536 - de wisselwerking tussen leven en dood

"Leven is een schilderij maken, niet een som oplossen."  

Oliver Wentel Holmes

"Wij kennen het leven niet: hoe kunnen wij de dood dan kennen?" 

Confucius.

Hoewel jonge mensen niet graag aan de dood denken en dit ook niet behoeven te doen, is het een feit dat de dood naast ons staat als we geboren worden en nimmer van onze zijde wijkt. 

De dood behoort bij ons organisme en niet bij onze ziel en geest. 

Toch wordt hij zo dikwijls gevreesd, dat menigeen vergeet te leven, omdat de dood hem benauwt. 

Wij kunnen ons afvragen waarom iemand de dood vreest. 

Is het, omdat er dan een einde komt aan zijn goede leven? 

Is het, omdat hij vergelding vreest? 

Of is het, omdat hij dan zijn aardse bezittingen op moet geven? 

Niettemin is de dood een trouwe metgezel en ieders leven is doorweven met zijn kentekenen. 

De dood is niets ergs, slechts het sterven kan moeilijk zijn of worden. 

Dat het lichaam aftakelt is een normaal natuurlijk verschijnsel, maar dat het een gewelddadige dood kan sterven is een tegennatuurlijk verschijnsel. 

Hoe wijzer we zijn des te laconieker we tegenover de dood staan, maar des te meer inzicht we hebben in de manier waarop we eens sterven zullen. Het sterven hebben we nl. min of meer in de hand; de dood is een onontkoombare wet. 

Het is normaal en gezond dat jonge mensen niet zoveel belangstelling hebben in het leven na de dood, gedachtig aan de woorden van Thoreau toen men hem vroeg, hoe hij over het leven na de dood dacht, antwoordde: …Èén wereld tegelijk alstublieft!" 

Het aardse leven kan al onze energie en onze belangstelling opslokken, zodat slechts zij, die zich hiervan losmaken, en dat zijn dikwijls oudere mensen, belangstelling krijgen voor een leven na de dood, de wereld dus, waar zij zich gereed voor maken. 

Niettemin is dood niet altijd afhankelijk van leeftijd. 

En de wijze weet wanneer zijn einde nadert, ook als hij nog jong in jaren zou zijn. 

De wisselwerking tussen de wereld na de dood en deze wereld is direct aanwezig bij hen die openstaan voor het onzichtbare. 

Voor ons is, normaal gesproken, de wereld aan gene zijde immers onzichtbaar. Niettemin bestaat hij; zoals er vele dingen zijn, die aan onze zintuigen ontsnappen en niettegenstaande toch bestaan. 

Dit heeft niets met "geloven" te maken, maar met een weten. 

Iedereen kent de wereld aan gene zijde, omdat iedereen er is geweest, maar door de dronk uit de rivier de Lethe zijn we die wereld vergeten. 

Die vergetelheidsdronk is een gunst voor hen, die niet gemakkelijk met het idee van twee werelden kunnen leven, het verwart hen. 

Die verwarring ontstaat echter slechts, indien men het huidige leven niet kan beheersen en er een ingewikkelde som van maakt, dan wel het gegeven niet kent. 

Daarom is het geciteerde woord zo mooi: "het leven is een schilderij". 

Het leven is een kunst. En kunst is inspiratie, ontvankelijkheid, het zien met andere ogen. Zij, die kunstenaar zijn of schilderen, gaan op in het gegeven, en maken zich geen zorgen over de uitkomst. 

Die uitkomst is het antwoord op het spel van hun penseel. 

Kunst is je overgeven aan een leiding en je dikwijls verwonderen over de uitkomst. Iemand, die zo in het leven staat, leeft prettiger, wordt wijzer, vindt bevrediging. 

Het is de ziekte van velen, dat zij niet om zich heen kunnen zien met de ogen van een kunstenaar. Filosofie is een dimensie toevoegen aan de levenskunst, het gegeven verdiepen, het resultaat verfraaien. 

In de oudste tijden was ook de mathematica een kunst, maar nu hebben we, in vrijwel alle opzichten, de onzichtbare inspirende leiding een halt toegeroepen, omdat we het intellect, een aards gegeven, zijn gaan adoreren. 

Ons leven is daarvan een bewijs. 

We leven, omdat we nu eenmaal moeten, omdat dit niet anders kan, en we verbinden ons soort leven met onze materiële omstandigheden: ons werk, ons geld, ons gezin. We passen de levenskunst aan, aan de omstandigheden en nooit andersom. 

Dit is de oorzaak van het ons ongelukkig, dan wel onbevredigd gevoelen. Menigeen durft niet "los te laten", zich over te geven aan de onzichtbare leiding, waardoor een goede kunstenaar wordt geïnspireerd. We hebben daarin geen vertrouwen, dus kunnen we nooit levenskunstenaars worden. 

En een slechte levenskunstenaar maakt van het sterven en de dood een probleem. De echte kunstenaar kijkt terug op de prachtige resultaten en verheugt zich daarover. 

Voor een levenskunstenaar gaat, aan gene zijde, het leven door.

Dacht u dat het daar anders was dan hier, uitgezonderd een onzichtbaar lichaam, waarover je je geen zorgen behoeft te maken? 

Toch is er een lichaam, een etherisch voertuig, dat eveneens in orde gehouden moet worden, opdat dit onzichtbare leven harmonisch voortgang vindt. 

Dit onzichtbare leven wordt op peil gehouden door het denken, niet het intellectuele, maar het hart-denken, datgene waarmede een levenskunstenaar werkt. 

Datgene dat ons inspireert in onze goede momenten en dat ons harmonie en vrede geeft, als we dat zo broodnodig hebben. 

Iemand, die zich doorlopend verkrampt, zorgen maakt, angsten heeft, zich wijdt aan louter geld maken, leeft niet gemakkelijk en zal niet gemakkelijk sterven, en komt aan gene zijde aan als een onwetende, en moet daar ontwaken; dit kan pijnlijk zijn en een belemmering worden voor de levenskunst aan gene zijde. 

Voor een kunstenaar bestaan er geen grenzen, voor een levenskunstenaar bestaat er geen dood. 

De kunst gaat verder, hier of aan gene zijde. 

Wat dood en leven verbindt is de onzichtbare inspiratie of leiding. 

Het is totaal onbelangrijk of men aan gene zijde leeft dan wel hier. Het leven blijft een kunst en men werkt daaraan als een geïnspireerde. Zo niet, dan is het leven een pijnlijke aangelegenheid en zal verdriet, in al zijn aspecten, doorlopend zijn deel zijn. 

Wij staren ons blind op dat wat we niet hebben of niet bereikt hebben, en vergeten te werken met dat wat we wel hebben. 

Geen enkele kunstenaar laat zich weerhouden door gebrek aan materiaal, hij maakt zich zijn materiaal, omdat zijn drang hem daartoe aanzet. Daarom is luxe een beletsel voor de kunstenaar èn voor de levenskunstenaar, hij behoeft dan niet het beste uit zichzelf te halen om een resultaat te verkrijgen en zo blijven zijn beste krachten slapen. Daardoor is voor velen het leven een slaapwagen, een luxe, maar inefficiënt. Wij kunnen niet leven. 

Hoe kun je dan van ons verwachten, dat we waardig en blij kunnen sterven? 

Het maken van een schilderij is een intense vreugde; genieten we zo van ons leven? Het leven zien met de ogen van een kunstenaar is elke dag iets nieuws ontdekken en doen we dat? 

Het zichtbare leven is doorspekt met informatie uit het onzichtbare leven, bemerken we dat? Ook wij, mensen, zijn ervan doorspekt, mits we de verbintenis met het onzichtbare bewaren. 

Niet door de doden onophoudelijk lastig te vallen in hun leven, in hun werkt, maar door open te blijven voor de informatie, die ons aanwijzingen geeft, ons opmerkzaam maakt op onzichtbare feiten, op de z.g. mysteries. 

Zo lossen de mysteries zich op en het enige blijvende mysterie zal zijn: hoe kon ik, onvolkomene, zulk een resultaat verkrijgen? 

Hoe kon ik, dilettant, zo'n prachtig schilderij maken? 

Want techniek, ieder weet dit, is nooit doorslaggevend. 

Techniek is aangeleerd, schoonheid is inspiratie. 

Techniek zonder inspiratie is geen kunst, maar een afdruk waarin de onzichtbare informatie ontbreekt. 

De techniek moet ondergeschikt zijn aan de inspiratie, net als in het leven. De techniek van het leven is de natuurlijke handeling, de natuurlijke wet, de hoogst noodzakelijke levensvoorwaarden. 

Hebt u wel eens bemerkt dat de z.g. primitieve volkeren dichter bij het levensgeluk en de levenskunst staan dan de geciviliseerde volkeren? 

Hebt u wel eens bemerkt dat deze z.g. primitieven het leven met kunstenaarsogen bezien en doorlopend luisteren naar de onzichtbare informatie? 

Hoe wijzer men wordt des te intensiever, maar ook des te diepzinniger, hoogstaander, veelomvattender de informatie wordt. 

De gecultiveerde mens sluit zich af voor het leven aan gene zijde, hoogstens luistert men naar spiritistische informatie, die echter vaak bedenkelijk is. 

De z.g. primitieve volkeren leven met de gestorvenen en hebben direct contact met hun informatie en leven met de onzichtbare kenmerken achter de zichtbare natuur. Voor ons, moderne mensen, zijn deze gegevens ofwel wonderbaarlijk, ofwel nonsens. Beide constateringen zijn een teken van onze onwetendheid, althans een signaal van onze diepe slaap der vergetelheid. Zelfs de dieren weten meer. 

Niets is wonderbaarlijk, alles is normaal, indien we de uitgangspunten zouden zien. 

Niets is paranormaal; dit is louter een terugvinden van iets dat we verloren zijn. Misschien kan men dit wonderbaarlijk noemen, omdat we al zolang in vergetelheid leven. 

Allerlei esoterische leringen, occulte groepen, therapieën, proberen bij ons die vergetelheid op te heffen, maar dit wordt alleen lachwekkend, wanneer men ziet dat de leiders daarvan zelf in een grijze mist van vergetelheid leven. 

Hun z.g. kennis komt uit de tweede hand. 

Het is imitatie, napraterij, ongeïnspireerd, dus geen kunst, maar een techniek. 

Vandaar dat er tussen al deze occultisten, religieuzen, esoterici, filosofen en cursisten net zo weinig levenskunstenaars zijn als onder de z.g. buitenstaanders. 

Van het leven een schilderij maken is een aangeboren gave, die we moeten blootleggen. 

Hoe? Door te luisteren. Niet door te praten. 

Er wordt al zoveel en nodeloos en nutteloos gepraat. 

Woorden kunnen vernietigen, luisteren vernietigt nooit. 

Luisteren en kijken zijn twee materiaal-benodigdheden voor de levenskunst. 

Het LEREN luisteren en het LEREN kijken. 

Luisteren, terwijl de informatiestroom in je opengebroken wordt. Kijken, terwijl deze informatiestroom om je heen ruist en stimuleert. Zo werkt een kunstenaar immers ook? 

Zolang je hele wezen in beslag wordt genomen door onbelangrijke, voorbijgaande dingen, kun je niet luisteren noch zien. 

Het luisteren en het zien, zijn gegevens voor de innerlijke zintuigen, die ondanks onze uiterlijke zintuigen werken. 

Niemand behoeft een aards organisme te hebben om kunstenaar te worden. Ja, de aardse mens wil aardse dingen zien, maar ook zij, die aan gene zijde leven maken hun kunstwerken, zonder een aards lichaam. 

Kleuren, vormen, klanken, zijn onaardse gegevens. 

We proberen deze echter op een aardse manier te vertalen, een schilderij behoeft geen linnen om een kunstwerk te worden! 

Is de natuur niet dikwijls een kunstwerk? 

Informaties gaan niet via onze uiterlijke zintuigen, maar hebben hun eigen doorgang: de ziel. Het is deze ziel, die van ons een kunstenaar maakt, die onze levenskunst versterkt en die ons maakt tot wie we zijn. 

Ons karakter komt daarbij op de tweede plaats, omdat dit behoort bij ons aardse voertuig. Ons karakter kan ons slachtofferen, indien we voornamelijk aards leven, ons karakter kan iets verschonen en iets bederven, maar het kan nooit de essentie aangeven. 

De essentie, de kern van de dingen gaat via de ziel. 

Velen leven zonder de kern van de dingen te beroeren, omdat hun ziel slaapt. Hun leven wordt een technisch probleem, een som. 

Een som, die vrijwel nooit de goede uitkomst biedt. 

Door het verliezen van de Zeven Heilige Wetenschappen, door deze Wetenschappen te ontzielen is ons leven een intellectueel gegeven geworden, dat we wellicht, na wat streven, in een computer kunnen doen. 

Maar zo kunnen we er nooit een Kunst van maken, een kunst die vrede geeft, bevrediging schenkt, harmonie om ons heen brengt. 

Computers brengen geen harmonie, alleen efficiëntie. 

De natuur is efficiënt, dat is haar wet, maar boven die wet verheft zich de onzichtbare Informateur, de Programmeur, die in die natuur de Kunst inbrengt, de Kunst die schoonheid verstrekt, die ontroert, vrede en heling brengt. 

Heeft de computer een ontroerende schoonheid? 

Neen, hij is kundig. 

De Kunst komt van het kennen, de kunde komt van het kunnen. 

Het kennen is onafhankelijk van het kunnen. 

Je kunt de wijsheid kennen zonder dat je goed lezen kunt b.v.

Je kunt God kennen zonder dat je kunt schrijven, lopen of rekenen b.v. Schoonheid kun je kennen en herkennen, zonder dat je met een penseel schilderen kunt b.v. 

Wij verhieven, in onze hedendaagse maatschappij, het kunnen boven het kennen en daarom zitten we nu op een puinhoop. 

De puinhoop van een eens zo schoon natuurlijk en onzichtbaar schilderij. De puinhoop van wat we hadden moeten kennen, maar dat we vergeten zijn.  En we kunnen niettemin zoveel! 

Als we een brug slaan tussen leven en dood, d.w.z. tussen twee werelden waarin het leven een Kunst blijft, verloopt ons leven langs de informatie uit beide werelden. 

Dan is er noch dood, noch angsten, noch al die vermeende teleurstellingen, dan zijn we een geobsedeerd en geïnspireerd kunstenaar, die zich verheugt over elke penseelstreek die het schilderij van zijn leven vervolmaakt. 

Elke dag, elk uur, ja, elke minuut is als zulk een beweging van het levenspenseel en daarbij zouden we ons moeten bepalen, en niet bij die pijnigende verwikkelingen die we "existentie" noemen, d.w.z. de noodzaak om het materiaal te verkrijgen. Want, let wel, de kunstenaar zal alles vinden wat hij behoeft, ook de levenskunstenaar. 

Omdat hij luisteren en zien kan, en met innerlijke zintuigen het onzichtbare vindt, waarmede hij niettemin zijn schilderij kan vervaardigen. 

En dat wat anderen niet kunnen zien, maar wat wij aanwezig  weten, is dat niet ONS geheim, ons eigen wonder, onze eigen bron, waaruit wij ongestoord putten kunnen? 

Zij, die zulk een bron bezitten zijn rijk, maar laten ze niet bij die rijkdom blijven staan, maar er uit scheppen, kunstwerken, die, en henzelf en anderen, verheugen. Ons leven is een onvoltooid schilderij, gooi het niet ontevreden in een hoek, kraak het niet af, maar verwonder je over datgene dat je kent en kunt, en maak er het schoonste van, naar je beste vermogens. 

Leer te luisteren, leer te zien met onstoffelijke oren en ogen, want het leven houdt niet op bij het zichtbare, integendeel, het versterkt zich in het onzichtbare. 

En om dit te kennen is leeftijd onbelangrijk, want hoe oud is uw ziel?

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene