540 - de vlucht voor de werkelijkheid

"De waarheid die men het minste wil leren, is die die het belangrijkste is om te weten."  

Chinees

Nu we overspoeld worden door psychologen, psychotherapeuten en gedragsbestudeerders, weet vrijwel iedereen dat een mens een vluchtgedrag kan vertonen, indien hij geconfronteerd wordt met iets dat hij vreest of dat hem mishaagt. 

Het tegenovergestelde kan men ook zien: mensen die worden geprovoceerd door harde confrontaties. 

Zowel het ene als het andere gedrag pleit noch voor het karakter, noch voor de wijsheid van een mens. Beide zou je eerder kunnen rangschikken onder de ziekelijke gedragingen; niettemin heeft onze maatschappij zich aan deze gedragingen aangepast en tal van toevluchtsoorden, dan wel strijdperken georganiseerd om dezulken te laten schuilen dan wel zich te laten uitleven. 

Het blijft immers een feit dat menigeen de werkelijkheid, d.w.z. de waarheid, liever niet wil zien. 

Of dit nu in een privéleven dan wel in de wereld voorkomt, de werkelijkheid wordt in het algemeen gevreesd, omdat heilige huisjes, dan wel de schijn, worden neergehaald. 

Er is geen mens die doorlopend de harde werkelijkheid kan tentoonspreiden, want er is dikwijls sprake van mededogen of voorzichtigheid. Zo leven we langzamerhand in een façaden-gemeenschap, waartussen de werkelijkheid zich vervormd en sluipend beweegt. 

Religieuze groeperingen, wetenschap, sociale verhoudingen, families, hebben zich dermate comfortabel op het fluwelenkussen van de schijn geïnstalleerd, dat zij de naakte werkelijkheid en de koude wind van de ontnuchtering zo vrezen, dat zij de meest onzinnige en soms onwettige praktijken te baat nemen om zichzelf te beschermen. 

Zijn uit deze schijnsituaties niet de kettervervolgingen, de religieuze- en politieke moorden en de familievetes ontstaan, met daarnaast de miskenning van waarlijk grote geesten? 

Uit deze schijnsituaties komen dan weer de meest ongelooflijke ziektebeelden voort, zowel geestelijke als lichamelijke, met onherstelbare schaden voor de betrokkenen. 

De schijn is zacht en schijnbaar ongevaarlijk. Niemand houdt rekening met de ziel, het organisme, de geest van de betrokkenen, die lijden onder deze schijn, omdat hun expansie, zelfs hun leven erdoor wordt bedreigd. 

Ziel, geest noch lichaam funderen hun gezondheid, hun welzijn op de realiteit. Zij zijn ingesteld, in al hun structurele perfectie, op de realiteit, de wetten van natuur en kosmos. 

Een realiteit die slechts ten dele, of liever, niet wordt erkend, omdat deze de ziekelijke zelfbescherming of de ziekelijke egodrift van groepen en mensen bedreigt. Zij, die de realiteit of de waarheid dienen, moeten altijd voor hun leven of hun sociale vernietiging vrezen. 

Zij vormen een bedreiging voor grote groepen zelfhandhavers. We behoeven ons hier niet eens af te vragen: wat is waarheid of waar bevindt zich de realiteit? 

De volle realiteit of waarheid zien, kan slechts de wijze of de wetende, maar ieder van ons wordt van tijd tot tijd met stukjes realiteit of waarheid geconfronteerd, die we meestal onprettig vinden. 

De realiteit omvat nl. nooit uitsluitend zichtbare feiten, er is ook de onzichtbare zijde, die slechts enkelen kunnen zien. Het is de onzichtbare zijde die de zichtbare feiten tot openbaring dringt. 

Neem de filosofie: zij is gebaseerd op theorieën, die nauwelijks gestaafd kunnen worden door feiten. 

Aan de andere kant steunt de wetenschap vrijwel uitsluitend op uiterlijke feiten, die niet beredeneerd kunnen worden. 

Theorie en feit verbinden is het doel van menige onderzoeker, maar men slaagt daarin nauwelijks als men de verbindingen tussen de etherische wereld en de zichtbare wereld niet kent. 

Men kan nooit het onzichtbare ontkennen en het zichtbare erkennen, om zo tot een realiteit te komen. Omgekeerd is het eveneens onmogelijk. 

Vandaar dat je in de maatschappij materialisten, feiten-erkenners, en zwevers, theorie-handhavers, tegenkomt. Beiden zijn ten dele en ontmoeten elkander nooit, indien zij hun standpunten handhaven. Beiden weven een schijnsfeer om zich heen. 

Meestal zijn zij elkanders vijanden. 

De realiteit bestaat uit drie steunpilaren: het gegeven, het te bewijzene en het bewijs of het feit. Het is de basis van de geometrie, één van de zeven heilige wetenschappen. 

Iedereen loopt met een gegeven in de hand, zoekt dit te bewijzen en denkt het bewijs te hebben. De geometrie sluit hier aan bij de aritmetica, de getallenleer. 

Men heeft de 1, het gegeven, vaak heeft men een vermeend bewijs, de 3, maar hoe kun je die beide verbinden? 

Door de 2. De twee, die twijfels oproept, de twee, die in het verborgene beweegt en zelden wordt herkend. 

Je kunt dit basisgegeven eveneens op de huidige maatschappij-situatie toepassen. 

We kennen allen het gegeven: milieuvervuiling; we zien allen het bewijs of menen daarvan een bewijs te zien: de ziekten of zieken die door deze vervuiling ontstaan. 

Maar nu moet er een "te bewijzen" komen, een verband tussen die milieuvervuiling en die ziekten of zieken, tussen die vervuiling en de zieke bossen b.v., tussen die vervuiling en de zieke zeehonden of de kankerzieken op vermeende vervuilde grond. 

Daarover buigen zich alle wetenschappelijke bollen, en protestbetogers en verontwaardigden . De twee, het "te bewijzen", moet uit zijn schuilhoeken gehaald worden en daarmee vallen heilige huisjes, en wordt een werkelijkheid of een waarheid onthuld. 

Wie zal de knuppel in het hoenderhok gooien? 

Alleen degenen die het te bewijzen sterk in de hand hebben kunnen zich dit permitteren, want de aloude geometrische drie-eenheid moet goed worden gehanteerd. Men moet haar wet kennen om te kunnen overwinnen of slagen. 

Zo ging het op school bij de geometrie en zo zal het gaan in de maatschappij. Wat zich in het groot afspeelt, speelt zich immers ook af in ons eigen leven: onze innerlijke onvrede, onze ziekte, ons geordende leven is het gegeven. 

Wat zich in ons innerlijk, in onze gedachten en gevoelens afspeelt, is het verborgene, het te bewijzen, dat we ontkennen en het bewijs zien we in de feiten, waaraan we dreigen ten gronde te gaan. 

Wat is de verbinding tussen die feiten en onze onvrede b.v.? 

Welke schijn dwingt ons deze situatie, waaraan we ten gronde gaan, te handhaven? 

Ons organisme, onze ziel zijn hierbij de slachtoffers. De omstandigheden zijn de figuranten. Omstandigheden zijn onze dienaren, al verheffen wij hen vaak tot meesters. 

Vrijwel iedereen is momenteel bezig de grootste geometrie-opgave: het milieu, tot een succesvol einde te brengen en toch zijn we in deze noodsituatie geraakt, omdat we het fundament van de Heilige Zeven Wetenschappen hebben genegeerd. 

De geometrie, zoals Pythagoras zegt, is het eerste, het fundamentele gegeven van het Al, waarin wij moeten leven. 

Maar als we het in het klein verknoeien, in ons eigen leven, in onze eigen levensinstelling, hoe kan je dan verwachten dat we het in het groot goed doen? Alle filosofieën, de wetenschap en de religies ten spijt, houdt het overgrote deel der mensheid zich bezig met een niets ontziende zelfhandhaving op een vals fundament. 

En nu kunnen we zeggen: dat weten we allemaal al. 

Neen, dat beseffen we niet, want we gaan er, persoonlijk, mee door. We blijven hangen aan schijn, aan harde feiten. aan schone, maar vage theorieën en we bidden nog steeds dat, ondanks alles, het allemaal toch weer zal goed komen. 

Wel het komt niet meer goed! De basis is ontwricht. En wat nu? 

De realiteit inzien, niet meer vluchten en aan de basis beginnen met herstel.  Hoe doe je dit?

Door in het klein te beginnen: dat wat onszelf geen goed doet, organisch en/of geestelijk, laten vallen. Dat wat ons uit onze droom haalt aanwakkeren, dus: reëel worden, omstandigheden veranderen, slechte relaties verbreken, beschadigende methoden afbreken. 

Hoe kan iemand, die zijn eigen situatie vreest, opkomen voor een milieu b.v. Laten we even eerlijk zijn: allen vrezen we in ons hart het einde van b.v. de elektriciteit, het einde van ons comfort, onze luxe, waarin we plezier hebben. 

Daarom zoeken we uitvluchten, zowel spiritueel als lichamelijk. 

Het liefste zeggen we: Het is niet onze schuld. Het is de schuld van de grote industrieën of van de regeringen en in ons kleine leven zeggen we: het is de schuld van onze ouders, van onze vriend of vriendin, van de omstandigheden. 

Maar dat is wel zo: als wij weigeren mee te doen aan een project, slaagt het project niet; als wij weigeren een product te kopen wordt het uit de handel genomen. 

Bouwden wij niet, tezamen, de maatschappij op door middel van onze z.g. schijnbehoeften? 

Behoeften worden kunstmatig gekweekt, lichamelijk en geestelijk. 

Het z.g. "gat in de markt" wordt door onszelf gevormd. 

Er is geen gat in de markt, sociaal, lichamelijk, spiritueel, indien wij van het juiste fundament zouden uitgaan. 

De geest voedt zich met volmaakte of goddelijke beeltenissen, te vinden in de literatuur, in de natuur, in de muziek b.v. en de ziel voedt zich met bevredigende emoties, eveneens in de voornoemde onderwerpen te vinden en bovendien nog in persoonlijke, menselijke contacten, en het lichaam voedt zich met natuurlijke, eerlijke, simpele producten. 

Religie behoeft immers nooit georganiseerd te zijn, want hierdoor gaat men zich van de schijn bedienen. Volmaakte beeltenissen behoeven immers nooit door z.g. leiders te worden geschetst of door schertsfiguren als stripverhalen te worden getekend, zoals de z.g. heiligenplaatjes. 

En natuurlijke voeding behoeft immers nooit door grote fabrieken te worden samengesteld, verfijnd, de smaak z.g. verhoogd en de kleur verfraait. Het is de schijnmens, de komediant, de verwende tegennatuurlijke randfiguur, die naar al deze dingen verlangt. 

De figuur die innerlijk leeg is, niet meer weet waar hij zich lichamelijk en geestelijk voeden moet, en dus "een gat in de markt" wordt, waarin religieuze groeperingen, alle soorten -logen en -gogen en handige zakenlui op afspringen. 

Er is nergens behoefte aan als wij onze innerlijke vrede of onze innerlijke volheid bezitten. En die volheid of volledigheid, vinden we altijd indien we eerlijk zijn tegenover onszelf, tegenover onze situatie. Het vluchten vormt "de gaten in de markt", het vechten tegen vermeende vijanden vormt "de gaten in de markt", het momentele verdriet om ons zieke milieu vormt b.v. een geweldige rem op de expansie-drift van de gigantisch hebzuchtigen. 

Maar het is te laat. De rem is minimaal, de domheid is te overmachtig. En domheid en hebzucht zijn synoniem. 

De ledige mens is dom; de vluchtende mens is dom; de starre mens is dom. Een domheid die niets te maken heeft met aangeleerde kennis. Het is een geestelijke domheid en een geestelijke ledigheid. 

De ledige ziet niet de stralende persoonlijkheid achter de bloeiende appelboom b.v., noch de intense bezieling in een honingzoekende bij, noch de grote religiositeit in een zich in de zon openvouwende bloem. 

De ledige ziet de re-ligio, de verbintenis tussen kosmos en schepping niet. Het is weer een z.g. "geometrisch gegeven". De binding tussen kosmische bron en schepping. 

En wie zoekt het "te bewijzen"?  

Daar is men een leven lang mee bezig. 

Het bewijs is de bloem die zich openvouwt, de appelbloesem die geurt en straalt, de bij die zich van bloem tot bloem haast. 

En al deze gegevens tezamen vormen het grote laboratorium, waarin de mens lichamelijk en geestelijk genezing vindt. 

Maar deze mens zoekt zijn genezing daar niet, hij zoekt deze bij de chemische fabrieken of anders in obscure kamertjes met obscure figuren. Is dit dan geen domheid? 

De kosmos, de realiteit, die er vanaf het begin van de wereld is, helpt, geneest, bevredigt via een fundamentele drie-eenheid en daarin vinden onze eigen drie-eenheid: geest, ziel en lichaam hun voldoening. Waarom voldoet dit velen dan niet? 

Omdat hun eigen drie-eenheid niet of nauwelijks bestaat en hun zoeken dus scheefgetrokken, disharmonisch wordt. 

Waarom mijden velen de eenvoud en zoeken zij de gecompliceerdheid? Omdat zij geleerd hebben dat eenvoud niet loont en omdat het gecompliceerde beter betaalt, en meer schijnglans heeft. Is dit zo? 

Is de geleerde uiteenzetting schoner, bevredigender, overtuigender dan de energie van het riet dat zichzelf weer opricht na de storm? 

Is die uiteenzetting rustgevender, geruststellender, dan de klank van de kabbelende stroom, die zich onverstoord naar zijn meer rept? Het rustgevende in de natuur is altijd het ongerepte, het onverstoorde en het eindeloze. 

De mens probeert en slaagt er veelal in, om deze bronnen van vrede te vernietigen. Is het dan niet logisch dat hij het onheil over zichzelf uitroept? 

Het heil, het helen, wordt verkracht, het onheil, de vernietiging wordt opgeroepen. Zo ontstaat er weer een "gat in de markt": de mens wil genezen, geheeld, geheiligd worden, en de schijnhelpers haasten zich dit gat te vullen. 

Zien we dit momenteel niet om ons heen? 

Vluchten kan niet meer. Op de barricade staan is verstandiger. 

Maar daarvoor moet je innerlijk sterk zijn. 

De ledigen worden omvergelopen, want zij hebben "behoeften" en zij die behoeften hebben zijn kwetsbaar en omkoopbaar. 

In feite kan een mens zichzelf redden. In alle opzichten: spiritueel, lichamelijk, sociaal. Het kost alleen wat moeite! 

We zijn het ontwend, we kennen onze capaciteiten niet, omdat er geen uitdagingen waren. Voordat de uitdaging kwam, vingen de georganiseerde groepen, de fabrieken, de z.g. helpers en de -logen en -gogen deze verdwaalden op. 

Nu ons milieu verziekt en stervende is, wacht de individuele mens een nieuwe, oude uitdaging. Wie zal die aannemen? 

Niet de vluchtende voor de realiteit! 

Wie in het klein vlucht, vlucht ook in het groot. Maar soms heeft een mens een uitdaging nodig, een harde les om wakker te worden. En het ziet er naar uit dat het zover is gekomen, voor ons allen.  

Mogen velen tijdig wakker worden om een nieuw fundament te leggen, opdat de oude eenheid: kosmos - schepping - mens hersteld zal worden! 

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene