ingrijpend proces. 

De essentie van het materiaal wordt puur en declarerend naar buiten gebracht. 

In de vijfde graad wordt de kandidaat aan een intense reinigende hitte blootgesteld om te onderzoeken wie en wat hij is. Slechts zij, die de voorbereiding van de eerste vier graden hebben doorstaan zullen gereed zijn om deze destillatie-hitte te ondergaan. 

Ten eerste omdat zij weten dat deze onontkoombaar is en ten tweede omdat zij geen angst hebben voor een declaratie noch vrezen zij voor de afgrond van-het-niets te komen, daar de eerste vier graden voldoende innerlijke waarden hebben verzameld om een geestelijke zekerheid te bezitten. 

De imitatie van deze vijfde graad vinden we in de persoonlijkheids-splitsing, het gescheiden worden van lichaam en astraal voertuig onder invloed van de concentratie. 

Concentratie is de hitte van een verbranding. 

De verbinding, de astrale verbinding tussen. denken en astraal voertuig wordt verbroken. 

Slechts het koord tussen de milt-lever en het astrale lichaam blijft nog intact. Hetzelfde effect verkrijgt men door chemische middelen.  

Deze uitstapjes van het astrale lichaam hebben echter niets met de ziel te maken. Dit is geen destillatie, maar een schijnbare afscheiding. 

Destillatie volgt op een innerlijke rijping, het verborgene wordt aan de zuiverende hitte blootgesteld, opdat het zich verheffe uit de onreinheid.  

Een bedrieglijke overeenkomst dus met de occulte concentratie, waarbij men het astrale voertuig heenzendt voor allerlei doelstellingen.  

De ziel scheidt het aardse lichaam nooit van het astrale lichaam, want zij heeft beide lichamen nodig om zichzelf uit te drukken. 

Een verbroken harmonie tussen het zichtbare en het onzichtbare lichaam is een beletsel voor de ziel.  

De ziel, als oer-atoom van het oorspronkelijkè volmaakte lichaam moet haar verlossing vinden via het materiaal van het zevenvoudige stoflichaam.  

Een verharding of een versterking van het ego betekent een te grofbesnaard stoflichaam, waardoor de ijlere, hogere lichamen zich niet kunnen uitdrukken, niet kunnen mee arbeiden aan het gehele proces.  

De vijfde graad van Paracelsus vindt voornamelijk plaats in het denken, het is een overdenkingsproces. 

"De doodskop of het lichaam moet met zijn eigen water nat gemaakt worden, waarna dit weer wordt verwijderd," zegt Paracelsus.   

De overdenking is een geplaatst worden tegenover een spiegel, het materiaal van de maan, en daaruit moet voortkomen het Inzicht, de herkenning, de waarheid over zichzelf.   

De imitatie-destillatie, zoals vooral de maan-groeperingen bewerken plaatst de kandidaat nooit tegenover zichzelf, maar altijd tegenover iets of iemand buiten hemzelf.  Daardoor wordt de verandering vermeden, waarop Paracelsus doelt:  zoete dingen worden scherp en zuur als vitriool; bittere, scherpe dingen worden zoet als honing. 

Er is geen occulte concentratie of meditatie die de kandidaat voor de bitterheid van zijn eigen innerlijk plaatst, voor de waarheid van zijn vitriool-wezen. 

Zodra de kandidaat zich aan de destillatie overgeeft, ontwaart hij zijn innerlijke bezit, dat zich als een damp (zoals bij destillatie) van hem vrijmaakt, en door concentratie wederom tot een vloeistof wordt, een water, een ontvankelijke materie.  

Deze nieuwe materie is dan zuiver, vermengt. zich niet meer met de ego-trillingen. In het spirituele omzettinngs-proces gaat het natuurlijk om een trillingsgetal, zoals het hogere zich van het lagere gaat scheiden bij de verrotting, ze plaatst nu het eind-product voor de destillatie; het proces van zuivering vindt dus voortgang in steeds fijnere nuancering.  

De Judas wordt tot aan de Paasmaaltijd toegelaten, maar hij werd van tevoren reeds herkend. 

De destillering wijst de Judas aan in de kandidaat.  

Hij moet zelf die Judas kunnen zien, zodat hij hem op het juiste moment kan aanwijzen. 

Deze vijfde graad kan òf de geboorte-ster worden van de nieuwe, zuivere Mens, dan wel de verstarring van de Judas- houding. 

Judas was geen slechte discipel, maar slechts een egocentrisch mens, iemand die al het schone, goede en wonderbaarlijke aan het ego wil opdragen. 

Zowel het Christusprincipe als het Judasprincipe liggen in de kandidaat verborgen. Christus en Judas zijn lijnrechte tegenstellingen. Er komt altijd een ogenblik waarop er gekozen moet worden tussen twee levensprincipes, de ster van de geboortegrot, met de punt omhoog gericht of de ster van de satanische, saturnale bevrediging, met de punt omlaag gericht.  

Beide levensfundamenten werken met magie: de magie van de pure ziel of de magie van Judas, ego-magie. 

De eerste magie is nooit op eigenbelang uit, de laatste magie is altijd op eigenbelang uit, al is dit soms niet direct te bespeuren.  Eigenbelang kan zich uitstrekken tot families, bewegingen, groeperingen, zaken en doelstellingen.  

De saturnale of satanische magie wordt aangewend terwille van het belang waar het hart van de betrokken mens in besloten ligt.  

Egocentrisch wil niet zeggen dat iemand op zijn materiële belangen uit is, maar op de belangen waarin zijn hoofd of hart geïnteresseerd zijn. 

Het ego zetelt het sterkste in het hart of het hoofd.  

De drift is een aandoening van het hart òf een aandoening van bet hoofd. \

De wil kan men ergens aan onttrekken, men kan iets niet meer willen, maar dan is de wortel van het kwaad nog niet uitgerukt. 

De verrotting werkt op de verbeelding, als uitdrukking van het hart, de destillatie werkt op het inzicht, als uitdrukking van het denken. 

Om tot een declaratie te willen komen moet de mens allereerst inzicht bezitten.  

De wil tot inzicht roept de destillatie naderbij, waardoor het inzicht in al zijn finesses de consequenties brengt. 

Als men meent inzicht te bezitten in anderen, in omstandigheden moet men eveneens inzicht in zichzelf bezitten; zo niet, dan is het inzicht niet volkomen, het is ten dele en daarom onbruikbaar in het omzettingsproces van Paracelsus.  

Daarom is het gebruik van symbolen, die men niet begrijpt een teken van inzichtloosheid.  

Hoe dikwijls wordt het symbool van de vijfpuntige ster van Bethlehem gebruikt voor allerlei doeleinden? 

Omdat men meent dat het een heerlijk symbool is, een teken van vernieuwing, herrijzenis.  Maar men vergeet dat deze ster slechts aangewend kan worden, wanneer daaraan de destillatie, de barensweeën van de geboorte aan zijn voorafgegaan.  

Men moet altijd de wereld achter het symbool herkennen, om de taal van het symbool te kunnen lezen. Het overgrote deel der symbolen is een etiket geworden, waarmee men een leegte wil bedekken. 

Zodra men een archaïsch symbool daartoe aanwendt, wordt het echter ledig, een veelgebruikt teken, een nietszeggend beeld. 

De verborgen taal van het symbool herleeft slechts dan, wanneer het aangewend wordt door hen, die dezelfde trillingssleutel bezitten.  Zo is het met literatuur en met ritualen. De trillingssleutel opent hun uiterlijke deuren. Hetgeen de mens aanspreekt daarmee heeft hij binding, dat geldt op allerlei gebied. 

Een oude ziel, meerdere malen geconfronteerd met de methoden dezer wereld, zal altijd contact bezitten met archaïsche beelden. Een jonge ziel staat er als een onbekende tegenover, hij wil nog ontdekken. 

Een oude ziel kan een zware belasting dragen, maar hij kan ook over kennis beschikken, mits hij de sleutel tot de poorten ontdekt. Een jonge ziel kan door zijn onbedorvenheid intuïtief de juiste weg kiezen, mits hij zichzelf puur kan houden. Alle vordering op een geestelijk Pad is afhankelijk van de bewuste levenswijze van de kandidaat. Onbewustheid schenkt geen lering, slechts de ervaringen die opgetekend worden, brengen kennis, hetzij de ervaringen uit vorige levens, hetzij de ervaringen uit dit leven.  Maar allen teren zij op een microkosmische erfenis, waarmede wij ons huidige leven begonnen zijn.  En deze erfenis kunnen wij niet negeren.  

Het is beter bewust deel te nemen aan het transmutatio-proces, zodat wij op het moment suprême weten waar wij aan toe zijn. 

De vijfde graad waarover Paracelsus spreekt kan niet omzeild worden, noch door zich te sieren met de symbolen van deze vijfde graad, noch door zich te verschuilen achter de kracht van anderen.  Iedere kandidaat moet echter rijpen voordat hij met succes door deze destillatie heenkomt. Men moet de leringen, de ervaringen laten doorwerken, als een verrotting, een spijsvertering, en dan komt altijd het moment waarop men gedestilleerd wordt.  Men zegt ook wel eens: het kaf wordt van het koren gescheiden, dat is een handeling die plaatsvindt wanneer het koren rijp is. En het is altijd een ingrijpend proces. 

Wanneer individueel dit proces in de mens plaatsvindt, is het een teken dat hij rijp, volwassen werd bevonden. 

Slechts het rijpe koren of de volwaardige kandidaat weet waartoe zulk een pijnlijke ingreep dient, en gaat deze dan ook nooit uit de weg.  

Zij die dit proces vrezen zijn beangst voor de Judas-dood, de verhanging van het ego-principe.  De zelfmoord van Judas brengt tegelijkertijd de herrijzenis, het proces kan voortgang vinden, er is niets meer dat het zal tegenhouden. 

De geboortester brengt de blijde boodschap van een tweevoudige gebeurtenis, de geboorte van de zuivere natuur, de Jezusmens èn de indaling van het Christusprincipe. De destillatie is een geboorte waarbinnen de kruisiging reeds ligt besloten.  

De barensweeën van de geboorte vormen de kruisiging van het ego.  Deze barensweeën etsen de kruisgang in het bloed.  

Voor een zuiver ego, een edel lood, staat reeds bij voorbaat vast dat het zich aan de kruisiging of het vuur moet overgeven. Want slechts het zuivere ego stelt zich ter beschikking, en slechts het edele lood kan omgezet worden. 

Nogmaals: verstaat u nu hoe zinloos en kinderachtig het is om steeds maar over die ego-belemmeringen te praten?  

Er zijn slechts twee mogelijkheden: het ego wil of het wil niet. 

Het ego dat waarlijk wìl bezit voldoende kracht om aan het proces mee te werken, het ego dat niet wil, ligt doorlopend met zichzelf overhoop.  

Zodra de kandidaat wil gaat er een trilling van hem uit die een roep verklankt, op die roep snellen gelijkwaardige trillingen toe, komende uit het met hem polariserende trillingsveld, en daarmee gaat hij dan arbeiden, die helpen hem verder, zo hij juist is ingesteld, en dragen hem - procesmatig - de zes sleutels over.  

De sleutels tot het proces van Paracelsus. 

De zevende Sleutel behoeft niet meer ter hand worden gesteld, want op de werking van de zes sleutels ontsluit zich de zevende schatkamer als een bekroning, een bevestiging. 

Want deze zevende schat - het goud - is ingeboren, hij is IN u, kandidaat en wacht slechts om ontdekt te worden.  

Moge ook u deze Schat der Schatten getoond worden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene