531 - de onontkoombare wet

"Wie zichzelf tot wet is, heeft geen wet nodig, overtreedt geen wet, en is met recht een vorst." 

Engels

 

Iemand, die wetten instelt, houdt altijd rekening met de slechtheid van mensen. 

Helaas moeten we erkennen - om ons heenziende - dat wetten nodig zijn, hoewel iedereen, meer of minder, de wetten overtreedt. 

In werkelijkheid bestaat er geen andere wet, ongeschreven of ingeschapen, dan de harmonie. Harmonie is de basis van de schepping en het fundament in ieder schepsel. Uit harmonie gedraagt de mens zich waardig, tolerant en begrijpend. 

Harmonie is de noodzaak voor het voortbestaan; elke inbreuk op die harmonie veroorzaakt chaos, ziekte, ongerechtigheid en leed. 

De harmonie lost datgene dat ongerechtigd schijnt op door gerechtigheid en nuttigheid. 

Wij, mensen, kortzichtig en onnadenkend, oordelen zonder de achtergronden en zelfs zonder de harmonie te kennen. 

Harmonie is het evenwicht tussen licht en duister, vreugde en leed, yin en yang. Harmonie is de kunst van leven. 

Niemand ontkomt aan de wet van harmonie en elkeen die daartegen zondigt, ondervindt aan den lijve het resultaat. 

We doen wanhopige pogingen door b.v. meditatie en ontspanning, om onze disharmonie op te lossen, doch grijpen zelden de oorzaak aan. Een oorzaak aangrijpen roept reacties op, het is vaak een inbreuk op onze geliefde, dan wel verdovende gewoonten. 

De onontkoombare wet van harmonie kent - gode zij dank - geen advocaten. De mens zelf moet de oplossing zoeken bij misbruik van deze wet. Iemand, die tegen de harmonie zondigt, zoekt - onbewust - een compensatie om zichzelf te herstellen. 

Harmonie is niet het gelijke dat het gelijke zoekt, maar de tegenstellingen, die elkander, via de brug van het gelijkgestelde, vinden. Tegenstellingen zonder trefpunt bestaan niet. 

Het grote trefpunt kan b.v. ons aardse bestaan zijn, d.w.z. de aardse wetten, de milieu-eisen, de onontkoombare noodzaak om adem te halen en de lucht die daartoe nodig is. 

De milieu-opbraak tast de levensbasis van allen aan, dus ook van de tegengestelden. 

Men vindt elkaar altijd via een bepaalde bron, een doel, een eis. 

Hoe kan men denken dat, nu ons milieu dermate wordt opgebroken, er nog ergens sprake kan zijn van harmonie? 

Hoe kan men religieus blijven zingen, terwijl om je heen de basis voor het bestaan, de basis waaruit je eventueel religieus kunt denken of voelen, weggebroken wordt? 

Hierin heeft de kerkgod geen plaats. 

De schuld ligt louter bij de mens. Bij de disharmonie in de mens. 

Onze huidige leefproblemen zijn het gevolg van een uit de hand gelopen disharmonie. En je kunt dit nooit terugdraaien door meer te bidden b.v. 

De steen is aan het rollen gebracht en rolt verder. 

De mens doet, gezien de historie, altijd zichzelf de das om. 

De enige vergelijkbare situatie is die van Atlantis, waar men door atoomsplitsing en dus tevens door opbraak van het milieu, een onvergetelijke catastrofe veroorzaakte. Hetgeen samengaat met de vernietiging van de levensomstandigheden. 

We staan momenteel voor eenzelfde catastrofe. 

De natuurwetten herstellen zich, ondanks de slachtoffers die er zullen vallen. De natuur telt de schepselen niet, de natuur telt zichzelf, dat is haar existentiedrang. 

Vergiftigd water mondt uit in droogte; vergiftigde grond mondt uit in honger; spanningen monden uit in uitbarstingen, aardbevingen, vergiftigde luchten vragen om vele regens. 

De natuur benut haar eigen wetten om zich te herstellen. Dat is een automatische reactie. Is er één element dat momenteel niet vergiftigd, dan wel misbruikt wordt? 

De lucht is vol gifstoffen, de grond is er vol van, het water is er vol van, en het vuur wordt misbruikt tot verderf. 

Het vuur reinigt zich door explosies; het water reinigt zich door lucht aan te trekken; de lucht reinigt zich door regens en de aarde reinigt zich door aardbevingen. 

Binnen deze elementen wordt door de disharmonie van hun eigen chemische wetten een spanning veroorzaakt. 

Zij denken er niet bij na dat schepselen van hen afhankelijk zijn. Zij vechten slechts voor hun eigen instandhouding. 

Elke oorlog b.v. is één aaneenschakeling van milieuvervuiling, maar elke fabriek draagt er het zijne ook toe bij. 

En met ons allen, vanwege onze eisen voor onze existentie - belachelijke eisen - dragen wij aan deze opbraak bij. 

Hoe kunnen we - blind voor deze situatie - roepen om vrede, gerechtigheid, gezondheid en harmonie? 

Hoe kunnen we veronderstellen dat het zonder een leefbaar milieu mogelijk is spiritueel, gezond, harmonisch en gelukkig te mogen leven? 

Hoe zijn we ooit zo blind en kortzichtig geworden? 

Onze ogen, onze intuïtie, ons geweten zitten verstopt door de hebzucht in materieel opzicht, een hebzucht die voor ieder van ons een ander aspect heeft. 

Het is hebzucht als je meer wilt dan noodzakelijk is; maar het is ook hebzucht als je iets bezitten wilt, ondanks dat daarvoor milieu- of harmonie wetten overschreden moeten worden. 

Als in de natuur iets te ver is gegaan, vernietigt zij het oude en begint overnieuw.  Dat is de wet. 

Wij proberen altijd een vernietiging te voorkomen, ondanks een alles overtredende disharmonie. Eens waren de volkeren het er over eens dat hetgeen disharmonisch is moest verdwijnen en men liet de natuur zijn gang gaan. 

Momenteel gaat de natuur zijn gang ondanks onze opvattingen en ingrepen. Wij regeren de natuur niet; niemand regeert de natuur echt; de natuur bestaat uit twee blinde krachten, die automatisch hun eigen wetten volgen. 

Denk aan de mythe van Hodur. Hodur doodde Baldur op instigatie van Loki, de god van het kwaad. Hodur was blind, hij gaf gehoor aan een opdracht. 

De natuur kan door iedereen aangewend, misbruikt en verkracht worden, maar haar eigen wetten herstellen de schade. In die tussentijd vallen er vele slachtoffers: de natuur gaat over lijken. En wij treuren om de lijken en willen de natuur straffen door haar onze wetten op te leggen, maar wij staan er nooit bij stil dat die natuur onze moeder is en dat wij van haar afhankelijk zijn. 

Onze wetten worden altijd, vroeg of laat, door de natuur verbroken, want zij werkt langzaam, maar grondig. 

Kijk maar eens hoe zij haar eigen omgeving herstelt, indien wij er iets gebouwd hebben en haar haar gang laten gaan. 

De natuur kan woekeren, zij is egocentrisch, dat is haar wet en haar handhaving, een harmonische egocentriciteit, die alle elementen dient. 

Zij heeft een nostalgie naar de oertoestand, waarin zij verkeerde voordat wij haar onze wetten oplegde. 

Is dit niet een afspiegeling van hetgeen in onszelf leeft? 

Denken in analogieën maakt ons vrij van bekrompenheid en onbegrip. De analogie is een aspect van de wet van harmonie. 

Alles is een reflectie van de hemelse wetten en de hemelse wetten zijn een reflectie van de goddelijke of geestelijke wet. 

De natuur volgt haar wetten als je haar niet ophoudt, en zij luistert nooit naar disharmonie. 

Het enige schepsel dat de disharmonie in zijn leven wil roepen is de mens. De mens is altijd, en altijd geweest, een ongehoorzaam creatuur, dat graag tegen wetten ingaat. 

Het is deze oorzaak waarom we hier op aarde zijn, nietwaar ? 

Het is deze oorzaak waarom we ons Tehuis verlieten. 

En nu komt het zover dat we ons "nood-tehuis" worden uitgedreven via de eigen handelingen.  En wat dan ? 

Het is eenvoudig een geschiedenis die zich herhaalt, omdat we inzichtloos zijn gebleven, ondanks onze universiteiten en ingewikkelde computers. Wij zijn niet intelligenter geworden, alleen geraffineerder, zodat we onze zin toch door kunnen drijven. 

Harmonie moet overal om ons heen zijn, moet van onze bezittingen en van onszelf uitstralen, harmonie is de drager van ons leven. 

In ons organisme wordt een teveel van iets automatisch een tekort van iets anders. Dit is echter ook moreel, sociaal, materieel en spiritueel zo. Als hebzucht ons drijft, wordt liefde en medeleven geminimaliseerd. 

Als medeleven of/en liefde worden gereduceerd, gaan bitterheid, wrok, vermeende misdeeldheid omhoog. 

Dus ons karakter wordt mede gevormd door onze instelling en onze instelling is ingeschapen, d.w.z. meegebracht uit vorige levens. We hebben in een vorig leven klappen gehad en we hebben daaruit geleerd, of niet. 

Uit de som daarvan vormt zich onze huidige instelling en die instelling kan veranderen door ervaringen. Dit vormt dan ons karakter voor een volgend leven. En aan de hand daarvan wordt je dan onder een bepaald sterrenteken geboren. 

Dit leven is voor de ziel een leerschool, maar ook voor ons ego, indien dit uit de band is gesprongen. 

We hebben onze mond vol over goedheid en liefde, we roepen, "ach en wee" bij misdaden en bij ongelukken, maar, en iedereen weet dit, er verandert in werkelijkheid niets. 

Het enige dat iets zou veranderen is een massaal inzicht, een massaal veranderde levenshouding, een massale tegenstand tegen hetgeen catastrofaal wordt. 

Als wij duizend mensen samen zien stromen noemen we dat massaal, vergetende dat er nog miljoenen over zijn, die alles op z'n beloop laten. 

De wet van harmonie wordt daar het sterkste verbroken, waar de meeste hebzucht op een minimaal oppervlak zit. Dat is logisch en aantoonbaar. 

Over 't algemeen zijn de Europese volkeren hebzuchtiger dan de andere. Vandaar dat men spreekt van een catastrofale toekomende gebeurtenis voor Europa. Deze hebzucht is uit de ontwikkeling van de z.g. beschaving te verklaren. Beschaving stoelt op hebzucht, de uiterlijke beschaving natuurlijk. 

Wij hebben een hekel aan onbeschaafdheid, maar de z.g. onbeschaafdheid ligt dichter bij de natuur dan iets anders: het is meestal onbedekte egocentriciteit. 

De natuurvolkeren noemen we onbeschaafd, zij missen onze uiterlijke beschaving, maar staan veel dichter bij de innerlijke beschaving, bij de wet die de natuur en de geest het schepsel hebben ingekerfd. 

Wij zijn daarvan zelfs zover afgedwaald dat wij jarenlang hun gewoonte om een jong boompje te planten voor elke boom die ze rooiden, of om terug te geven aan de aarde van dat wat ze namen, belachelijk vonden. 

Het is de wet van geven en nemen, die hier wordt opgevolgd, een wet die de harmonie bevordert. 

Is het niet zo dat we "harmonie" noemen wat ons helpt ons evenwicht te herstellen? 

Vandaar dat we het over harmonie niet helemaal eens worden, omdat iedereen iets anders mist. Opperste harmonie is altijd, voor iedereen, een milieu waarin je je herstelt. 

En dikwijls is het nodig, voordat je deze harmonie kunt onderkennen, dat je van tevoren door een beproeving heengaat. 

Een herstel kan een opruiming inhouden, voordat dit herstel intreedt. 

Degenen die niet van die opruiming houden, kennen angst, de angst voor verlies, de angst voor eenzaamheid, leegte, pijn, verandering. 

Is het leven eigenlijk niets anders dan een aaneenschakeling van veranderingen? 

Er is echter één ding dat nooit verandert: de wet van harmonie, de basis die we nodig hebben. 

En we voelen ons slechts eenzaam, geïsoleerd, verlaten of iets dergelijks, wanneer we van die wet van harmonie zijn afgedwaald. Die wet zou onze bodem moeten zijn. 

Denk er maar aan hoe je je voelt indien er harmonie om je heen is, onverschillig waar die vandaan komt. Het is als een herstellend bad, waarin nooit plaats is voor mokkende, onrustige, afbrekende gedachten of gevoelens. 

Die gedachten en die gevoelens komen slechts indien we ons buiten die wet plaatsen. En dat doen we dan ook regelmatig en soms zelfs volhardend. 

Wie hier denkt aan vrijheid of de z.g. wetteloosheid, en daarin vreugde vindt, zit helemaal fout. 

De oervrijheid is altijd aan de wet van harmonie gebonden; vrijheid is noch wetteloosheid, noch bandeloosheid. 

Vrijheid is harmonisch; zoals, in alle opzichten kunnen leven zonder dat hieraan wetten, uiterlijke wetten, te pas behoeven te komen. 

Het houdt in: zijn eigen grenzen kennen en zijn eigen grenzen accepteren, en die van anderen te respecteren. 

Zodra we beginnen met dwang voor onszelf, dan wel voor anderen, zitten we al scheef. En op zulk een misstand worden talloze bouwwerken, groepen, verenigingen, z.g. verhoudingen gevestigd. 

Van het ene komt zo het andere. 

Men moet, zoals altijd, de wortel aangrijpen om iets te veranderen of te herstellen. 

En de wortel van de huidige disharmonie, in alle facetten, verbergt zich diep, zit ver weg, er is heel veel weg te graven om hem te ontdekken. 

We hebben met al onze uiterlijke wetten de innerlijke wet met voeten getreden en dit is onvergeeflijk en dus wreekt dit zich. Vergeven is mogelijk, indien je iets herstelt, want dan doe je het oude uit, nietwaar?  Dat is vergeven. 

Dus niet bedekken met de mantel der blindheid. 

De natuur, ons milieu, kennen geen vergeving, slechts herstel, het opheffen van het ene en het bijvoegen van het andere. 

De natuur is wreed, zeggen sommigen, neen, zij is effectief. 

Wreedheid is opzettelijk kwaad doen. 

De mens is wreed, de natuur nooit. Zij doet niets opzettelijk, alleen om wreed te zijn, maar zij doet alles met een doelstelling, haar doelstelling, het leefmilieu behouden. Wij hebben - in de loop der tijden - vreemde, scheefgetrokken meningen gekregen, meningen die voortkomen uit onze eigen disharmonie. 

Hoe kan een disharmonisch mens oordelen over harmonie ?

Hoe kan iemand, die zijn ingeschapen wetten niet kent, dan wel verwaarloost, over wetten oordelen. 

Onze wetten, via justitie, zijn slecht, anders zouden we geen advocaten nodig hebben om deze te verdedigen, op te helderen, recht te praten wat krom is. 

Bezien vanuit de innerlijke wet is geen enkele misdaad verdedigbaar. 

Zieke mensen moeten geholpen, verpleegd, genezen worden, niet verdedigd. Zieke mensen, en dat zijn we vrijwel allen min of meer, want disharmonie is een ziekte, moeten teruggevoerd worden naar de bron, de harmonie en de wet die daarmee verbonden is. 

Zieke, disharmonische mensen, kunnen de grote natuur niet herstellen, want waar zij om roepen is een harmonie voor zichzelf. 

En het is mogelijk dat jouw of mijn harmonie niet overeenkomen, althans nog niet, met die van de grote Natuur. 

Onze harmonie betekent wellicht rust, die van de natuur betekent opbraak, uitdoen en dan herstellen. 

Rust is er pas, indien er harmonie is en niet eerder. 

Onze innerlijke rust wordt voorafgegaan door een proces. 

Een proces dat leven heet, met al zijn ups en downs, maar waardoor we inzicht verkrijgen. Ons sterkste verlangen vertelt iets van onze disharmonie en van onszelf. En zolang we iets zo sterk verlangen, betekent dit dat we iets missen. 

Iemand, die iets mist is onevenwichtig. 

Harmonie is evenwicht. 

Een harmonisch mens is innerlijk vredig zonder gezapig te zijn, en kan meebewegen op de innerlijke veranderingen. 

Het ego verlangt naar rust om zich te herstellen, omdat het voelt dat het onevenwichtig is; maar dit is nog geen innerlijke rust, het is een natuurlijke reactie, precies zoals die zich in de grote Natuur voordoet. 

De innerlijke rust straalt kracht uit, werkt genezend, verruimend, verdiepend. Het is een centrum waar omheen zich alles kan afspelen zonder dat het wordt opgebroken. 

In de natuur wordt momenteel echter dit centrum aangetast, vooral door het exploreren van haar grondschatten. Laten we niet vergeten dat het centrum van de aarde in harmonie wordt gehouden door de aanwezigheid van haar bodemschatten. 

Onze ontginningen verstoren de harmonie van de aarde. 

Wij doen dit uit hebzucht. 

Wij gebruiken en misbruiken die bodemschatten en stellen ze tentoon en iedereen weet dat elke bodemschat een bepaalde uitstraling bezit, die we dus de aarde ontnemen. 

De aarde wordt ledig, innerlijk, uitwendig wordt zij vol. 

Doch deze volheid is geen compensatie voor hetgeen haar ontnomen werd. Integendeel. Het wordt een belasting. 

Zoals een met juwelen beladen mens zich zijn ledigheid tracht te bedekken, doch daarin nooit slaagt. 

Wij zijn nauw verbonden met wat er in de aarde, in de natuur, in ons leefmilieu gebeurt en wat wij de aarde aandoen zal over ons eigen hoofd worden uitgestort. 

Het is een wet die iedereen kent: wat je een ander aandoet, krijg jezelf terug. 

Hierin bevinden we ons ten opzichte van de aarde en de natuur. 

Het enige wat we nog kunnen doen is: de innerlijke wet zoeken; herstellen, harmonie hervinden, zodat we nog redden wat er te redden valt. 

Hopelijk worden er meerdere mensen wijs, zodat de situatie overhelt naar een genezing, de genezing van ons aller Moeder Aarde, die een kind is van de hemel, zoals wij allen. 

Moge de ongeschreven wet een waarschuwing en een oproep zijn en in ons allen branden, via herkenning en inzicht.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene